22-03-2006 | Bron: AFP
De ontwikkeling van hernieuwbare energie kan de komende jaren in Duitsland tot 130.000 banen scheppen. Het aantal jobs in deze sector zou daarmee op 300.000 komen, zo heeft de sociaal-democratische minister van Milieu, Sigmar Gabriel, woensdag gezegd.
Volgens Gabriel, die in Berlijn een studie over het onderwerp toelichtte, stelde de sector die windenergie, zonne-energie, biobrandstoffen en elektriciteit uit waterkracht omvat, 170.000 mensen tewerk in 2005 en kan dit cijfer tegen 2020 tot 300.000 klimmen. Vooral in weinig geïndustrialiseerde streken zou de sector werkgelegenheid creëren.
Onder impuls van de Groenen had de regering van Gerhard Schröder een beleid gevoerd dat hernieuwbare energie ondersteunt, met onder meer gulle subsidies voor groene stroom. Ongeveer tien procent van de Duitse elektriciteitsproductie kwam in 2005 uit hernieuwbare energiebronnen.
17 maart 2006
Amerikaanse verzekeraars bezorgd om klimaatverandering
17-03-2006 | bron: IPS
In de VS wordt een werkgroep opgericht die de mogelijke impact van de klimaatverandering op de verzekeringsindustrie en haar klanten moet bestuderen. Dit heeft de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) besloten, een vereniging van verzekeringscommissarissen die ieder in hun eigen staat toezicht houden op alle verzekeringsmaatschappijen.
De oprichting valt in dezelfde week dat ’s werelds grootste verzekeringsmakelaar Marsh & McLennan zijn klanten informeerde over de potentiële impact van de opwarming van de aarde op hun bedrijven. Driekwart van de klanten van Marsh staat op de Fortune 500-lijst van grootste bedrijven ter wereld.
Andrew Logan, directeur van het verzekeringsprogramma van Ceres, een nationale coalitie van milieuorganisaties, andere burgerorganisaties en investeringsfondsen met een totale portefeuille van 2.500 miljard euro:
"Zowel de verzekeringscommissarissen als Marsh hebben de bedrijven de boodschap meegegeven dat ze de klimaatverandering een stuk ernstiger zullen moeten nemen. De verzekeringswereld neemt een cruciale positie in en kan bijdragen aan de oplossing voor klimaatsverandering. Acties zoals deze dwingen bedrijfsleiders om het probleem aan te pakken."
Die gevolgen voor het verzekeringswezen beperken zich zeker niet alleen tot de grote natuurrampen, voegt Nancy Skinner van de Climate Group, een coalitie van multinationale bedrijven, overheden en activisten eraan toe.
"Ook veranderende weerpatronen zoals intensere regenval of hagelstormen zullen hun effect hebben op bedrijven en huiseigenaars. En ook andere verzekeringsvormen zijn kwetsbaar. Verzekeringen in de gezondheidssector kunnen zich blauw betalen aan ademhalingsaandoeningen die met hittegolven samenhangen, of ziektes die veroorzaakt worden door muskieten."
Commissaris Mike Kreidler van de deelstaat Washington: "In Washington viel vorig jaar extreem weinig neerslag. Als die klimaattrend zich doorzet, kan dat een impact hebben op de verzekeringsmogelijkheden en de kostprijs ervan."
Meer info:
:: The Climate Group
:: National Association of Insurance Commissioners
In de VS wordt een werkgroep opgericht die de mogelijke impact van de klimaatverandering op de verzekeringsindustrie en haar klanten moet bestuderen. Dit heeft de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) besloten, een vereniging van verzekeringscommissarissen die ieder in hun eigen staat toezicht houden op alle verzekeringsmaatschappijen.
De oprichting valt in dezelfde week dat ’s werelds grootste verzekeringsmakelaar Marsh & McLennan zijn klanten informeerde over de potentiële impact van de opwarming van de aarde op hun bedrijven. Driekwart van de klanten van Marsh staat op de Fortune 500-lijst van grootste bedrijven ter wereld.
Andrew Logan, directeur van het verzekeringsprogramma van Ceres, een nationale coalitie van milieuorganisaties, andere burgerorganisaties en investeringsfondsen met een totale portefeuille van 2.500 miljard euro:
"Zowel de verzekeringscommissarissen als Marsh hebben de bedrijven de boodschap meegegeven dat ze de klimaatverandering een stuk ernstiger zullen moeten nemen. De verzekeringswereld neemt een cruciale positie in en kan bijdragen aan de oplossing voor klimaatsverandering. Acties zoals deze dwingen bedrijfsleiders om het probleem aan te pakken."
Die gevolgen voor het verzekeringswezen beperken zich zeker niet alleen tot de grote natuurrampen, voegt Nancy Skinner van de Climate Group, een coalitie van multinationale bedrijven, overheden en activisten eraan toe.
"Ook veranderende weerpatronen zoals intensere regenval of hagelstormen zullen hun effect hebben op bedrijven en huiseigenaars. En ook andere verzekeringsvormen zijn kwetsbaar. Verzekeringen in de gezondheidssector kunnen zich blauw betalen aan ademhalingsaandoeningen die met hittegolven samenhangen, of ziektes die veroorzaakt worden door muskieten."
Commissaris Mike Kreidler van de deelstaat Washington: "In Washington viel vorig jaar extreem weinig neerslag. Als die klimaattrend zich doorzet, kan dat een impact hebben op de verzekeringsmogelijkheden en de kostprijs ervan."
Meer info:
:: The Climate Group
:: National Association of Insurance Commissioners
22 februari 2006
Volvo Truck herleidt CO2-uitstoot tot nul
Bron: BELGA
Vrachtwagenbouwer Volvo Europa Truck in Oostakker wil de eerste industriële site in België worden zonder CO2-uitstoot. Vandaag produceert de site zo'n 11.000 ton koolstofdioxide per jaar.
Door de ombouw van de verwarmingsinstallaties, energiebesparende maatregelen, de bouw van drie windturbines op de site en de aankoop van uitsluitend groene energie bij Electrabel, wil het bedrijf tegen eind 2007 de uitstoot van broeikasgassen tot nul herleiden.
Vandaag verwarmt Volvo Europa Truck met aardgas. In 2005 werd 4.020 ton CO2 uitgestoten door de verwarming van de site. De nieuwe (omgebouwde) verwarmingsinstallaties zullen gestookt worden op houtkorrels en bio-olie. Het bedrijf koopt vandaag ook energie aan bij Electrabel, wat nogmaals voor zo'n 6.900 ton uitstoot zorgt. Tegen 2007 wil Volvo de helft van haar energie onttrekken aan de drie windmolens, de andere helft komt van groene energie die het zal aankopen bij Electrabel.
Vrachtwagenbouwer Volvo Europa Truck in Oostakker wil de eerste industriële site in België worden zonder CO2-uitstoot. Vandaag produceert de site zo'n 11.000 ton koolstofdioxide per jaar.
Door de ombouw van de verwarmingsinstallaties, energiebesparende maatregelen, de bouw van drie windturbines op de site en de aankoop van uitsluitend groene energie bij Electrabel, wil het bedrijf tegen eind 2007 de uitstoot van broeikasgassen tot nul herleiden.
Vandaag verwarmt Volvo Europa Truck met aardgas. In 2005 werd 4.020 ton CO2 uitgestoten door de verwarming van de site. De nieuwe (omgebouwde) verwarmingsinstallaties zullen gestookt worden op houtkorrels en bio-olie. Het bedrijf koopt vandaag ook energie aan bij Electrabel, wat nogmaals voor zo'n 6.900 ton uitstoot zorgt. Tegen 2007 wil Volvo de helft van haar energie onttrekken aan de drie windmolens, de andere helft komt van groene energie die het zal aankopen bij Electrabel.
Hansen Transmissions werft duizendste werknemer aan
Bron: Belga
De producent van tandwielkasten Hansen Transmissions heeft zopas zijn duizendste werknemer in dienst genomen. Op minder dan vijf jaar tijd groeide het personeelsbestand in de Belgische vestigingen van de groep van 500 naar duizend medewerkers, zo laat de directie van Hansen Transmissions woensdag in een mededeling weten. Hansen Transmissions heeft in België vestigingen in Edegem en in Lommel.
De personeelsgroei van het bedrijf vertaalt zich volgens de directie ook in de omzet van het bedrijf. De groep realiseerde in het boekjaar 2004-2005 een recordomzet van 200 miljoen euro, aldus nog de directie.
In de fabriek in Edegem werken vandaag 623 mensen. In Edegem worden voornamelijk tandwielkasten voor industriële toepassingen geproduceerd. Bij de opstart van de fabriek in Lommel in 2003 werden er 377 mensen in dienst genomen. In de Lommelse vestiging worden tandwielkasten voor windturbines gemaakt.
Hansen Transmissions heeft daarnaast filialen in vrijwel alle werelddelen. Het bedrijf kreeg er recent nog een verkoopskantoor in Shanghai bij. De groep telt vandaag in totaal 1.196 medewerkers.
De producent van tandwielkasten Hansen Transmissions heeft zopas zijn duizendste werknemer in dienst genomen. Op minder dan vijf jaar tijd groeide het personeelsbestand in de Belgische vestigingen van de groep van 500 naar duizend medewerkers, zo laat de directie van Hansen Transmissions woensdag in een mededeling weten. Hansen Transmissions heeft in België vestigingen in Edegem en in Lommel.
De personeelsgroei van het bedrijf vertaalt zich volgens de directie ook in de omzet van het bedrijf. De groep realiseerde in het boekjaar 2004-2005 een recordomzet van 200 miljoen euro, aldus nog de directie.
In de fabriek in Edegem werken vandaag 623 mensen. In Edegem worden voornamelijk tandwielkasten voor industriële toepassingen geproduceerd. Bij de opstart van de fabriek in Lommel in 2003 werden er 377 mensen in dienst genomen. In de Lommelse vestiging worden tandwielkasten voor windturbines gemaakt.
Hansen Transmissions heeft daarnaast filialen in vrijwel alle werelddelen. Het bedrijf kreeg er recent nog een verkoopskantoor in Shanghai bij. De groep telt vandaag in totaal 1.196 medewerkers.
Vlaamse meerderheidspartijen blijven verdeeld over kernuitstap
Bron: BELGA
CD&V, VLD en het Vlaams Belang vinden de uitstap uit kernenergie tegen 2015, zoals beslist door de vorige paars-groene federale regering, niet haalbaar. Sp.a-spirit en Groen! blijven achter de kernuitstap staan. Dat bleek woensdag nog maar eens tijdens een debat in het Vlaams parlement over energievoorziening in Vlaanderen.
Alle fracties zijn het er over eens dat rationeel energieverbruik en hernieuwbare energie verder gestimuleerd moeten worden. Minister van Energie Kris Peeters liet dinsdag al weten dat hij tegen 2015 het aandeel van groene energie wil optrekken tot 12 procent.
Over de plaats van kerncentrales in het toekomstige energielandschap zijn de meerderheidspartijen het niet eens. Bart Martens (sp.a) meent dat er tegen 2015, wanneer de eerste centrales dichtgaan, voldoende andere energiebronnen zijn om die sluiting op te vangen.
CD&V en VLD zijn het daar niet mee eens. Carl Decaluwe (CD&V) meent dat het voor een kernuitstap te vroeg is en dat een mix van energiebronnen en -leveranciers nodig is om de energiebevoorrading te verzekeren en de prijs betaalbaar te houden. Marc Van den Abeelen (VLD) deelt die mening. "2015 is veel te kort dag", zei hij. Pieter Huybrechts (Vlaams Belang) noemde het a priori uitsluiten van kernenergie onverantwoord.
Ondanks het meningsverschil hebben de meerderheidspartijen een gezamenlijk resolutievoorstel ingediend. Daarin vragen ze de Vlaamse regering, naast maatregelen rond rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie, om er bij de federale regering op aan te dringen om de gevolgen van de kernuitstap in kaart te brengen. Dat moet dienen om eventueel maatregelen te kunnen nemen die de zekerheid, veiligheid en betaalbaarheid kunnen garanderen. Federaal energieminister Marc Verwilghen heeft trouwens een studie over de kwestie besteld.
Voor Groen! zei Eloi Glorieux dat de meningsverschillen binnen de meerderheid leiden tot een non-beleid inzake energie en noemt de meerderheidsresolutie "wollig" en zonder gebrek aan visie. Hij heeft zelf een voorstel ingediend, waarin sprake is van een inhaalbeweging rond hernieuwbare energiebronnen en de kernuitstap een noodzakelijke maatregel wordt genoemd. Hij hoopt dat sp.a-spirit zijn resolutie mee steunt.
Minister Kris Peeters zei dat hij een beleid met realistische doelstellingen wil voeren. Wel moet een volgende staatshervorming meer de energiebevoegdheden coherenter maken, aldus Peeters. Nu zijn die verdeeld over het federale en regionale niveau. De resolutie van de meerderheid vraagt om de regionalisering van de regulering en tarifering van de energiedistributie op de politieke agenda te houden.
Het Vlaams parlement stemt woensdagnamiddag over de resoluties van de meerderheid en van Groen!.
CD&V, VLD en het Vlaams Belang vinden de uitstap uit kernenergie tegen 2015, zoals beslist door de vorige paars-groene federale regering, niet haalbaar. Sp.a-spirit en Groen! blijven achter de kernuitstap staan. Dat bleek woensdag nog maar eens tijdens een debat in het Vlaams parlement over energievoorziening in Vlaanderen.
Alle fracties zijn het er over eens dat rationeel energieverbruik en hernieuwbare energie verder gestimuleerd moeten worden. Minister van Energie Kris Peeters liet dinsdag al weten dat hij tegen 2015 het aandeel van groene energie wil optrekken tot 12 procent.
Over de plaats van kerncentrales in het toekomstige energielandschap zijn de meerderheidspartijen het niet eens. Bart Martens (sp.a) meent dat er tegen 2015, wanneer de eerste centrales dichtgaan, voldoende andere energiebronnen zijn om die sluiting op te vangen.
CD&V en VLD zijn het daar niet mee eens. Carl Decaluwe (CD&V) meent dat het voor een kernuitstap te vroeg is en dat een mix van energiebronnen en -leveranciers nodig is om de energiebevoorrading te verzekeren en de prijs betaalbaar te houden. Marc Van den Abeelen (VLD) deelt die mening. "2015 is veel te kort dag", zei hij. Pieter Huybrechts (Vlaams Belang) noemde het a priori uitsluiten van kernenergie onverantwoord.
Ondanks het meningsverschil hebben de meerderheidspartijen een gezamenlijk resolutievoorstel ingediend. Daarin vragen ze de Vlaamse regering, naast maatregelen rond rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie, om er bij de federale regering op aan te dringen om de gevolgen van de kernuitstap in kaart te brengen. Dat moet dienen om eventueel maatregelen te kunnen nemen die de zekerheid, veiligheid en betaalbaarheid kunnen garanderen. Federaal energieminister Marc Verwilghen heeft trouwens een studie over de kwestie besteld.
Voor Groen! zei Eloi Glorieux dat de meningsverschillen binnen de meerderheid leiden tot een non-beleid inzake energie en noemt de meerderheidsresolutie "wollig" en zonder gebrek aan visie. Hij heeft zelf een voorstel ingediend, waarin sprake is van een inhaalbeweging rond hernieuwbare energiebronnen en de kernuitstap een noodzakelijke maatregel wordt genoemd. Hij hoopt dat sp.a-spirit zijn resolutie mee steunt.
Minister Kris Peeters zei dat hij een beleid met realistische doelstellingen wil voeren. Wel moet een volgende staatshervorming meer de energiebevoegdheden coherenter maken, aldus Peeters. Nu zijn die verdeeld over het federale en regionale niveau. De resolutie van de meerderheid vraagt om de regionalisering van de regulering en tarifering van de energiedistributie op de politieke agenda te houden.
Het Vlaams parlement stemt woensdagnamiddag over de resoluties van de meerderheid en van Groen!.
Volges Peeters zorgt Klimaatconferentie voor sterke vermindering Kyotokloof
Bron: Belga
Het verscherpt klimaatbeleid en de verwerking van de resultaten van de Vlaamse Klimaatconferentie in acht genomen, leiden tot een aanzienlijke vermindering van de Kyotokloof. Dat stelt Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters woensdag. Ze realiseren een daling tot -1,5 procent van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990.
In het kader van het Kyoto-akkoord moet Vlaanderen tegen 2012 de uitstoot van CO2 met 5,2 procent terugdringen ten opzichte van het niveau van 1990. Minister Peeters werkt aan een nieuw klimaatbeleidsplan voor de periode 2006-2012. Dat moet het traject uittekenen om de Kyoto-doelstellingen te halen.
De CD²V-bewindsman richtte vorig jaar een klimaatconferentie op. Doel was in samenspraak met het middenveld een reeks maatregelen uit te werken om in het toekomstig plan op te nemen. Woensdag kwam de conferentie voor de derde keer samen. Peeters stelde er dat het voorlopig resultaat van de klimaatconferentie, aangevuld met een aanscherping van het bestaande Vlaams klimaatbeleid, leidt tot een daling van de emissies tot -1,5 procent ten opzichte van het niveau van 1990.
De minister heeft het in een mededeling over het dichten van de Kyotokloof met ruim tachtig procent. Hij komt aan dat cijfer door een vergelijking met de toestand in 2012 zonder een specifiek beleid. Dan zou de teller in 2012 op een toename van de emissies tot +15 procent tegenover 1990 staan, luidt het.
Om de laatste kloof te dichten (3,7 procent), kijkt Peeters naar binnenlandse maatregelen. Hij ziet mogelijkheden op het vlak van sociale woningbouw, een verhoging van de doelstelling van de openbaredienstverplichting en het opvoeren van het beleid rond de productie van groene stroom. Gisteren/dinsdag maakte de minister bekend te willen komen tot twaalf procent groene stroom in 2015.
Een deel van de resterende tekorten zal echter moeten worden gedicht door de aankoop van buitenlandse emissierechten. Volgens Peeters bestaat daarvoor binnen de Vlaamse Klimaatconferentie een breed draagvlak. "Ik laat nu bekijken hoe dit verder kan ingevuld worden", luidt het.
Het verscherpt klimaatbeleid en de verwerking van de resultaten van de Vlaamse Klimaatconferentie in acht genomen, leiden tot een aanzienlijke vermindering van de Kyotokloof. Dat stelt Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters woensdag. Ze realiseren een daling tot -1,5 procent van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990.
In het kader van het Kyoto-akkoord moet Vlaanderen tegen 2012 de uitstoot van CO2 met 5,2 procent terugdringen ten opzichte van het niveau van 1990. Minister Peeters werkt aan een nieuw klimaatbeleidsplan voor de periode 2006-2012. Dat moet het traject uittekenen om de Kyoto-doelstellingen te halen.
De CD²V-bewindsman richtte vorig jaar een klimaatconferentie op. Doel was in samenspraak met het middenveld een reeks maatregelen uit te werken om in het toekomstig plan op te nemen. Woensdag kwam de conferentie voor de derde keer samen. Peeters stelde er dat het voorlopig resultaat van de klimaatconferentie, aangevuld met een aanscherping van het bestaande Vlaams klimaatbeleid, leidt tot een daling van de emissies tot -1,5 procent ten opzichte van het niveau van 1990.
De minister heeft het in een mededeling over het dichten van de Kyotokloof met ruim tachtig procent. Hij komt aan dat cijfer door een vergelijking met de toestand in 2012 zonder een specifiek beleid. Dan zou de teller in 2012 op een toename van de emissies tot +15 procent tegenover 1990 staan, luidt het.
Om de laatste kloof te dichten (3,7 procent), kijkt Peeters naar binnenlandse maatregelen. Hij ziet mogelijkheden op het vlak van sociale woningbouw, een verhoging van de doelstelling van de openbaredienstverplichting en het opvoeren van het beleid rond de productie van groene stroom. Gisteren/dinsdag maakte de minister bekend te willen komen tot twaalf procent groene stroom in 2015.
Een deel van de resterende tekorten zal echter moeten worden gedicht door de aankoop van buitenlandse emissierechten. Volgens Peeters bestaat daarvoor binnen de Vlaamse Klimaatconferentie een breed draagvlak. "Ik laat nu bekijken hoe dit verder kan ingevuld worden", luidt het.
MIP moet innovatie stimuleren voor milieu en energie
De Vlaamse ministers Fientje Moerman (Wetenschap en Innovatie) en Kris Peeters (Leefmilieu en Energie) hebben maandag in het Vlaams Parlement het startschot gegeven van het Milieu- en energietechnologie Innovatieplatform (MIP). De Vlaamse Regering heeft hiervoor 7 miljoen euro voorzien voor 2006-2009.
Ondanks het feit dat Vlaanderen een toonaangevende rol speelt in diverse domeinen van milieu- en energietechnologie, scoort Vlaanderen op het vlak van valorisatie niet optimaal. De Vlaamse Regering wil daar verandering in brengen en met de oprichting van het MIP het aanwezige potentieel ten volle inzetten en verder ontwikkelen. Milieu en energietechnologie zullen immers in de toekomst een belangrijke motor zijn voor de economische ontwikkeling in Europa, maar ook wereldwijd.
Het MIP is gebaseerd op samenwerking tussen de beleidsdomeinen Innovatie, Leefmilieu en Energie. Netwerking dient de valorisatie van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe kennis en technologie in de milieu- en energiesector in Vlaanderen te ondersteunen en te versterken. Om dit te realiseren brengt de Vlaamse overheid alle relevante spelers uit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, onderwijs en de overheidsorganisaties samen in het MIP. In dit platform zoekt men naar de ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. Het MIP is een eerste concrete uitwerking van het Vlaams innovatiebeleidsplan dat eind 2005 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd.
Het doel van het MIP is bij te dragen tot een gecoördineerd en coherent milieu-, energie- en innovatiebeleid. Een Vlaams Actieplan Milieu en Innovatie wordt verwacht in de tweede helft van 2006 en zal de strategische doelstellingen voor milieu-innovatie vastleggen en prioritaire beleidsthema’s en marktsegmenten bepalen die fungeren als speerpunten voor het milieu-innovatiebeleid.
Het MIP wordt aangestuurd en begeleid vanuit een stuurgroep, die wordt ondersteund door een klankbordgroep, waarin alle maatschappelijke actoren betrokken zijn. De sturing van de beleidsgerichte aanpak, met name de ondersteuning van ‘vraaggerichte innovatie-instrumenten’, gebeurt vooral vanuit ambtelijke werkgroepen. De praktische invulling van valorisatie- en onderzoeksprojecten wordt ondersteund vanuit de competentiepool MIP. De implementatie tenslotte wordt begeleid door thematische gebruikersgroepen. Momenteel zijn er 9 thematische gebruikersgroepen gedefinieerd (bodemsanering, bagger- en ruimingsspecie, Water: kringloopsluiting, afvalwaterverwerking en waterwinning, afvalverwerking: hergebruik en recyclage, meet- en monitoringtechnieken, energiezuinige technieken, hernieuwbare energie – biobrandstoffen, industriële biotechnologie en brendstofcellen en waterstofproductie. Belangrijkste doelstelling is de noden van de betrokken economische actoren te detecteren en te vertalen naar de onderzoekswereld voor de ontwikkeling van nieuwe technieken, alsook de valorisatie bevorderen en technologieën versneld overdragen door netwerking. Indien u interesse hebt om deel te nemen aan 1 van deze groepen kan u het laten weten via info@mipvlaanderen.be.
Doelstellingen MIP
Op korte termijn ligt de focus van het MIP op het verbeteren van de eco-efficiëntie van bestaande processen en producten en het gebruik ervan. 5 valorisatieprojecten werden reeds goedgekeurd op 2 februari van dit jaar. Het gaat om 3 bodemsaneringsprojecten: sanering van diffuus verontreinigde bodems, gekoppeld aan de productie van biobrandstoffen (Cadmiumvervuiling op landbouwgronden: energiegewassen zorgen voor een nieuwe bestemming van de landbouwgronden zonder dat zware metalen in de voedselketen komen, en de gewassen nemen de Cadmium op, zodat er tegelijkertijd ook een soort van sanering gebeurt), beheersing van grondwatervervuiling via een multibarrière en in situ sanering van VOCL-verontreinigingskernen door injectie van nano-ijzer. Daarnaast werden ook volgende projecten gekozen: combinatie van ultracapaciteiten met batterijen voor stationaire en niet-stationaire toepassingen en effectgerichte meet- en monitoringstechnieken voor afval.
Op middellange termijn zal het onderzoek zich richten op fundamentele verbeteringen en ontwikkeling van milieuvriendelijke technieken.
Op lange termijn dienen zowel de technologie als de maatschappelijke structuren en culturen fundamenteel gewijzigd en aangepast te worden aan de noden van de toekomstige generaties met respect voor het milieu. Vanaf dan spreken we van transities, waarbij innovatie het middel is om dat doel te bereiken.
Vraaggerichte innovatie-instrumenten
In het algemeen is het succes van innovatie niet alleen het gevolg van nieuwe technologieontwikkelingen, maar meer nog van factoren die de markt- en vraagzijde bepalen.
Volgens minister Peeters wordt het milieu vandaag nog te vaak gezien als probleem, terwijl het ook als motor voor innovatie kan fungeren.
Peeters onderzoekt binnen de huidige regelgeving of er hinderpalen voor innovatie zijn. Die moeten verwijderd worden en er moet gezocht worden naar positieve stimuli om innovatie meer kansen te geven? In het najaar zullen al een heel aantal voorstellen gedaan worden op het Innovatiecongres. Milieuregels zullen in de toekomst gehanteerd worden als hefboom voor innovatie. Zo kunnen te behalen milieunormen, die een grote uitdaging vormen voor ondernemingen, ook een positieve meerwaarde hebben op de economische prestaties van deze ondernemingen zelf en van andere, milieutechnologische bedrijven.
Daarnaast zijn verschillende beleidsdomeinen verantwoordelijk voor belangrijke aanbestedingen. Die kunnen verlopen volgens bestekken met reeds bekende technologische paden of kunnen eventueel kansen geven aan nieuwe oplossingen.
De ministers Moerman en Peeters willen daarom het Innovatief Aanbesteden op punt stellen. Bij innovatief aanbesteden van overheidsopdrachten, wordt ruimte gemaakt voor offertes die wel de te bereiken milieuresultaten vooropstellen, maar met technologische oplossingen die nog gedeeltelijk moeten ontwikkeld worden.
Link: www.mipvlaanderen.be
Ondanks het feit dat Vlaanderen een toonaangevende rol speelt in diverse domeinen van milieu- en energietechnologie, scoort Vlaanderen op het vlak van valorisatie niet optimaal. De Vlaamse Regering wil daar verandering in brengen en met de oprichting van het MIP het aanwezige potentieel ten volle inzetten en verder ontwikkelen. Milieu en energietechnologie zullen immers in de toekomst een belangrijke motor zijn voor de economische ontwikkeling in Europa, maar ook wereldwijd.
Het MIP is gebaseerd op samenwerking tussen de beleidsdomeinen Innovatie, Leefmilieu en Energie. Netwerking dient de valorisatie van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe kennis en technologie in de milieu- en energiesector in Vlaanderen te ondersteunen en te versterken. Om dit te realiseren brengt de Vlaamse overheid alle relevante spelers uit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, onderwijs en de overheidsorganisaties samen in het MIP. In dit platform zoekt men naar de ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. Het MIP is een eerste concrete uitwerking van het Vlaams innovatiebeleidsplan dat eind 2005 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd.
Het doel van het MIP is bij te dragen tot een gecoördineerd en coherent milieu-, energie- en innovatiebeleid. Een Vlaams Actieplan Milieu en Innovatie wordt verwacht in de tweede helft van 2006 en zal de strategische doelstellingen voor milieu-innovatie vastleggen en prioritaire beleidsthema’s en marktsegmenten bepalen die fungeren als speerpunten voor het milieu-innovatiebeleid.
Het MIP wordt aangestuurd en begeleid vanuit een stuurgroep, die wordt ondersteund door een klankbordgroep, waarin alle maatschappelijke actoren betrokken zijn. De sturing van de beleidsgerichte aanpak, met name de ondersteuning van ‘vraaggerichte innovatie-instrumenten’, gebeurt vooral vanuit ambtelijke werkgroepen. De praktische invulling van valorisatie- en onderzoeksprojecten wordt ondersteund vanuit de competentiepool MIP. De implementatie tenslotte wordt begeleid door thematische gebruikersgroepen. Momenteel zijn er 9 thematische gebruikersgroepen gedefinieerd (bodemsanering, bagger- en ruimingsspecie, Water: kringloopsluiting, afvalwaterverwerking en waterwinning, afvalverwerking: hergebruik en recyclage, meet- en monitoringtechnieken, energiezuinige technieken, hernieuwbare energie – biobrandstoffen, industriële biotechnologie en brendstofcellen en waterstofproductie. Belangrijkste doelstelling is de noden van de betrokken economische actoren te detecteren en te vertalen naar de onderzoekswereld voor de ontwikkeling van nieuwe technieken, alsook de valorisatie bevorderen en technologieën versneld overdragen door netwerking. Indien u interesse hebt om deel te nemen aan 1 van deze groepen kan u het laten weten via info@mipvlaanderen.be.
Doelstellingen MIP
Op korte termijn ligt de focus van het MIP op het verbeteren van de eco-efficiëntie van bestaande processen en producten en het gebruik ervan. 5 valorisatieprojecten werden reeds goedgekeurd op 2 februari van dit jaar. Het gaat om 3 bodemsaneringsprojecten: sanering van diffuus verontreinigde bodems, gekoppeld aan de productie van biobrandstoffen (Cadmiumvervuiling op landbouwgronden: energiegewassen zorgen voor een nieuwe bestemming van de landbouwgronden zonder dat zware metalen in de voedselketen komen, en de gewassen nemen de Cadmium op, zodat er tegelijkertijd ook een soort van sanering gebeurt), beheersing van grondwatervervuiling via een multibarrière en in situ sanering van VOCL-verontreinigingskernen door injectie van nano-ijzer. Daarnaast werden ook volgende projecten gekozen: combinatie van ultracapaciteiten met batterijen voor stationaire en niet-stationaire toepassingen en effectgerichte meet- en monitoringstechnieken voor afval.
Op middellange termijn zal het onderzoek zich richten op fundamentele verbeteringen en ontwikkeling van milieuvriendelijke technieken.
Op lange termijn dienen zowel de technologie als de maatschappelijke structuren en culturen fundamenteel gewijzigd en aangepast te worden aan de noden van de toekomstige generaties met respect voor het milieu. Vanaf dan spreken we van transities, waarbij innovatie het middel is om dat doel te bereiken.
Vraaggerichte innovatie-instrumenten
In het algemeen is het succes van innovatie niet alleen het gevolg van nieuwe technologieontwikkelingen, maar meer nog van factoren die de markt- en vraagzijde bepalen.
Volgens minister Peeters wordt het milieu vandaag nog te vaak gezien als probleem, terwijl het ook als motor voor innovatie kan fungeren.
Peeters onderzoekt binnen de huidige regelgeving of er hinderpalen voor innovatie zijn. Die moeten verwijderd worden en er moet gezocht worden naar positieve stimuli om innovatie meer kansen te geven? In het najaar zullen al een heel aantal voorstellen gedaan worden op het Innovatiecongres. Milieuregels zullen in de toekomst gehanteerd worden als hefboom voor innovatie. Zo kunnen te behalen milieunormen, die een grote uitdaging vormen voor ondernemingen, ook een positieve meerwaarde hebben op de economische prestaties van deze ondernemingen zelf en van andere, milieutechnologische bedrijven.
Daarnaast zijn verschillende beleidsdomeinen verantwoordelijk voor belangrijke aanbestedingen. Die kunnen verlopen volgens bestekken met reeds bekende technologische paden of kunnen eventueel kansen geven aan nieuwe oplossingen.
De ministers Moerman en Peeters willen daarom het Innovatief Aanbesteden op punt stellen. Bij innovatief aanbesteden van overheidsopdrachten, wordt ruimte gemaakt voor offertes die wel de te bereiken milieuresultaten vooropstellen, maar met technologische oplossingen die nog gedeeltelijk moeten ontwikkeld worden.
Link: www.mipvlaanderen.be
21 februari 2006
Kyoto: gelobby van industrie tegen emissiequota voor periode 2008-2012 bereikt hoogtepunt
Bron: Alter Business News
De Europese Commissie (EC) publiceerde op 9 januari jongstleden de richtsnoeren voor de toewijzing van nationale CO2-emissiequota voor de periode 2008-2012. De Lid-Staten hebben nu 6 maanden de tijd om hun nationale toewijzingsplannen uit te werken. Grote ondernemingen zijn bevreesd voor deze veel striktere emissiequota en beginnen reeds koortsachtig te lobbyen bij hun respectieve regeringen.
De EC heeft lessen getrokken uit de eerste toewijzingsperiode van 2005-2007 om de nieuwe richtsnoeren vast te leggen. De verschillende Lid-Staten werd toen te veel vrijheid gelaten bij het vastleggen van de emissiequota. Op basis van de voorziene productietoename die de industrie zelf leverde werden te lage quota bepaald. Omwille van de geringe doeltreffendheid op milieuvlak heeft de EC het systeem opnieuw op de agenda geplaatst.
De EC eist meer transparantie in de informatie die de Lid-Staten doorgeven: emissievooruitzichten, hypotheses rond brandstofprijzen en de verwachte CO2-emissiereducties. De Commissie biedt ook een coherente methode aan voor de bepaling van emissieplafonds. Volgens specialisten op het vlak van emissiequota gaat het om erg gedetailleerde richtsnoeren die voor meer transparantie zullen zorgen. Dat verklaart deels de reactie van de grote energieconsumerende industrieën in Europa. In de Financial Times van 10 januari jongstleden stond te lezen dat die grote ondernemingen hun respectieve regeringen onder druk zetten om geen al te verregaande verbintenissen aan te gaan inzake CO2-emissie. Onze eigen bronnen bevestigen dit.
De nationale toewijzingsplannen dienen ten laatste ingediend te zijn op 30 juni 2006. Op die dag moet de EC aan de Raad en het Parlement haar evaluatierapport over het gehele systeem voorleggen samen met concrete verbeteringsvoorstellen. Het gaat onder meer over de uitbreiding van het systeem naar andere sectoren (luchtvaart en transport over zee) en over andere broeikasgassen.
We wijzen er nog op dat de markt van emissiequota betrekking heeft op 11.500 installaties verspreid over 25 Lid-Staten, goed voor 45% van de totale CO2-emissie in de EU en 30% op wereldniveau.
De Europese Commissie (EC) publiceerde op 9 januari jongstleden de richtsnoeren voor de toewijzing van nationale CO2-emissiequota voor de periode 2008-2012. De Lid-Staten hebben nu 6 maanden de tijd om hun nationale toewijzingsplannen uit te werken. Grote ondernemingen zijn bevreesd voor deze veel striktere emissiequota en beginnen reeds koortsachtig te lobbyen bij hun respectieve regeringen.
De EC heeft lessen getrokken uit de eerste toewijzingsperiode van 2005-2007 om de nieuwe richtsnoeren vast te leggen. De verschillende Lid-Staten werd toen te veel vrijheid gelaten bij het vastleggen van de emissiequota. Op basis van de voorziene productietoename die de industrie zelf leverde werden te lage quota bepaald. Omwille van de geringe doeltreffendheid op milieuvlak heeft de EC het systeem opnieuw op de agenda geplaatst.
De EC eist meer transparantie in de informatie die de Lid-Staten doorgeven: emissievooruitzichten, hypotheses rond brandstofprijzen en de verwachte CO2-emissiereducties. De Commissie biedt ook een coherente methode aan voor de bepaling van emissieplafonds. Volgens specialisten op het vlak van emissiequota gaat het om erg gedetailleerde richtsnoeren die voor meer transparantie zullen zorgen. Dat verklaart deels de reactie van de grote energieconsumerende industrieën in Europa. In de Financial Times van 10 januari jongstleden stond te lezen dat die grote ondernemingen hun respectieve regeringen onder druk zetten om geen al te verregaande verbintenissen aan te gaan inzake CO2-emissie. Onze eigen bronnen bevestigen dit.
De nationale toewijzingsplannen dienen ten laatste ingediend te zijn op 30 juni 2006. Op die dag moet de EC aan de Raad en het Parlement haar evaluatierapport over het gehele systeem voorleggen samen met concrete verbeteringsvoorstellen. Het gaat onder meer over de uitbreiding van het systeem naar andere sectoren (luchtvaart en transport over zee) en over andere broeikasgassen.
We wijzen er nog op dat de markt van emissiequota betrekking heeft op 11.500 installaties verspreid over 25 Lid-Staten, goed voor 45% van de totale CO2-emissie in de EU en 30% op wereldniveau.
29 januari 2006
Methaan uit bomen geen bijdrage aan broeikaseffect
29-01-2006 | Bron(nen): Max Planck Instituut, Nature
Uit recent gepubliceerd onderzoek van het Max Planck Instituut voor Kernfysica in het vakblad Nature, blijkt dat bladeren van planten en bomen het broeikasgas methaan produceren. Uit nadere analyse blijkt echter dat het aanplanten van bos per saldo niet bijdraagt aan het broeikaseffect. Het huidige Kyoto-protocol zal niet direct worden gewijzigd.
Methaanemissies door planten maken deel uit van het natuurlijke broeikaseffect. Ontbossing, landbouw en de industriële revolutie hebben sinds de 19e eeuw gezorgd voor een andere samenstelling en concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. Het Max Planck Instituut schat dat de natuurlijke uitstoot van methaangas grofweg varieert van 62 tot 236 megaton per jaar.
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) deed ook onderzoek naar het fenomeen. Hieruit blijkt dat de uitstoot van methaan door planten ongeveer eenderde is van de opname van het broeikasgas CO2 door de jaarlijkse aangroei van stam, takken en wortels. Met andere woorden: planten nemen meer CO2 op, dan dat ze methaan produceren.
Bij het berekenen van de netto-effectiviteit van koolstofvastlegging door bosaangroei moet volgens het IPCC rekening gehouden worden met het vegetatietype (dit kan enkele tientallen procenten schelen), ecologische omstandigheden, en een correctie van de methaanemissie voor de eerder aanwezige vegetatie. Wanneer volgens deze methode wordt gerekend, is de effectiviteit van aanplanting slechts 10% lager dan werd gedacht. Schattingen over emissies blijven echter ruw en voorspellingen zijn nog niet betrouwbaar. Volgens het IPCC zou vervolgonderzoek meer zekerheid kunnen geven. Het is wel zeker dat voor het reduceren van de CO2-uitstoot meer gedaan moet worden dan alleen het aanplanten van bos. Opties die het IPCC geeft zijn energieopwekking met een lagere CO2-uitstoot en energiebesparing.
Uit recent gepubliceerd onderzoek van het Max Planck Instituut voor Kernfysica in het vakblad Nature, blijkt dat bladeren van planten en bomen het broeikasgas methaan produceren. Uit nadere analyse blijkt echter dat het aanplanten van bos per saldo niet bijdraagt aan het broeikaseffect. Het huidige Kyoto-protocol zal niet direct worden gewijzigd.
Methaanemissies door planten maken deel uit van het natuurlijke broeikaseffect. Ontbossing, landbouw en de industriële revolutie hebben sinds de 19e eeuw gezorgd voor een andere samenstelling en concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer. Het Max Planck Instituut schat dat de natuurlijke uitstoot van methaangas grofweg varieert van 62 tot 236 megaton per jaar.
Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) deed ook onderzoek naar het fenomeen. Hieruit blijkt dat de uitstoot van methaan door planten ongeveer eenderde is van de opname van het broeikasgas CO2 door de jaarlijkse aangroei van stam, takken en wortels. Met andere woorden: planten nemen meer CO2 op, dan dat ze methaan produceren.
Bij het berekenen van de netto-effectiviteit van koolstofvastlegging door bosaangroei moet volgens het IPCC rekening gehouden worden met het vegetatietype (dit kan enkele tientallen procenten schelen), ecologische omstandigheden, en een correctie van de methaanemissie voor de eerder aanwezige vegetatie. Wanneer volgens deze methode wordt gerekend, is de effectiviteit van aanplanting slechts 10% lager dan werd gedacht. Schattingen over emissies blijven echter ruw en voorspellingen zijn nog niet betrouwbaar. Volgens het IPCC zou vervolgonderzoek meer zekerheid kunnen geven. Het is wel zeker dat voor het reduceren van de CO2-uitstoot meer gedaan moet worden dan alleen het aanplanten van bos. Opties die het IPCC geeft zijn energieopwekking met een lagere CO2-uitstoot en energiebesparing.
25 januari 2006
Slechts 11% Belgen gelooft in kernenergie als oplossing energie-afhankelijkheid
25-01-2006 | bronnen: Eurobarometer
Burgers van de Europese Unie vinden het geen goed idee om méér kernenergie te gaan produceren in antwoord op de hoge olieprijzen en de onzekerheid over de aanvoer van Russisch gas. Dat blijkt uit een Eurobarometer, een peiling die in oktober en november in de 25 lidstaten plus Roemenië en Bulgarije is gehouden, en waarvan het resultaat dinsdag bekend werd gemaakt.
Slechts 12% van de ondervraagden zien kernenergie als de beste oplossing om Europa minder afhankelijk te maken van de huidige energiebronnen. Van de Belgen kiest slechts 11% voor kernenergie als oplossing.
De verdere ontwikkeling van zonne-energie is met 48% de meest populaire oplossing. Ook andere vormen van duurzame energie (zoals zonne- en windenergie) hebben bij de Europese burger de voorkeur boven de door sommige EU-landen bepleite uitbreiding van het aantal kerncentrales, die van alle alternatieven op de laatste plaats eindigde.
:: Lees de volledige studie: Attitudes towards Energy (pdf, 73 blz, Engels)
:: Meer over de Eurobarometer (Engels)
Burgers van de Europese Unie vinden het geen goed idee om méér kernenergie te gaan produceren in antwoord op de hoge olieprijzen en de onzekerheid over de aanvoer van Russisch gas. Dat blijkt uit een Eurobarometer, een peiling die in oktober en november in de 25 lidstaten plus Roemenië en Bulgarije is gehouden, en waarvan het resultaat dinsdag bekend werd gemaakt.
Slechts 12% van de ondervraagden zien kernenergie als de beste oplossing om Europa minder afhankelijk te maken van de huidige energiebronnen. Van de Belgen kiest slechts 11% voor kernenergie als oplossing.
De verdere ontwikkeling van zonne-energie is met 48% de meest populaire oplossing. Ook andere vormen van duurzame energie (zoals zonne- en windenergie) hebben bij de Europese burger de voorkeur boven de door sommige EU-landen bepleite uitbreiding van het aantal kerncentrales, die van alle alternatieven op de laatste plaats eindigde.
:: Lees de volledige studie: Attitudes towards Energy (pdf, 73 blz, Engels)
:: Meer over de Eurobarometer (Engels)
22 januari 2006
Zweden en Groot-Brittannie koplopers in Europa voor verwezenlijking van Kyotodoelstellingen
22-01-2006 | bronnen: Institute for Public Policy Research
Het Institute for Public Policy Research (IPPR) heeft de huidige beleidsmaatregelen van de landen die het kyotoprotocol hebben ondertekend, bestudeerd alsmede hun actieplannen teneinde de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het Instituut heeft de vermoedelijke uistoot van elk land tegen het jaar 2010 berekend en vergeleken met de doelstellingen van het protocol.
Volgens deze studie zijn alleen het Verenigd Koninkrijk en Zweden in staat om, aan het huidige voortgangstempo, hun doelstellingen voor de vermindering van de emissie van broeikasgassen te verwezenlijken. De andere leden van de EU die indertijd het protocol onderschreven, lopen het gevaar hun doelstellingen niet te halen tenzij ze hun energiebeleid snel en aanzienlijk wijzigen. De landen die het meest achterop hinken zijn Italië en Spanje.
:: Lees het persbericht op de site van IPPR (Engels)
:: Lees het artikel op DuurzameInfo.be
Het Institute for Public Policy Research (IPPR) heeft de huidige beleidsmaatregelen van de landen die het kyotoprotocol hebben ondertekend, bestudeerd alsmede hun actieplannen teneinde de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Het Instituut heeft de vermoedelijke uistoot van elk land tegen het jaar 2010 berekend en vergeleken met de doelstellingen van het protocol.
Volgens deze studie zijn alleen het Verenigd Koninkrijk en Zweden in staat om, aan het huidige voortgangstempo, hun doelstellingen voor de vermindering van de emissie van broeikasgassen te verwezenlijken. De andere leden van de EU die indertijd het protocol onderschreven, lopen het gevaar hun doelstellingen niet te halen tenzij ze hun energiebeleid snel en aanzienlijk wijzigen. De landen die het meest achterop hinken zijn Italië en Spanje.
:: Lees het persbericht op de site van IPPR (Engels)
:: Lees het artikel op DuurzameInfo.be
11 januari 2006
Klimaatverandering doodt kikkers
11-01-2006 | bron(nen): Nature
Kikkers in de oerwouden van Midden- en Zuid-Amerika leggen massaal het loodje als gevolg van de opwarming van de aarde. Sommige soorten dreigen voorgoed te verdwijnen of ze zijn al verdwenen. Dat stellen wetenschappers in de jongste editie van het wetenschappelijke blad Nature.
De amfibieën zijn volgens de vorsers in gevaar omdat door de temperatuursstijging een bepaalde gevaarlijke schimmel in opmars is. Als kikkers daarmee in aanraking komen gaan ze dood. "Dit is de eerste keer dat er duidelijk bewijs is dat er op grote schaal uitroeiing plaatsvindt als gevolg van de opwarming van de aarde", aldus van de onderzoekers.
Volgens The Washington Post delen niet alle experts deze lezing. Sommige biologen en klimaatdeskundigen vinden dat de studie te weinig harde bewijzen levert en bijvoorbeeld niet kijkt naar andere oorzaken waardoor de schimmel in opmars kan zijn. Ze wijzen er ook op dat de betrokken schimmel doorgaans juist beter gedijt in iets koelere omstandigen.
:: Lees het artikel op de website van Nature
Kikkers in de oerwouden van Midden- en Zuid-Amerika leggen massaal het loodje als gevolg van de opwarming van de aarde. Sommige soorten dreigen voorgoed te verdwijnen of ze zijn al verdwenen. Dat stellen wetenschappers in de jongste editie van het wetenschappelijke blad Nature.
De amfibieën zijn volgens de vorsers in gevaar omdat door de temperatuursstijging een bepaalde gevaarlijke schimmel in opmars is. Als kikkers daarmee in aanraking komen gaan ze dood. "Dit is de eerste keer dat er duidelijk bewijs is dat er op grote schaal uitroeiing plaatsvindt als gevolg van de opwarming van de aarde", aldus van de onderzoekers.
Volgens The Washington Post delen niet alle experts deze lezing. Sommige biologen en klimaatdeskundigen vinden dat de studie te weinig harde bewijzen levert en bijvoorbeeld niet kijkt naar andere oorzaken waardoor de schimmel in opmars kan zijn. Ze wijzen er ook op dat de betrokken schimmel doorgaans juist beter gedijt in iets koelere omstandigen.
:: Lees het artikel op de website van Nature
Abonneren op:
Posts (Atom)