09/11/2006 | Bron(nen): 6minutes
«We ontdekken steeds vaker vissoorten die uit warmere wateren uit de Golf van Biskaje en de Middellandse Zee afkomstig zijn», zei zeebioloog Harald Asmus in een gesprek met het Duitse persagentschap. Bij zijn onderzoek op het eiland Sylt in een afdeling van het Alfred-Wegener-Instituut (AWI) van Bremerhaven, stelde Asmus bovendien de achteruitgang van de inheemse vissoorten vast. «Als de opwarming van de Noordzee aanhoudt, zal dit proces zich voortzetten», zei hij.
Andere tekenen voor de klimaatsverandering is volgens Asmus ook de langzame stijging van de gemiddelde temperatuur van het Noordzeewater. «De afgelopen 18 jaar is het water steeds warmer geworden, de langste opwarmingsperiode sinds het begin van de noteringen 130 jaar geleden.»
Alhoewel het bij de stijging slechts om tienden van een graad gaat en in totaal nog geen twee graden, reageren de organismen al op de verandering. «Bepaalde vissoorten zoals de platvissen trekken naar diepere en koudere wateren, andere soorten zoals de kabeljauw trekt naar het noorden», zei de zeebioloog. Vanuit de andere richting trekken steeds meer vissoorten uit de zuidelijkere en warmere wateren de Noordzee binnen. «We hebben hier zelfs al sardienen ontdekt», verklaarde Asmus.
Exotische wezens zoals de Pacifische oesters vonden intussen zo'n goede condities in de Noordzee dat ze stilaan de tot nog toe daar dominerende mosselen verdrijven. Rampzalig is volgens Asmus het tempo waarin de verandering zich voltrekt. «De soorten maken geen kans om zich aan de nieuwe levensomstandigheden aan te passen en kunnen alleen maar uitwijken.»
09 november 2006
Kyprianou: "Nog meer tropische dierziekten op komst"
08/11/2006 | Bron: Vilt-nieuwsoverzicht, Agrarisch Dagblad
De klimaatverandering is een belangrijk aandachtspunt in het toekomstige dierziektebeleid van de Europese Unie. Dat zei Europees commissaris Markos Kyprianou dinsdag tijdens een conferentie in Brussel. Kyprianou noemde de blauwtongziekte in Noordwest-Europa als één van de voorbeelden van dierziekten die oprukken door de opwarming van de aarde. Hij verwacht dat de komende jaren nog meer dierziekten uit warme landen in Europa uitbreken.
Bernard van Goethem, directeur-generaal van het commissariaat van Kyprianou, benadrukte daarom het belang van strengere Europese grenscontroles en een grotere alertheid in verband met besmettelijke dierziekten. Hij vindt het belangrijk dat nieuwe uitbraken zo snel en gecoördineerd mogelijk de kop ingedrukt worden.
Directeur Bernard Vallet van de organisatie OIE meent juist dat de oude focus op nationale grenzen en grenscontroles moet verlaten worden, wil de wereld een antwoord hebben op de dreiging van nieuwe dierziekten. "Gaat het om ziekten die ook op de mens overdraagbaar zijn, dan is publieke financiering nodig", vindt hij. Voor pure dierziekten moet volgens hem enkel de landbouw opdraaien.
De klimaatverandering is een belangrijk aandachtspunt in het toekomstige dierziektebeleid van de Europese Unie. Dat zei Europees commissaris Markos Kyprianou dinsdag tijdens een conferentie in Brussel. Kyprianou noemde de blauwtongziekte in Noordwest-Europa als één van de voorbeelden van dierziekten die oprukken door de opwarming van de aarde. Hij verwacht dat de komende jaren nog meer dierziekten uit warme landen in Europa uitbreken.
Bernard van Goethem, directeur-generaal van het commissariaat van Kyprianou, benadrukte daarom het belang van strengere Europese grenscontroles en een grotere alertheid in verband met besmettelijke dierziekten. Hij vindt het belangrijk dat nieuwe uitbraken zo snel en gecoördineerd mogelijk de kop ingedrukt worden.
Directeur Bernard Vallet van de organisatie OIE meent juist dat de oude focus op nationale grenzen en grenscontroles moet verlaten worden, wil de wereld een antwoord hebben op de dreiging van nieuwe dierziekten. "Gaat het om ziekten die ook op de mens overdraagbaar zijn, dan is publieke financiering nodig", vindt hij. Voor pure dierziekten moet volgens hem enkel de landbouw opdraaien.
07 november 2006
Klimaatverandering bedreigt duizenden erfgoedsites VN
07/11/2006 | Bron(nen): Belga, DPA
Duizenden natuurlijke en culturele erfgoedsites van de Verenigde Naties gaan verloren aan de gevolgen van de klimaatverandering als er niet dringend maatregelen genomen worden om ze te beschermen. Dat hebben experts gezegd op de tweede dag van de VN-klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Volgens de experts van het Stockholm Environment Institute (SEI) worden de erfgoedsites vaak vergeten in het debat over klimaatverandering, terwijl hun teloorgang een belangrijk aantal mensen wereldwijd zou beïnvloeden. "We moeten ons beraden over hoe we de beschermde sites kunnen beheren. De nationale parken van vandaag kunnen er morgen niet meer zijn", zo zei Achim Steiner, de directeur van het VN-milieuprogramma.
Volgens het rapport van het SEI kan de verandering die veroorzaakt wordt door de hogere temperaturen -meer regenval, overstromingen, verhoging van het zeeniveau- een grote bedreiging vormen voor de 100.000 geregistreerde erfgoedsites.
De komende twee weken praten zo'n 6.000 deelnemers uit tientallen landen over het klimaat en over maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering terug te dringen.
Duizenden natuurlijke en culturele erfgoedsites van de Verenigde Naties gaan verloren aan de gevolgen van de klimaatverandering als er niet dringend maatregelen genomen worden om ze te beschermen. Dat hebben experts gezegd op de tweede dag van de VN-klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Volgens de experts van het Stockholm Environment Institute (SEI) worden de erfgoedsites vaak vergeten in het debat over klimaatverandering, terwijl hun teloorgang een belangrijk aantal mensen wereldwijd zou beïnvloeden. "We moeten ons beraden over hoe we de beschermde sites kunnen beheren. De nationale parken van vandaag kunnen er morgen niet meer zijn", zo zei Achim Steiner, de directeur van het VN-milieuprogramma.
Volgens het rapport van het SEI kan de verandering die veroorzaakt wordt door de hogere temperaturen -meer regenval, overstromingen, verhoging van het zeeniveau- een grote bedreiging vormen voor de 100.000 geregistreerde erfgoedsites.
De komende twee weken praten zo'n 6.000 deelnemers uit tientallen landen over het klimaat en over maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering terug te dringen.
Wereld riskeert "vuile" en "dure" energietoekomst (rapport IEA)
07/11/2006 | Bron(nen): Belga, AFP/DPA
De wereld riskeert tegen 2030 te moeten afhangen van "vuile, onzekere en dure" energie. Dat blijkt dinsdag uit het rapport "World Energy Outlook 2006" van het internationaal energieagentschap IEA.
Volgens het energieagentschap blijkt uit de huidige trends dat de vraag naar energie tegen 2030 zal stijgen met 53 procent. Meer dan 70 procent van de energieconsumptie wordt door industrielanden onder leiding van China en India voor hun rekening genomen.
De invoer van olie en gas zal wellicht nog sneller groeien dan de vraag. Volgens het IEA zal de vraag naar olie in 2030 116 miljoen vaten per dag bedragen, vorig jaar zaten we aan 84 miljoen vaten per dag. Uit het rapport blijkt ook dat China voor 2010 de Verenigde Staten van de troon zal stoten als 's werelds grootste CO2-vervuiler.
"Maar als regeringen zich aan hun belofte houden om betere en meer efficiënte energiebronnen te voorzien, zou de vraag met 10 procent verminderd kunnen worden", aldus het rapport.
Als mogelijke oplossing haalt het energieagentschap het gebruik van kernenergie aan.
"Het rapport toont met behulp van berekeningen op basis van de huidige trends aan dat de energietoekomst er vuil, onzeker en duur uitziet", zegt Claude Mandil van het IEA. "Maar het toont ook aan dat er met een beter beleid een propere, slimme en competitieve toekomst kan komen."
In het rapport werd rekening gehouden met twee scenario's. In het eerste, Business As Usual, wordt gewaarschuwd voor een blijvende stijging van de vraag naar fossiele brandstoffen waardoor de CO2-uitstoot zeker tot 2030 zou blijven toenemen indien de
beleidsmakers geen actie ondernemen. Het energieagentschap berekende dat in geval van het eerste scenario de vraag naar primaire energie tegen 2030 met ongeveer 53 procent zal toenemen. De fossiele brandstoffen vertegenwoordigen in totaal 83 procent
van die stijging.
Langs de andere kant werd een tweede scenario, Alternative Policy Scenario, onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat door een aangepast beleid de vraag naar energie met 10 procent kan worden teruggedrongen tegen 2030. Dit scenario, aldus het energieagentschap, zou ook de CO2-uitstoot met 16 procent verminderen.
Voorts haalt de IEA ook een oplossing aan voor het energieprobleem. "Kernenergie kan een belangrijke rol spelen in het minder afhankelijk worden van ingevoerd gas en een oplossing bieden voor de hoge CO2-uitstoot", luidt het.
Volgens het internationaal energieagentschap kan de globale capaciteit van kerncentrales van 368 gigawatt in 2005 stijgen naar 519 gigawatt in 2030. De bijkomende kerncentrales zouden bovendien ook minder gevoelig zijn voor de stijging van de olieprijzen.
Nog in het rapport staat te lezen dat biobrandstoffen in de toekomst een steeds belangrijkere rol zullen spelen inzake wegvervoer. In 2030 zouden de biobrandstoffen 7 procent van de totale consumptie vertegenwoordigen.
Het rapport besluit met de conclusie dat het tweede, alternatieve scenario "de drie voornaamste doelstellingen van een goed energiebeleid zou waarmaken". "Het gaat daarbij om een betere veiligheid, meer milieubescherming en een verbeterde economische efficiëntie", luidt het.
De wereld riskeert tegen 2030 te moeten afhangen van "vuile, onzekere en dure" energie. Dat blijkt dinsdag uit het rapport "World Energy Outlook 2006" van het internationaal energieagentschap IEA.
Volgens het energieagentschap blijkt uit de huidige trends dat de vraag naar energie tegen 2030 zal stijgen met 53 procent. Meer dan 70 procent van de energieconsumptie wordt door industrielanden onder leiding van China en India voor hun rekening genomen.
De invoer van olie en gas zal wellicht nog sneller groeien dan de vraag. Volgens het IEA zal de vraag naar olie in 2030 116 miljoen vaten per dag bedragen, vorig jaar zaten we aan 84 miljoen vaten per dag. Uit het rapport blijkt ook dat China voor 2010 de Verenigde Staten van de troon zal stoten als 's werelds grootste CO2-vervuiler.
"Maar als regeringen zich aan hun belofte houden om betere en meer efficiënte energiebronnen te voorzien, zou de vraag met 10 procent verminderd kunnen worden", aldus het rapport.
Als mogelijke oplossing haalt het energieagentschap het gebruik van kernenergie aan.
"Het rapport toont met behulp van berekeningen op basis van de huidige trends aan dat de energietoekomst er vuil, onzeker en duur uitziet", zegt Claude Mandil van het IEA. "Maar het toont ook aan dat er met een beter beleid een propere, slimme en competitieve toekomst kan komen."
In het rapport werd rekening gehouden met twee scenario's. In het eerste, Business As Usual, wordt gewaarschuwd voor een blijvende stijging van de vraag naar fossiele brandstoffen waardoor de CO2-uitstoot zeker tot 2030 zou blijven toenemen indien de
beleidsmakers geen actie ondernemen. Het energieagentschap berekende dat in geval van het eerste scenario de vraag naar primaire energie tegen 2030 met ongeveer 53 procent zal toenemen. De fossiele brandstoffen vertegenwoordigen in totaal 83 procent
van die stijging.
Langs de andere kant werd een tweede scenario, Alternative Policy Scenario, onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat door een aangepast beleid de vraag naar energie met 10 procent kan worden teruggedrongen tegen 2030. Dit scenario, aldus het energieagentschap, zou ook de CO2-uitstoot met 16 procent verminderen.
Voorts haalt de IEA ook een oplossing aan voor het energieprobleem. "Kernenergie kan een belangrijke rol spelen in het minder afhankelijk worden van ingevoerd gas en een oplossing bieden voor de hoge CO2-uitstoot", luidt het.
Volgens het internationaal energieagentschap kan de globale capaciteit van kerncentrales van 368 gigawatt in 2005 stijgen naar 519 gigawatt in 2030. De bijkomende kerncentrales zouden bovendien ook minder gevoelig zijn voor de stijging van de olieprijzen.
Nog in het rapport staat te lezen dat biobrandstoffen in de toekomst een steeds belangrijkere rol zullen spelen inzake wegvervoer. In 2030 zouden de biobrandstoffen 7 procent van de totale consumptie vertegenwoordigen.
Het rapport besluit met de conclusie dat het tweede, alternatieve scenario "de drie voornaamste doelstellingen van een goed energiebeleid zou waarmaken". "Het gaat daarbij om een betere veiligheid, meer milieubescherming en een verbeterde economische efficiëntie", luidt het.
03 november 2006
Broeikasgassen bereiken recordniveau
03/11/2006 | Bron(nen): Belga, DPA
Het gehalte aan schadelijk CO2-gas in de atmosfeer is nog nooit zo hoog geweest dan in 2005. Dat blijkt uit een rapport van de World Meteorological Organization (WMO) dat vrijdag werd gepubliceerd.
Uit de gegevens blijkt bovendien dat de broeikasgassen ook de komende jaren zullen blijven stijgen. Het niveau van koolstofdioxide (CO2) en distikstofoxide (N2O), die vrijkomen bij verbranding van fossiele brandstoffen, steeg vorig jaar met 0,5 en 0,2 procent.
Het gehalte aan broeikasgassen in de lucht gaat in stijgende lijn sinds de Industriële Revolutie. De recente maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan zijn ontoereikend, zegt de WMO. "Het huidige Kyoto-protocol is niet voldoende om de broeikasgassen te stabiliseren", zegt de organisatie. "Het zal misschien de stijging wel afremmen, maar een daling zit er niet in."
Volgens de WMO moeten er drastische maatregelen worden genomen die enkel mogelijk zijn in een internationale samenwerking. Volgende week vindt een internationale conferentie over klimaatverandering plaats in Nairobi.
Het gehalte aan schadelijk CO2-gas in de atmosfeer is nog nooit zo hoog geweest dan in 2005. Dat blijkt uit een rapport van de World Meteorological Organization (WMO) dat vrijdag werd gepubliceerd.
Uit de gegevens blijkt bovendien dat de broeikasgassen ook de komende jaren zullen blijven stijgen. Het niveau van koolstofdioxide (CO2) en distikstofoxide (N2O), die vrijkomen bij verbranding van fossiele brandstoffen, steeg vorig jaar met 0,5 en 0,2 procent.
Het gehalte aan broeikasgassen in de lucht gaat in stijgende lijn sinds de Industriële Revolutie. De recente maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan zijn ontoereikend, zegt de WMO. "Het huidige Kyoto-protocol is niet voldoende om de broeikasgassen te stabiliseren", zegt de organisatie. "Het zal misschien de stijging wel afremmen, maar een daling zit er niet in."
Volgens de WMO moeten er drastische maatregelen worden genomen die enkel mogelijk zijn in een internationale samenwerking. Volgende week vindt een internationale conferentie over klimaatverandering plaats in Nairobi.
Regering wordt beter van ontbreken biodiesel (SAV)
03/11/2006 | Bron(nen): Belga
De regering profiteert financieel van het feit dat er nog geen of bijna geen biodiesel kan getankt worden. Ook al is er nog haast geen markt voor biodiesel, toch int de overheid intussen wel al op iedere liter diesel meerinkomsten, met name door de gestegen accijns op het gedeelte fossiele diesel. Dat stelt althans de Vlaamse transportorganisatie SAV.
Volgens SAV verloopt de invoering van de biodiesel op een "onaanvaardbare manier".
Voortaan zou in elke liter getankte diesel zo'n 3% koolzaadolie verwerkt moeten zijn. Om die introductie mogelijk te maken, werd op dit gedeelte geen accijns aangerekend. "Maar de federale regering wenste geen geld in de groene maatregel te steken. Dat betekent dat op het fossiele gedeelte de accijns werd verhoogd om het verlies te compenseren", luidt het.
SAV wijst erop dat de productie van koolzaadolie nog "totaal niet toereikend is". "Vandaag is het aandeel biodiesel op de markt zo goed als onbestaande. Maar ondertussen heeft de overheid wel op elke liter diesel (die voorlopig 100% fossiele diesel is) meer inkomsten door de gestegen accijns en BTW", meent de transportorganisatie.
SAV vreest dat het nog "minstens een jaar" zal duren vooraleer België aan het quotum van 3,37% zit "en gedurende al die tijd zal de federale regering haar biodieselbeleid enkel vertaald zien in meerinkomsten".
SAV vraagt dat de accijnsverhoging ongedaan gemaakt wordt, "ten minste totdat koolzaadolie in de voorziene hoeveelheden op de markt in de fossiele diesel gemengd zal zijn".
De regering profiteert financieel van het feit dat er nog geen of bijna geen biodiesel kan getankt worden. Ook al is er nog haast geen markt voor biodiesel, toch int de overheid intussen wel al op iedere liter diesel meerinkomsten, met name door de gestegen accijns op het gedeelte fossiele diesel. Dat stelt althans de Vlaamse transportorganisatie SAV.
Volgens SAV verloopt de invoering van de biodiesel op een "onaanvaardbare manier".
Voortaan zou in elke liter getankte diesel zo'n 3% koolzaadolie verwerkt moeten zijn. Om die introductie mogelijk te maken, werd op dit gedeelte geen accijns aangerekend. "Maar de federale regering wenste geen geld in de groene maatregel te steken. Dat betekent dat op het fossiele gedeelte de accijns werd verhoogd om het verlies te compenseren", luidt het.
SAV wijst erop dat de productie van koolzaadolie nog "totaal niet toereikend is". "Vandaag is het aandeel biodiesel op de markt zo goed als onbestaande. Maar ondertussen heeft de overheid wel op elke liter diesel (die voorlopig 100% fossiele diesel is) meer inkomsten door de gestegen accijns en BTW", meent de transportorganisatie.
SAV vreest dat het nog "minstens een jaar" zal duren vooraleer België aan het quotum van 3,37% zit "en gedurende al die tijd zal de federale regering haar biodieselbeleid enkel vertaald zien in meerinkomsten".
SAV vraagt dat de accijnsverhoging ongedaan gemaakt wordt, "ten minste totdat koolzaadolie in de voorziene hoeveelheden op de markt in de fossiele diesel gemengd zal zijn".
Energy from deserts could supply Europe
3/11/2006 | Bron(nen): SciDev.Net
Deserts in the Middle East and North Africa could generate vast quantities of electricity to sell to Europe, according to two German research reports.
The studies found that concentrated solar power plants, occupying less than 0.3 per cent of the desert area in the region, could provide 15 per cent of Europe's electricity needs by 2050.
The high transmission losses of 10-15 per cent over the full cable length from North Africa to Europe would be offset by the sheer volume of electricity produced, says the Trans-Mediterranean Renewable Energy Cooperation (TREC), a network that helped conduct the studies.
"Every year, each square kilometre of desert receives solar energy equivalent to 1.5 million barrels of oil. Multiplying by the area of deserts worldwide, this is nearly a thousand times the entire current energy consumption of the world," says Franz Trieb, project manager for the two reports at the German Aerospace Center.
Solar thermal power plants use mirrors to concentrate solar energy to create steam and generate electricity, creating the cheapest electricity available — costing less than US$0.06 per kilowatt-hour.
Excess heat from the plants could be used for water desalination, providing much-needed fresh water in desert regions.
But while renewable energy from the desert is plentiful and inexhaustible, implementing such a project, estimated to cost over US$500 billion, takes time.
"It would take about 10-15 years for the countries of the region to generate enough clean power from the deserts to provide for their own local demand," Gerhard Knies of TREC told SciDev.Net.
"Realistically they could start exporting to Europe in about 30 years."
Knies added that all countries in the region had been contacted, with Algeria, Jordan, Libya and Morocco so far providing positive feedback.
Initial plans for constructing such plants are already under way, he said, and TREC plans to launch pilot projects, including one in Yemen costing about US$7.5 billion. If launched, desalinated water from the Red Sea would supply the city of Sana'a.
The most recent of the two studies, published on 3 May, estimates that Europe's carbon dioxide emissions could be cut by 70 per cent by 2050 if it combined imports of clean electricity from the deserts with renewable local energy.
Deserts in the Middle East and North Africa could generate vast quantities of electricity to sell to Europe, according to two German research reports.
The studies found that concentrated solar power plants, occupying less than 0.3 per cent of the desert area in the region, could provide 15 per cent of Europe's electricity needs by 2050.
The high transmission losses of 10-15 per cent over the full cable length from North Africa to Europe would be offset by the sheer volume of electricity produced, says the Trans-Mediterranean Renewable Energy Cooperation (TREC), a network that helped conduct the studies.
"Every year, each square kilometre of desert receives solar energy equivalent to 1.5 million barrels of oil. Multiplying by the area of deserts worldwide, this is nearly a thousand times the entire current energy consumption of the world," says Franz Trieb, project manager for the two reports at the German Aerospace Center.
Solar thermal power plants use mirrors to concentrate solar energy to create steam and generate electricity, creating the cheapest electricity available — costing less than US$0.06 per kilowatt-hour.
Excess heat from the plants could be used for water desalination, providing much-needed fresh water in desert regions.
But while renewable energy from the desert is plentiful and inexhaustible, implementing such a project, estimated to cost over US$500 billion, takes time.
"It would take about 10-15 years for the countries of the region to generate enough clean power from the deserts to provide for their own local demand," Gerhard Knies of TREC told SciDev.Net.
"Realistically they could start exporting to Europe in about 30 years."
Knies added that all countries in the region had been contacted, with Algeria, Jordan, Libya and Morocco so far providing positive feedback.
Initial plans for constructing such plants are already under way, he said, and TREC plans to launch pilot projects, including one in Yemen costing about US$7.5 billion. If launched, desalinated water from the Red Sea would supply the city of Sana'a.
The most recent of the two studies, published on 3 May, estimates that Europe's carbon dioxide emissions could be cut by 70 per cent by 2050 if it combined imports of clean electricity from the deserts with renewable local energy.
30 oktober 2006
Uitstoot broeikasgassen daalde licht in industriële landen
30/10/2006 | Bron(nen): AFP
De uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, is in de industriële landen tussen 1990 en 2004 licht gedaald. Maar tussen 2000 en 2004 werd er opnieuw een verhoging genoteerd. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat maandag in Duitsland werd voorgesteld.
In het algemeen is de uitstoot van broeikasgassen, en meer bepaald van koolstofdioxide (CO2), met 3,3 procent gedaald in de industriële landen tussen 1990 en 2004, aldus het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).
Deze daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een reductie van 36,8 procent van broeikasgassen in verschillende landen in Centraal-Europa, die in een economische overgangsperiode zaten. In andere landen is de uitstoot daarentegen met 11 procent gestegen.
"En het probleem is dat in de landen die in een overgangsperiode zitten en die tot nu toe verantwoordelijk waren voor een groot deel van de daling, de uitstoot van broeikasgassen tussen 2000 en 2004 met 4,1 procent is gestegen", aldus Yvo de Boer van het UNFCCC.
"Dat wil zeggen dat de industriële landen meer inspanningen moeten doen om een efficiëntere politiek te installeren, die de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen", zei de Boer.
De vooruitgang moet volgens de Boer vooral gerealiseerd worden in de transportsector, waar de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2004 met 23,9 procent steeg.
In de Europese Unie is de uitstoot met 0,6 procent gedaald. De afname was zwak in landen als Frankrijk (-0,8 procent) en Denemarken (- 1,1 procent). In Groot-Brittannië (-14,3 procent) en Duitsland (-17,2 procent) was de terugname duidelijker.
In de Zuid-Europese landen Portugal (+41 procent) en Spanje (+49 procent) steeg de uitlaat van broeikasgassen het meest.
De uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, is in de industriële landen tussen 1990 en 2004 licht gedaald. Maar tussen 2000 en 2004 werd er opnieuw een verhoging genoteerd. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat maandag in Duitsland werd voorgesteld.
In het algemeen is de uitstoot van broeikasgassen, en meer bepaald van koolstofdioxide (CO2), met 3,3 procent gedaald in de industriële landen tussen 1990 en 2004, aldus het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).
Deze daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een reductie van 36,8 procent van broeikasgassen in verschillende landen in Centraal-Europa, die in een economische overgangsperiode zaten. In andere landen is de uitstoot daarentegen met 11 procent gestegen.
"En het probleem is dat in de landen die in een overgangsperiode zitten en die tot nu toe verantwoordelijk waren voor een groot deel van de daling, de uitstoot van broeikasgassen tussen 2000 en 2004 met 4,1 procent is gestegen", aldus Yvo de Boer van het UNFCCC.
"Dat wil zeggen dat de industriële landen meer inspanningen moeten doen om een efficiëntere politiek te installeren, die de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen", zei de Boer.
De vooruitgang moet volgens de Boer vooral gerealiseerd worden in de transportsector, waar de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2004 met 23,9 procent steeg.
In de Europese Unie is de uitstoot met 0,6 procent gedaald. De afname was zwak in landen als Frankrijk (-0,8 procent) en Denemarken (- 1,1 procent). In Groot-Brittannië (-14,3 procent) en Duitsland (-17,2 procent) was de terugname duidelijker.
In de Zuid-Europese landen Portugal (+41 procent) en Spanje (+49 procent) steeg de uitlaat van broeikasgassen het meest.
Barroso wil afhankelijkheid van fossiele energie snel verminderen
30/10/2006 | Bron(nen): Belga
In januari 2007 komt de Europese Commissie met een uitgebreid pakket energiemaatregelen naar buiten. "Het doel van die voorstellen", aldus Commissievoorzitter José Manuel Barroso maandag in Lissabon, "is om het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energiemix te versneld te verminderen".
Barroso voorspelde dat energie opnieuw een drijvende kracht van de Europese integratie wordt. In Lissabon sprak hij op een conferentie over Europese energiestrategie. In zijn tussenkomst verwees de Commissievoorzitter naar de informele Europese top van Lahti, waar de 25 EU-lidstaten met de Russische president Vladimir Poetin over energie praatten. "Ik was onder de indruk", aldus Barroso, "van de vaste wil van alle lidstaten om in een gemeenschappelijk front met de Russen te praten."
Barroso weidde vooral uit over het energieplan waarmee de Commissie in januari naar buiten komt. Daarmee wil het dagelijks bestuur van de EU het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energievoorziening versneld verminderen. Dat plan heeft volgens Barroso 4 pijlers.
Eerst is er de energiebesparing van circa 20 procent. Daarnaast moet het aandeel van hernieuwbare energiebronnen substantieel stijgen. Ten derde moet de CO2-uitstoot van de fossiele brandstoffen die we gebruiken substantieel verminderen. Hier wil Barroso prioriteit geven aan het onderzoek naar propere steenkool.
"Immers", aldus de Commissievoorzitter, "steenkool is relatief goedkoop en beschikbaar in de Europese Unie."
Tenslotte is er de kernenergie. Barroso onderstreept dat de keuze voor het nucleaire geen Commissiebevoegdheid is. Wel kan de Unie een bijdrage leveren om kernenergie veiliger te maken en het onderzoek te bevorderen. "Het debat over kernenergie", aldus Barroso, "mag geen taboe zijn."
Begin 2007 zal de Commissie ook de "Europese energievisie" verduidelijken. Volgens Barroso moet het document duidelijke doelstellingen bevatten hoe de Europese energiemix verder moet evolueren. "Dit rapport", aldus Barroso, "wordt de hoeksteen van het hele pakket en komt op het menu van de Lentetop van regeringsleiders."
Barroso eindigde zijn tussenkomst met de bedenking dat energie één van de drijvende krachten van de Europese integratie was. "Nadat energie vele jaren uit de belangstelling verdween", zo stelde de Commissievoorzitter, "wordt het opnieuw de motor van de Europese integratie".
In januari 2007 komt de Europese Commissie met een uitgebreid pakket energiemaatregelen naar buiten. "Het doel van die voorstellen", aldus Commissievoorzitter José Manuel Barroso maandag in Lissabon, "is om het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energiemix te versneld te verminderen".
Barroso voorspelde dat energie opnieuw een drijvende kracht van de Europese integratie wordt. In Lissabon sprak hij op een conferentie over Europese energiestrategie. In zijn tussenkomst verwees de Commissievoorzitter naar de informele Europese top van Lahti, waar de 25 EU-lidstaten met de Russische president Vladimir Poetin over energie praatten. "Ik was onder de indruk", aldus Barroso, "van de vaste wil van alle lidstaten om in een gemeenschappelijk front met de Russen te praten."
Barroso weidde vooral uit over het energieplan waarmee de Commissie in januari naar buiten komt. Daarmee wil het dagelijks bestuur van de EU het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energievoorziening versneld verminderen. Dat plan heeft volgens Barroso 4 pijlers.
Eerst is er de energiebesparing van circa 20 procent. Daarnaast moet het aandeel van hernieuwbare energiebronnen substantieel stijgen. Ten derde moet de CO2-uitstoot van de fossiele brandstoffen die we gebruiken substantieel verminderen. Hier wil Barroso prioriteit geven aan het onderzoek naar propere steenkool.
"Immers", aldus de Commissievoorzitter, "steenkool is relatief goedkoop en beschikbaar in de Europese Unie."
Tenslotte is er de kernenergie. Barroso onderstreept dat de keuze voor het nucleaire geen Commissiebevoegdheid is. Wel kan de Unie een bijdrage leveren om kernenergie veiliger te maken en het onderzoek te bevorderen. "Het debat over kernenergie", aldus Barroso, "mag geen taboe zijn."
Begin 2007 zal de Commissie ook de "Europese energievisie" verduidelijken. Volgens Barroso moet het document duidelijke doelstellingen bevatten hoe de Europese energiemix verder moet evolueren. "Dit rapport", aldus Barroso, "wordt de hoeksteen van het hele pakket en komt op het menu van de Lentetop van regeringsleiders."
Barroso eindigde zijn tussenkomst met de bedenking dat energie één van de drijvende krachten van de Europese integratie was. "Nadat energie vele jaren uit de belangstelling verdween", zo stelde de Commissievoorzitter, "wordt het opnieuw de motor van de Europese integratie".
Muylle (CD&V) betwijfelt of België Kyotodoelstelling haalt
30/10/2006 | Bron(nen): Belga
CD&V-kamerlid Nathalie Muylle betwijfelt of België de Kyotodoelstelling haalt. Daarvoor heeft de federale regering te weinig concrete maatregelen genomen om de broeikasuitstoot door verwarming van gebouwen en door het transport terug te dringen, zegt ze. Ook zijn er volgens haar onvoldoende maatregelen om de uistoot na 2012, wanneer het Kyotoprotocol afloopt, verder terug te dringen.
Volgens Muylle heeft de federale regering in het klimaatbeleid te veel de nadruk gelegd op de verhandelbaarheid van emissierechten en te weinig op maatregelen rond grote vervuilers waarvan de uitstoot nog toeneemt, zijnde de verwarmde gebouwen (huizen en kantoren) en de transportsector.
Muylle betreurt dat de regering nu pas aankondigde audits te zullen uitvoeren voor federale overheidsgebouwen. Dit had volgens haar al eerder kunnen gebeuren. Ook in het dossier van de biobrandstoffen is volgens Muylle te veel tijd verloren. "Was de druk van de gewesten er niet geweest dan hadden we hier nog geen fiscaal kader voor", zegt ze.
Over de periode na 2012 zegt Muylle te betreuren dat minister van Leefmilieu Bruno Tobback het openhouden van de kerncentrales niet als optie neemt. "We gaan afhankelijk worden van aardgas, wat zorgt voor veel meer uitstoot", zegt ze.
Muylle herhaalt ook de kritiek van haar partij dat de door de regering aangekondigde taks op verpakkingen niet met de strijd tegen broeikasgassen te maken heeft, maar een puur budgettaire maatregel is.
CD&V-kamerlid Nathalie Muylle betwijfelt of België de Kyotodoelstelling haalt. Daarvoor heeft de federale regering te weinig concrete maatregelen genomen om de broeikasuitstoot door verwarming van gebouwen en door het transport terug te dringen, zegt ze. Ook zijn er volgens haar onvoldoende maatregelen om de uistoot na 2012, wanneer het Kyotoprotocol afloopt, verder terug te dringen.
Volgens Muylle heeft de federale regering in het klimaatbeleid te veel de nadruk gelegd op de verhandelbaarheid van emissierechten en te weinig op maatregelen rond grote vervuilers waarvan de uitstoot nog toeneemt, zijnde de verwarmde gebouwen (huizen en kantoren) en de transportsector.
Muylle betreurt dat de regering nu pas aankondigde audits te zullen uitvoeren voor federale overheidsgebouwen. Dit had volgens haar al eerder kunnen gebeuren. Ook in het dossier van de biobrandstoffen is volgens Muylle te veel tijd verloren. "Was de druk van de gewesten er niet geweest dan hadden we hier nog geen fiscaal kader voor", zegt ze.
Over de periode na 2012 zegt Muylle te betreuren dat minister van Leefmilieu Bruno Tobback het openhouden van de kerncentrales niet als optie neemt. "We gaan afhankelijk worden van aardgas, wat zorgt voor veel meer uitstoot", zegt ze.
Muylle herhaalt ook de kritiek van haar partij dat de door de regering aangekondigde taks op verpakkingen niet met de strijd tegen broeikasgassen te maken heeft, maar een puur budgettaire maatregel is.
Can biofuels cure our oil dependency?
30/10/2006 | Bron(nen): Euractiv.com
It is becoming clear that biofuels made from sugar and vegetable oils will fail to substantially reduce our dependance on oil. Do second-generation biofuels stand a better chance?
meer lezen
It is becoming clear that biofuels made from sugar and vegetable oils will fail to substantially reduce our dependance on oil. Do second-generation biofuels stand a better chance?
meer lezen
Voorlopig nog omrijden voor tankbeurt biodiesel
29/10/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Lang niet alle tankstations zullen vanaf 1 november biodiesel aanbieden. De brandstofproducenten zijn lang niet allemaal klaar, want de overheid maakte pas recent afspraken met de leveranciers van biodiesel. Oliemaatschappijen mogen per liter diesel 3,37 procent biobrandstof toevoegen. Ze doen dat vrijwillig en kunnen de extra kosten van het duurdere bioproduct recupereren omdat de overheid vanaf 1 november de accijnzen op autodiesel verhoogt, aldus Het Nieuwsblad op Zondag.
De oliemaatschappijen maken geen publiciteit rond de biodiesel en reageren erg voorzichtig op de vraag of ze klaar zijn voor de levering van het product, leert een rondvraag van de zondagskrant. Voor de portemonnee van de automobilist maakt biodiesel of gewone diesel geen verschil uit.
Biodiesel wordt in ons land hoofdzakelijk uit koolzaad gewonnen. De Vlaamse landbouwers lijken koolzaad te wantrouwen. Vorig jaar werd 10.000 hectare koolzaad gezaaid in ons land, waarvan amper een tiende in Vlaanderen. Al ging het toen wel om een vertienvoudiging van het areaal in 2004. Dit jaar zou de opmars van het ingezaaide koolzaad tot stilstand gekomen zijn. Dat heeft onder meer te maken met de aantrekkelijke tarweprijzen.
Lang niet alle tankstations zullen vanaf 1 november biodiesel aanbieden. De brandstofproducenten zijn lang niet allemaal klaar, want de overheid maakte pas recent afspraken met de leveranciers van biodiesel. Oliemaatschappijen mogen per liter diesel 3,37 procent biobrandstof toevoegen. Ze doen dat vrijwillig en kunnen de extra kosten van het duurdere bioproduct recupereren omdat de overheid vanaf 1 november de accijnzen op autodiesel verhoogt, aldus Het Nieuwsblad op Zondag.
De oliemaatschappijen maken geen publiciteit rond de biodiesel en reageren erg voorzichtig op de vraag of ze klaar zijn voor de levering van het product, leert een rondvraag van de zondagskrant. Voor de portemonnee van de automobilist maakt biodiesel of gewone diesel geen verschil uit.
Biodiesel wordt in ons land hoofdzakelijk uit koolzaad gewonnen. De Vlaamse landbouwers lijken koolzaad te wantrouwen. Vorig jaar werd 10.000 hectare koolzaad gezaaid in ons land, waarvan amper een tiende in Vlaanderen. Al ging het toen wel om een vertienvoudiging van het areaal in 2004. Dit jaar zou de opmars van het ingezaaide koolzaad tot stilstand gekomen zijn. Dat heeft onder meer te maken met de aantrekkelijke tarweprijzen.
25 oktober 2006
Studiedag van Leerstoel Boerenbond screent Kyoto
24/10/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen in de land- en tuinbouw met 13 procent afgenomen. Tegelijkertijd bereidt de sector zijn toekomst voor als energieproducent. De jongste jaren zijn termen als bio-ethanol, WKK, ppo en biogas tot het gemeengoed van de agrarische sector gaan behoren. Op 24 november organiseert de 'Leerstoel Boerenbond' een studiedag die de economische impact en de opportuniteiten van het Kyoto-verdrag wikt en weegt.
Bij hernieuwbare energiebronnen denken landbouwers in de eerste plaats aan mest, energieteelten en allerhandig plantaardig en dierlijk afval. "Noem het liever secundaire grondstoffen waarvan het gebruik als energiebron een serieuze bijdrage levert aan het milieu", zegt Anne-Marie Vangeenberghe, woordvoerster van Boerenbond. Ze benadrukt dat veel land- en tuinbouwers al gestart zijn met energieproductie "ondanks de vele juridische, technische en economische onduidelijkheden en knelpunten".
Tijdens de studiedag van de Leerstoel Boerenbond komen de visies aan bod van diverse professoren over thema's zoals biobrandstoffen en de relatie tussen landbgebruik en de opname van koolstofdioxide. Shell en Aveve schetsen hun toekomstverwachtingen over agrarische energiebronnen. Milieuminister Peeters benadert Kyoto vanuit een politieke hoek en VRT-journalist Jos Vanhemelryck wordt opgetrommeld voor een kritische slotbedenking. De locatie voor de studiedag is het Boerenbond-gebouw. Inschrijven dient te gebeuren vóór 20 november.
De Leerstoel Boerenbond werd naar aanleiding van de 100ste verjaardag van Boerenbond in 1990 in het leven geroepen om academische inzichten over landbouw weerklank te laten vinden. Dat gebeurt jaarlijks door de organisatie van een studiedag.
Sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen in de land- en tuinbouw met 13 procent afgenomen. Tegelijkertijd bereidt de sector zijn toekomst voor als energieproducent. De jongste jaren zijn termen als bio-ethanol, WKK, ppo en biogas tot het gemeengoed van de agrarische sector gaan behoren. Op 24 november organiseert de 'Leerstoel Boerenbond' een studiedag die de economische impact en de opportuniteiten van het Kyoto-verdrag wikt en weegt.
Bij hernieuwbare energiebronnen denken landbouwers in de eerste plaats aan mest, energieteelten en allerhandig plantaardig en dierlijk afval. "Noem het liever secundaire grondstoffen waarvan het gebruik als energiebron een serieuze bijdrage levert aan het milieu", zegt Anne-Marie Vangeenberghe, woordvoerster van Boerenbond. Ze benadrukt dat veel land- en tuinbouwers al gestart zijn met energieproductie "ondanks de vele juridische, technische en economische onduidelijkheden en knelpunten".
Tijdens de studiedag van de Leerstoel Boerenbond komen de visies aan bod van diverse professoren over thema's zoals biobrandstoffen en de relatie tussen landbgebruik en de opname van koolstofdioxide. Shell en Aveve schetsen hun toekomstverwachtingen over agrarische energiebronnen. Milieuminister Peeters benadert Kyoto vanuit een politieke hoek en VRT-journalist Jos Vanhemelryck wordt opgetrommeld voor een kritische slotbedenking. De locatie voor de studiedag is het Boerenbond-gebouw. Inschrijven dient te gebeuren vóór 20 november.
De Leerstoel Boerenbond werd naar aanleiding van de 100ste verjaardag van Boerenbond in 1990 in het leven geroepen om academische inzichten over landbouw weerklank te laten vinden. Dat gebeurt jaarlijks door de organisatie van een studiedag.
België klaar voor klimaatbeleid op lange termijn
26/10/2006 | Bron(nen): iNSNet
Met de eerste Belgische klimaatstudie op lange termijn, toont België dat het klaar is voor een klimaatbeleid na 2012. Dat zeggen de milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en WWF dinsdag in een gezamenlijk persbericht. Ze zijn tevreden over de constructieve houding van de ondernemingen tijdens de bespreking van de studie.
De studie van het Federaal Planbureau, in opdracht van minister van Leefmilieu Bruno Tobback, werd dinsdag voorgesteld. Voor de milieuorganisaties is de opvallendste conclusie dat de impact van de bestudeerde scenario's op de economische activiteit neutraal is, omdat de afhankelijkheid van de (energie)import sterk vermindert. Ook de impact op de werkgelegenheid is positief.
2012
De milieubeweging wijst er ook op dat de kosten om de klimaatverandering tegen te houden, vele malen lager liggen dan de kosten die nodig zouden zijn om de gevolgen ervan op te vangen als er geen klimaatbeleid was. Ze roept minister Tobback op om na de VN-klimaatconferentie in Nairobi, binnen enkele weken, al bindende reductiedoelstellingen vast te leggen voor België na 2012. "Een dergelijke doelstelling creëert een duidelijk politiek kader, wat een van de voorwaarden is voor de noodzakelijke investeringen in de ontwikkeling van duurzame technologieën. Het geeft België meer geloofwaardigheid, en dus ook meer onderhandelingskracht binnen de EU. Bovendien zal die beleidskeuze de internationale onderhandelingen over toekomstige globale doelstellingen ondersteunen."
Koolstofschuld
De organisaties merken nog op dat voor 2050 "enkel de bovenste grens van de vork ons zal toelaten om de klimaatverandering tegen te houden, door de historische koolstofschuld die Belgi¨heeft opgebouwd". Die vork is de 60 à 80 procent emissiereductie die Europa vooropstelt voor 2050. Volgens de studie van het Planbureau kan België de 80 procent enkel halen mits technologische veranderingen en een grondige wijziging van de huidige consumptie- en productiepatronen. In het scenario van het Planbureau is er bijvoorbeeld sprake van een vermindering met de helft van het aantal verplaatsingen tussen 2004 en 2050 en zou het openbaar vervoer het meest gebruikte transportmiddel zijn.
Met de eerste Belgische klimaatstudie op lange termijn, toont België dat het klaar is voor een klimaatbeleid na 2012. Dat zeggen de milieuorganisaties Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en WWF dinsdag in een gezamenlijk persbericht. Ze zijn tevreden over de constructieve houding van de ondernemingen tijdens de bespreking van de studie.
De studie van het Federaal Planbureau, in opdracht van minister van Leefmilieu Bruno Tobback, werd dinsdag voorgesteld. Voor de milieuorganisaties is de opvallendste conclusie dat de impact van de bestudeerde scenario's op de economische activiteit neutraal is, omdat de afhankelijkheid van de (energie)import sterk vermindert. Ook de impact op de werkgelegenheid is positief.
2012
De milieubeweging wijst er ook op dat de kosten om de klimaatverandering tegen te houden, vele malen lager liggen dan de kosten die nodig zouden zijn om de gevolgen ervan op te vangen als er geen klimaatbeleid was. Ze roept minister Tobback op om na de VN-klimaatconferentie in Nairobi, binnen enkele weken, al bindende reductiedoelstellingen vast te leggen voor België na 2012. "Een dergelijke doelstelling creëert een duidelijk politiek kader, wat een van de voorwaarden is voor de noodzakelijke investeringen in de ontwikkeling van duurzame technologieën. Het geeft België meer geloofwaardigheid, en dus ook meer onderhandelingskracht binnen de EU. Bovendien zal die beleidskeuze de internationale onderhandelingen over toekomstige globale doelstellingen ondersteunen."
Koolstofschuld
De organisaties merken nog op dat voor 2050 "enkel de bovenste grens van de vork ons zal toelaten om de klimaatverandering tegen te houden, door de historische koolstofschuld die Belgi¨heeft opgebouwd". Die vork is de 60 à 80 procent emissiereductie die Europa vooropstelt voor 2050. Volgens de studie van het Planbureau kan België de 80 procent enkel halen mits technologische veranderingen en een grondige wijziging van de huidige consumptie- en productiepatronen. In het scenario van het Planbureau is er bijvoorbeeld sprake van een vermindering met de helft van het aantal verplaatsingen tussen 2004 en 2050 en zou het openbaar vervoer het meest gebruikte transportmiddel zijn.
Automerken halen hun CO2-norm niet
25/10/2006 | Bron(nen): NOS teletekst, iNSnet
De meeste autofabrikanten halen niet de norm voor de uitstoot van CO2 die ze zelf hebben afgesproken voor 2008.Dat verwachten Europese milieuorganisaties die de uitstoot van koolstofdioxide van twintig automerken onderzochten. Alleen Fiat, Renault en Citroën halen de norm.
De RAI, de koepel van autofabrikanten, vindt dat oliemaatschappijen ook schuld hebben. Die leveren namelijk niet altijd brandstof voor schonere auto's die op gas of bio-ethanol rijden.
De stichting Natuur en Milieu wil dat de Europese Unie autofabrikanten dwingt een norm te halen. Bij overschrijding zou een sanctie moeten volgen.
De meeste autofabrikanten halen niet de norm voor de uitstoot van CO2 die ze zelf hebben afgesproken voor 2008.Dat verwachten Europese milieuorganisaties die de uitstoot van koolstofdioxide van twintig automerken onderzochten. Alleen Fiat, Renault en Citroën halen de norm.
De RAI, de koepel van autofabrikanten, vindt dat oliemaatschappijen ook schuld hebben. Die leveren namelijk niet altijd brandstof voor schonere auto's die op gas of bio-ethanol rijden.
De stichting Natuur en Milieu wil dat de Europese Unie autofabrikanten dwingt een norm te halen. Bij overschrijding zou een sanctie moeten volgen.
24 oktober 2006
"Biobrandstof creëert honger in arme landen"
23/10/2006 | Bron(nen): De Tijd, VILT-nieuwsoverzicht
Biobrandstoffen zullen de kwetsbaarheid van het milieu tastbaar maken in het dagelijkse tankgedrag van elke burger. De huidige generatie mag niet langer op de reserves van een ver verleden rekenen voor zijn energiebehoeftes van vandaag, schrijft Guy Van Den Broek in een commentaarstuk in De Tijd. Maar de journalist waarschuwt er tegelijkertijd voor dat de honger naar biobrandstoffen in het rijke Westen echte honger creëert in arme landen, waar basisoliën te duur worden voor de bevolking.
Experts schatten dat tegen 2010 bijna 10% van het Europese landbouwareaal zal gebruikt worden voor biobrandstoffen. Voor de landbouwers is dat een zegen, aldus Van Den Broek. De prijs van tarwe was nooit zo hoog tijdens de afgelopen tien jaar, deels door de droogte in Australië, maar deels ook door de vraag naar tarwe voor bio-ethanol. Voor de suikerbietboeren hebben de biobrandstoffen een financiële ramp als gevolg van het hervormde suikerbeleid afgewend, luidt het.
Maar biobrandstoffen zorgen er ook voor dat de prijs van bijna alle plantaardige oliën in de wereld zoals zonnebloemolie, kokosnootolie, tarweolie en zelfs olijfolie fors gestegen zijn. "Dat heeft directe gevolgen voor de economie in ontwikkelingslanden. Daar zijn de basisoliën immers essentieel voor de dagelijkse voeding", schrijft Van Den Broek. "De vraag naar biobrandstoffen bij ons schept dus honger in het Zuiden. Daardoor zullen uitgerekend de mensen die amper energie verbruiken het slachtoffer worden van onze groene revolutie".
Biobrandstoffen zullen de kwetsbaarheid van het milieu tastbaar maken in het dagelijkse tankgedrag van elke burger. De huidige generatie mag niet langer op de reserves van een ver verleden rekenen voor zijn energiebehoeftes van vandaag, schrijft Guy Van Den Broek in een commentaarstuk in De Tijd. Maar de journalist waarschuwt er tegelijkertijd voor dat de honger naar biobrandstoffen in het rijke Westen echte honger creëert in arme landen, waar basisoliën te duur worden voor de bevolking.
Experts schatten dat tegen 2010 bijna 10% van het Europese landbouwareaal zal gebruikt worden voor biobrandstoffen. Voor de landbouwers is dat een zegen, aldus Van Den Broek. De prijs van tarwe was nooit zo hoog tijdens de afgelopen tien jaar, deels door de droogte in Australië, maar deels ook door de vraag naar tarwe voor bio-ethanol. Voor de suikerbietboeren hebben de biobrandstoffen een financiële ramp als gevolg van het hervormde suikerbeleid afgewend, luidt het.
Maar biobrandstoffen zorgen er ook voor dat de prijs van bijna alle plantaardige oliën in de wereld zoals zonnebloemolie, kokosnootolie, tarweolie en zelfs olijfolie fors gestegen zijn. "Dat heeft directe gevolgen voor de economie in ontwikkelingslanden. Daar zijn de basisoliën immers essentieel voor de dagelijkse voeding", schrijft Van Den Broek. "De vraag naar biobrandstoffen bij ons schept dus honger in het Zuiden. Daardoor zullen uitgerekend de mensen die amper energie verbruiken het slachtoffer worden van onze groene revolutie".
23 oktober 2006
World Health Experts Warn Air Pollution Kills Two Million a Year
6/10/2006 | Bron(nen): ENS
Air pollution in cities across the world is causing some two million premature deaths every year, the World Health Organization (WHO) said Thursday, urging nations to adopt stricter air pollution standards. The international health agency's new air quality guidelines call for nations to reduce the impact of air pollution by substantially cutting levels of particulate matter, ozone and sulfur dioxide.
"By reducing air pollution levels, we can help countries to reduce the global burden of disease from respiratory infections, heart disease, and lung cancer which they otherwise would be facing," said Maria Neira, WHO director of public health and the environment. "Moreover, action to reduce the direct impact of air pollution will also cut emissions of gases which contribute to climate change and provide other health benefits."
WHO cautioned that for some cities meeting the targets would require cutting current pollution levels more than three fold. The organization noted that many countries don't have any air pollution standards. Existing standards vary greatly, WHO said, and most fail to ensure sufficient protection of human health.
Particulate matter is the major concern, WHO said, and cutting this type of air pollution can produce the greatest health benefits.
Produced mainly by the burning of fossil fuels, particulate matter has been increasingly linked to respiratory illness and heart disease.
Air pollution in cities across the world is causing some two million premature deaths every year, the World Health Organization (WHO) said Thursday, urging nations to adopt stricter air pollution standards. The international health agency's new air quality guidelines call for nations to reduce the impact of air pollution by substantially cutting levels of particulate matter, ozone and sulfur dioxide.
"By reducing air pollution levels, we can help countries to reduce the global burden of disease from respiratory infections, heart disease, and lung cancer which they otherwise would be facing," said Maria Neira, WHO director of public health and the environment. "Moreover, action to reduce the direct impact of air pollution will also cut emissions of gases which contribute to climate change and provide other health benefits."
WHO cautioned that for some cities meeting the targets would require cutting current pollution levels more than three fold. The organization noted that many countries don't have any air pollution standards. Existing standards vary greatly, WHO said, and most fail to ensure sufficient protection of human health.
Particulate matter is the major concern, WHO said, and cutting this type of air pollution can produce the greatest health benefits.
Produced mainly by the burning of fossil fuels, particulate matter has been increasingly linked to respiratory illness and heart disease.
Boeren voorzien eigen dorp van groene stroom
13/10/2006 | weekoverzicht NatuurTotaal
Het Groningse Onstwedde kan vanaf januari volledig op groene stroom draaien. Boeren in het dorp hebben gezamenlijk een biovergistingsinstallatie laten bouwen waarmee voldoende stroom kan worden opgewekt om alle huishoudens in dat plaatjes van stroom te voorzien.
Volgens de Maatschap Natuurenergie Onstwedde (MNO), waarin de vijf deelnemende boeren zich hebben verenigd, zal de installatie een jaaropbrengst hebben van 3,3 miljoen kilowatt. De opgewekte elektriciteit gaat naar het reguliere net.
Om groene stroom op te wekken wordt een mengsel van maïs en mest in twee afgedekte silo's gepompt en verwarmd tot 38 graden Celsius. Bacteriën die de organische bestanddelen verteren, scheiden gassen uit die in een gasmotor worden omgezet in elektriciteit.
De verteerde biomassa is volgens MNO reukloos en erg geschikt voor bemesting. De restwarmte die ontstaat bij het opwekken van de elektriciteit, wordt benut om de grondstof op temperatuur te houden en naastgelegen pluimveestallen te verwarmen.
Het Groningse Onstwedde kan vanaf januari volledig op groene stroom draaien. Boeren in het dorp hebben gezamenlijk een biovergistingsinstallatie laten bouwen waarmee voldoende stroom kan worden opgewekt om alle huishoudens in dat plaatjes van stroom te voorzien.
Volgens de Maatschap Natuurenergie Onstwedde (MNO), waarin de vijf deelnemende boeren zich hebben verenigd, zal de installatie een jaaropbrengst hebben van 3,3 miljoen kilowatt. De opgewekte elektriciteit gaat naar het reguliere net.
Om groene stroom op te wekken wordt een mengsel van maïs en mest in twee afgedekte silo's gepompt en verwarmd tot 38 graden Celsius. Bacteriën die de organische bestanddelen verteren, scheiden gassen uit die in een gasmotor worden omgezet in elektriciteit.
De verteerde biomassa is volgens MNO reukloos en erg geschikt voor bemesting. De restwarmte die ontstaat bij het opwekken van de elektriciteit, wordt benut om de grondstof op temperatuur te houden en naastgelegen pluimveestallen te verwarmen.
Smak geld voor duurzame energie
22/10/2006 | Bron(nen): iNSnet
De gemeente Rotterdam pompt de komende jaren 14,8 miljoen euro in duurzame energievoorzieningen. De flinke bom duiten gaat onder meer op aan een schoon gemeentelijk wagenpark. Dat staat in het Rotterdamse Energie Programma (REP), dat wethouder Roelf de Boer (economie, haven en milieu) gisteren heeft gepresenteerd. In dat programma wordt verder onder meer geld uitgetrokken voor duurzaamheid in de haven, het gebruik van restwarmte in woningen en besparing op straatverlichting. "Energie heeft prioriteit bij dit college," verklaart De Boer.
De wethouder wil dat Rotterdam bekend staat als ’dé energiehaven van Europa’. Niet alleen omdat er geld mee valt te verdienen (energie wordt steeds schaarser), maar óók omdat inwoners van een betaalbare en betrouwbare energievoorziening afhankelijk zijn. "De Rotterdamse haven is een heel aantrekkelijke locatie voor de aanlanding en productie van duurzame energie."
Het bedrijfsleven heeft dat al lang in de gaten. Dat blijkt wel uit alle voornemens tot het bouwen van elektriciteitscentrales en LNG-terminals (opslag voor vloeibaar gas).
Het geld dat het college voor duurzame energie beschikbaar stelt wordt in de periode 2007 tot en met 2010 uitgegeven. Het schonere wagenpark is vermoedelijk de topuitgave. Het gaat bijvoorbeeld om gemeentelijke bedrijfsauto’s, stadsbussen, reinigingswagens, hoogwerkers en ambulances.
De gemeente Rotterdam pompt de komende jaren 14,8 miljoen euro in duurzame energievoorzieningen. De flinke bom duiten gaat onder meer op aan een schoon gemeentelijk wagenpark. Dat staat in het Rotterdamse Energie Programma (REP), dat wethouder Roelf de Boer (economie, haven en milieu) gisteren heeft gepresenteerd. In dat programma wordt verder onder meer geld uitgetrokken voor duurzaamheid in de haven, het gebruik van restwarmte in woningen en besparing op straatverlichting. "Energie heeft prioriteit bij dit college," verklaart De Boer.
De wethouder wil dat Rotterdam bekend staat als ’dé energiehaven van Europa’. Niet alleen omdat er geld mee valt te verdienen (energie wordt steeds schaarser), maar óók omdat inwoners van een betaalbare en betrouwbare energievoorziening afhankelijk zijn. "De Rotterdamse haven is een heel aantrekkelijke locatie voor de aanlanding en productie van duurzame energie."
Het bedrijfsleven heeft dat al lang in de gaten. Dat blijkt wel uit alle voornemens tot het bouwen van elektriciteitscentrales en LNG-terminals (opslag voor vloeibaar gas).
Het geld dat het college voor duurzame energie beschikbaar stelt wordt in de periode 2007 tot en met 2010 uitgegeven. Het schonere wagenpark is vermoedelijk de topuitgave. Het gaat bijvoorbeeld om gemeentelijke bedrijfsauto’s, stadsbussen, reinigingswagens, hoogwerkers en ambulances.
21 oktober 2006
Australië beleeft ergste droogte van voorbije eeuw
17/10/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Australië wordt geconfronteerd met de ergste droogte in meer dan 100 jaar. Daardoor dreigt de economische groei dit jaar 0,5 tot 1 procentpunt lager uit te vallen. De export van landbouwproducten daalde met 27 procent en zakt daarmee tot haar laagste peil in 8 jaar. Verwacht wordt dat de tarweproductie in 2006-2007 met de helft zal dalen tot 11,5 miljoen ton, meldt De Tijd. Intussen begint zich op het zuidelijk halfrond een El Niño te ontwikkelen. Dat weerpatroon leidt tot extra droogte in het westelijke deel van de Stille Oceaan en tot extra neerslag in het oostelijke deel.
De Australische premier, John Howard, wees er eind vorige week op dat de droogte opnieuw gevolgen zal hebben voor de economische groei. In het tweede kwartaal van dit jaar vertraagde de groei al tot 1,9 procent, de zwakste groei in drie jaar. Minister van Financiën Peter Costello stelde onlangs onomwonden dat agrarisch Australië zich in een recessie bevindt. De meeste landbouwers zullen volgens hem dit jaar zonder inkomen vallen en geconfronteerd worden met buitengewone verliezen.
Premier Howard kondigde daarom hulpmaatregelen aan ter waarde van 350 miljoen Australische dollar. Waarnemers verwachten dat in de loop van de komende maanden bijkomende maatregelen worden aangekondigd. Howard heeft de centrale bank ook opgeroepen om rekening te houden met de gevolgen van de droogte wanneer ze volgende maand een beslissing moeten nemen over een bijkomende renteverhoging. Veel landbouwers gaan al gebukt onder een zware schuldenlast. Een rentestijging zou voor velen een zware slag zijn.
Maar het is niet allemaal kommer en kwel in Australië. Het gemiddeld inkomen van Australische melkveehouders is volgens het Agrarisch Dagblad tijdens het afgelopen seizoen gestegen met 24 procent. De stijging heeft vooral te maken met de melkprijzen, die met 3,5 procent stegen. Dat maakte de lichte daling van de melkopbrengst goed. Bovendien pakten de veevoederkosten lager uit. Met minder dieren lukt het de Australische melkveehouders om steeds meer melk te produceren, vooral dankzij het geven van extra veevoeder. De betrokken boeren zijn optimistisch over hun toekomst.
Australië wordt geconfronteerd met de ergste droogte in meer dan 100 jaar. Daardoor dreigt de economische groei dit jaar 0,5 tot 1 procentpunt lager uit te vallen. De export van landbouwproducten daalde met 27 procent en zakt daarmee tot haar laagste peil in 8 jaar. Verwacht wordt dat de tarweproductie in 2006-2007 met de helft zal dalen tot 11,5 miljoen ton, meldt De Tijd. Intussen begint zich op het zuidelijk halfrond een El Niño te ontwikkelen. Dat weerpatroon leidt tot extra droogte in het westelijke deel van de Stille Oceaan en tot extra neerslag in het oostelijke deel.
De Australische premier, John Howard, wees er eind vorige week op dat de droogte opnieuw gevolgen zal hebben voor de economische groei. In het tweede kwartaal van dit jaar vertraagde de groei al tot 1,9 procent, de zwakste groei in drie jaar. Minister van Financiën Peter Costello stelde onlangs onomwonden dat agrarisch Australië zich in een recessie bevindt. De meeste landbouwers zullen volgens hem dit jaar zonder inkomen vallen en geconfronteerd worden met buitengewone verliezen.
Premier Howard kondigde daarom hulpmaatregelen aan ter waarde van 350 miljoen Australische dollar. Waarnemers verwachten dat in de loop van de komende maanden bijkomende maatregelen worden aangekondigd. Howard heeft de centrale bank ook opgeroepen om rekening te houden met de gevolgen van de droogte wanneer ze volgende maand een beslissing moeten nemen over een bijkomende renteverhoging. Veel landbouwers gaan al gebukt onder een zware schuldenlast. Een rentestijging zou voor velen een zware slag zijn.
Maar het is niet allemaal kommer en kwel in Australië. Het gemiddeld inkomen van Australische melkveehouders is volgens het Agrarisch Dagblad tijdens het afgelopen seizoen gestegen met 24 procent. De stijging heeft vooral te maken met de melkprijzen, die met 3,5 procent stegen. Dat maakte de lichte daling van de melkopbrengst goed. Bovendien pakten de veevoederkosten lager uit. Met minder dieren lukt het de Australische melkveehouders om steeds meer melk te produceren, vooral dankzij het geven van extra veevoeder. De betrokken boeren zijn optimistisch over hun toekomst.
Abonneren op:
Posts (Atom)