23/11/2007 | Bron(nen): Belga
Tegen 2030 zal de wereldwijde behoefte aan primaire energie toenemen met 55 procent. Vooral China en India stuwen de energievraag de hoogte in. Beide landen zullen volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) tegen 2030 hun invoer van ruwe olie verviervoudigen. Het IEA stelde vrijdag de World Energy Outlook 2007 in België voor. de studie was al eerder gepubliceerd.
Driekwart van de toenemende energiebehoefte tegen 2030 komt volgens het IEA op het conto van de ontwikkelingslanden. China en India nemen 45 procent van de toenemende vraag op zich. Rond 2010 zal China de grootste petroleumverbruiker ter wereld zijn.
De vraag naar primaire energie zal tussen 2005 en 2030 met 55 procent toenemen. Dat is een stijging van 1,8 procent per jaar. Naast fossiele brandstoffen is bijvoorbeeld ook kernenergie een bron van primaire energie.
Fossiele brandstoffen blijven evenwel de dominante brandstof. Vierentachtig procent van de voorspelde toenemende vraag komt op rekening van de fossiele brandstoffen. En dat spiegelt zich ook af op de prijs. Volgens het IEA zal tegen 2030 de prijs van een vat ruwe olie oplopen tot 108 dollar. Dat is 62 dollar meer dan nu.
Maar om aan de vraag in 2030 te voldoen, is volgens het Energieagentschap een enorme investering nodig. De organisatie berekent een kost van 22.000 miljard dollar in de periode tot 2030. Zonder die investering voor de modernisering van de installaties is volgens de organisatie een energiecrisis mogelijk, evenals verdere forse
prijsstijging.
Het aandeel van de Organisatie van Olie Exporterende Landen (OPEC) op de oliemarkt zal tegen 2030 toenemen van 42 tot 52 procent, op voorwaarde van voldoende investeringen. Indien de OPEC-landen in de toekomst onvoldoende produceren acht de IAE de kans op een olietekort mogelijk.
De vraag naar olie zal binnen 22 jaar stijgen tot 116 miljoen vaten per dag. In 2006 waren er dat 62 miljoen. De vraag naar petroleum stijgt zo met 37 procent. Volgens het IEA is dat te verklaren door een toename van het aantal wagens van meer dan 900 miljoen op heden tot 2,1 miljard in 2037.
De behoefte aan steenkool zal volgens het IEA spectaculair stijgen met 73 procent. Dat zou door de hoge olie- en gasprijzen komen.
23 november 2007
16 november 2007
Schroders: speculeren op klimaatverandering goudmijn
15/11/2007 | Bron(nen): Klimaatnieuws.nl, ANP via Vroege Vogels
Investeerders moeten om lucratief te beleggen de komende jaren inspelen op de wereldwijde klimaatverandering. Ook doen ze er goed aan rekening te houden met de internationale demografische verschuivingen en de groei van opkomende economieën als China en India. Dat stelt de Britse vermogensbeheerder Schroders in Londen. Schroders beheert een vermogen van ruim 200 miljard euro en heeft eerder dit jaar een klimaatfonds gelanceerd. De vermogensbeheerder ziet de klimaatverandering als de aanjager voor een industriële transformatie wereldwijd. Op basis daarvan denkt de vermogensbeheerder dat dit een van de belangrijkste beleggingsthema's tot 2050 wordt.
Virginie Maisonneuve, hoofd internationale aandelen bij Schroders: "Het ontwikkelen en toepassen van technologie op problemen die veroorzaakt worden door de klimaatverandering is winstgevend en biedt concurrentievoordelen. Geen enkele economie wordt door klimaatverandering, zoals de opwarming van de aarde, gespaard. Het gaat om problemen die nu al een enorme impact hebben op de bedrijvigheid en de levens van mensen en die problemen nemen alleen maar toe." Maisonneuve stelt nadrukkelijk dat geld verdienen aan de klimaatverandering niet neerkomt op 'groen', ethisch of duurzaam beleggen. "Het is meer dan beleggen in windmolenparken."
Volgens Maisonneuve moet worden gekeken naar hoeveel bedrijven kunnen verdienen met het bieden van oplossingen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken of daarvan kunnen profiteren. Daarom belegt het klimaatfonds van Schroders in onder meer bedrijven die zich bezighouden met alternatieve brandstoffen en energiebesparende technologieën. "Dat kan het Duitse industriële conglomeraat Siemens dat windturbines maakt zijn, maar het geldt ook voor bedrijven die kerncentrales exploiteren." Ook Philips is een goed voorbeeld volgens Maisonneuve, omdat het elektronicaconcern inzet op de productie en de verkoop van spaarlampen en daaraan veel geld verdient.
Vooral de opkomende economieën China en India zijn verantwoordelijk voor de oplopende vraag naar fossiele brandstoffen als olie en kolen en de toenemende uitstoot van broeikasgassen als CO2. Qua aandeel in de wereldbevolking en in economische zin zullen China en India nog meer groeien dan nu al het geval is. Maisonneuve: "De rol van die landen zal net als andere opkomende markten verder toenemen. Ze zullen wellicht in de toekomst het voortouw nemen bij het beperken van de schade door de klimaatverandering."
Investeerders moeten om lucratief te beleggen de komende jaren inspelen op de wereldwijde klimaatverandering. Ook doen ze er goed aan rekening te houden met de internationale demografische verschuivingen en de groei van opkomende economieën als China en India. Dat stelt de Britse vermogensbeheerder Schroders in Londen. Schroders beheert een vermogen van ruim 200 miljard euro en heeft eerder dit jaar een klimaatfonds gelanceerd. De vermogensbeheerder ziet de klimaatverandering als de aanjager voor een industriële transformatie wereldwijd. Op basis daarvan denkt de vermogensbeheerder dat dit een van de belangrijkste beleggingsthema's tot 2050 wordt.
Virginie Maisonneuve, hoofd internationale aandelen bij Schroders: "Het ontwikkelen en toepassen van technologie op problemen die veroorzaakt worden door de klimaatverandering is winstgevend en biedt concurrentievoordelen. Geen enkele economie wordt door klimaatverandering, zoals de opwarming van de aarde, gespaard. Het gaat om problemen die nu al een enorme impact hebben op de bedrijvigheid en de levens van mensen en die problemen nemen alleen maar toe." Maisonneuve stelt nadrukkelijk dat geld verdienen aan de klimaatverandering niet neerkomt op 'groen', ethisch of duurzaam beleggen. "Het is meer dan beleggen in windmolenparken."
Volgens Maisonneuve moet worden gekeken naar hoeveel bedrijven kunnen verdienen met het bieden van oplossingen om de gevolgen van de klimaatverandering te beperken of daarvan kunnen profiteren. Daarom belegt het klimaatfonds van Schroders in onder meer bedrijven die zich bezighouden met alternatieve brandstoffen en energiebesparende technologieën. "Dat kan het Duitse industriële conglomeraat Siemens dat windturbines maakt zijn, maar het geldt ook voor bedrijven die kerncentrales exploiteren." Ook Philips is een goed voorbeeld volgens Maisonneuve, omdat het elektronicaconcern inzet op de productie en de verkoop van spaarlampen en daaraan veel geld verdient.
Vooral de opkomende economieën China en India zijn verantwoordelijk voor de oplopende vraag naar fossiele brandstoffen als olie en kolen en de toenemende uitstoot van broeikasgassen als CO2. Qua aandeel in de wereldbevolking en in economische zin zullen China en India nog meer groeien dan nu al het geval is. Maisonneuve: "De rol van die landen zal net als andere opkomende markten verder toenemen. Ze zullen wellicht in de toekomst het voortouw nemen bij het beperken van de schade door de klimaatverandering."
"Klimaatfondsen zijn misleidend"
16/11/2008 | Bron(nen): Het Financieele Dagblad via Duurzaam-beleggen.nl
Klimaatfondsen, waarvan er de laatste tijd veel op de markt verschijnen, wekken het beeld alleen te investeren in duurzame bedrijven maar doen dit veelal slechts in beperkte mate. In de gevallen dat er wel in duurzame bedrijven wordt geïnvesteerd, moet de belegger bovendien oppassen voor overgewaardeerde aandelen. Dat is de mening van Jeroen Vetter, directeur van SNS Fundcoach.
Vetter vindt dat de klimaatfondsen eigenlijk niet veel meer bieden dan een 'heel mooi sausje' om een breed publiek aan te spreken. "Ze beleggen dan bijvoorbeeld in Toyota omdat dat bedrijf naast vervuilende ook schone auto's maakt. Als je zo redeneert, kun je altijd wel een reden vinden om te investeren."
Pieter Furnée, de Nederlandse directeur van DWS Investments, geeft toe dat een 'duurzaamheidsfonds' iets anders is dan een 'klimaatfonds'. Zijn Climate Change-fonds belegt in bedrijven die profiteren van de verandering van het klimaat. Het Postbank Klimaatfonds volgt eenzelfde strategie. Daarmee kiezen de fondsen voor bedrijven die niet noodzakelijkerwijs ook duurzaam hoeven te zijn. Furnée: "Naast bedrijven die zich bezighouden met alternatieve energie, kijken we ook naar bedrijven die de vervuiling opruimen en bedrijven die zich toeleggen op het wijzigen van infrastructuur zodat ondernemingen beter opgewassen zijn tegen de verandering van het klimaat."
Dat betekent dat bijvoorbeeld ook geïnvesteerd wordt in Boskalis of Grontmij, omdat die bedrijven zich richten op dijkverzwaringen of verbeteringen van havens."In principe maakt de duurzaamheid van het bedrijf zelf geen deel uit van de selectiecriteria, tenzij heel duidelijk is dat het bedrijf onverantwoord bezig is."
Vetter van SNS Fundcoach vindt dat de nieuwe aanbieders met hun fondsen veel te veel inspelen op de emoties van de beleggers, zonder ze te wijzen op de risico's. "De laatste tijd zie je ze plotseling denken: dat onderwerp doet het wel lekker. Ze bedenken dan een paar mooie kreten zoals klimaatverandering en richten een fonds op."
Hij wijst op de reclame die de Postbank maakt voor het nieuwe Klimaatfonds."Daarmee wordt gewoon op de emotie van de belegger gespeeld. Zo van: u wilt toch ook wel wat doen voor het milieu?"
Volgens Vetter lopen de echt duurzame bedrijven waarin geïnvesteerd wordt, met name bedrijven in de wind- en zonne-energie, bovendien het risico dat ze overgewaardeerd worden. De afgelopen jaren is het vermogen dat in deze bedrijven is geïnvesteerd met dubbele cijfers gestegen. Hij wijst erop dat eerder dit jaar ook al een aantal hedgefondsen uit veel van deze aandelen zijn gestapt, omdat ze vonden dat de waarderingen aan de hoge kant begonnen te raken.
Volgens Furnée worden die risico's echter juist weer beperkt door de portefeuille op te rekken. Omdat de vraag naar duurzame producten en diensten toeneemt, neemt het aantal bedrijven waar het fonds in kan beleggen toe. "Wij zien daarom nog genoeg mogelijkheden om het fonds te laten groeien zonder dat er sprake is van beleggen in overgewaardeerde bedrijven."
Er zijn echter ook analisten die menen dat de hoge waarderingen voor zonne- en windenergiebedrijven gerechtvaardigd zijn, omdat ze vaak ook veel winst maken. Desondanks zou de belegger beter op zijn hoede moeten zijn, aldus Vetter. "Als je het doet, doe het dan voor het geld en niet vanwege een nobel streven. Beleggers moeten zich goed realiseren dat dit geen spel is zonder risico's."
Klimaatfondsen, waarvan er de laatste tijd veel op de markt verschijnen, wekken het beeld alleen te investeren in duurzame bedrijven maar doen dit veelal slechts in beperkte mate. In de gevallen dat er wel in duurzame bedrijven wordt geïnvesteerd, moet de belegger bovendien oppassen voor overgewaardeerde aandelen. Dat is de mening van Jeroen Vetter, directeur van SNS Fundcoach.
Vetter vindt dat de klimaatfondsen eigenlijk niet veel meer bieden dan een 'heel mooi sausje' om een breed publiek aan te spreken. "Ze beleggen dan bijvoorbeeld in Toyota omdat dat bedrijf naast vervuilende ook schone auto's maakt. Als je zo redeneert, kun je altijd wel een reden vinden om te investeren."
Pieter Furnée, de Nederlandse directeur van DWS Investments, geeft toe dat een 'duurzaamheidsfonds' iets anders is dan een 'klimaatfonds'. Zijn Climate Change-fonds belegt in bedrijven die profiteren van de verandering van het klimaat. Het Postbank Klimaatfonds volgt eenzelfde strategie. Daarmee kiezen de fondsen voor bedrijven die niet noodzakelijkerwijs ook duurzaam hoeven te zijn. Furnée: "Naast bedrijven die zich bezighouden met alternatieve energie, kijken we ook naar bedrijven die de vervuiling opruimen en bedrijven die zich toeleggen op het wijzigen van infrastructuur zodat ondernemingen beter opgewassen zijn tegen de verandering van het klimaat."
Dat betekent dat bijvoorbeeld ook geïnvesteerd wordt in Boskalis of Grontmij, omdat die bedrijven zich richten op dijkverzwaringen of verbeteringen van havens."In principe maakt de duurzaamheid van het bedrijf zelf geen deel uit van de selectiecriteria, tenzij heel duidelijk is dat het bedrijf onverantwoord bezig is."
Vetter van SNS Fundcoach vindt dat de nieuwe aanbieders met hun fondsen veel te veel inspelen op de emoties van de beleggers, zonder ze te wijzen op de risico's. "De laatste tijd zie je ze plotseling denken: dat onderwerp doet het wel lekker. Ze bedenken dan een paar mooie kreten zoals klimaatverandering en richten een fonds op."
Hij wijst op de reclame die de Postbank maakt voor het nieuwe Klimaatfonds."Daarmee wordt gewoon op de emotie van de belegger gespeeld. Zo van: u wilt toch ook wel wat doen voor het milieu?"
Volgens Vetter lopen de echt duurzame bedrijven waarin geïnvesteerd wordt, met name bedrijven in de wind- en zonne-energie, bovendien het risico dat ze overgewaardeerd worden. De afgelopen jaren is het vermogen dat in deze bedrijven is geïnvesteerd met dubbele cijfers gestegen. Hij wijst erop dat eerder dit jaar ook al een aantal hedgefondsen uit veel van deze aandelen zijn gestapt, omdat ze vonden dat de waarderingen aan de hoge kant begonnen te raken.
Volgens Furnée worden die risico's echter juist weer beperkt door de portefeuille op te rekken. Omdat de vraag naar duurzame producten en diensten toeneemt, neemt het aantal bedrijven waar het fonds in kan beleggen toe. "Wij zien daarom nog genoeg mogelijkheden om het fonds te laten groeien zonder dat er sprake is van beleggen in overgewaardeerde bedrijven."
Er zijn echter ook analisten die menen dat de hoge waarderingen voor zonne- en windenergiebedrijven gerechtvaardigd zijn, omdat ze vaak ook veel winst maken. Desondanks zou de belegger beter op zijn hoede moeten zijn, aldus Vetter. "Als je het doet, doe het dan voor het geld en niet vanwege een nobel streven. Beleggers moeten zich goed realiseren dat dit geen spel is zonder risico's."
VS onder vuur bij besprekingen over klimaatrapport
15/11/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Belga
Tijdens de bijeenkomst van verschillende regeringsdelegaties in het Spaanse Valencia voor de bespreking van het syntheserapport van het klimaatpanel (IPCC) is de Amerikaanse delegatie zwaar onder vuur genomen. Het Duitse ministerie van milieu vindt dat de VS tegenwerken en ook milieuactivisten verwijten de VS dat ze de stellingen van het VN-klimaatrapport opzettellijk willen afzwakken.
Ondanks de erkenning die het IPCC kreeg via de Nobelprijs voor de Vrede en "verpletterende feiten", proberen de VS opnieuw het verband tussen de uitstoot van broeikasgassen door de mens en de klimaatveranderingen te relativeren, meent het Duitse ministerie. De onderhandelingen over het syntheserapport gaan erg traag vooruit, schrijft ook de krant El Pais. De VS willen volgens El Pais in het rapport laten opnemen dat het gebruik van fossiele brandstoffen sinds 2000 fors is toegenomen en dat dit te wijten is aan jonge economische ontwikkelingen.
China zou dan weer vragen dat het rapport stelt dat de opwarming van de aarde terug te voeren is op uitstoot van broeikasgassen in de vorige eeuw. Daarmee wil Peking duidelijk maken dat de industrielanden een groot deel van de verantwoordelijkheid dragen. De wetenschappers van het IPCC maakten in de loop van dit jaar al drie tussenrapporten bekend en maken op basis hiervan een syntheserapport dat moet dienen als basis voor de VN-klimaatconferentie in Bali in december.
Volgens de krant Berliner Zeitung zal het rapport duidelijk stellen dat de gevolgen van de klimaatverandering onomkeerbaar zijn. "Zelfs onder de strengse scenario's voor de bescherming van het klimaat zal een verdere opwarming en de daarmee verbonden gevolgen in de loop van de 21ste eeuw onvermijdelijk zijn", zo citeert de krant uit een ontwerptekst. Die gevolgen zijn gebrek aan water, droogte, bosbranden, maar ook een stijging van de zeespiegel. Zonder verregaande wijzigingen in het klimaatbeleid zullen tegen 2100 honderden miljoenen mensen kampen met een gebrek aan water en zullen meer dan 40 procent van alle diersoorten uitsterven.
Tijdens de bijeenkomst van verschillende regeringsdelegaties in het Spaanse Valencia voor de bespreking van het syntheserapport van het klimaatpanel (IPCC) is de Amerikaanse delegatie zwaar onder vuur genomen. Het Duitse ministerie van milieu vindt dat de VS tegenwerken en ook milieuactivisten verwijten de VS dat ze de stellingen van het VN-klimaatrapport opzettellijk willen afzwakken.
Ondanks de erkenning die het IPCC kreeg via de Nobelprijs voor de Vrede en "verpletterende feiten", proberen de VS opnieuw het verband tussen de uitstoot van broeikasgassen door de mens en de klimaatveranderingen te relativeren, meent het Duitse ministerie. De onderhandelingen over het syntheserapport gaan erg traag vooruit, schrijft ook de krant El Pais. De VS willen volgens El Pais in het rapport laten opnemen dat het gebruik van fossiele brandstoffen sinds 2000 fors is toegenomen en dat dit te wijten is aan jonge economische ontwikkelingen.
China zou dan weer vragen dat het rapport stelt dat de opwarming van de aarde terug te voeren is op uitstoot van broeikasgassen in de vorige eeuw. Daarmee wil Peking duidelijk maken dat de industrielanden een groot deel van de verantwoordelijkheid dragen. De wetenschappers van het IPCC maakten in de loop van dit jaar al drie tussenrapporten bekend en maken op basis hiervan een syntheserapport dat moet dienen als basis voor de VN-klimaatconferentie in Bali in december.
Volgens de krant Berliner Zeitung zal het rapport duidelijk stellen dat de gevolgen van de klimaatverandering onomkeerbaar zijn. "Zelfs onder de strengse scenario's voor de bescherming van het klimaat zal een verdere opwarming en de daarmee verbonden gevolgen in de loop van de 21ste eeuw onvermijdelijk zijn", zo citeert de krant uit een ontwerptekst. Die gevolgen zijn gebrek aan water, droogte, bosbranden, maar ook een stijging van de zeespiegel. Zonder verregaande wijzigingen in het klimaatbeleid zullen tegen 2100 honderden miljoenen mensen kampen met een gebrek aan water en zullen meer dan 40 procent van alle diersoorten uitsterven.
14 november 2007
Auto's verbruiken meer dan constructeurs beweren
14/11/2007 | Bron(nen): DPA, Belga
Veel auto's verbruiken in werkelijkheid meer brandstof dan aangegeven wordt door de autoconstructeurs zelf. Dat blijkt uit een test van het Duitse Auto Bild.
De grootste verschillen werden tijdens de test opgetekend bij de wagen Lexus RX 400 Hybrid. Volgens Auto Bild lag het verbruik van de wagen 48 procent hoger dan de 8,1 liter per 100 kilometer die opgegeven werd door de constructeur. Uit de test bleek dat de wagen 12 liter had verbruikt.
Bij een ander wagen, de Focus C-Max 1.6 TDCi, werd een verbruik van 6,7 liter vastgesteld in vergelijking met de 4,9 liter die Ford officieel als verbruik opgeeft. Dat is ongeveer 37 procent meer. Uit het onderzoek bleek onder meer dat ook het "echte" verbruik van de Honda Civic Hybrid op 6,6 liter per 100 kilometer lag, tegen 4,4 liter officieel.
Auto Bild wijst er op dat de meeste autoconstructeurs voor de berekening van het verbruik van de wagens uitgaan van laboratoriumsituaties die onrealistisch zijn en geen rekening houden met factoren als lage bandenspanning en technische gebreken.
Wagens die de test goed doorstaan hebben, zijn onder meer de BMW M5 en VW Fox 1.4 TDI. De BMW M5 had tijdens de test een verbruik van 15,2 liter per 100 kilometer. Dat cijfer komt in de buurt van de 14,8 liter die de autoconstructeur zelf opgeeft. Uit de test bleek dat de VW Fox 5,2 liter verbruikt had op 100 kilometer, in vergelijking met de officiële waarde van 4,9 liter.
"Het klassieke probleem bij de testcyclussen van auto's is dat er geen rekening wordt gehouden met alle onderdelen van de wagen". Dat stelt Bond Beter Leefmilieu (BBL) in een reactie op het bericht van het Duitse blad. "Er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de airco", zegt Bram Claeys van BBL. Auto's die tijdens een echte rit toch de airco gebruiken, kunnen tot 10 procent meer verbruiken dan op papier is weergegeven. Claeys wijst er op dat tegenwoordig bijna alle wagens standaard zijn uitgerust met airco.
"Het is belangrijk dat alle auto's op dezelfde wijze getest worden", zegt Claeys. Bij Febiac, die de belangen van constructeurs en importeurs verdedigt, verduidelijken ze dat testcyclus voor autoconstructeurs Europees bepaald is en voor alle autobouwers hetzelfde is. "Het gaat om een officieel erkende testcyclus, en die is nodig om vergelijkingen mogelijk te maken", besluit Joost Kaesemans, woordvoerder bij Febiac.
Veel auto's verbruiken in werkelijkheid meer brandstof dan aangegeven wordt door de autoconstructeurs zelf. Dat blijkt uit een test van het Duitse Auto Bild.
De grootste verschillen werden tijdens de test opgetekend bij de wagen Lexus RX 400 Hybrid. Volgens Auto Bild lag het verbruik van de wagen 48 procent hoger dan de 8,1 liter per 100 kilometer die opgegeven werd door de constructeur. Uit de test bleek dat de wagen 12 liter had verbruikt.
Bij een ander wagen, de Focus C-Max 1.6 TDCi, werd een verbruik van 6,7 liter vastgesteld in vergelijking met de 4,9 liter die Ford officieel als verbruik opgeeft. Dat is ongeveer 37 procent meer. Uit het onderzoek bleek onder meer dat ook het "echte" verbruik van de Honda Civic Hybrid op 6,6 liter per 100 kilometer lag, tegen 4,4 liter officieel.
Auto Bild wijst er op dat de meeste autoconstructeurs voor de berekening van het verbruik van de wagens uitgaan van laboratoriumsituaties die onrealistisch zijn en geen rekening houden met factoren als lage bandenspanning en technische gebreken.
Wagens die de test goed doorstaan hebben, zijn onder meer de BMW M5 en VW Fox 1.4 TDI. De BMW M5 had tijdens de test een verbruik van 15,2 liter per 100 kilometer. Dat cijfer komt in de buurt van de 14,8 liter die de autoconstructeur zelf opgeeft. Uit de test bleek dat de VW Fox 5,2 liter verbruikt had op 100 kilometer, in vergelijking met de officiële waarde van 4,9 liter.
"Het klassieke probleem bij de testcyclussen van auto's is dat er geen rekening wordt gehouden met alle onderdelen van de wagen". Dat stelt Bond Beter Leefmilieu (BBL) in een reactie op het bericht van het Duitse blad. "Er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de airco", zegt Bram Claeys van BBL. Auto's die tijdens een echte rit toch de airco gebruiken, kunnen tot 10 procent meer verbruiken dan op papier is weergegeven. Claeys wijst er op dat tegenwoordig bijna alle wagens standaard zijn uitgerust met airco.
"Het is belangrijk dat alle auto's op dezelfde wijze getest worden", zegt Claeys. Bij Febiac, die de belangen van constructeurs en importeurs verdedigt, verduidelijken ze dat testcyclus voor autoconstructeurs Europees bepaald is en voor alle autobouwers hetzelfde is. "Het gaat om een officieel erkende testcyclus, en die is nodig om vergelijkingen mogelijk te maken", besluit Joost Kaesemans, woordvoerder bij Febiac.
Vlaming gaat meer op zoek naar andere energieleveranciers
14/11/2007 | Bron(nen): Belga
Meer Vlamingen hebben de laatste maanden bewust de energieprijzen vergeleken en een contract afgesloten met een alternatieve energieleverancier. Dat blijkt uit de jaarlijkse marktmonitor van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor Elektriciteit en Gas (VREG).
In september lag het aantal klanten dat de overstap maakte naar een andere aardgasleverancier op een historisch hoog niveau: 0,84% op maandbasis. Het marktaandeel van standaardleverancier Electrabel kende in september een lichte daling, mogelijk de voorbode van een trendbreuk, aldus de VREG. Waarschijnlijk ligt de aangekondigde prijsverhoging aan de basis.
De marktmonitor van de VREG laat ook nog zien dat de perceptie bij de Vlaming over de prijs voor elektriciteit en aardgas te pessimistisch is. Zo daalde de jaarlijkse kostpijs voor aardgas van een gemiddeld gezin met 15% in de twaalf maanden voor juli. De prijs voor elektriciteit steeg nauwelijks terwijl ruim de helft van de ondervraagde Vlamingen een prijsstijging percipieerde. Met de aangekondigde prijsstijgingen van de laatste maanden, zal de energiefactuur in de toekomst effectief oplopen, aldus de VREG.
Meer Vlamingen hebben de laatste maanden bewust de energieprijzen vergeleken en een contract afgesloten met een alternatieve energieleverancier. Dat blijkt uit de jaarlijkse marktmonitor van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor Elektriciteit en Gas (VREG).
In september lag het aantal klanten dat de overstap maakte naar een andere aardgasleverancier op een historisch hoog niveau: 0,84% op maandbasis. Het marktaandeel van standaardleverancier Electrabel kende in september een lichte daling, mogelijk de voorbode van een trendbreuk, aldus de VREG. Waarschijnlijk ligt de aangekondigde prijsverhoging aan de basis.
De marktmonitor van de VREG laat ook nog zien dat de perceptie bij de Vlaming over de prijs voor elektriciteit en aardgas te pessimistisch is. Zo daalde de jaarlijkse kostpijs voor aardgas van een gemiddeld gezin met 15% in de twaalf maanden voor juli. De prijs voor elektriciteit steeg nauwelijks terwijl ruim de helft van de ondervraagde Vlamingen een prijsstijging percipieerde. Met de aangekondigde prijsstijgingen van de laatste maanden, zal de energiefactuur in de toekomst effectief oplopen, aldus de VREG.
"Niets doen aan klimaat is crimineel onverantwoord"
13/11/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, De Morgen
In de aanloop naar het ultieme, want voor politici bedoelde klimaatverslag spreekt de VN-top scherpe taal. De dringendheid van het probleem niet erkennen is "crimineel onverantwoord", klinkt het. Grote boeman Amerika plant alvast de cruciale tekst goed te keuren.
Het met een Nobelprijs bekroonde werk van het VN-klimaatpanel (IPCC) in klare taal voor politici gieten is de inzet van het overleg in Valencia. Zin per zin, zelfs woord per woord gaan de experts uit 145 landen IPCC-rapporten navlooien. Zaterdag moeten die ruim drieduizend bladzijden in zowat twintig pagina's zijn samengevat, en dat betekent getouwtrek over zinsneden, komma's en woorden.
Dat alleen omdat wetenschappelijke consensus over smeltende gletsjers of temperatuurstijgingen in de toekomst niet voor de hand ligt, maar vooral omdat dit IPCC-verslag op de bureaus van 's werelds leiders zal belanden en de basis zal vormen voor de onderhandelingen over een nieuw klimaatpact volgende maand op Bali. Nieuwe wetenschappelijke conclusies zullen er niet in staan, maar de nadrukken die worden gelegd kunnen politiek het verschil maken.
In welk tempo de ijskappen van Groenland smelten, hoeveel de zeespiegel stijgt en hoeveel CO2 de oceanen opnemen, zullen discussiepunten zijn. "In de IPCC-rapporten staan scenario's en schattingen, maar nu komt het eropaan er de relevantste zaken uit te halen. Niet alle landen zijn daar even happig op", zegt Bram Claeys, klimaatspecialist bij Bond Beter Leefmilieu. Over de temperatuurstijging zal wellicht hard gediscussieerd worden. "De IPCC-voorspellingen hebben het over een gemiddelde toename tegen 2100 tussen 1,8 en 6,4 graden. Wanneer in de samenvatting voor beleidsmakers 3 graden zou staan, is dat politiek erg relevant, want Europa heeft al beslist dat een stijging boven 2 graden vermeden moet worden", zegt Claeys.
Erg belangrijk om beleidsmakers mee te krijgen is voorts welke nadruk in de samenvatting wordt gelegd op de betaalbaarheid van klimaatpolitiek. "Het zal gedurende 30 jaar zowat 0,1 van het bruto nationaal product kosten", benadrukt VN-milieuwoordvoerder Janosz Pastor. Zijn collega Yvo de Boer, VN-klimaatchef, geeft de delegatieleden een meer gepeperde boodschap mee: "De opwarming van de aarde is een feit, de effecten zijn er nu al. De hoogdringendheid ervan niet erkennen is crimineel onverantwoord", aldus De Boer bij de aanvang van de sessie in Valencia.
In een interview met persagentschap Bloomberg zegt Amerikaans gezant John Marburger dat zijn land, een van de twee grootste CO2-uitstoters en berucht omdat het niet meedoet met Kyoto, zich achter de tekst zal scharen. "Wij hebben geen enkel probleem met de kladversie die voorligt", aldus Marburger. Claeys: "Het zou zeer positief zijn mocht men de VS eindelijk mee krijgen, maar het devies is eerst zien en dan geloven. Het zou niet de eerste keer zijn dat de VS de indruk wekken zich constructief op te stellen om dan enkel wind te produceren".
In de aanloop naar het ultieme, want voor politici bedoelde klimaatverslag spreekt de VN-top scherpe taal. De dringendheid van het probleem niet erkennen is "crimineel onverantwoord", klinkt het. Grote boeman Amerika plant alvast de cruciale tekst goed te keuren.
Het met een Nobelprijs bekroonde werk van het VN-klimaatpanel (IPCC) in klare taal voor politici gieten is de inzet van het overleg in Valencia. Zin per zin, zelfs woord per woord gaan de experts uit 145 landen IPCC-rapporten navlooien. Zaterdag moeten die ruim drieduizend bladzijden in zowat twintig pagina's zijn samengevat, en dat betekent getouwtrek over zinsneden, komma's en woorden.
Dat alleen omdat wetenschappelijke consensus over smeltende gletsjers of temperatuurstijgingen in de toekomst niet voor de hand ligt, maar vooral omdat dit IPCC-verslag op de bureaus van 's werelds leiders zal belanden en de basis zal vormen voor de onderhandelingen over een nieuw klimaatpact volgende maand op Bali. Nieuwe wetenschappelijke conclusies zullen er niet in staan, maar de nadrukken die worden gelegd kunnen politiek het verschil maken.
In welk tempo de ijskappen van Groenland smelten, hoeveel de zeespiegel stijgt en hoeveel CO2 de oceanen opnemen, zullen discussiepunten zijn. "In de IPCC-rapporten staan scenario's en schattingen, maar nu komt het eropaan er de relevantste zaken uit te halen. Niet alle landen zijn daar even happig op", zegt Bram Claeys, klimaatspecialist bij Bond Beter Leefmilieu. Over de temperatuurstijging zal wellicht hard gediscussieerd worden. "De IPCC-voorspellingen hebben het over een gemiddelde toename tegen 2100 tussen 1,8 en 6,4 graden. Wanneer in de samenvatting voor beleidsmakers 3 graden zou staan, is dat politiek erg relevant, want Europa heeft al beslist dat een stijging boven 2 graden vermeden moet worden", zegt Claeys.
Erg belangrijk om beleidsmakers mee te krijgen is voorts welke nadruk in de samenvatting wordt gelegd op de betaalbaarheid van klimaatpolitiek. "Het zal gedurende 30 jaar zowat 0,1 van het bruto nationaal product kosten", benadrukt VN-milieuwoordvoerder Janosz Pastor. Zijn collega Yvo de Boer, VN-klimaatchef, geeft de delegatieleden een meer gepeperde boodschap mee: "De opwarming van de aarde is een feit, de effecten zijn er nu al. De hoogdringendheid ervan niet erkennen is crimineel onverantwoord", aldus De Boer bij de aanvang van de sessie in Valencia.
In een interview met persagentschap Bloomberg zegt Amerikaans gezant John Marburger dat zijn land, een van de twee grootste CO2-uitstoters en berucht omdat het niet meedoet met Kyoto, zich achter de tekst zal scharen. "Wij hebben geen enkel probleem met de kladversie die voorligt", aldus Marburger. Claeys: "Het zou zeer positief zijn mocht men de VS eindelijk mee krijgen, maar het devies is eerst zien en dan geloven. Het zou niet de eerste keer zijn dat de VS de indruk wekken zich constructief op te stellen om dan enkel wind te produceren".
Mondiaal energieverbruik zal tegen 2050 verdubbelen
12/11/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Belga
Het wereldwijde energieverbruik zal de komende decennia nogmaals duidelijk toenemen. Volgens een studie die de Wereld Energieraad maandag in Rome voorstelde, zal de globale vraag naar energie tegen 2050 met 70 tot 100 procent toenemen. De prijzen voor energie in al zijn vormen - olie, gas, steenkool, elektriciteit, wind- en waterkracht - zullen daardoor duidelijk stijgen.
Een prijsprognose doet de studie niet. Maar de WEC noemt hoge energieprijzen waarschijnlijk én zinvol. "Hogere prijzen laten toe meer te investeren in energie-opvoeding en in onderzoek en ontwikkeling. Bovendien verbeteren hoge tarieven de energie-efficiëntie", aldus de Zuid-Afrikaanse energiemanager Brian A. Statham die de studie voorstelde.
Om ook in derdewereldlanden een brede toegang tot energie mogelijk te maken, komen in eerste instantie water- en zonnekrachtcentrales in aanmerking. Momenteel kunnen zowat twee miljard mensen, of een derde van de wereldbevolking, geen commerciële energie gebruiken. Ten gronde zijn er echter geen knelpunten betreffende middelen, kapitaal of technologie die een bredere energiebenutting beperken. Problematisch zijn veeleer het transport en de verdeling van energie.
In vele landen ontbreken de voorwaarden, zoals bijvoorbeeld een elektriciteitsnet of gasleidingen. Dit geldt ook in tal van grootsteden in ontwikkelingslanden. "We kunnen meer mensen van energie voorzien, maar het stelt een grote opgave", sprak Statham. Hiertoe is het nodig alle energiedragers te benutten.
EU-Commissievoorzitter José Manuel Barroso noemde de relatie tussen energieverbruik en milieu "de grootste uitdaging voor onze generatie". De EU heeft een veelvoud aan maatregelen beslist die de uitstoot van milieuschadelijke gassen tegen 2020 met minstens 20 procent moet terugdringen tenopzichte van het niveau in 1990.
Het wereldwijde energieverbruik zal de komende decennia nogmaals duidelijk toenemen. Volgens een studie die de Wereld Energieraad maandag in Rome voorstelde, zal de globale vraag naar energie tegen 2050 met 70 tot 100 procent toenemen. De prijzen voor energie in al zijn vormen - olie, gas, steenkool, elektriciteit, wind- en waterkracht - zullen daardoor duidelijk stijgen.
Een prijsprognose doet de studie niet. Maar de WEC noemt hoge energieprijzen waarschijnlijk én zinvol. "Hogere prijzen laten toe meer te investeren in energie-opvoeding en in onderzoek en ontwikkeling. Bovendien verbeteren hoge tarieven de energie-efficiëntie", aldus de Zuid-Afrikaanse energiemanager Brian A. Statham die de studie voorstelde.
Om ook in derdewereldlanden een brede toegang tot energie mogelijk te maken, komen in eerste instantie water- en zonnekrachtcentrales in aanmerking. Momenteel kunnen zowat twee miljard mensen, of een derde van de wereldbevolking, geen commerciële energie gebruiken. Ten gronde zijn er echter geen knelpunten betreffende middelen, kapitaal of technologie die een bredere energiebenutting beperken. Problematisch zijn veeleer het transport en de verdeling van energie.
In vele landen ontbreken de voorwaarden, zoals bijvoorbeeld een elektriciteitsnet of gasleidingen. Dit geldt ook in tal van grootsteden in ontwikkelingslanden. "We kunnen meer mensen van energie voorzien, maar het stelt een grote opgave", sprak Statham. Hiertoe is het nodig alle energiedragers te benutten.
EU-Commissievoorzitter José Manuel Barroso noemde de relatie tussen energieverbruik en milieu "de grootste uitdaging voor onze generatie". De EU heeft een veelvoud aan maatregelen beslist die de uitstoot van milieuschadelijke gassen tegen 2020 met minstens 20 procent moet terugdringen tenopzichte van het niveau in 1990.
Saab stopt 'groene' campagne na klacht van Bart Staes
12/11/2007 | Bron(nen: Belga
Het automerk Saab heeft een reclamecampagne onder de slogan 'Saab. Het wordt eindelijk groener op de weg', stopgezet. Dat gebeurde na een klacht van Groen!-europarlementslid Bart Staes bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP). Staes noemde de campagne misleidend en kreeg gelijk van de JEP. Saab trok de bewuste campagne in, maar is van mening dat het de milieureclamecode niet heeft overtreden.
De zaak draait om een reclamefolder met als titel 'Saab. Het wordt eindelijk groen op de weg. Saab BioPower', die verspreid werd als bijlage bij een dagblad. In de folder staan verschillende Saab-modellen en uitleg over het BioPower-concept. De reclamecampagne is Bart Staes, Europarlementslid voor Groen!, in het verkeerde keelgat geschoten. Hij spreekt van misleidende reclame en "greenwashing", het fenomeen waarbij producten onterecht een groen en duurzaam label krijgen toegemeten.
Staes verwijst naar het feit dat Saab wagens aanbiedt die kunnen rijden op de brandstof E85, die voor 85 pct bestaat uit bio-ethanol. "Of het daarmee inderdaad veel 'groener' op de weg wordt, valt evenwel te betwijfelen", benadrukt Staes. "Blijkbaar is de CO2-uitstoot van een biopowermotor minstens 147 g/km. Dat ligt ruim boven het ijkpunt dat het Europees Parlement vooropstelt (120 g/km) en ook ruim boven de normen die in België gehanteerd worden voor een belastingvermindering", aldus Staes.
Het europarlementslid wijst ook op de "zware gevolgen" die de productie van bio-ethanol kan hebben op mens en milieu, zoals gewasverschuiving, ontbossing en toenemend pesticidengebruik. De Groen!-politicus wijst er ook fijntjes op dat Saab er in zijn campagne niet bij vertelt dat E85 nog maar in één Belgisch tankstation kan getankt worden.
Staes diende een dossier in bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame. Die oordeelde onder meer dat de Saab-reclame "absolute beweringen bevat die erop wijzen dat deze wagens geen gevolgen zouden hebben voor het leefmilieu". Omdat de wagens toch nog schadelijke CO2 uitstoten en dus "niet zonder gevolgen zijn voor het leefmilieu" zijn dergelijke absolute beweringen volgens de JEP strijdig met de milieureclamecode.
De JEP drong er bij Saab op aan de reclame aan te passen. Daarop liet de Scandinavische autobouwer de verspreiding van de reclamefolder stopzetten en werd ook beslist de rest van de advertenties te stoppen. Toch blijft Saab erbij dat haar campagne niet strijdig is met de milieureclamecode en dat het nergens heeft vermeld dat de Saab Biopower "geen gevolgen heeft voor het leefmilieu".
Het automerk Saab heeft een reclamecampagne onder de slogan 'Saab. Het wordt eindelijk groener op de weg', stopgezet. Dat gebeurde na een klacht van Groen!-europarlementslid Bart Staes bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP). Staes noemde de campagne misleidend en kreeg gelijk van de JEP. Saab trok de bewuste campagne in, maar is van mening dat het de milieureclamecode niet heeft overtreden.
De zaak draait om een reclamefolder met als titel 'Saab. Het wordt eindelijk groen op de weg. Saab BioPower', die verspreid werd als bijlage bij een dagblad. In de folder staan verschillende Saab-modellen en uitleg over het BioPower-concept. De reclamecampagne is Bart Staes, Europarlementslid voor Groen!, in het verkeerde keelgat geschoten. Hij spreekt van misleidende reclame en "greenwashing", het fenomeen waarbij producten onterecht een groen en duurzaam label krijgen toegemeten.
Staes verwijst naar het feit dat Saab wagens aanbiedt die kunnen rijden op de brandstof E85, die voor 85 pct bestaat uit bio-ethanol. "Of het daarmee inderdaad veel 'groener' op de weg wordt, valt evenwel te betwijfelen", benadrukt Staes. "Blijkbaar is de CO2-uitstoot van een biopowermotor minstens 147 g/km. Dat ligt ruim boven het ijkpunt dat het Europees Parlement vooropstelt (120 g/km) en ook ruim boven de normen die in België gehanteerd worden voor een belastingvermindering", aldus Staes.
Het europarlementslid wijst ook op de "zware gevolgen" die de productie van bio-ethanol kan hebben op mens en milieu, zoals gewasverschuiving, ontbossing en toenemend pesticidengebruik. De Groen!-politicus wijst er ook fijntjes op dat Saab er in zijn campagne niet bij vertelt dat E85 nog maar in één Belgisch tankstation kan getankt worden.
Staes diende een dossier in bij de Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame. Die oordeelde onder meer dat de Saab-reclame "absolute beweringen bevat die erop wijzen dat deze wagens geen gevolgen zouden hebben voor het leefmilieu". Omdat de wagens toch nog schadelijke CO2 uitstoten en dus "niet zonder gevolgen zijn voor het leefmilieu" zijn dergelijke absolute beweringen volgens de JEP strijdig met de milieureclamecode.
De JEP drong er bij Saab op aan de reclame aan te passen. Daarop liet de Scandinavische autobouwer de verspreiding van de reclamefolder stopzetten en werd ook beslist de rest van de advertenties te stoppen. Toch blijft Saab erbij dat haar campagne niet strijdig is met de milieureclamecode en dat het nergens heeft vermeld dat de Saab Biopower "geen gevolgen heeft voor het leefmilieu".
Econcern bouwt fabriek voor productie van 'tweede generatie' biomassa pellets
vrijdag 9 november 2007 | Bron(nen): Electrabel Nieuwsbrief, Energeia
Econcern gaat samen met partners ECN en Chemfo een fabriek bouwen die hoogwaardige biomassa pellets produceert. Deze pellets van de "tweede generatie" hebben door een speciale productietechnologie, aangeduid met torrefactie, tal van voordelen ten opzichte van de huidige pellets. Waar in Nederland de fabriek komt te staan, is nog geheim.
"Torrefier is het Franse woord dat gebruikt wordt voor het roosteren van koffiebonen", vertelt ECN-onderzoeker Jaap Kiel door de telefoon. Hoewel het proces niet helemaal vergelijkbaar is (bij koffiebonen is dat vooral gericht op het bewaren van aroma's, vertelt Kiel, iets wat bij biomassa pellets niet aan de orde is) is daar de benaming torrefactie (werkwoord: torreficeren) van afgeleid.
Torreficeren komt in het kort neer op het verhitten van biomassa in afwezigheid van zuurstof. Door biomassa als hout of stro op een temperatuur van 200°C tot 300°C te brengen, kunnen pellets worden gemaakt die minder dan driekwart van het oorspronkelijke gewicht hebben, maar wel 90% van de energie in zich herbergen. De gewichtsafname komt vooral door vochtverlies als gevolg van de verhitting.
Deze eenvoudig klinkende techniek blijkt er volgens de onderzoeker in te slagen om niet alleen lichte pellets met hoge verbrandingswaarde te produceren, maar bovendien zijn de pellets na het torreficeren waterafstotend, waardoor onoverdekte opslag buiten mogelijk is zonder dat het product gaat rotten. De pellets zijn minder chemisch verontreinigd en gemakkelijker te verpulveren dan biomassa pellets van de eerste generatie. Volgens Kiel staat een hele reeks biomassagebruikers te juichen om deze ontwikkeling.
Het principe van torrefactie is volgens Kiel algemeen bekend. De duivel zit in de details. Sinds begin 2006 loopt onder leiding van ECN het project Tortech, waarbij samen met de Technische Universiteit Eindhoven en biomassa specialist GF Energy met overheidsgeld onderzoek wordt gedaan naar deze duivel. Dat heeft volgens Jaap Kiel geleid tot een pilot plant op het ECN-terrein, wat volgens hem "de stand der techniek" van dit moment is.
Voor Econcern, ECN en Chemfo is het nu tijd voor de volgende stap: de bouw van een commerciële biomassa-pelletfabriek. Jaap Kiel: "We hebben de sommetjes gemaakt", en die vielen positief uit. Bedragen noemt Kiel niet, en ook Econcern-woordvoerster Anne Louise de Goeij maakt Energeia niet wijzer, maar volgens kiel zijn de kosten per geproduceerde kilowattuur vergelijkbaar met die voor gewone biomassa pellets. Maar Kiel verwacht dat de onderneming gaat "binnenlopen" door goedkoper transport en opslag. De pellets bundelen meer energie per kilo, en kunnen gewoon buiten worden opgeslagen.
Voor de bouw van de fabriek, die in 2008 moet starten en in 2009 klaar moet zijn, is een joint venture opgericht onder de naam BO2GO (dat moet op zijn Engels worden uitgesproken: bio to go). Welk aandeel de drie bedrijven precies hebben in de joint venture wordt niet verklapt door Econcern-woordvoerster De Goeij. Ook blijft verholen waar de fabriek komt, behalve dat hij in Nederland komt te staan en dat de locatiekeuze is teruggebracht tot drie terreinen.
Het lijkt erop dat Econcern de bulk van de investering draagt, en dus ook een meerderheidsaandeel in de onderneming heeft. Voor het Energieonderzoek Centrum Nederland is de doorontwikkeling van de technologie de belangrijkste insteek, vertelt Jaap Kiel, hoewel het terugverdienen van de geïnvesteerde researchgelden ongetwijfeld welkom zal zijn. Chemfo, een bedrijf van ondernemer Paul Hamm, de voorzitter van het Energietransitie Platform Groene Grondstoffen, profiteert onder de naam BO2-Unlimited als leverancier van de biomassa aan BO2GO.
Econcern gaat samen met partners ECN en Chemfo een fabriek bouwen die hoogwaardige biomassa pellets produceert. Deze pellets van de "tweede generatie" hebben door een speciale productietechnologie, aangeduid met torrefactie, tal van voordelen ten opzichte van de huidige pellets. Waar in Nederland de fabriek komt te staan, is nog geheim.
"Torrefier is het Franse woord dat gebruikt wordt voor het roosteren van koffiebonen", vertelt ECN-onderzoeker Jaap Kiel door de telefoon. Hoewel het proces niet helemaal vergelijkbaar is (bij koffiebonen is dat vooral gericht op het bewaren van aroma's, vertelt Kiel, iets wat bij biomassa pellets niet aan de orde is) is daar de benaming torrefactie (werkwoord: torreficeren) van afgeleid.
Torreficeren komt in het kort neer op het verhitten van biomassa in afwezigheid van zuurstof. Door biomassa als hout of stro op een temperatuur van 200°C tot 300°C te brengen, kunnen pellets worden gemaakt die minder dan driekwart van het oorspronkelijke gewicht hebben, maar wel 90% van de energie in zich herbergen. De gewichtsafname komt vooral door vochtverlies als gevolg van de verhitting.
Deze eenvoudig klinkende techniek blijkt er volgens de onderzoeker in te slagen om niet alleen lichte pellets met hoge verbrandingswaarde te produceren, maar bovendien zijn de pellets na het torreficeren waterafstotend, waardoor onoverdekte opslag buiten mogelijk is zonder dat het product gaat rotten. De pellets zijn minder chemisch verontreinigd en gemakkelijker te verpulveren dan biomassa pellets van de eerste generatie. Volgens Kiel staat een hele reeks biomassagebruikers te juichen om deze ontwikkeling.
Het principe van torrefactie is volgens Kiel algemeen bekend. De duivel zit in de details. Sinds begin 2006 loopt onder leiding van ECN het project Tortech, waarbij samen met de Technische Universiteit Eindhoven en biomassa specialist GF Energy met overheidsgeld onderzoek wordt gedaan naar deze duivel. Dat heeft volgens Jaap Kiel geleid tot een pilot plant op het ECN-terrein, wat volgens hem "de stand der techniek" van dit moment is.
Voor Econcern, ECN en Chemfo is het nu tijd voor de volgende stap: de bouw van een commerciële biomassa-pelletfabriek. Jaap Kiel: "We hebben de sommetjes gemaakt", en die vielen positief uit. Bedragen noemt Kiel niet, en ook Econcern-woordvoerster Anne Louise de Goeij maakt Energeia niet wijzer, maar volgens kiel zijn de kosten per geproduceerde kilowattuur vergelijkbaar met die voor gewone biomassa pellets. Maar Kiel verwacht dat de onderneming gaat "binnenlopen" door goedkoper transport en opslag. De pellets bundelen meer energie per kilo, en kunnen gewoon buiten worden opgeslagen.
Voor de bouw van de fabriek, die in 2008 moet starten en in 2009 klaar moet zijn, is een joint venture opgericht onder de naam BO2GO (dat moet op zijn Engels worden uitgesproken: bio to go). Welk aandeel de drie bedrijven precies hebben in de joint venture wordt niet verklapt door Econcern-woordvoerster De Goeij. Ook blijft verholen waar de fabriek komt, behalve dat hij in Nederland komt te staan en dat de locatiekeuze is teruggebracht tot drie terreinen.
Het lijkt erop dat Econcern de bulk van de investering draagt, en dus ook een meerderheidsaandeel in de onderneming heeft. Voor het Energieonderzoek Centrum Nederland is de doorontwikkeling van de technologie de belangrijkste insteek, vertelt Jaap Kiel, hoewel het terugverdienen van de geïnvesteerde researchgelden ongetwijfeld welkom zal zijn. Chemfo, een bedrijf van ondernemer Paul Hamm, de voorzitter van het Energietransitie Platform Groene Grondstoffen, profiteert onder de naam BO2-Unlimited als leverancier van de biomassa aan BO2GO.
WWF: "Regeringen schrappen info uit klimaatrapporten"
12/11/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Belga
Regeringen schrappen cruciale feiten en belangrijke informatie uit samenvattingen van de rapporten van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dat zegt de internationale milieuorganisatie Wereldnatuurfonds. Zo is volgens het WWF in de syntheserapporten niets terug te vinden over een verhoogd risico op orkanen door de opwarming of over het feit dat 20 tot 30 procent van de biodiversiteit dreigt te verdwijnen.
Maandag kwamen regeringsdelegaties samen in het Spaanse Valencia voor de bespreking van de syntheserapporten van het IPCC. Maar volgens Sam Van den Plas, klimaatspecialist van WWF-België, zijn de drie syntheserapporten die zullen worden voorgelegd maar een sterk afgezwakte versie van de eigenlijke rapporten. "En dat vooral om politieke redenen", aldus Van den Plas.
Daarom heeft het WWF zelf een rapport opgesteld met de passages die volgens de organisatie belangrijk zijn, maar weggelaten werden. Het kreeg de naam "What You Should Know -WWF summary for policy makers". Zo zijn bijvoorbeeld de bevindingen van het IPCC dat de klimaatopwarming een verhoogd risico op verwoestende orkanen meebrengt, het noordelijk gedeelte van de Stille Oceaan opwarmt en de gletsjers in de Europese Alpen verdwijnen, weggelaten in het eerste VN-syntheserapport.
Volgens het WWF werd het VN-klimaatpanel ook onder druk gezet om verwijzingen naar problemen met water, zoals droogtes en overstromingen, te schrappen, net als de vermelding dat 20 tot 30 procent van de levensvormen op aarde zullen verdwijnen als de temperatuur met 2 tot 3 graden celsius stijgt. In de derde synthese stond wel duidelijk dat de opwarming van de aarde kan stoppen als de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen begint te verminderen voor 2015. Tegen midden deze eeuw moet de CO2-uitstoot met 50 tot 85 procent teruggedrongen zijn.
Meer informatie: What You Should Know – WWF summary for policy makers
Regeringen schrappen cruciale feiten en belangrijke informatie uit samenvattingen van de rapporten van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dat zegt de internationale milieuorganisatie Wereldnatuurfonds. Zo is volgens het WWF in de syntheserapporten niets terug te vinden over een verhoogd risico op orkanen door de opwarming of over het feit dat 20 tot 30 procent van de biodiversiteit dreigt te verdwijnen.
Maandag kwamen regeringsdelegaties samen in het Spaanse Valencia voor de bespreking van de syntheserapporten van het IPCC. Maar volgens Sam Van den Plas, klimaatspecialist van WWF-België, zijn de drie syntheserapporten die zullen worden voorgelegd maar een sterk afgezwakte versie van de eigenlijke rapporten. "En dat vooral om politieke redenen", aldus Van den Plas.
Daarom heeft het WWF zelf een rapport opgesteld met de passages die volgens de organisatie belangrijk zijn, maar weggelaten werden. Het kreeg de naam "What You Should Know -WWF summary for policy makers". Zo zijn bijvoorbeeld de bevindingen van het IPCC dat de klimaatopwarming een verhoogd risico op verwoestende orkanen meebrengt, het noordelijk gedeelte van de Stille Oceaan opwarmt en de gletsjers in de Europese Alpen verdwijnen, weggelaten in het eerste VN-syntheserapport.
Volgens het WWF werd het VN-klimaatpanel ook onder druk gezet om verwijzingen naar problemen met water, zoals droogtes en overstromingen, te schrappen, net als de vermelding dat 20 tot 30 procent van de levensvormen op aarde zullen verdwijnen als de temperatuur met 2 tot 3 graden celsius stijgt. In de derde synthese stond wel duidelijk dat de opwarming van de aarde kan stoppen als de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen begint te verminderen voor 2015. Tegen midden deze eeuw moet de CO2-uitstoot met 50 tot 85 procent teruggedrongen zijn.
Meer informatie: What You Should Know – WWF summary for policy makers
18 oktober 2007
Waalse regering wil rijden met CO2-onvriendelijke wagens bestraffen
18/10/2007 | Bron(nen): Belga
De Waalse regering heeft donderdag een akkoord bereikt over een ecologisch bonus-malus systeem op basis van de CO2-uitstoot van voertuigen. Wie een wagen met een hoge CO2-uitstoot wil kopen, zal daarvoor financieel gesanctioneerd worden. Doel is om de aanschaf van CO2-zuinige wagens te stimuleren.
Bij de eerste aankoop van een wagen, is een bonus voorzien van 100 tot 1.000 euro als de CO2-uitstoot lager ligt dan 146 gram CO2 per kilometer. Daarvoor zijn verschillende schijven voorzien. Ligt de uitstoot echter hoger dan 196 g/km dan moet de bestuurder rekening houden met een malus tussen 100 en 1.000 euro. Wanneer de uitstoot tussen 146 en 196 gram ligt, is er geen bonus of malus.
Wanneer men van wagen verandert, wordt de CO2-uitstoot van de oude wagen vergeleken met de nieuwe. Is de nieuwe wagen een stuk CO2-zuiniger, dan is een bonus voorzien. Is de nieuwe wagen vervuilender, dan krijgt de bestuurder een malus. Voor grote gezinnen is er een speciale behandeling. Die gezinnen zijn vaak aangewezen op een grotere wagen waarvoor de belasting op de inverkeersstelling (BIV) en de verkeersbelasting al hoger ligt. Die gezinnen krijgen ter compensatie één schijf in de CO2-graadmeter cadeau.
De maatregel geldt enkel voor particulieren, niet voor bedrijfswagens. Daarvoor zou een samenwerkingsakkoord tussen de gewesten nodig zijn. "Om verder te gaan, is een samenwerkingsakkoord nodig. Na de gebeurtenissen rond het wegenvignet, handel ik liever alleen", aldus Waals minister van Begroting, Michel Daerden (PS).
Het Waalse bonus malus systeem wordt toegepast bij de inschrijving van de wagen en berust enkel op de CO2-uitstoot. Er wordt dus geen rekening gehouden met andere parameters, zoals de uitstoot van kleine stofdeeltjes, factoren die Vlaanderen en Brussel wel in rekening willen brengen. Zo wil de Vlaamse regering vanaf 2009 de verkeersbelasting laten afhangen van de milieuvriendelijkheid van de wagen. Daarbij wordt gewerkt op basis van de ecoscore van een wagen. Die houdt naast de CO2-uitstoot ook rekening met de uitstoot van fijne stofdeeltjes en met de geluidshinder.
Volgens Waals minister Daerden is een berekening op basis van de CO2-uitstoot het makkelijkste te meten.
De Waalse regering voorziet 22,6 miljoen euro voor de maatregel.
De Waalse regering heeft donderdag een akkoord bereikt over een ecologisch bonus-malus systeem op basis van de CO2-uitstoot van voertuigen. Wie een wagen met een hoge CO2-uitstoot wil kopen, zal daarvoor financieel gesanctioneerd worden. Doel is om de aanschaf van CO2-zuinige wagens te stimuleren.
Bij de eerste aankoop van een wagen, is een bonus voorzien van 100 tot 1.000 euro als de CO2-uitstoot lager ligt dan 146 gram CO2 per kilometer. Daarvoor zijn verschillende schijven voorzien. Ligt de uitstoot echter hoger dan 196 g/km dan moet de bestuurder rekening houden met een malus tussen 100 en 1.000 euro. Wanneer de uitstoot tussen 146 en 196 gram ligt, is er geen bonus of malus.
Wanneer men van wagen verandert, wordt de CO2-uitstoot van de oude wagen vergeleken met de nieuwe. Is de nieuwe wagen een stuk CO2-zuiniger, dan is een bonus voorzien. Is de nieuwe wagen vervuilender, dan krijgt de bestuurder een malus. Voor grote gezinnen is er een speciale behandeling. Die gezinnen zijn vaak aangewezen op een grotere wagen waarvoor de belasting op de inverkeersstelling (BIV) en de verkeersbelasting al hoger ligt. Die gezinnen krijgen ter compensatie één schijf in de CO2-graadmeter cadeau.
De maatregel geldt enkel voor particulieren, niet voor bedrijfswagens. Daarvoor zou een samenwerkingsakkoord tussen de gewesten nodig zijn. "Om verder te gaan, is een samenwerkingsakkoord nodig. Na de gebeurtenissen rond het wegenvignet, handel ik liever alleen", aldus Waals minister van Begroting, Michel Daerden (PS).
Het Waalse bonus malus systeem wordt toegepast bij de inschrijving van de wagen en berust enkel op de CO2-uitstoot. Er wordt dus geen rekening gehouden met andere parameters, zoals de uitstoot van kleine stofdeeltjes, factoren die Vlaanderen en Brussel wel in rekening willen brengen. Zo wil de Vlaamse regering vanaf 2009 de verkeersbelasting laten afhangen van de milieuvriendelijkheid van de wagen. Daarbij wordt gewerkt op basis van de ecoscore van een wagen. Die houdt naast de CO2-uitstoot ook rekening met de uitstoot van fijne stofdeeltjes en met de geluidshinder.
Volgens Waals minister Daerden is een berekening op basis van de CO2-uitstoot het makkelijkste te meten.
De Waalse regering voorziet 22,6 miljoen euro voor de maatregel.
08 oktober 2007
Helft Russen weet niet van klimaatverandering
2/10/2007 | Bron: Klimaatnieuws.nl
Meer dan de helft van de Russen heeft niets of weinig gehoord over klimaatverandering. Dat blijkt uit een enquête in opdracht van de Britse omroep BBC onder 22.000 mensen in 21 landen.
Volgens de BBC komt dat doordat Russische media andere prioriteiten hebben, en doordat Rusland, waar het zeer koud kan zijn, klimaatverandering niet per definitie als negatief verschijnsel beschouwt. Als het klimaat opwarmt, zal meer van Ruslands territorium beschikbaar worden voor agricultuur en industrie, aldus een woordvoerder van het Russische ministerie van natuurlijke bronnen.
Rusland heeft het Kyoto-protocol ondertekend en zal komende jaren naar verwachting investeren in een milieuvriendelijker beleid, maar zich daarbij vooral richten op bedrijven.[NRC]
Meer dan de helft van de Russen heeft niets of weinig gehoord over klimaatverandering. Dat blijkt uit een enquête in opdracht van de Britse omroep BBC onder 22.000 mensen in 21 landen.
Volgens de BBC komt dat doordat Russische media andere prioriteiten hebben, en doordat Rusland, waar het zeer koud kan zijn, klimaatverandering niet per definitie als negatief verschijnsel beschouwt. Als het klimaat opwarmt, zal meer van Ruslands territorium beschikbaar worden voor agricultuur en industrie, aldus een woordvoerder van het Russische ministerie van natuurlijke bronnen.
Rusland heeft het Kyoto-protocol ondertekend en zal komende jaren naar verwachting investeren in een milieuvriendelijker beleid, maar zich daarbij vooral richten op bedrijven.[NRC]
Warme zomer in poolgebied Canada
4/10/2007 | Bron: Klimaatnieuws.nl
In het poolgebied boven Canada is het zeker aan het begin van deze zomer uitzonderlijk warm geweest. Dit meldden onderzoekers van de Universiteit van Ontario in de Britse krant The Independent.
Het werd in juli verscheidene keren 22 graden Celsius op Melville Island. Deze plek in het uiterste noorden van Canada geldt als een van de koudste van het Noord-Amerikaanse continent. De onderzoekers waren er met dikke kleren en warme mutsen neergestreken. Begin juli was het er dagenlang 15 graden, minstens vijf graden meer dan normaal, en soms zelfs 22 graden.
Het landschap leek niet overweg te kunnen met de zachte zomer. Professor Scott Lamoureux omschreef ‘catastrofale modderstromen en aardverschuivingen als gevolg van de ongewone dooi. Het landschap werd letterlijk voor onze ogen uiteengescheurd,’ aldus de professor. Volgend jaar gaat de delegatie er in augustus en september heen voor meer onderzoek naar de zomer en nazomer in het Poolgebied.
Melville Island ligt aan de wateren tussen westelijk Groenland en het noorden van Alaska die recent voor het eerst als bevaarbaar werden bestempeld. De voorheen dichtgevroren wateren kunnen ontdooid de scheepvaart revolutionair vergemakkelijken tussen Azië en Europa. [ANP via Volkskrant]
In het poolgebied boven Canada is het zeker aan het begin van deze zomer uitzonderlijk warm geweest. Dit meldden onderzoekers van de Universiteit van Ontario in de Britse krant The Independent.
Het werd in juli verscheidene keren 22 graden Celsius op Melville Island. Deze plek in het uiterste noorden van Canada geldt als een van de koudste van het Noord-Amerikaanse continent. De onderzoekers waren er met dikke kleren en warme mutsen neergestreken. Begin juli was het er dagenlang 15 graden, minstens vijf graden meer dan normaal, en soms zelfs 22 graden.
Het landschap leek niet overweg te kunnen met de zachte zomer. Professor Scott Lamoureux omschreef ‘catastrofale modderstromen en aardverschuivingen als gevolg van de ongewone dooi. Het landschap werd letterlijk voor onze ogen uiteengescheurd,’ aldus de professor. Volgend jaar gaat de delegatie er in augustus en september heen voor meer onderzoek naar de zomer en nazomer in het Poolgebied.
Melville Island ligt aan de wateren tussen westelijk Groenland en het noorden van Alaska die recent voor het eerst als bevaarbaar werden bestempeld. De voorheen dichtgevroren wateren kunnen ontdooid de scheepvaart revolutionair vergemakkelijken tussen Azië en Europa. [ANP via Volkskrant]
Eneco opent biogasinstallatie met loosbaar water
07/10/2007 | Bron: Vilt-nieuwsoverzicht
Eneco Energie, een van de drie grootste energiebedrijven in Nederland, opende zaterdag in Diksmuide samen met investeringspartner Eco Projects de eerste biogasinstallatie, die voldoet aan de strenge Vlarem-lozingsnormen voor afvalwater. Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne (Open VLD) mocht op de startknop drukken.
"De eerste biogasinstallatie met zuiver loosbaar water is een uniek voorbeeld van ondernemerscreativiteit", aldus Van Quickenborne. "Dit project bewijst dat ecologie en economie hand in hand kunnen gaan. Ik doe dan ook een oproep tot de collega's van de Vlaamse en provinciale overheid om hun gezond verstand te gebruiken en de nodige vergunningen op een eenvoudige en snelle wijze te verlenen zodat dit geen Kafka-verhaal wordt".
De biogasinstallatie is de eerste in een rij van 40 geplande soortgelijke installaties. "Aan deze installatie van 345 kilowatt, die relatief klein is, hangt toch al snel een prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro", zegt Jeroen Reijnen van Eneco. "Ze produceert uit 12.000 ton biomassa groene elektriciteit voor aanvankelijk 700 gezinnen, maar zal met een bijkomende ingreep straks zo'n 3.000 gezinnen van groene stroom voorzien. Naast mest en maïs verwerkt ze ook zogenaamde nevenstromen uit de agro-industrie. Geen slachtafval zoals wel eens verkeerdelijk begrepen wordt, want dat zou het vergistingsproces hypothekeren".
"Biogas is, onder meer door de strenge Vlaamse milieunormen, een complexe maar wel erg duurzame technologie met een bijzonder hoog rendement", vult Michaël Corten, directeur van Eneco België, aan. "Zo verkrijgen we niet alleen groene elektriciteit maar ook warmte die we hergebruiken voor de opwarming van de vergistingstanks en het drogen van de mestkorrels, die uitermate geschikt zijn voor de wijnbouw. Dat het Belgische investeringsklimaat - hoewel vrij recent - inmiddels tot de betere van Europa behoort, speelt uiteraard ook mee".
Ook de boer doet er zijn voordeel mee. "Het probleem van het mestoverschot kan, in combinatie met biomassa, in zeer grote mate opgelost worden tegen een erg matige prijs", zegt ABS-voorzitter Camiel Adriaens. "Vandaar dat wij dit project zijn blijven steunen. Eco Flanders, de voorloper van Eco Projects, zou zich aanvankelijk concentreren op de engeneering van mobiele mestverwerkingsinstallaties. Maar toen er problemen met de filtrage opdoken, zagen we ons genoodzaakt vers kapitaal aan te trekken en ons meer te richten op het pad van de bio-methanisatie. Dankzij het uniek zuiveringssysteem is het plaatje voor de landbouw nog aantrekkelijker".(MP)
Eneco Energie, een van de drie grootste energiebedrijven in Nederland, opende zaterdag in Diksmuide samen met investeringspartner Eco Projects de eerste biogasinstallatie, die voldoet aan de strenge Vlarem-lozingsnormen voor afvalwater. Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging Vincent Van Quickenborne (Open VLD) mocht op de startknop drukken.
"De eerste biogasinstallatie met zuiver loosbaar water is een uniek voorbeeld van ondernemerscreativiteit", aldus Van Quickenborne. "Dit project bewijst dat ecologie en economie hand in hand kunnen gaan. Ik doe dan ook een oproep tot de collega's van de Vlaamse en provinciale overheid om hun gezond verstand te gebruiken en de nodige vergunningen op een eenvoudige en snelle wijze te verlenen zodat dit geen Kafka-verhaal wordt".
De biogasinstallatie is de eerste in een rij van 40 geplande soortgelijke installaties. "Aan deze installatie van 345 kilowatt, die relatief klein is, hangt toch al snel een prijskaartje van 2 à 3 miljoen euro", zegt Jeroen Reijnen van Eneco. "Ze produceert uit 12.000 ton biomassa groene elektriciteit voor aanvankelijk 700 gezinnen, maar zal met een bijkomende ingreep straks zo'n 3.000 gezinnen van groene stroom voorzien. Naast mest en maïs verwerkt ze ook zogenaamde nevenstromen uit de agro-industrie. Geen slachtafval zoals wel eens verkeerdelijk begrepen wordt, want dat zou het vergistingsproces hypothekeren".
"Biogas is, onder meer door de strenge Vlaamse milieunormen, een complexe maar wel erg duurzame technologie met een bijzonder hoog rendement", vult Michaël Corten, directeur van Eneco België, aan. "Zo verkrijgen we niet alleen groene elektriciteit maar ook warmte die we hergebruiken voor de opwarming van de vergistingstanks en het drogen van de mestkorrels, die uitermate geschikt zijn voor de wijnbouw. Dat het Belgische investeringsklimaat - hoewel vrij recent - inmiddels tot de betere van Europa behoort, speelt uiteraard ook mee".
Ook de boer doet er zijn voordeel mee. "Het probleem van het mestoverschot kan, in combinatie met biomassa, in zeer grote mate opgelost worden tegen een erg matige prijs", zegt ABS-voorzitter Camiel Adriaens. "Vandaar dat wij dit project zijn blijven steunen. Eco Flanders, de voorloper van Eco Projects, zou zich aanvankelijk concentreren op de engeneering van mobiele mestverwerkingsinstallaties. Maar toen er problemen met de filtrage opdoken, zagen we ons genoodzaakt vers kapitaal aan te trekken en ons meer te richten op het pad van de bio-methanisatie. Dankzij het uniek zuiveringssysteem is het plaatje voor de landbouw nog aantrekkelijker".(MP)
30 augustus 2007
Meer broeikasgas beter voor Belgen
29/08/2007 | Bron(nen): Trends
In ons land levert de klimaatverandering meer winnaars dan verliezers op. Ondertussen is volgens de Verenigde Naties een investering nodig van 150 miljard euro om tegen 2030 de uitstoot van CO2 op het huidige niveau te houden. In Wenen zoekt de VN deze week naar een oplossing voor het broeikaseffect.
Belgische bedrijven spinnen garen bij het Kyoto Protocol. Zo gaat de sector van de hernieuwbare energie - inclusief toeleveranciers - een gouden toekomst tegemoet, aldus de jongste studie van de Deutche Bank Research. De vraag overtreft ruimschoots het aanbod.
Zeven ondernemers getuigen in Trends. Volgende week start Photovoltech haar nieuwe productielijnen voor zonnecellen in Tienen. Daikin Airconditioning Belgium in Oostende groeit jaarlijks met 20 à 25%, maar vindt amper nog voldoende medewerkers. Hansen Transmissions uit Edegem verdubbelt haar capaciteit in Lommel, terwijl Pauwels International uit Mechelen uitgroeit tot wereldleider in transformatoren voor windturbines. Het orderboek van Vyncke Energietechniek zit al jaren op voorhand volgeboekt. Xylowatt _ producent van kleine biomassacentrales uit Louvain-la-Neuve _ plant een kapitaalverhoging, terwijl Umicore met succes aan herlaadbare batterijen voor hybride wagens werkt.
Innovatie
Ook de vooruitzichten voor de Belgische landbouw zijn rooskleurig. Dank zij de stijging van de temperaturen verhoogt de productiviteit. Hetzelfde geldt voor het toerisme, het transport over water en de bouwsector. Uit onderzoek blijkt namelijk dat onze huizen en kantoren veel te slecht geïsoleerd zijn. Investeringen in energiezuinige gebouwen levert een netto positief resultaat op - zowel voor het milieu als de economie.
Maar om in de huidige concurrentiestrijd te kunnen overleven, zullen zowel overheid én industrie meer dan ooit moeten gaan investeren in innovatie. "Uiteindelijk leiden de maatregelen tegen het broeikaseffect tot een versterking van onze economie" besluit milieueconoom Johan Albrecht (Universiteit Gent): "Door ons te focussen op de uitstootvermindering in plaats van te investeren in aanpassingsstrategieën in ontwikkelingslanden - wat al op korte termijn een zeer hoog rendement zou opleveren -steunen we nu vooral onze eigen industriële dynamiek en ontwikkeling."
(Eric Pompen)
In ons land levert de klimaatverandering meer winnaars dan verliezers op. Ondertussen is volgens de Verenigde Naties een investering nodig van 150 miljard euro om tegen 2030 de uitstoot van CO2 op het huidige niveau te houden. In Wenen zoekt de VN deze week naar een oplossing voor het broeikaseffect.
Belgische bedrijven spinnen garen bij het Kyoto Protocol. Zo gaat de sector van de hernieuwbare energie - inclusief toeleveranciers - een gouden toekomst tegemoet, aldus de jongste studie van de Deutche Bank Research. De vraag overtreft ruimschoots het aanbod.
Zeven ondernemers getuigen in Trends. Volgende week start Photovoltech haar nieuwe productielijnen voor zonnecellen in Tienen. Daikin Airconditioning Belgium in Oostende groeit jaarlijks met 20 à 25%, maar vindt amper nog voldoende medewerkers. Hansen Transmissions uit Edegem verdubbelt haar capaciteit in Lommel, terwijl Pauwels International uit Mechelen uitgroeit tot wereldleider in transformatoren voor windturbines. Het orderboek van Vyncke Energietechniek zit al jaren op voorhand volgeboekt. Xylowatt _ producent van kleine biomassacentrales uit Louvain-la-Neuve _ plant een kapitaalverhoging, terwijl Umicore met succes aan herlaadbare batterijen voor hybride wagens werkt.
Innovatie
Ook de vooruitzichten voor de Belgische landbouw zijn rooskleurig. Dank zij de stijging van de temperaturen verhoogt de productiviteit. Hetzelfde geldt voor het toerisme, het transport over water en de bouwsector. Uit onderzoek blijkt namelijk dat onze huizen en kantoren veel te slecht geïsoleerd zijn. Investeringen in energiezuinige gebouwen levert een netto positief resultaat op - zowel voor het milieu als de economie.
Maar om in de huidige concurrentiestrijd te kunnen overleven, zullen zowel overheid én industrie meer dan ooit moeten gaan investeren in innovatie. "Uiteindelijk leiden de maatregelen tegen het broeikaseffect tot een versterking van onze economie" besluit milieueconoom Johan Albrecht (Universiteit Gent): "Door ons te focussen op de uitstootvermindering in plaats van te investeren in aanpassingsstrategieën in ontwikkelingslanden - wat al op korte termijn een zeer hoog rendement zou opleveren -steunen we nu vooral onze eigen industriële dynamiek en ontwikkeling."
(Eric Pompen)
Plannen voor windmolens aan Nederlandse grens
29/08/2007 | Bron(nen): Het Laatste Nieuws, Vilt-nieuwsoverzicht
Er bestaan plannen om vier windmolens te plaatsen in Reusel, op enkele kilometers van de grens met Arendonk en Mol-Postel. De windmolens zouden komen op de grond van twee landbouwers uit de regio die mee aan de basis liggen van het plan. Het zou gaan om vier windmolens van 105 meter hoog. De windmolens zouden samen zo'n 12 megawatt stroom produceren. Dat is vergelijkbaar met de stroomvoorziening voor 6.500 gezinnen.
De vier windturbines zouden aan de Goordijk in Reusel komen. Die zone ligt in landbouwgebied. De burgemeester en wethouders van Reusel hebben het licht op groen gezet om de plannen verder te ontwikkelen. De realisatie zou pas voor over enkele jaren zijn. Wanneer de plannen concreter worden, zal ook de gemeente Arendonk erbij betrokken worden.(KS)
Er bestaan plannen om vier windmolens te plaatsen in Reusel, op enkele kilometers van de grens met Arendonk en Mol-Postel. De windmolens zouden komen op de grond van twee landbouwers uit de regio die mee aan de basis liggen van het plan. Het zou gaan om vier windmolens van 105 meter hoog. De windmolens zouden samen zo'n 12 megawatt stroom produceren. Dat is vergelijkbaar met de stroomvoorziening voor 6.500 gezinnen.
De vier windturbines zouden aan de Goordijk in Reusel komen. Die zone ligt in landbouwgebied. De burgemeester en wethouders van Reusel hebben het licht op groen gezet om de plannen verder te ontwikkelen. De realisatie zou pas voor over enkele jaren zijn. Wanneer de plannen concreter worden, zal ook de gemeente Arendonk erbij betrokken worden.(KS)
"Status quo broeikasgassen vergt 150 miljard euro"
29/08/2007 | Bron(nen): Belga, Vilt-nieuwsoverzicht
De Verenigde Naties menen dat er tegen 2030 zo'n 150 miljard euro investeringen nodig zullen zijn om de uitstoot van broeikasgassen op het huidige niveau te houden. Dat staat in een rapport dat is voorgesteld in Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad zitten nog tot vrijdag een duizendtal experts uit de openbare en de privésector samen om verregaande voorstellen voor de klimaatconferentie van Bali in december uit te werken. Daar moet het onderhandelingsproces op gang worden geschoten om tot een vervolgingregeling te komen voor het Kyoto-protocol, dat in 2012 afloopt.
Het rapport onderzocht de investeringen die nodig zijn voor de klimaatbescherming in het jaar 2030. Volgens de Kaderconventie van de VN over Klimaatveranderingen (UNFCCC) zal een behoud van de status quo alleen al aanzienlijke investeringen vereisen: wereldwijd tussen de 147 en de 155 miljard euro. Dat komt overeen met 1,1 tot 1,7 procent van de wereldwijde investeringen, en tussen de 0,3 en 0,5 procent van het BBP van de planeet.
Het rapport beveelt aan om het mechanisme van het Kyoto-protocol voort te zetten dat het voor industrielanden mogelijk maakt om in ontwikkelingslanden te investeren en zo tegen een mindere kost de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Een groot deel van de investeringen in de strijd tegen de afremming van de dreigende klimaatverandering zal trouwens in de ontwikkelingslanden moeten gebeuren. Daar zou dan 68 procent van de wereldwijde uitstootreducties bereikt kunnen worden.(KS)
Meer informatie: Vienna Climate Change Talks 2007
De Verenigde Naties menen dat er tegen 2030 zo'n 150 miljard euro investeringen nodig zullen zijn om de uitstoot van broeikasgassen op het huidige niveau te houden. Dat staat in een rapport dat is voorgesteld in Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad zitten nog tot vrijdag een duizendtal experts uit de openbare en de privésector samen om verregaande voorstellen voor de klimaatconferentie van Bali in december uit te werken. Daar moet het onderhandelingsproces op gang worden geschoten om tot een vervolgingregeling te komen voor het Kyoto-protocol, dat in 2012 afloopt.
Het rapport onderzocht de investeringen die nodig zijn voor de klimaatbescherming in het jaar 2030. Volgens de Kaderconventie van de VN over Klimaatveranderingen (UNFCCC) zal een behoud van de status quo alleen al aanzienlijke investeringen vereisen: wereldwijd tussen de 147 en de 155 miljard euro. Dat komt overeen met 1,1 tot 1,7 procent van de wereldwijde investeringen, en tussen de 0,3 en 0,5 procent van het BBP van de planeet.
Het rapport beveelt aan om het mechanisme van het Kyoto-protocol voort te zetten dat het voor industrielanden mogelijk maakt om in ontwikkelingslanden te investeren en zo tegen een mindere kost de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Een groot deel van de investeringen in de strijd tegen de afremming van de dreigende klimaatverandering zal trouwens in de ontwikkelingslanden moeten gebeuren. Daar zou dan 68 procent van de wereldwijde uitstootreducties bereikt kunnen worden.(KS)
Meer informatie: Vienna Climate Change Talks 2007
27 augustus 2007
Productie biobrandstof loopt vertraging op in België
25/08/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Het beleid voor biobrandstoffen in België faalt. Vrijwel alle projecten liggen maanden tot zelfs een jaar achter op schema. Dat stelt De Tijd vast. Enkel Oleon in Ertvelde en Neochim in Féluy zitten al met een beperkt volume biodiesel op de markt. Neochim werkt op de helft van zijn capaciteit, omdat de vraag naar biodiesel beperkt blijft tot enkele spelers. In België zijn de oliebedrijven niet verplicht biobrandstoffen bij te mengen.
Terwijl chauffeurs in Frankrijk, Duitsland en in Nederland al enkele jaren biobrandstoffen kunnen tanken, blijft België achter. De regering ging ervan uit dat al in oktober dit jaar de biobrandstoffen beschikbaar zouden zijn aan de pomp. Dat is voorlopig enkel het geval voor biodiesel en dan nog in beperkte mate. Voor bio-ethanol op basis van suikerbieten en granen zijn alle installaties nog in opbouw. Vorig jaar oefenden de bedrijven veel politieke en zelfs communautaire druk uit om een deel te krijgen van de toegekende quota; 250 miljoen liter bio-ethanol per jaar en 380 miljoen liter biodiesel.
Het uitstel in de uitvoering heeft ook te maken met de sterk gewijzigde economische omgeving voor biobrandstoffen. Twee jaar geleden waren de grondstoffen voor de aanmaak van biobrandstoffen nog relatief goedkoop. Intussen zijn de prijzen voor plantaardige oliën uit palmnoten en koolzaad bijna verdubbeld. Ook de prijs voor granen, de basis voor bio-ethanol, is de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Biobrandstoffen zijn alleen door het schrappen van de accijnzen rendabel tegenover traditionele brandstoffen.
Nu de kostprijs door de duurdere grondstoffen nog extra gestegen is, komt de rendabiliteit helemaal in het gedrang. De productie van biodiesel in Vlaanderen blijft voorlopig beperkt tot 2.000 ton per week door Oleon uit Ertvelde. Neochim in Seneffe brengt een gelijkaardig volume op de markt. Er is onvoldoende vraag. Enkel Total en kleine spelers mengen al biodiesel. Shell en Esso wachten nog af, omdat bijmenging niet verplicht is in ons land.
Alle andere spelers, die een quotum hebben aangevraagd, liggen maanden achter op het geplande schema. Het project BioWanze van Südzucker moest in oktober dit jaar operationeel zijn, maar de eerste productie wordt nu pas in de lente van 2008 verwacht. Het project staat nog in de fase van de grondwerken. Met BioWanze zijn 245 miljoen euro investeringen gemoeid. De fabriek moet normaal 300 miljoen liter bio-ethanol per jaar produceren.
Johan Derycker, woordvoerder van de Tiensche Suikerraffinaderij, dochter van Südzucker, schrijft de vertraging van het project toe aan bouwtechnische problemen. Voor de bouw van de fabriek moesten 3.000 betonnen palen in de grond worden geslagen. Bovendien zijn veel identieke projecten in opbouw in Europa, zodat aannemers uitstel vragen.
Lode Speleers, coördinator van het Gentse biodieselproject Bioro wijst voor het uitstel van zijn project ook naar bouwproblemen. In dat project van 62 miljoen euro zijn ook het Amerikaanse Cargill en het veevoederbedrijf Vanden Avenne betrokken. Bioro gaat 200.000 liter biodiesel maken en bouwt daarvoor een fabriek op de site van Cargill in Gent. Bioro hoopte in oktober dit jaar te kunnen leveren. Maar die startdatum is ook verschoven naar volgend jaar.
Proviron in Oostende kreeg ook een quotum voor biodiesel toegewezen en wilde die al in de lente dit jaar invullen. Gedelegeerd bestuurder Wim Michiels hoopt nu in september te starten, een half jaar later dan gepland. De eerste fase van het quotum voor biodiesel verloopt eind oktober dit jaar. Enkel Oleon en Neochim hebben geleverd tijdens die eerste fase. Het grootste deel van het quotum voor biodiesel en het totale quotum voor bio-ethanol werd niet ingevuld.
Het beleid voor biobrandstoffen in België faalt. Vrijwel alle projecten liggen maanden tot zelfs een jaar achter op schema. Dat stelt De Tijd vast. Enkel Oleon in Ertvelde en Neochim in Féluy zitten al met een beperkt volume biodiesel op de markt. Neochim werkt op de helft van zijn capaciteit, omdat de vraag naar biodiesel beperkt blijft tot enkele spelers. In België zijn de oliebedrijven niet verplicht biobrandstoffen bij te mengen.
Terwijl chauffeurs in Frankrijk, Duitsland en in Nederland al enkele jaren biobrandstoffen kunnen tanken, blijft België achter. De regering ging ervan uit dat al in oktober dit jaar de biobrandstoffen beschikbaar zouden zijn aan de pomp. Dat is voorlopig enkel het geval voor biodiesel en dan nog in beperkte mate. Voor bio-ethanol op basis van suikerbieten en granen zijn alle installaties nog in opbouw. Vorig jaar oefenden de bedrijven veel politieke en zelfs communautaire druk uit om een deel te krijgen van de toegekende quota; 250 miljoen liter bio-ethanol per jaar en 380 miljoen liter biodiesel.
Het uitstel in de uitvoering heeft ook te maken met de sterk gewijzigde economische omgeving voor biobrandstoffen. Twee jaar geleden waren de grondstoffen voor de aanmaak van biobrandstoffen nog relatief goedkoop. Intussen zijn de prijzen voor plantaardige oliën uit palmnoten en koolzaad bijna verdubbeld. Ook de prijs voor granen, de basis voor bio-ethanol, is de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Biobrandstoffen zijn alleen door het schrappen van de accijnzen rendabel tegenover traditionele brandstoffen.
Nu de kostprijs door de duurdere grondstoffen nog extra gestegen is, komt de rendabiliteit helemaal in het gedrang. De productie van biodiesel in Vlaanderen blijft voorlopig beperkt tot 2.000 ton per week door Oleon uit Ertvelde. Neochim in Seneffe brengt een gelijkaardig volume op de markt. Er is onvoldoende vraag. Enkel Total en kleine spelers mengen al biodiesel. Shell en Esso wachten nog af, omdat bijmenging niet verplicht is in ons land.
Alle andere spelers, die een quotum hebben aangevraagd, liggen maanden achter op het geplande schema. Het project BioWanze van Südzucker moest in oktober dit jaar operationeel zijn, maar de eerste productie wordt nu pas in de lente van 2008 verwacht. Het project staat nog in de fase van de grondwerken. Met BioWanze zijn 245 miljoen euro investeringen gemoeid. De fabriek moet normaal 300 miljoen liter bio-ethanol per jaar produceren.
Johan Derycker, woordvoerder van de Tiensche Suikerraffinaderij, dochter van Südzucker, schrijft de vertraging van het project toe aan bouwtechnische problemen. Voor de bouw van de fabriek moesten 3.000 betonnen palen in de grond worden geslagen. Bovendien zijn veel identieke projecten in opbouw in Europa, zodat aannemers uitstel vragen.
Lode Speleers, coördinator van het Gentse biodieselproject Bioro wijst voor het uitstel van zijn project ook naar bouwproblemen. In dat project van 62 miljoen euro zijn ook het Amerikaanse Cargill en het veevoederbedrijf Vanden Avenne betrokken. Bioro gaat 200.000 liter biodiesel maken en bouwt daarvoor een fabriek op de site van Cargill in Gent. Bioro hoopte in oktober dit jaar te kunnen leveren. Maar die startdatum is ook verschoven naar volgend jaar.
Proviron in Oostende kreeg ook een quotum voor biodiesel toegewezen en wilde die al in de lente dit jaar invullen. Gedelegeerd bestuurder Wim Michiels hoopt nu in september te starten, een half jaar later dan gepland. De eerste fase van het quotum voor biodiesel verloopt eind oktober dit jaar. Enkel Oleon en Neochim hebben geleverd tijdens die eerste fase. Het grootste deel van het quotum voor biodiesel en het totale quotum voor bio-ethanol werd niet ingevuld.
Goedkope invoer verziekt vrije biodieselmarkt in EU
25/08/2007 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, De Tijd
De vrije Europese markt voor biodiesel dreigt te imploderen. Europese bedrijven kunnen niet langer opboksen tegen de concurrentie van goedkope biodiesel die gesubsidieerd uit de Verenigde Staten naar Europa wordt verscheept. In Duitsland is de productie van biodiesel al gehalveerd. Enkel in een gereglementeerde markt met productiequota kunnen de Europese bedrijven nog overleven zoals in België en in Frankrijk. Maar ook hier is de marge klein.
In Duitsland en Nederland is de markt voor biobrandstoffen vrij en kan iedereen leveren. Maar België en Frankrijk hebben gekozen voor een gereglementeerde markt. Wie in Frankrijk of in ons land biobrandstoffen wil leveren, moet een quotum krijgen van de regering. Het staat die bedrijven vrij boven het toegestane quotum te produceren en de resterende hoeveelheden in de vrije landen af te zetten. In België hebben alle biodieselfabrieken een productiecapaciteit die dubbel zo groot is als hun quotum.
Voldoende schaalgrootte maakt zo'n project rendabel. Oleon in het Oost-Vlaamse Ertvelde mag in ons land jaarlijks 63.000 ton biodiesel leveren, terwijl het 100.000 ton kan produceren. "Maar het is economisch niet langer mogelijk die extra capaciteit op de vrije Europese markt af te zetten", zegt Eddy Feyen, de commercieel directeur van Oleon. "Gelukkig hebben we ook een beperkt quotum op de Franse markt".
Oleon produceert biodiesel uit koolzaad. De prijs voor 1 ton koolzaad is in twee jaar met de helft gestegen, van 450 tot 715 euro per ton. "We overleven dankzij ons quotum in België, maar veel winst komt er niet bij kijken", zegt Feyen. Neochim produceert biodiesel in het Waalse Feluy en zit in dezelfde situatie. "We produceren op de helft van onze productiecapaciteit. Het is al moeilijk in België klanten te vinden en in de vrije markt zijn onze producten veel te duur", bevestigt Giorgio Spinelli, de gedelegeerd bestuurder van Neochim.
De vrije markt in Europa wordt verziekt door de oneerlijke concurrentie van biodiesel op basis van soja uit de VS. Daar worden productiesubsidies toegekend, wat in Europa verboden is. "Het is oneerlijke concurrentie", zegt Spinelli. De Duitse producenten van biodiesel werken nog slechts op halve capaciteit. Vele bedrijven zijn failliet, anderen stoppen zoals BKN BiokraftNord, dat vrijdag een project voor 150.000 ton biodiesel schrapte en overschakelt op biogas op basis van maïs en mest.
Die situatie zal nog erger worden, vreest Eddy Feyen van Oleon. Maleisië heeft een vijftigtal vergunningen afgeleverd voor fabrieken om in eigen land biodiesel te produceren op basis van de plaatselijke palmolie. Het land hoopt die biodiesel in Europa af te zetten. "De druk op de prijzen van biodiesel zal daardoor nog toenemen en prijst Europa uit de markt", zegt Feyen.
Voor bio-ethanol, dat in de benzines wordt bijgemengd, doemt eenzelfde scenario op. De prijzen voor graan zijn fors gestegen. Enkel de suikerbieten als grondstof blijven relatief goedkoop. België verhoogde het quotum voor bio-ethanol van 192 naar 250 miljoen liter. In 2010 zou 5,75 procent van alle brandstof van biologische oorsprong moeten zijn, maar over de herkomst is niets bepaald.
De vrije Europese markt voor biodiesel dreigt te imploderen. Europese bedrijven kunnen niet langer opboksen tegen de concurrentie van goedkope biodiesel die gesubsidieerd uit de Verenigde Staten naar Europa wordt verscheept. In Duitsland is de productie van biodiesel al gehalveerd. Enkel in een gereglementeerde markt met productiequota kunnen de Europese bedrijven nog overleven zoals in België en in Frankrijk. Maar ook hier is de marge klein.
In Duitsland en Nederland is de markt voor biobrandstoffen vrij en kan iedereen leveren. Maar België en Frankrijk hebben gekozen voor een gereglementeerde markt. Wie in Frankrijk of in ons land biobrandstoffen wil leveren, moet een quotum krijgen van de regering. Het staat die bedrijven vrij boven het toegestane quotum te produceren en de resterende hoeveelheden in de vrije landen af te zetten. In België hebben alle biodieselfabrieken een productiecapaciteit die dubbel zo groot is als hun quotum.
Voldoende schaalgrootte maakt zo'n project rendabel. Oleon in het Oost-Vlaamse Ertvelde mag in ons land jaarlijks 63.000 ton biodiesel leveren, terwijl het 100.000 ton kan produceren. "Maar het is economisch niet langer mogelijk die extra capaciteit op de vrije Europese markt af te zetten", zegt Eddy Feyen, de commercieel directeur van Oleon. "Gelukkig hebben we ook een beperkt quotum op de Franse markt".
Oleon produceert biodiesel uit koolzaad. De prijs voor 1 ton koolzaad is in twee jaar met de helft gestegen, van 450 tot 715 euro per ton. "We overleven dankzij ons quotum in België, maar veel winst komt er niet bij kijken", zegt Feyen. Neochim produceert biodiesel in het Waalse Feluy en zit in dezelfde situatie. "We produceren op de helft van onze productiecapaciteit. Het is al moeilijk in België klanten te vinden en in de vrije markt zijn onze producten veel te duur", bevestigt Giorgio Spinelli, de gedelegeerd bestuurder van Neochim.
De vrije markt in Europa wordt verziekt door de oneerlijke concurrentie van biodiesel op basis van soja uit de VS. Daar worden productiesubsidies toegekend, wat in Europa verboden is. "Het is oneerlijke concurrentie", zegt Spinelli. De Duitse producenten van biodiesel werken nog slechts op halve capaciteit. Vele bedrijven zijn failliet, anderen stoppen zoals BKN BiokraftNord, dat vrijdag een project voor 150.000 ton biodiesel schrapte en overschakelt op biogas op basis van maïs en mest.
Die situatie zal nog erger worden, vreest Eddy Feyen van Oleon. Maleisië heeft een vijftigtal vergunningen afgeleverd voor fabrieken om in eigen land biodiesel te produceren op basis van de plaatselijke palmolie. Het land hoopt die biodiesel in Europa af te zetten. "De druk op de prijzen van biodiesel zal daardoor nog toenemen en prijst Europa uit de markt", zegt Feyen.
Voor bio-ethanol, dat in de benzines wordt bijgemengd, doemt eenzelfde scenario op. De prijzen voor graan zijn fors gestegen. Enkel de suikerbieten als grondstof blijven relatief goedkoop. België verhoogde het quotum voor bio-ethanol van 192 naar 250 miljoen liter. In 2010 zou 5,75 procent van alle brandstof van biologische oorsprong moeten zijn, maar over de herkomst is niets bepaald.
Abonneren op:
Posts (Atom)