11 december 2007

Vlaamse steden krijgen uitstel voor EU-normen luchtkwaliteit

11/12/2007 | Bron(nen): Belga

Vlaamse steden en gemeenten kunnen tot circa eind 2011, begin 2012 uitstel krijgen om de Europese normen over de concentratie grove stofdeeltjes in de lucht (PM10) te bereiken. Dat heeft het Europees Parlement dinsdag in Straatsburg beslist. De steden moeten wel aantonen dat ze alles in het werk stellen om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Met deze uitzondering tonen de Europarlementsleden begrip voor de specifieke moeilijkheden die sterk verstedelijkte en centraal gelegen regio's ondervinden om de normen te halen. Ze kampen niet alleen met een sterke concentratie aan verkeer en industrie, maar hebben vaak ook te maken met vervuiling uit nabijgelegen landen. Nagenoeg elke lidstaat heeft volgens de Europese Commissie een regio die de sinds 2005 geldende normen niet haalt.

De normen blijven niettemin behouden. De Europese Commissie zal echter in de eerste drie jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe richtlijn -vermoedelijk eind volgend jaar of begin 2009- geen actie ondernemen tegen de lidstaten van de betrokken regio's, op voorwaarde dat die regio's alle relevante Europese wetten netjes toepassen en ook andere noodzakelijke maatregelen nemen.

Voor België en zijn gewesten is deze Europese flexibiliteit van groot belang. Volgens Europarlementslid Frieda Brepoels (N-VA) wordt met dit voorstel vermeden dat "één lidstaat of regio disproportioneel strenge normen krijgt opgelegd en concurrentienadelen ondervindt". De milieuorganisatie EEB reageert echter ontstemd. Ze wijst erop dat het EP nog langere overgangsperiodes heeft verdedigd. "Maar zelfs met een uitstel van drie jaar bestaat het risico op een blanco cheque voor vervuilers", vreest de organisatie.

Het uitstel maakt deel uit van een compromis dat het Europees Parlement en de lidstaten eind vorige maand bereikten. Het compromis legt de grens voor de concentratie PM10 op 40 microgram per kubieke meter. De concentratie mag 35 keer per jaar stijgen tot 50 microgram per kubieke meter. Het EP had zich eerder uitgesproken voor strengere normen, maar die overleefden de onderhandelingen met de lidstaten niet.

Wel bedong het EP dat er voor het eerst bindende Europese normen komen voor fijne stofdeeltjes (PM2,5). Vanaf 2015 mag de concentratie PM2,5 niet meer dan 25 microgram per kubieke meter bedragen. Het EEB stelt echter dat de lidstaten deze norm heel makkelijk kunnen halen en dat deze doelstelling niet tot een vermindering van de vervuiling zal leiden. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO raadt immers een norm van 10 microgram per kubieke meter aan. Ook het EP had oorspronkelijk een meer ambitieuze doelstelling voor ogen (20 microgram).

Het zijn vooral deze fijne stofdeeltjes die de gezondheidssector dezer dagen zorgen baren. Ze bevatten immers vervuilende stoffen, zoals zware metalen en dioxines, en dringen diep door in de longen en de bloedbanen. Dit leidt niet enkel tot honderdduizenden vroegtijdige overlijdens per jaar, maar ook tot een verhoogde kans op astma en bronchitis.

Milieudefensie verwerpt plan duurzame biobrandstof

10/12/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht


De Europese Unie is niet van plan om het gebruik van biobrandstoffen duurzamer te maken. De voorliggende plannen hebben negatieve gevolgen voor het milieu en kunnen ook tot problemen leiden bij de lokale bevolking in productielanden. Dat stelt de Nederlandse vereniging Milieudefensie die een voorstel van de EU-Commissie over het gebruik van hernieuwbare energie op haar website heeft gepubliceerd.

Milieudefensie merkt op dat in het voorstel geen eisen gesteld worden ten aanzien van het behoud van de bodem-, water- en grondkwaliteit in productielanden. Ook conflicten over landrechten van de lokale bevolking worden met de plannen niet voorkomen. "Europa heeft een bijmengplicht voor biobrandstof ingesteld van 10 procent op voorwaarde dat deze duurzaam geproduceerd zou kunnen worden. Dat is met dit voorstel duidelijk niet het geval. Als de Commissie niet met betere voorstellen komt, moeten de lidstaten geen gehoor geven aan de bijmengplicht", aldus campagneleidster Anne van Schaik.

Meer informatie: Proposal for a directive on the promotion of the use of renewable energy sources (pdf)

Oxfam wil meer klimaatsteun voor ontwikkelingslanden

05/12/2007 | Bron(nen): Belga, Vilt-nieuwsoverzicht

Om de ontwikkelingslanden voor de ergste gevolgen van de klimaatsverandering te behoeden, is volgens een onderzoek van Oxfam jaarlijks minstens 50 miljard dollar nodig. Eén tot twee miljard dollar zijn nodig voor alleen maar de dringendste behoeften van de armste landen, zei de auteur van de studie, Charlotte Sterrett, op de wereldklimaatconferentie in Nusa Dua op Bali.

Ze hekelde de karige financiering van de aanpassingsmaatregelen voor de slachtoffers van de klimaatsverandering, die overwegend in ontwikkelingslanden leven. Voor het in 2002 onder de klimaatconventie zelf opgerichte 'Fonds voor de armste landen' is nog maar 163 miljoen dollar toegezegd, en tot op heden slechts 67 miljoen dollar daadwerkelijk gestort. "Dat is minder dan wat de Amerikanen jaarlijks uitgeven aan zonnebrandcrème", zei Sterrett.

De armsten in de ontwikkelingslanden betaalden tot hiertoe al een hoge prijs voor de klimaatverandering, aldus Oxfam. In regio's als Niger zijn oogsten en drinkwatervoorraden teruggelopen. Op de eilandengroep Tuvalu in de Stille Oceaan stuwen hevige winden het zeewater steeds hoger en overstromen huizen. In Bolivia worden vele hectare landbouwoppervlakten door steeds grotere bosbranden vernietigd. Het tot nu toe beschikbaar gestelde geld is een belediging voor de getroffenen, zei Sterrett.

"De mensen die het minst met de klimaatverandering te maken hebben, worden het hardst getroffen". Een van de onderwerpen op de wereldklimaatconferentie is de beschikbaarstelling van een nieuw fonds voor de financiering van aanpassingsmaatregelen.

Verzurende emissie nagenoeg gehalveerd sinds 1990

05/12/2007 | Bron(nen): Belga, Vilt-nieuwsoverzicht

Uit de jaarrapporten van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) over de luchtkwaliteit in Vlaanderen blijkt dat er in Vlaanderen elk jaar minder vervuilende stoffen in de lucht geloosd worden. De luchtkwaliteit is vandaag veel beter dan begin jaren negentig. In 2006 werden in Vlaanderen alle actuele Europese luchtkwaliteitsnormen, behalve die voor fijn stof, gerespecteerd.

"Voor een aantal stoffen is de verbetering spectaculair, voor andere is ze niet evenredig aan de verminderde uitstoot in Vlaanderen", luidt het in een persbericht. Zo is in de periode van 1990 tot 2006 de uitstoot van koolstofmonoxide (CO) en dioxines respectievelijk met 41 procent en 92 procent gedaald. De verzurende emissie, verantwoordelijk voor de zogenaamde 'zure regen', is sinds 1990 met 47 procent afgenomen. Dat is vooral te danken aan de dalende uitstoot van zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3).

De emissies van fijn stof PM10 en PM2,5 daalden in 2006 respectievelijk tot 64 procent en 58 procent van het niveau in 1995. Sinds 1990 daalde de uitstoot van ozonvormende stoffen met 34 procent. Die uitstoot, voornamelijk door verkeer en industrie, draagt bij tot de overschrijding van de ozondrempels op warme zomerdagen. De ozonafbrekende emissies, die verantwoordelijk zijn voor het zogenaamde gat in de ozonlaag, zijn sinds 1995 ten gevolge van aanpassingen aan de reglementering met maar liefst 75 procent afgenomen, zo blijkt.

De verminderde uitstoot van de voorbije jaren is vooral te danken aan de overschakeling naar aardgas, het afgenomen steenkoolverbruik, het gebruik van fossiele brandstoffen met lager zwavelgehalte, de economische toestand, schommelingen in de productiecapaciteit en uiteraard ook de invoering van reductiemaatregelen. De broeikasgasemissies zijn gedaald tot 95 procent van de emissies in 1990. Daarmee zakt Vlaanderen volgens de VMM voor het eerst beduidend onder het referentieniveau. In 2006 leverde het verkeer (21 procent) de belangrijkste bijdrage tot de uitstoot van broeikasgassen. Andere belangrijke bronnen waren het brandstofverbruik door de industrie (19 procent), de gebouwenverwarming (17 procent) en de elektriciteitscentrales (16 procent).

De sectoren die het meest bijdroegen tot de reductie van de broeikasgassen zijn de elektrochemie, de elektriciteitscentrales en de salpeterzuurproductie. Vlaams minister van Leefmilieu en Natuur Hilde Crevits laat in een reactie weten tevreden te zijn over de betere luchtkwaliteit en wijt de goede resultaten aan "een doorgedreven beleid en inspanningen van de bevolking, de overheid, de industrie en de landbouw". Crevits stelt wel dat verdere gerichte inspanningen nodig zijn. "Nu maken we werk van de sanering van de diffuse bronnen van luchtverontreiniging. Dat is een complexe zaak, maar met een gerichte aanpak gekaderd in een Europees perspectief zullen we ook daar in slagen",besluit de minister.(KS)

05 december 2007

"Gebrekkige marktwering leidt tot te hoge elektriciteitsprijs"

05/12/2007 | Bron(nen): Belga

De Belgische industrie heeft zwaar te leiden onder de stijgende elektriciteitskosten. Dat stellen Fedustria, de beroepsorganisatie van Belgisch textiel-, hout en meubelfabrikanten, en essenscia, de Belgische federatie van de chemische industrie en life sciences, woensdag in een persbericht. De hoge elektriciteitsprijzen zijn volgens beide organisaties te wijten aan een gebrekkige marktwerking.

Heel wat bedrijven worden naar aanleiding van nieuwe contractonderhandelingen geconfronteerd met prijsstijgingen van 30 procent en meer, klinkt het. Door de sterke internationale concurrentie die de chemie-, textiel-, hout- en meubelbedrijven ondervinden, kunnen die prijsstijgingen echter nauwelijks aan de klant worden doorgerekend.

De hoge elektriciteitsprijzen zijn volgens beide organisaties te wijten aan een gebrekkige marktwerking. De positie van Electrabel blijft "té dominant", stellen Fedustria en essenscia. "Het overgrote deel van het productiepark is nog steeds in handen van Electrabel. De groep kan zo makkelijk de prijs sturen, waardoor deze geenszins een reflectie is van de werkelijke (marginale) productiekost", luidt het.

Verder laken beide sectororganisaties het gebrek aan importcapaciteit van elektriciteit uit Frankrijk of Duitsland en het gebrek aan transparantie op de elektriciteitsbeurs Endex. Gezien er volgend jaar ook forse stijgingen van de distributietarieven aangekondigd worden, roepen Fedustria en essenscia op tot actie van de regering.

"De energieregulator (CREG) moet opnieuw de bevoegdheid terugkrijgen om de volle controle over deze tarieven te kunnen uitoefenen", luidt het. Bovendien moet er dringend werk gemaakt worden van een betere marktwerking. "De nieuwe federale regering moet van de dure Belgische elektriciteitsprijzen, die bij de hoogste in Europa zijn, één van de prioritaire acties maken", besluiten beide organisaties.

Belastingvermindering passiefhuizen

4/12/2007 | Bron(nen): Passiefhuisplatform

Zoals eerder gemeld keurden senaat en kamer het wetsvoorstel 'tot herstel van artikel 117 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, met het oog op de promotie van passiefhuizen middels een "groene-hypotheeklening"' eenparig goed.

De wet maakt een jaarlijkse fiscale aftrek mogelijk voor bouwers van passiefhuizen. Het voorstel kwam er op initiatief van de sp.a-senator Bart Martens en werd ingediend samen met senatoren van de andere meerderheidspartijen.

Het voorstel omvat een aftrek van de belastingen ten belope van 600 euro en wordt toegevoegd aan het rijtje maatregelen voor energiezuinige investeringen. Op die manier is de aftrek niet afhankelijk van het nemen van een hypotheeklening en worden ook eigenaars van meerdere woningen gestimuleerd om het zeer energiezuinige passiefhuisconcept toe te passen.

Het voorstel werd nog aangepast zodat men de voorgestelde 600 euro + indexatie (samen 780 euro) integraal van de belastingen aftrekken i.p.v. in mindering te brengen van het inkomen. Over de volledige duur van 10 jaar betekent dit dus een belastingvermindering van 7.800 euro.

De vastlegging van de modaliteiten voor het bekomen van deze vermindering heeft hinder ondervonden van de aanslepende regeringsvorming. Deze maatregel wordt immers niet aanzien als lopende zaken. Voor inkomstenjaar 2007 - aanslagjaar 2008 zal de belastingvermindering toegekend worden op basis van het passiefhuis-certificaat van Passiefhuis-Platform en Plateforme Maison Passive. Alle certificaten die door deze twee organisaties uitgereikt werden vóór 31/12/2007 (ook in de vorige jaren) zijn geldig.

Deze maatregel onderscheidt zich ondermeer door het feit dat de belastingaftrek jaarlijks kan gebeuren en dit over een totale termijn van 10 jaar. Met die jaarlijkse tegemoetkoming zal de maatregel wellicht heel wat particuliere bouwers over de streep trekken om te kiezen voor het passiefhuisconcept en zal marktverbreding in de hand gewerkt worden.

Onroerende voorheffing vanaf 2009 verlaagd voor passiefhuizen

5/12/2007 | Bron(nen): Passiefhuisplatform

De Vlaamse regering besliste om vanaf 2009 een verlaging van de onroerende voorheffing in te voeren voor lage energie en zeer lage energiewoningen en ook voor lage energie niet residentiële gebouwen.

Deze intentie houdt in dat gedurende 10 jaar een vermindering van 20% voor lage energie gebouwen voorzien wordt en zelfs 40% voor zeer lage energiegebouwen, waartoe de passiefhuizen behoren.

De Vlaamse regering opteerde om de definitie 'lage energie' en 'zeer lage energie' te koppelen aan het E-peil. Zo zullen lage energiewoningen wellicht een E-peil E60 of lager hebben, niet-residentiële gebouwen E70. Zeer lage energiewoningen worden dan gekoppeld aan een E-peil E40 of lager, zeer lage niet-residentiële gebouwen aan E55. De exacte modaliteiten moeten nog bepaald worden.

Voor wie een gebouw in de passiefhuisstandaard opricht, zal er vanaf 2009 dus opnieuw een financieel voordeel bijkomen. De meerprijs voor passiefhuizen slinkt opnieuw.

Greenpeace laakt 'groene' profilering van Autosalon

04/12/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Belga

De 86ste editie van het Autosalon van Brussel, die van 17 tot en met 27 januari loopt, krijgt als thema milieu. Volgens milieuorganisatie Greenpeace gaat het om een "opportunistische" keuze. "Ook al wordt het milieu het centrale thema van het Autosalon, toch zit het merendeel van de auto's die in de Heizelpaleizen gepromoot worden ver boven de EU-doelstellingen wat CO2 betreft", zo luidt het. De organisatie stelt naar eigen zeggen vast dat het vooral om een groen likje verf gaat, dat niets aan de milieuvervuilende business-as-usual verandert.

Greenpeace stelt ook dat een grootschalige productie van energiegewassen, die nodig zou zijn om een aanzienlijk deel van onze auto's op biobrandstoffen te laten rijden, meer milieuschade zou aanrichten dan dat ze milieuwinst zou opleveren. "Massale ontbossing, intensieve industriële landbouw en ook nefaste sociale gevolgen zijn maar een paar voorbeelden van de keerzijde van de medaille", aldus de milieuorganisatie, die bezoekers van het salon oproept om zich "niet te laten misleiden door de groene verpakking van het autosalon".

13 procent hernieuwbare energie tegen 2020?

04/12/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsovericht Belga

De Europese Commissie wil dat het aandeel aan hernieuwbare energie in België vanaf nu tot in 2020 stijgt van 2 tot 13 procent. Dat zou ons land een flinke bom geld kunnen kosten, zegt een Belgische bron. In maart beslisten de 27 Europese regeringsleiders om de toename van het aandeel van de hernieuwbare energiebronnen in de totale Europese energieconsumptie van de huidige 8 procent op te trekken tot 20 procent in 2020.

In dat kader werd een Belgische delegatie vorige week ontvangen, waarbij een methode uit de doeken werd gedaan hoe de inspanningen tussen de lidstaten kunnen verdeeld worden. Volgens het meest aangehaalde scenario zou de Europese Commissie de lidstaten een minimale stijging opleggen van 5,75 pct. Daarbij zou jaarlijks een bijkomende stijging opgelegd worden, berekend in functie van het BBP per inwoner van elke lidstaat.

Die berekingsmethode voorziet dat de rijkste Europese landen meer ambitieuze doelstellingen opgelegd krijgen dan de recent toegetreden lidstaten, die over minder financiële middelen beschikken. "Die berekeningsmethode is niet gunstig voor België. Dat kan ons een bom geld kosten", zegt een bron. Volgens de huidige plannen van de Commissie moet het aandeel van België tegen 2020 stijgen tot 13 procent, tegenover 2 pct in 2005. "Het risico bestaat dat wij moeten meebetalen voor de ontwikkeling van hernieuwbare energie van bijvoorbeeld Polen en Portugal", aldus de bron.

Naar aanleiding van de volgende Europese top op 14 december zou de Belgische premier Guy Verhofstadt een onderhoud moeten hebben over de kwestie met de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso.

Eon vindt 'droomlocatie' voor kolencentrale in Antwerpen

29/11/2007 | Bron(nen): Electabel Grootzakelijk Mailing

"Een droomlocatie", zo beschrijft Eon-woordvoerder Evert van Wijk het stukje grond in de Antwerpse haven waar het Duitse energiebedrijf een kolencentrale wil gaan bouwen. De 1.100 MW aan steenkool ontrokken vermogen zal worden gerealiseerd tegen een verwachte investering van EUR 1,5 mrd. In 2009 hoopt Eon Kraftwerke, de Eon-dochter die de centrale gaat bouwen, het vergunningentraject dat donderdag werd gestart succesvol te hebben doorlopen. In 2014 kan de centrale dan commercieel worden opgestart.

Eon voorziet naar eigen zeggen met de centrale in 8% van de Belgische vraag. Dat is volgens Eon "in overeenstemming met het voornemen" om de "positie op de Belgische energiemarkt aanzienlijk te versterken". Tot nu toe waren Eons schreden in België van bescheiden formaat, het marktaandeel van Eon lag volgens de Belgische toezichthouders in 2006 onder de 2%. Eons topman Wulf Bernotat deed niet zijn best dat beeld van bescheiden speler te wijzigen. Maar de bouw van 's lands grootste kolencentrale is niet meer bescheiden te noemen. De Duitsers worden in één klap derde producent van België, na Electrabel en SPE Luminus.

Ruim een jaar geleden werd door Eon in Beringen in Belgisch-limburg een stuk land van 20 hectare gekocht van Electrabel. Daarop zou een centrale van 1.100 MW moeten verrijzen, zo was het plan. Maar toen kwam de locatie in Antwerpen in beeld. De lofzang die Van Wijk houdt over de locatie op het grondgebied van Bayer, een Duits conglomeraat actief in de medische, agrarische en technische sector, legt meteen de zwakke plekken bloot van de locatie Beringen. Antwerpen heeft diep water, waar de steenkoolschepen zo kunnen lossen. Met dat water kan de centrale ook gekoeld worden. Koeling uit rivier of kanaal wordt met de aanstaande klimaatverandering steeds minder vanzelfsprekend, Maas en Rijn zouden wel eens regenrivieren kunnen worden.

En in Antwerpen, waar Eon eerder samen met Electrabel twee WKK's is gaan bouwen, zitten klanten. Grote klanten, zoals Bayer zelf. Volgens Van Wijk is op die manier zelfs het balletje gaan rollen: het verkoopteam van Eon België legde contact met Bayer om het bedrijf als klant te werven. Tijdens die gesprekken kwam dat braakliggende stukje grond ter sprake. Met die "droomlocatie" wist Eon wel raad.

De vergunningenprocedure startte donderdag met de kennisgeving van de milieu-effectrapportage (Mer). In de Vlaamse krant De Tijd zegt Eon Kraftwerke-directeur Ingo Luge dat traject met vertrouwen tegemoet te zien. Er zou al overleg zijn geweest met de Belgische overheden, die positief zouden zijn. Dat is niet ondenkbaar: deze zomer uitte de federale toezichthouder Creg haar zorgen over de nakende stroomtekorten in België.

Maar België kampt ook met een tekort aan emissierechten. Het land probeerde vergeefs om meer emissierechten toegekend te krijgen van de Europese Commissie. De industrie komt nu in elk geval tot 2012 in de knel. Hoewel de kolencentrale van Eon pas na die tijd operationeel zal worden, is de CO2-uitstoot niet welkom.

Maar daar hebben kolencentralebouwers altijd een mooi antwoord op. Een nieuwe, moderne steenkolencentrale is namelijk heel erg goed voor het milieu, vertelt ook Evert van Wijk aan Energeia. Met een rendement van 46% stoot de centrale tot 25% minder CO2 uit ten opzichte van het huidige Belgische kolenpark, en dat is allemaal nog los van CO2-opslag en nuttig restwarmtegebruik. Als de nieuwe centrale die oude ook nog eens verdringt, vaart het milieu er toch wel bij? Dat die oude centrales niet van Eon zijn, en Eon dus ook niet kan uitmaken of die centrales sluiten of niet, daar wordt even overheen gestapt.

Het nieuws werd donderdag slecht ontvangen door milieu-organisaties en groene (politieke) partijen. Groen!, tegen perbureau Belga: "Dit is een bijzonder slecht plan. Kolencentrales zijn een technologie van het verleden. Propere kolencentrales bestaan niet." Greenpeace noemde tegen datzelfde persbureau de komst van de centrale "een klap in het gezicht van het milieu".

28 november 2007

Recht op schone lucht

26/11/2007 | Bron(nen): ICCO, iNSnet

Iedere wereldburger heeft recht op schone lucht. De Verenigde Naties moeten dit vastleggen tijdens de klimaattop in Bali begin december, waar aan het klimaatbeleid voor de toekomst wordt gewerkt. Dat zegt ontwikkelingsorganisatie ICCO in het rapport 'Voorstellen voor een rechtvaardig klimaatbeleid' dat onlangs is verschenen.

Volgens ICCO is er amper oog voor de belangen van ontwikkelingslanden als het gaat om klimaat. Zij zijn de dupe van klimaatverandering, die vooral wordt veroorzaakt door de te grote voet waarop Westerse landen leven, aldus ICCO.

Het rapport geeft aan dat klimaatverandering op drie manieren moet worden aangepakt: vermindering van het eigen energiegebruik; vervanging van fossiele brandstoffen door schone energie uit bijvoorbeeld wind of water en het bieden van financiële compensatie aan landen en bevolkingsgroepen die de minste veroorzakers zijn van de opwarming van de aarde, maar wel het meest te lijden hebben.

Klimaatverandering is bij uitstek een ontwikkelingsvraagstuk, zegt ICCO. We gaan er volgens de ontwikkelingsorganisatie te veel aan voorbij dat een veranderend klimaat voor ontwikkelingslanden al dagelijkse realiteit is; droge gebieden drogen verder uit, kleine eilanden verdwijnen en lage gebieden overstromen. Ontwikkelde landen belasten de atmosfeer te veel en dragen daardoor veel meer bij aan klimaatverandering dan ontwikkelingslanden.

ICCO-directeur Jack van Ham: “Al jaren ligt de CO2-uitstoot in geïndustrialiseerde landen ver boven de toelaatbare grens van ongeveer 2 ton CO2-uitstoot per wereldburger. Per Nederlander is de uitstoot maar liefst 11 ton per jaar, terwijl in Mozambique de uitstoot op 0,1 ton ligt. Een nieuw klimaatverdrag moet hier oog voor hebben en het principe van de vervuiler betaalt moet voorop staan.”

'Voorstellen voor een rechtvaardig klimaatbeleid' is gebaseerd op een onderzoek dat ICCO liet uitvoeren door de Vrije Universiteit. Doel van het onderzoek was te bekijken hoe een post-Kyotoprotocol zo rechtvaardig mogelijk kan worden vormgegeven. Van Ham: “Met rechtvaardig bedoelt ICCO dat ieder mens gelijke rechten heeft op duurzame ontwikkeling en dat alle wereldbewoners gelijke rechten hebben op het duurzaam gebruik van de atmosfeer en schone lucht.”

Klimaatverandering funest voor ontwikkelingslanden

27/11/2007 | Bron(nen): ANP,

Het lot van de armsten der armen als dé slachtoffers van klimaatverandering, moet centraal staan op de aanstaande VN-klimaattop op Bali. Deze niet mis te verstane boodschap geeft de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP af in haar dinsdag verschenen jaarlijkse rapport.

De opstellers van het rapport geven aan welke bedreigingen het veranderende klimaat vormt voor honderden miljoenen Derde Wereldbewoners. De wereld beweegt zich volgens hen naar een keerpunt.

Waterstress
Het gevaar daarvan is dat de armste landen en hun bevolkingen "in een neerwaartse spiraal terechtkomen waaruit geen ontsnapping meer mogelijk is". Ondervoeding, waterschaarste, milieurampen en verlies van middelen van bestaan staat hen te wachten. Het rapport voorziet bijvoorbeeld het fenomeen van "waterstress" waaronder rond het jaar 2080 1,8 miljard Aziaten te lijden zullen hebben.

"De hele mensheid wordt uiteindelijk bedreigd, maar de armen, zij die part noch deel hebben aan het probleem, betalen de zwaarste rekening", stelt UNDP-topman Kemal Dervis.

Hij en zijn mensen kijken daarom uit naar de top op Bali. Vanaf maandag zullen daar eerst ambtenaren en vervolgens ministers zaken moeten doen om de verdere opwarming van de aarde af te remmen.

Solidariteit
Minister Bert Koenders van Ontwikkelingssamenwerking is een van hen. Hij kreeg in Den Haag een exemplaar van het rapport overhandigd. De titel ervan luidt: "Bestrijden van klimaatverandering. Menselijke solidariteit in een verdeelde wereld."

De rijke landen moeten volgens de UNDP in Indonesië leiderschap tonen. Hun uitstoot van broeikasgassen moet verder terug en in 2050 80 procent lager liggen dan in 1990, via een mix van maatregelen.

Gevolgen
"Als de mensen in ontwikkelingslanden net zoveel CO2 hadden uitgestoten als mensen in Noord-Amerika, dan hadden we de atmosfeer van negen planeten nodig gehad om de gevolgen op te vangen", aldus hoofdauteur Kevin Watkins.

Maar ook grote ontwikkelingslanden, tot nu toe vrijgesteld van emissieverplichtingen, zullen een bijdrage moeten leveren. Tot 2020 mogen zij zich nog verder ontwikkelen maar daarna moeten zij in hun CO2-uitstoot met 20 procent terug in 2050, als het aan de UNDP ligt.

Kous
Daarmee is de kous nog niet af. Aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering mag evenmin verwaarloosd worden. Maar opnieuw is er een kloof tussen arm en rijk. In de rijke landen wordt volop geïnvesteerd. "In ontwikkelingslanden moeten de mensen het zelf maar uitzoeken, willen ze niet kopje onder gaan", aldus de bekende Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu in het rapport.

Milieu-activisten proberen boom te planten op Brusselse Grote Markt

28/11/2007 | Bron(nen): Belga

Zo'n dertigtal actievoerders van de Nederlandse vereniging Milieudefensie en de Vlaamse zusterorganisatie Friends of the Earth Vlaanderen hebben woensdagochtend op verschillende plaatsen in Brussel illegaal een boom proberen te planten. Omdat ze daarvoor op de Grote Markt probeerden een klinker uit de grond te rukken, pakte de politie één van de actievoersters op.

Ook aan het Atomium, in de pisbak van Manneken Pis en aan de gebouwen van de Europese Commissie plantten de actievoerders symbolisch een vijf meter hoge boom. Ze protesteren hiermee tegen de import van 'fout hout' in de Europese Unie en vragen strengere regels tegen hout dat illegaal gekapt wordt.

"Jaarlijks wordt nog steeds 13 miljoen hectare bos gekapt. Geschat wordt dat de helft van de Europese houtimport uit risicogebieden illegaal is gekapt. Als we nu geen vergaande wetgeving invoeren op Europees niveau, zullen de laatste oerbossen verdwijnen", zegt Anne van Schaik, campagneleider van Milieudefensie, woensdag.

De vereniging wijst er ook op dat de EU in 2003 het 'Forest Law Enforcement Governance and Trade Action Plan' (FLEGT) lanceerde, een actieplan om illegale kap en handel tegen te gaan. "De Europese Commissie begon met het afsluiten van Vrijwillige Partnerschaps Overeenkomsten (VPA's) met belangrijke producentenlanden Ghana, Maleisië, Indonesië en Kameroen. Maar deze overeenkomsten zullen slechts een klein deel van de houthandel beslaan", klinkt het.

Volgens de actievoerders is er een aanvullende wetgeving nodig om de import van illegaal hout in de EU tegen te gaan. "Om onze actie kracht bij te zetten, hebben we woensdagmorgen aan Europees Commissaris voor Milieu Stavros Dimas een boompje overhandigd", zegt Schaik. "Hij deelt onze bezorgdheid en heeft ons vriendelijk ontvangen naast onze vers geplante boom", aldus nog van Schaik.

Uitgelekt document: CO2-opslag onderdeel van emissiehandel

19/11/2007 | Bron(nen): Electrabel Grootzakelijk Mailing

CO2-afvang en -opslag wordt onderdeel van het Europese systeem van emissiehandel. CO2 die dankzij CCS (carbon capture and storage) niet in de atmosfeer wordt ingeblazen, worden beschouwd als niet uitgestoten. Dat staat in een conceptvoorstel van de Europese Commissie waar de website Euractiv.com uit citeert.

De Europese Commissie publiceert in januari een richtlijn voor CCS waarin onder andere de veiligheidseisen, aansprakelijkheid en technologie aan de orde komen. Daarin zou CO2-opslag dus onderdeel uitmaken van het emissiehandelssysteem.

De Europese Commissie zoekt wel naar "aanvullende maatregelen die mogelijk nodig zijn om de momenteel ongunstige economie van CSS aan te pakken", aldus energiewoordvoerder Ferran Tarradellas van de Europese Commissie tegen Euractiv.

Het document gaat ook in op de eisen en voorwaarden die aan CCS gesteld gaan worden en de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de nationale regeringen en die van de Europese Commissie in Brussel.

In grote lijnen wordt CO2-opslag beschouwd volgens dezelfde richtlijnen als gastransport en -opslag "omdat er geen verschil in gevaar bestaat tussen CCS en andere activiteiten die al gereguleerd zijn (zoals aardgaspijpleidingen)".

De Europese Commissie stelt in het document, waarschijnlijk tot teleurstelling van verschillende milieubewegingen, geen datum vast waarop CCS verplicht wordt gesteld voor nieuwe kolen- en/of gascentrales omdat de technologie "nog niet volwassen genoeg is om op te kunnen leggen", aldus het document.

Belpex gaat volwaardige intraday-markt en groencertificatenmarkt opzetten

21/11/2007 | Bron(nen): Electrabel Grootzakelijk Mailing

Marktpartijen kunnen binnenkort intraday in elektriciteit handelen tussen Nederland en België. Belpex gaat in 2008 zorgen dat dit mogelijk wordt. Nu al is het mogelijk om tussen Frankrijk en België intraday te handelen.

Belpex zet de stap tot de creatie van een volwaardige intraday-markt na hierdoor gevraagd te zijn door handelspartijen. "We zien dat de faciliteit aan de Frans-Belgische grens wordt gebruikt", zo zegt Belpex-woordvoerder Erik De Leye tegen Energeia.

De Belgische energiebeurs wil komend jaar verder een platform voor de handel in groencertificaten openen. Groencertificaten (garanties van oorsprong) zijn bewijzen dat elektriciteit duurzaam is opgewekt. Partijen die deze certificaten kopen, kunnen hiermee niet-duurzaam opgewekte stroom 'vergroenen'.

In België is de handel in groencertificaten weinig transparant, zo zegt De Leye. Elia is wettelijk verplicht een quotum op te kopen via een veiling, waarna de netbeheerder de veilingprijzen op zijn website publiceert, maar daar blijft het dan ook bij.

Belpex kondigt de bovenstaande plannen aan omdat het precies één jaar bestaat. Nu nog is Belpex uitsluitend een day ahead-beurs. In het afgelopen jaar heeft Belpex volgens eigen opgave gemiddeld 19.311 MW aan elektriciteit per dag verhandeld; equivalent aan 8% van de binnenlandse stroomconsumptie. De gemiddelde prijs was EUR 39,12 per MWh; wat licht onder de Nederlandse en licht boven de gemiddelde Franse day ahead-prijzen is.

Sinds 26 november 2006 zijn de day ahead-beurzen Belpex (België), Powernext (Frankrijk) en APX (Nederland) aan elkaar gekoppeld. In 60,4% van de tijd waren de dagvooruitprijzen in de drie landen gelijk. Belgische en Franse prijzen waren 85,3% van de tijd gelijk, Belgische en Nederlandse prijzen 72,5% van de tijd. Simultane congestie op de twee grenzen was er in de resterende 2,6% van de tijd.

Vito start seismisch onderzoek ondergrondse aardgasopslag in Kinrooi

22/11/2007 | Bron(nen): Electrabel Grootzakelijk Mailing

Het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (Vito) in Mol is donderdag een seismisch onderzoek gestart in de gemeente Kinrooi om na te gaan of de ondergrond in de Limburgse Kempen geschikt is voor toekomstige ondergrondse aardgasopslag. De ondergrondse structuur van de bodem wordt met behulp van een zogenaamde trilwagen van 25 ton in kaart gebracht. De wagen brengt om de veertig meter trillingen voort.

Vito onderzoekt in opdracht van aardgasnetbeheerder Fluxys de mogelijkheden voor ondergrondse gasopslag in de Limburgse Kempen. Eerder onderzoek wees al uit dat de kans om nieuwe opslagmogelijkheden in de ondergrond te ontdekken het grootst is in het noordoosten van de provincie Limburg. Het gebied heeft een oppervlakte van 15.000 hectare en strekt zich uit over de gemeenten Bree, Dilsen-Stokkem, Kinrooi en Maaseik.

Indien de metingen uitwijzen dat de ondergrond geschikt blijkt voor gasopslag, betaalt de Limburgse Reconversiemaatschappij LRM 30% van de onderzoekskosten, in ruil voor 30% van de latere opbrengst. In Loenhout in de Antwerpse Kempen slaat Fluxys al 20 jaar aardgas in de ondergrond op. Eerder dit jaar werd ook al onderzocht of Poederlee, eveneens in de Antwerpse Kempen, een geschikte ondergrond had voor aardgasopslag.

Volgens Fluxys is bijkomende opslagcapaciteit nodig om aardgasgebruikers ook in piekperioden van aardgas te kunnen voorzien. Uit eerdere, zij het beperkte, gegevens blijkt dat in de Limburgse Kempen een aantal poreuze zandsteenpakketten voorkomen, die volgens de verwachtingen over de juiste eigenschappen voor ondergrondse aardgasopslag beschikken.

Maar omdat het nog niet duidelijk is of de ondergrond de juiste structuur heeft om het gas ingesloten te houden en ook de omvang van de opslagcapaciteit nog onbekend is, wordt nu dit seismisch onderzoek uitgevoerd. Vito heeft voor dit onderzoek een exploratievergunning van de federale overheid verkregen.

DTE kondigt grootschalig onderzoek aan naar kwaliteit van de distributienetten

23/11/2007 | Bron(nen): Electrabel Grootzakelijk Mailing

De DTE gaat een grootschalig onderzoek laten uitvoeren naar de staat van de Nederlandse distributienetten. Kwaliteit wordt het speerpunt van de toezichthouder in 2008. Dat kondigde DTE-directeur Peter Plug aan op het Nationaal Energieforum 2007.

Als aanleiding voor het onderzoek noemt de directeur "de steeds grotere aandacht die er bestaat voor kwaliteit en betrouwbaarheid". De DTE streeft volgens Plug drie zaken na: doelmatig, onafhankelijk en betrouwbaar netbeheer. Die eerste twee hebben in het verleden de meeste aandacht gehad, waarbij Plug verwees naar het winstenonderzoek en de rapportage over de splitsing. Nu is het volgens de toezichthouder tijd de nadruk op kwaliteit en betrouwbaarheid te leggen.

"Er is geen aanleiding om op korte termijn te twijfelen aan de kwaliteit van de netten", zei Plug woensdag in het Hilton Hotel in Amsterdam. Hij liet een staatje zien waaruit zou blijken dat Nederland op Letland na de betrouwbaarste stroomvoorziening heeft van Europa, en trok vervolgens openlijk de door de Letten zelf aanleverde prestaties van het land in twijfel.

Maar daarop liet hij volgen eigenlijk geen goed inzicht te hebben in de werkelijke staat van de netten. Bedrijven kunnen wel zeggen dat alles in orde is, maar hoe het echt met de kwaliteit van de netten staat, "wie het weet mag het zeggen", aldus Plug. Tegenover Energeia nuanceerde Plug die opmerking: "Kwaliteit is niet een blinde vlek" voor de DTE. Maar hij sluit niet uit dat de staat van de netten anders -dus slechter- is dan de toezichthouder nu weet.

Maar er is nog een tweede reden voor het onderzoek: de aanstaande splitsing. De Maastrichtse hoogleraar openbare financiën Hans van Mierlo waarschuwde op het congres al dat de implementatie van de Wet onafhankelijk netbeheer de achilleshiel van het overheidsbeleid is, met name vanwege de ingewikkelde waardebepaling van de netten.

Een praktijkvoorbeeld van die problematiek is nu zichtbaar bij de overdracht van het beheer aan Tennet van de netten van 110 kV en hoger. De waardebepaling bemoeilijkt de onderhandelingen dusdanig dat Economische Zaken met arbitrage is gaan dreigen en de overdracht inmiddels al via een overgangsfase zal gaan plaatsvinden. Witte rook blijft vooralsnog uit.

De kwaliteit van de netten is een belangrijke parameter bij de waardebepaling, en de timing van het grootschalige onderzoek van de DTE kan hier ook niet los van worden gezien. Peter Plug bevestigt: "Alles hangt altijd met alles samen." De toezichthouder verwacht dat het onderzoek eind 2008 zal zijn afgerond.

Het onderzoek zal niet door de DTE zelf worden uitgevoerd, zegt Plug. Daarvoor ontbreekt het de toezichthouder aan mankracht. Het zal niet bij een boekenonderzoek blijven, ook de technische staat van de netten zal worden onderzocht. Plug verwacht dat het onderzoek dusdanig uitgebreid wordt, dat het Europees zal moeten worden aanbesteed. Wie het gaat uitvoeren is nu dus nog onbekend.

EU-voorstel: bijdrage aan duurzame energiedoelen verdelen naar welvaart

23/11/2007 | Bron(nen): Electrabel Grootzakelijk Mailing

De EU-landen moeten naar welvaart bijdragen aan het gemeenschappelijke doel van de Europese Unie om in 2020 20% duurzame energie op te wekken. Dat stelt de Europese Commissie in januari voor, zo zei een hoge ambtenaar donderdag in Brussel.

Dat betekent dat rijke landen meer hernieuwbare energie moeten produceren dan arme landen. Rijke landen mogen hun eigen quota aan hernieuwbare energie wel deels realiseren met projecten in andere landen. Luxemburg bijvoorbeeld kan maar zeer moeilijk hernieuwbare energie produceren, maar mag dan inkopen in landen met meer zon, zee of wind.

Het is de bedoeling dat alle EU-landen het aandeel hernieuwbare energie met 11,5% verhogen ten opzichte van de huidige waarden. De helft is voor iedereen gelijk, de andere helft wordt berekend via het nationaal inkomen.

Dat betekent dat rijke landen als Nederland en de Scandinavische landen flink aan de bak moeten. Zweden bijvoorbeeld haalt al 40% van zijn energie uit hernieuwbare bronnen, maar moet toch nog meer doen. Dat zou volgens de ambtenaar bijvoorbeeld kunnen door windmolens voor de kust van Griekenland te zetten.

23 november 2007

VN schetst plots optimistisch Kyoto-beeld

21/11/2007 | Bron(nen): Belga, Vilt-nieuwsoverzicht

Vermoedelijk gaan de doelstellingen die opgesomd staan in het Kyotoprotocol bereikt worden. Dat blijkt uit nieuwe gegevens die zijn vrijgegeven door de UNFCC, de United Nations Framework Convention on Climate Change. De organisatie publiceert haar gegevens over de uitstoot van broeikasgassen twee weken voor op het Indonesische Bali een internationale klimaatconferentie plaatsvindt. Deze conferentie moet een vervolg breien aan het Kyoto-protocol dat in 2012 afloopt.

De uitstoot van broeikasgassen door de industrielanden die het protocol van Kyoto hebben getekend en geratificeerd zal in 2012 mogelijk met 11 procent zijn gedaald in vergelijking met 1990, zo schetste UNFCC-secretaris Yvo de Boer een optimistisch milieubeeld. Goede leerlingen van de klas zijn een rist lidstaten van de Europese Unie, minder goede zijn "andere" industrielanden, aldus UNFCC.

Toch blijkt uit het rapport dat de uitstoot van broeikasgassen in de veertig industrielanden in 2005 een nieuwe recordhoogte had bereikt. "Nogmaals is het de uitstoot van de transportsector die het snelst stijgt", legt de VN uit. "De huidige tendens is zorgwekkend, maar de landen beginnen een beleid te voeren dat toelaat om de Kyotodoelstellingen te behalen", zei de Boer tijdens een persconferentie. "Kyoto heeft aangetoond dat het een efficiënt instrument is in de strijd tegen de opwarming van de aarde".

De voormalige Oostbloklanden krijgen een pluim van de VN-organisatie. In sommige landen zoals Estland en Letland is de uitstoot van broeikasgassen met respectievelijk 50 en 58 procent gedaald door de sluiting van talrijke fabrieken of elektriciteitscentrales uit het Sovjet-tijdperk. De Bond Beter Leefmilieu steekt een waarschuwende vinger op. "De daling van de uitstoot heeft eerder te maken met de economische situatie in de voormalige Oostbloklanden dan met het Kyoto-protocol", zegt Bram Claeys. Sinds die landen een economische heropleving kennen, zou hun gemiddelde emissie weer stijgen.

Claeys wijst er verder op dat de industrielanden geen spectaculaire daling van de uitstoot van broeikasgassen laten optekenen, en dat de daling werd veroorzaakt door de aankoop van emissierechten in het buitenland. Dat is volgens Claeys niet in lijn met het Kyoto-protocol. "Eerst moet de eigen uitstoot verminderen. De emissierechten zijn aanvullend", legt de beleidsmedewerker uit. Uit de nieuwe cijfers blijkt volgens Claeys dat België de volledige 100 procent van de doelstellingen van het Kyoto-protocol zal moeten halen uit die aankoop van emissierechten.

Verwacht wordt dat de uitstoot van broeikasgassen van België tegen 2012, wanneer het Kyoto-protocol afloopt, op ongeveer dezelfde hoogte zal eindigen als in 1990. Dat wil zeggen dat de emissies die volgens Kyoto op dat ogenblik nog met 7,5 pct moeten dalen, uit de aankoop van emissierechten moeten komen, aldus Claeys.

Het Kyoto-protocol slaagt er bovendien niet in om in het Zuiden een voldoende duurzame ontwikkeling te realiseren via het systeem van de emissierechten, luidt het verwijt van Claeys. Bond Beter Leefmilieu deelt de mening van de Boer wel als het over de mentaliteitswijziging gaat die het Kyoto-protocol heeft teweeggebracht. "Het heeft ertoe bijgedragen dat de uitstoot van broeikasgassen in de EU minder snel is gestegen dan bijvoorbeeld in de VS", weet Claeys.

Nieuwe records CO2-uitstoot, maar België kende daling (WMO)

23/11/2007 | Bron(nen): Belga

De concentratie aan het broeikasgas CO2 in de atmosfeer heeft vorig jaar zijn hoogste niveau ooit bereikt, met een mondiale stijging op jaarbasis van 0,53 procent, zo heeft de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) vrijdag bekendgemaakt. Onder een reeks landen die een daling bewerkstelligden, was er onder andere België met een vermindering van 1,3 procent.

De concentratie aan koolstofdioxide bedroeg vorig jaar 381,2 ppm (deeltjes per miljoen), tegen 379,2 ppm in 2005, aldus de weerkundige organisatie van de Verenigde Naties.

CO2 is een van de belangrijkste broeikasgassen die zorgen voor de opwarming van onze planeet. Een van de andere gassen, distikstofoxide (N2O), bereikte met een concentratie van 320,1 ppb (deeltjes per miljard) eveneens een nieuw record. De methaanconcentratie bleef zo goed als stabiel.