16/11/2006 | Bron(nen) : Belga
Groen! is niet te spreken over de voorlopige aanbevelingen van de Commissie Energie 2030 die donderdag uitlekten in Le Soir. De partij noemt zowel de samenstelling als het hele rapport "doorgestoken kaart". De commissie kan volgens Groen! onmogelijk tot een objectief rapport komen. "De regering bestelde geen rapport, maar besluiten", stelt Groen!-voorzitster Vera Dua donderdag in een persbericht.
De Commissie 2030, bijgenaamd de commissie-D'Haeseleer, had als opdracht besluiten te trekken uit een studie van het Federaal Planbureau over de toekomstige energievoorziening in België.
Maandag zou de commissie in haar voorlopige aanbevelingen aan premier Guy Verhofstadt gesteld hebben dat "België de optie voor kernenergie open moet houden en de sluiting van de centrales, voorzien vanaf 2015, moet herzien". Zo blijkt uit het voorlopige rapport van de commissie dat Le Soir kon inkijken.
Groen! hekelt zowel de samenstelling als het werk van de commissie. De samenstelling is volgens Dua "lachertje". "Ze is samengesteld uit verstokte voorstanders van kernenergie. Sterker nog, veel commissieleden zijn gelieerd aan de nucleaire industrie. Zo wordt de leerstoel van de voorzitter van de commissie, William D'Haeseleer, gesponsord door Electrabel, Elia, Esso Belgium, SPE, Total en Tractebel. (...) Ondervoorzitter Pierre Klees is dan weer nucleair ingenieur en zijn ervaring met energie beperkt zich tot de nucleaire sector", luidt de kritiek.
De samenstelling van de commissie is volgens Dua kortweg "subjectief, politiek afhankelijk en gelieerd aan de nucleaire industrie". En dat is volgens haar ook te merken aan de conclusies van de commissie. "Zo wil de comissie de nucleaire optie openhouden en dus de wet op de kernuitstap schrappen, die zegt dat alle Belgische centrales moeten sluiten op 40 jaar. De commissie wil de Belgische kerncentrales nog langer openhouden, terwijl wereldwijd de gemiddelde levensduur van kerncentrales op 21 jaar ligt", klinkt het.
Groen! meent dat de commissie zo een loopje neemt met de veiligheid van de bevolking. "Als de voorgebakken conlusies van de commissie-D'Haeseleer gevolgd worden, neemt men niet alleen enorme risico's voor onze veiligheid, maar dreigt men vooral de boot te missen van de energierevolutie die wereldwijd gaande is", aldus Dua nog.
16 november 2006
Rapport breekt lans voor kernenergie (Le Soir)
16/11/2006 | Bron(nen): BELGA
De Commissie "Energie 2030" heeft maandag in haar "voorlopige" aanbevelingen aan premier Guy Verhofstadt gesteld dat "België de optie voor kernenergie open moet houden en de sluiting van de centrales, voorzien vanaf 2015, moet herzien". Le Soir kon het voorlopige rapport van de commissie inkijken.
Het rapport stelt voorts dat de "toepassing van het post-Kyoto-beleid" erg duur zal zijn als België de kernenergie vaarwel zegt. De studie over hoe de energievoorziening in België eruit zal zien in 2030 werd besteld door minister van Energie Marc Verwilghen (VLD). Twee jaar geleden zei Verwilghen in Le Soir dat, indien de commissie "Energie 2030" kernenergie zou steunen, men het dossier opnieuw op tafel moest durven leggen.
Het voorlopige rapport wordt vrijdag voorgelegd aan experts van de Centrale raad voor het Bedrijfsleven (CRB), de Nationale Bank en de federale raad voor duurzame ontwikkeling (FRDO).
De Commissie "Energie 2030" heeft maandag in haar "voorlopige" aanbevelingen aan premier Guy Verhofstadt gesteld dat "België de optie voor kernenergie open moet houden en de sluiting van de centrales, voorzien vanaf 2015, moet herzien". Le Soir kon het voorlopige rapport van de commissie inkijken.
Het rapport stelt voorts dat de "toepassing van het post-Kyoto-beleid" erg duur zal zijn als België de kernenergie vaarwel zegt. De studie over hoe de energievoorziening in België eruit zal zien in 2030 werd besteld door minister van Energie Marc Verwilghen (VLD). Twee jaar geleden zei Verwilghen in Le Soir dat, indien de commissie "Energie 2030" kernenergie zou steunen, men het dossier opnieuw op tafel moest durven leggen.
Het voorlopige rapport wordt vrijdag voorgelegd aan experts van de Centrale raad voor het Bedrijfsleven (CRB), de Nationale Bank en de federale raad voor duurzame ontwikkeling (FRDO).
Groen! wil met 10.000 zuinige seniorenwoningen Kyoto halen
15/11/2006 | Bron(nen): Belga
Groen! wil tussen 2007 en 2012 10.000 bijkomende energiezuinige seniorenwoningen bouwen. Het plan komt tegemoet aan de nood aan meer huisvesting voor senioren, het terugschroeven van CO2-uitstoot volgens Kyoto en creëert 10.000 woningen voor jonge gezinnen, aldus Groen! woensdagmiddag.
De CO2-uitstoot van gebouwen steeg sinds 1990 met 20 procent. Door het stijgend aantal 65-plussers en de gezinsverdunning is er nood aan een beter woonbeleid en extra woongelegenheid, vinden de groenen.
Groen! koppelt de twee en besluit dat de creatie van 10.000 seniorenwoningen met een minimale CO2-uitstoot een antwoord is op de wens van senioren om beschut te leven en om de globale CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast komen de 10.000 voormalige woningen van de senioren vrij voor jongeren. Die zouden met premies van de overheid de woning energiezuinig kunnen renoveren. Zo ontstaan 20.000 energiezuinige woningen die helpen de Kyoto-normen te halen, redeneert de partij.
Groen! wil tussen 2007 en 2012 10.000 bijkomende energiezuinige seniorenwoningen bouwen. Het plan komt tegemoet aan de nood aan meer huisvesting voor senioren, het terugschroeven van CO2-uitstoot volgens Kyoto en creëert 10.000 woningen voor jonge gezinnen, aldus Groen! woensdagmiddag.
De CO2-uitstoot van gebouwen steeg sinds 1990 met 20 procent. Door het stijgend aantal 65-plussers en de gezinsverdunning is er nood aan een beter woonbeleid en extra woongelegenheid, vinden de groenen.
Groen! koppelt de twee en besluit dat de creatie van 10.000 seniorenwoningen met een minimale CO2-uitstoot een antwoord is op de wens van senioren om beschut te leven en om de globale CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast komen de 10.000 voormalige woningen van de senioren vrij voor jongeren. Die zouden met premies van de overheid de woning energiezuinig kunnen renoveren. Zo ontstaan 20.000 energiezuinige woningen die helpen de Kyoto-normen te halen, redeneert de partij.
VN-klimaattop: Belgische huisvrouw spreekt VN-top toe
15/11/2006 | Bron(nen): Belga
De Belgische huisvrouw Margaretha Guidone heeft op de klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi namens alle ouders ter wereld opgeroepen om samen de strijd aan te gaan tegen de kwalijke impact van de klimaatverandering. Guidone sprak de beleidsmakers tijdens de klimaatconferentie toe namens de Belgische regering.
"De hele wereld kijkt naar deze VN-klimaatconferentie en verwacht van ons een sterk signaal", zei Guidone. "Ik weet dat de onderhandelingen van vandaag afhangen van de dunne lijn tussen de morele plicht om de klimaatsverandering aan te pakken voor de volgende generaties en de politieke wil en mogelijkheden om er vandaag al iets aan te doen. Voor al die mensen wil ik de uitdrukkelijke vraag stellen dat we tijdens deze top onze persoonlijk belangen aan de kant schuiven voor een winst voor allen", zei Guidone.
De Belgische huisvrouw Margaretha Guidone heeft op de klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi namens alle ouders ter wereld opgeroepen om samen de strijd aan te gaan tegen de kwalijke impact van de klimaatverandering. Guidone sprak de beleidsmakers tijdens de klimaatconferentie toe namens de Belgische regering.
"De hele wereld kijkt naar deze VN-klimaatconferentie en verwacht van ons een sterk signaal", zei Guidone. "Ik weet dat de onderhandelingen van vandaag afhangen van de dunne lijn tussen de morele plicht om de klimaatsverandering aan te pakken voor de volgende generaties en de politieke wil en mogelijkheden om er vandaag al iets aan te doen. Voor al die mensen wil ik de uitdrukkelijke vraag stellen dat we tijdens deze top onze persoonlijk belangen aan de kant schuiven voor een winst voor allen", zei Guidone.
"Industrie vervuilt debat over Belgische energiebevoorrading"
15/11/2006 | Bron(nen): BELGA
De Belgische industrie vervuilt het debat over de energiebevoorrading door te suggereren zelf een kerncentrale te bouwen. Dat stellen Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en Inter-Environnement Wallonië in een reactie op Agoria-voorzitter Thomas Leysen. Die zei woensdag in de krant De Tijd dat grootverbruikers van energie nadenken over een participatie in een nieuwe Belgische kerncentrale.
"Het is onmogelijk een nieuwe kerncentrale te bouwen zonder staatssteun", stellen de milieubewegingen in een gemeenschappelijke mededeling. "Het lijkt erop dat Leysen dat weet, want hij heeft het enkel over een participatie en niet over het bouwen van een volledige centrale."
"De industrie verwijst naar de nieuwe centrale die in aanbouw is in Finland. Dat is een bijzonder ongelukkig gekozen voorbeeld", zegt Karen Janssens van Greenpeace. "Rond de financiering van die centrale, waarin grootverbruikers gedeeltelijk participeren, hangt een kwalijke geur", aldus Janssens. In Finland is met de steun van grootverbruikers een kerncentrale van 3,2 miljard euro in aanbouw.
Ook is er volgens de milieubewegingen geen plaats in België voor een bijkomende kerncentrale, omdat er onvoldoende koelcapaciteit aanwezig is in de Belgische rivieren. Volgens de organisaties is een ander probleem dat ons land zo dicht bebouwd is, dat er geen plek te vinden is die ver genoeg van woonkernen ligt.
Het kabinet van minister van Energie Marc Verwilghen wilde woensdag niet reageren op het bericht van Leysen in De Tijd.
De Belgische industrie vervuilt het debat over de energiebevoorrading door te suggereren zelf een kerncentrale te bouwen. Dat stellen Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace en Inter-Environnement Wallonië in een reactie op Agoria-voorzitter Thomas Leysen. Die zei woensdag in de krant De Tijd dat grootverbruikers van energie nadenken over een participatie in een nieuwe Belgische kerncentrale.
"Het is onmogelijk een nieuwe kerncentrale te bouwen zonder staatssteun", stellen de milieubewegingen in een gemeenschappelijke mededeling. "Het lijkt erop dat Leysen dat weet, want hij heeft het enkel over een participatie en niet over het bouwen van een volledige centrale."
"De industrie verwijst naar de nieuwe centrale die in aanbouw is in Finland. Dat is een bijzonder ongelukkig gekozen voorbeeld", zegt Karen Janssens van Greenpeace. "Rond de financiering van die centrale, waarin grootverbruikers gedeeltelijk participeren, hangt een kwalijke geur", aldus Janssens. In Finland is met de steun van grootverbruikers een kerncentrale van 3,2 miljard euro in aanbouw.
Ook is er volgens de milieubewegingen geen plaats in België voor een bijkomende kerncentrale, omdat er onvoldoende koelcapaciteit aanwezig is in de Belgische rivieren. Volgens de organisaties is een ander probleem dat ons land zo dicht bebouwd is, dat er geen plek te vinden is die ver genoeg van woonkernen ligt.
Het kabinet van minister van Energie Marc Verwilghen wilde woensdag niet reageren op het bericht van Leysen in De Tijd.
15 november 2006
VN-klimaattop: Belgisch contract voor aankoop CO2-emissierechten
14/11/2006 | Bron(nen): Belga
Federaal minister van Leefmilieu Bruno Tobback (sp.a) heeft dinsdag het eerste Clean Development Mechanisms-contract (CDM) ondertekend. Dat laat België toe om in het buitenland emissiereducties aan te kopen en op die manier de Kyotodoelstellingen helpen te behalen. De ondertekening vond plaats in de marge van de VN-klimaattop in Nairobi.
België heeft zich geëngageerd om zijn uitstoot van broeikasgassen tegen 2010 met 7,5 pct te verlagen. De aankoop van emissierechten in het buitenland kadert in de doelstelling van België om de Kyotonormen inzake de reductie van broeikasgassen te behalen.
Dit eerste CDM-contract regelt de aankoop van emissierechten die voortvloeien uit de nieuwe geothermische elektriciteitscentrale van het bedrijf LaGeo in El Salvador.
Naast het nemen van een reeks interne maatregelen, heeft België zich geëngageerd om in het buitenland 12,3 miljoen emissierechten, waarbij elk recht een ton CO2 of CO2-equivalenten vertegenwoordigt, aan te kopen uit projecten die lokaal de uitstoot van broeikasgassen reduceren. Deze projecten kunnen opgestart worden in geïndustrialiseerde landen of in landen die niet onderworpen zijn aan een verplichte emissiedoelstelling onder het Kyotoprotocol.
In een eerste fase heeft de ministerraad 9,3 miljoen euro vrijgemaakt voor de aankoop van emissierechten.
Het contract met het Salvadoraans bedrijf LaGero, dat gespecialiseerd is in geothermische elektriciteitsproductie, regelt de aankoop van minimum 183.000 en maximum 262.000 emissiekredieten, gespreid over de periode 2007-2012.
In El Salvador wordt momenteel ongeveer 15 pct van de elektriciteit in geothermische centrales opgewekt, daarnaast wordt 39 pct van de elektriciteit uit waterkrachtcentrales gehaald en 46 pct uit steenkoolcentrales.
Dit project is het tweede goedgekeurde CDM-project in El Salvador.
Deze projecten hebben niet enkel tot doel om emissierechten te genereren, maar moeten ook hoog scoren op het vlak van duurzaamheid.
Federaal minister van Leefmilieu Bruno Tobback (sp.a) heeft dinsdag het eerste Clean Development Mechanisms-contract (CDM) ondertekend. Dat laat België toe om in het buitenland emissiereducties aan te kopen en op die manier de Kyotodoelstellingen helpen te behalen. De ondertekening vond plaats in de marge van de VN-klimaattop in Nairobi.
België heeft zich geëngageerd om zijn uitstoot van broeikasgassen tegen 2010 met 7,5 pct te verlagen. De aankoop van emissierechten in het buitenland kadert in de doelstelling van België om de Kyotonormen inzake de reductie van broeikasgassen te behalen.
Dit eerste CDM-contract regelt de aankoop van emissierechten die voortvloeien uit de nieuwe geothermische elektriciteitscentrale van het bedrijf LaGeo in El Salvador.
Naast het nemen van een reeks interne maatregelen, heeft België zich geëngageerd om in het buitenland 12,3 miljoen emissierechten, waarbij elk recht een ton CO2 of CO2-equivalenten vertegenwoordigt, aan te kopen uit projecten die lokaal de uitstoot van broeikasgassen reduceren. Deze projecten kunnen opgestart worden in geïndustrialiseerde landen of in landen die niet onderworpen zijn aan een verplichte emissiedoelstelling onder het Kyotoprotocol.
In een eerste fase heeft de ministerraad 9,3 miljoen euro vrijgemaakt voor de aankoop van emissierechten.
Het contract met het Salvadoraans bedrijf LaGero, dat gespecialiseerd is in geothermische elektriciteitsproductie, regelt de aankoop van minimum 183.000 en maximum 262.000 emissiekredieten, gespreid over de periode 2007-2012.
In El Salvador wordt momenteel ongeveer 15 pct van de elektriciteit in geothermische centrales opgewekt, daarnaast wordt 39 pct van de elektriciteit uit waterkrachtcentrales gehaald en 46 pct uit steenkoolcentrales.
Dit project is het tweede goedgekeurde CDM-project in El Salvador.
Deze projecten hebben niet enkel tot doel om emissierechten te genereren, maar moeten ook hoog scoren op het vlak van duurzaamheid.
Klimaatverandering treft Afrikaanse boeren
14/11/2006 | Bron(nen): Agrarisch Dagblad, Vilt-nieuwsoverzicht
Plattelandsbewoners in Afrika hebben nu al dagelijks te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. Dat melden zij op de VN-klimaatconferentie in Nairobi. Het veranderende weerpatroon zorgt nu voor periodes van extreme droogte. Landbouwers worden daardoor steeds vaker gedwongen hun bestaan op te geven en werk te zoeken in de steden. Veel boeren zijn afhankelijk van voedselhulp om te overleven.
Volgens Hussein Abdullahi uit Kenia is het weer in zijn regio onvoorspelbaar geworden. "Dat maakt de traditionele kennis over klimaat en het weer onbruikbaar", zegt hij. "Vroeger vertrouwden boeren op hun kennis van de natuur om het weer te voorspellen. Ik heb nooit een meteoroloog nodig gehad om me te vertellen wanneer het ging regenen. Wij leiden dat af uit het gedrag van kikkers en vogels. Nu moeten we afgaan op de informatie van meteorologen en astrologen. En dat klopt meestal niet".
In Kenia ging vijftig procent van het vee de afgelopen jaren dood als gevolg van de droogte in de regio. Omdat er weinig voorzieningen zijn in het noorden van Kenia, moeten mensen er vaak dagen lopen naar plaatsen waar water is. Arme landen die de capaciteit niet hebben om in te spelen op de gevolgen van de klimaatverandering, zullen de komende jaren het zwaarst getroffen worden door de veranderende weersomstandigheden. Behalve langdurige droogteperiodes kunnen die leiden tot overstromingen en hogere temperaturen.
Uit een VN-rapport blijkt dat 136 miljoen Afrikanen tussen 1993 en 2002 te lijden hadden onder klimaatgerelateerde rampen. De bijeenkomst in Nairobi is de twaalfde conferentie van de 189 landen die in 1992 de Raamwerkconventie inzake Klimaatverandering van de VN ondertekenden. Slechts 165 landen ratificeerden het Kyoto Protocol, dat industrielanden oproept om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
Plattelandsbewoners in Afrika hebben nu al dagelijks te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. Dat melden zij op de VN-klimaatconferentie in Nairobi. Het veranderende weerpatroon zorgt nu voor periodes van extreme droogte. Landbouwers worden daardoor steeds vaker gedwongen hun bestaan op te geven en werk te zoeken in de steden. Veel boeren zijn afhankelijk van voedselhulp om te overleven.
Volgens Hussein Abdullahi uit Kenia is het weer in zijn regio onvoorspelbaar geworden. "Dat maakt de traditionele kennis over klimaat en het weer onbruikbaar", zegt hij. "Vroeger vertrouwden boeren op hun kennis van de natuur om het weer te voorspellen. Ik heb nooit een meteoroloog nodig gehad om me te vertellen wanneer het ging regenen. Wij leiden dat af uit het gedrag van kikkers en vogels. Nu moeten we afgaan op de informatie van meteorologen en astrologen. En dat klopt meestal niet".
In Kenia ging vijftig procent van het vee de afgelopen jaren dood als gevolg van de droogte in de regio. Omdat er weinig voorzieningen zijn in het noorden van Kenia, moeten mensen er vaak dagen lopen naar plaatsen waar water is. Arme landen die de capaciteit niet hebben om in te spelen op de gevolgen van de klimaatverandering, zullen de komende jaren het zwaarst getroffen worden door de veranderende weersomstandigheden. Behalve langdurige droogteperiodes kunnen die leiden tot overstromingen en hogere temperaturen.
Uit een VN-rapport blijkt dat 136 miljoen Afrikanen tussen 1993 en 2002 te lijden hadden onder klimaatgerelateerde rampen. De bijeenkomst in Nairobi is de twaalfde conferentie van de 189 landen die in 1992 de Raamwerkconventie inzake Klimaatverandering van de VN ondertekenden. Slechts 165 landen ratificeerden het Kyoto Protocol, dat industrielanden oproept om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen.
13 november 2006
Biofuel gaat biodiesel produceren in het Waalse Engis
11/11/2006 | Bron: Belga
De onderneming Biofuel heeft een vergunning gekregen om biodiesel te produceren in het industriepark van Hermalle-sous-Huy, een deelgemeente van Engis in de provincie Luik. Biofuel voorziet daarvoor een investering van ongeveer 27 miljoen euro, maar die investering blijft gebonden aan het verkrijgen van een productiequotum van de federale overheid.
Elk jaar moet er ongeveer 380.000 m3 biodiesel geproduceerd worden om gemengd te worden met de gewone diesel die in België wordt afgenomen. Enkel op die manier kan er in 2010 beantwoord worden aan de Europese richtlijn die het minimale percentage biobrandstof dat in fossiele brandstoffen aanwezig moet zijn, vastlegt. Maximaal vier ondernemingen zullen de markt delen. In afwachting van specifieke installaties zijn het de bestaande ondernemingen die op het gebied van de biochemie inspanningen leveren en die de productie van biodiesel verdelen tot in oktober 2007.
25 mensen zullen in het kader van deze nieuwe activiteit voltijds worden aangeworven. Indirect zullen er 900 arbeidsplaatsen bijkomen in de landbouwsector. Honderdduizend ton biodiesel produceren vereist immers 125.000 ton olie, voor een groot deel koolzaadolie. "De procedure om vergunningen aan te vragen, werd gelanceerd om tijd te winnen. We nemen aanzienlijke financiële risico's, maar wij geloven in de stevigheid van het dossier dat wij aan de federale overheid bezorgd hebben", zegt Guy De Mol, landbouwkundig ingenieur en oprichter van de onderneming Biofuel.
De onderneming Biofuel heeft een vergunning gekregen om biodiesel te produceren in het industriepark van Hermalle-sous-Huy, een deelgemeente van Engis in de provincie Luik. Biofuel voorziet daarvoor een investering van ongeveer 27 miljoen euro, maar die investering blijft gebonden aan het verkrijgen van een productiequotum van de federale overheid.
Elk jaar moet er ongeveer 380.000 m3 biodiesel geproduceerd worden om gemengd te worden met de gewone diesel die in België wordt afgenomen. Enkel op die manier kan er in 2010 beantwoord worden aan de Europese richtlijn die het minimale percentage biobrandstof dat in fossiele brandstoffen aanwezig moet zijn, vastlegt. Maximaal vier ondernemingen zullen de markt delen. In afwachting van specifieke installaties zijn het de bestaande ondernemingen die op het gebied van de biochemie inspanningen leveren en die de productie van biodiesel verdelen tot in oktober 2007.
25 mensen zullen in het kader van deze nieuwe activiteit voltijds worden aangeworven. Indirect zullen er 900 arbeidsplaatsen bijkomen in de landbouwsector. Honderdduizend ton biodiesel produceren vereist immers 125.000 ton olie, voor een groot deel koolzaadolie. "De procedure om vergunningen aan te vragen, werd gelanceerd om tijd te winnen. We nemen aanzienlijke financiële risico's, maar wij geloven in de stevigheid van het dossier dat wij aan de federale overheid bezorgd hebben", zegt Guy De Mol, landbouwkundig ingenieur en oprichter van de onderneming Biofuel.
Exploitanten windturbineparken op zee gaan samenwerken
13/11/2006
De drie projectontwikkelaars voor windturbineparken in het Belgische deel van de Noordzee gaan samenwerken. Daarvoor hebben ze samen met de federale ministers van energie en Noordzee het Belgian North Sea Wind Energy Platform (BNSWEP) opgericht. De diverse partners engageren zich om te overleggen over ondermeer de aansluiting van de stroom op het hoogspanningsnet, de uitwisseling van wetenschappelijke gegevens en de bepaling van veiligheids- en milieunormen. Het overleg werd maandag in Zeebrugge aangekondigd.
Op 11 juli ondertekenden de federale ministers Marc Verwilgen (VLD) en Renaat Landuyt (sp.a) een memorandum van overeenstemming met C-Power nv, Eldepasco nv en Belwind nv. Deze drie Belgische vennootschappen hebben elk afzonderlijk plannen voor de bouw van windturbines in het Noordelijk deel van de Belgische Noordzee. In totaal gaat het om 162 molens met een gezamenlijk vermogen 846 megaWatt. Ze zullen in staat zijn om 860.000 gezinnen een jaar lang van stroom te voorzien. De drie projecten betekenen samen een investering van 2 miljard euro en de creatie van enkele duizenden jobs.
"Vandaag kondigen we ook aan dat er zeker windturbines komen op zee", zegt minister voor de Noordzee Renaat Landuyt. "Tot nu was de vraag of ze er komen. Nu is de vraag wanneer ze er zullen staan."
Landuyt legt daarnaast de klemtoon op de jobcreatie die met de projecten gepaard gaat. Het gaat niet alleen om rechtstreekse tewerkstelling bij ontwikkeling, de bouw en later het onderhoud maar ook jobs in het toerisme.
"Door samen te werken moet de kostprijs voor de windenergie worden beperkt", zegt minister voor Energie Marc Verwilghen. "Zo zal er overleg zijn over het aan land brengen van de stroom. Het is immers van groot belang dat de transportkost wordt beperkt want die zal mee de prijs van de elektriciteit bepalen." De drie windturbineprojecten zullen straks goed zijn voor 3,6 procent van de elektriciteitsproductie in België. Volgens Verwilghen wordt België daardoor ook opnieuw wat onafhankelijker van het buitenland als het op energiebevoorrading aankomt.
Filip Maertens van C-Power, het turbinepark op de Thorntonbank dat als eerste over alle nodige vergunningen beschikt, verwacht veel positieve steun uit de samenwerking. "Wij staan het verst in de realisatie van ons project", vertelt hij. "We hebben vaak alleen moeten vechten. Nu hebben we een structuur om gezamenlijk vooruit te gaan."
Anderzijds beseft C-Power dat zij het meest know-how zal inbrengen. C-Power wil vanaf het voorjaar 2008 met de bouw van zes turbines op zee starten. "De molens zullen in Oostende worden geassembleerd en met een drijvende kraan ter plaatse worden gebracht." Het turbinepark van C-Power zal op termijn 60 molens tellen met een gezamenlijk vermogen van 300 megaWatt. De stroomkabel van C-Power zal in Oostende aan land komen.
De drie projectontwikkelaars voor windturbineparken in het Belgische deel van de Noordzee gaan samenwerken. Daarvoor hebben ze samen met de federale ministers van energie en Noordzee het Belgian North Sea Wind Energy Platform (BNSWEP) opgericht. De diverse partners engageren zich om te overleggen over ondermeer de aansluiting van de stroom op het hoogspanningsnet, de uitwisseling van wetenschappelijke gegevens en de bepaling van veiligheids- en milieunormen. Het overleg werd maandag in Zeebrugge aangekondigd.
Op 11 juli ondertekenden de federale ministers Marc Verwilgen (VLD) en Renaat Landuyt (sp.a) een memorandum van overeenstemming met C-Power nv, Eldepasco nv en Belwind nv. Deze drie Belgische vennootschappen hebben elk afzonderlijk plannen voor de bouw van windturbines in het Noordelijk deel van de Belgische Noordzee. In totaal gaat het om 162 molens met een gezamenlijk vermogen 846 megaWatt. Ze zullen in staat zijn om 860.000 gezinnen een jaar lang van stroom te voorzien. De drie projecten betekenen samen een investering van 2 miljard euro en de creatie van enkele duizenden jobs.
"Vandaag kondigen we ook aan dat er zeker windturbines komen op zee", zegt minister voor de Noordzee Renaat Landuyt. "Tot nu was de vraag of ze er komen. Nu is de vraag wanneer ze er zullen staan."
Landuyt legt daarnaast de klemtoon op de jobcreatie die met de projecten gepaard gaat. Het gaat niet alleen om rechtstreekse tewerkstelling bij ontwikkeling, de bouw en later het onderhoud maar ook jobs in het toerisme.
"Door samen te werken moet de kostprijs voor de windenergie worden beperkt", zegt minister voor Energie Marc Verwilghen. "Zo zal er overleg zijn over het aan land brengen van de stroom. Het is immers van groot belang dat de transportkost wordt beperkt want die zal mee de prijs van de elektriciteit bepalen." De drie windturbineprojecten zullen straks goed zijn voor 3,6 procent van de elektriciteitsproductie in België. Volgens Verwilghen wordt België daardoor ook opnieuw wat onafhankelijker van het buitenland als het op energiebevoorrading aankomt.
Filip Maertens van C-Power, het turbinepark op de Thorntonbank dat als eerste over alle nodige vergunningen beschikt, verwacht veel positieve steun uit de samenwerking. "Wij staan het verst in de realisatie van ons project", vertelt hij. "We hebben vaak alleen moeten vechten. Nu hebben we een structuur om gezamenlijk vooruit te gaan."
Anderzijds beseft C-Power dat zij het meest know-how zal inbrengen. C-Power wil vanaf het voorjaar 2008 met de bouw van zes turbines op zee starten. "De molens zullen in Oostende worden geassembleerd en met een drijvende kraan ter plaatse worden gebracht." Het turbinepark van C-Power zal op termijn 60 molens tellen met een gezamenlijk vermogen van 300 megaWatt. De stroomkabel van C-Power zal in Oostende aan land komen.
Klimaatconferentie: Tobback krijgt eisen milieuverenigingen mee
4/11/2006
Federaal minister van Leefmilieu Bruno Tobback heeft maandagochtend bij zijn vertrek naar de klimaatconferentie van de VN in Nairobi de eisen overhandigd gekregen van zes milieuverenigingen. Tobback kreeg op Brussels Airport ook zo'n achthonderd berichten mee van gewone burgers, waarin die hun bezorgdheid uiten over het milieu en de toekomst van de aarde.
De zes milieuverenigingen die maandag actie voerden op de luchthaven zijn Bond Beter Leefmilieu, WWF, Inter-Environnement Wallonie, Jeugdbond voor Natuur en Milieustudie, Climate Action Network en Greenpeace. Ze overhandigden hun eisen en de bekommernissen van zo'n 800 gewone burgers.
De milieuverenigingen verzamelden die 800 kaartjes van gewone voorbijgangers tijdens de manifestatie die ze op zaterdag 4 november in Brussel organiseerden naar aanleiding van de 12de internationale klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Die loopt van 6 tot 17 november in de Keniaanse hoofdstad Naïrobi.
Om precies vijf voor twaalf luidden zo'n hondertal actievoerders van de verenigingen één grote en verschillende kleine alarmklokken, omdat het "vijf voor twaalf is voor het klimaat en deze conferentie zal beslissend zijn voor de toekomst van het internationaal klimaatbeleid".
De zes milieuverenigingen herinnerden op het Brusselse Muntplein alle ministers van leefmilieu in ons land tegelijk aan het belang van de conferentie en wilden hen graag ook persoonlijk hun eisen meegeven. Bruno Tobback stuurde toen echter zijn kat.
De belangrijkste eis van de milieuvereniging is dat er de komende dagen in Nairobi een duidelijke agenda moet worden vastgelegd voor de verdere onderhandelingen over een nieuwe protocol, nadat dat van Kyoto in 2012 afloopt.
De milieuverenigingen stellen vast dat tussen de ondertekening van een akkoord en de uitvoering ervan vaak jaren verloren gaan. Ze willen dat vermijden door nu al een duidelijke tijdslijn af te spreken. In 2008 moeten de onderhandelingen afgelopen zijn, zodat tot actie kan overgegaan worden.
Volgens Karen Janssens van Greenpeace staat Tobback niet negatief tegenover hun eisen. "Bij de overhandiging van de kaartjes zei hij ons te steunen. Hij is het er ook met ons over eens dat we het accent moeten leggen op hernieuwbare energie en efficiëntie, in plaats van in koolstofopslag. We hebben hem proberen duidelijk te maken dat ons klimaat nog gered kan worden, maar dat het dan wel tijd is om nu in actie te schieten", aldus nog Janssens.
Federaal minister van Leefmilieu Bruno Tobback heeft maandagochtend bij zijn vertrek naar de klimaatconferentie van de VN in Nairobi de eisen overhandigd gekregen van zes milieuverenigingen. Tobback kreeg op Brussels Airport ook zo'n achthonderd berichten mee van gewone burgers, waarin die hun bezorgdheid uiten over het milieu en de toekomst van de aarde.
De zes milieuverenigingen die maandag actie voerden op de luchthaven zijn Bond Beter Leefmilieu, WWF, Inter-Environnement Wallonie, Jeugdbond voor Natuur en Milieustudie, Climate Action Network en Greenpeace. Ze overhandigden hun eisen en de bekommernissen van zo'n 800 gewone burgers.
De milieuverenigingen verzamelden die 800 kaartjes van gewone voorbijgangers tijdens de manifestatie die ze op zaterdag 4 november in Brussel organiseerden naar aanleiding van de 12de internationale klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Die loopt van 6 tot 17 november in de Keniaanse hoofdstad Naïrobi.
Om precies vijf voor twaalf luidden zo'n hondertal actievoerders van de verenigingen één grote en verschillende kleine alarmklokken, omdat het "vijf voor twaalf is voor het klimaat en deze conferentie zal beslissend zijn voor de toekomst van het internationaal klimaatbeleid".
De zes milieuverenigingen herinnerden op het Brusselse Muntplein alle ministers van leefmilieu in ons land tegelijk aan het belang van de conferentie en wilden hen graag ook persoonlijk hun eisen meegeven. Bruno Tobback stuurde toen echter zijn kat.
De belangrijkste eis van de milieuvereniging is dat er de komende dagen in Nairobi een duidelijke agenda moet worden vastgelegd voor de verdere onderhandelingen over een nieuwe protocol, nadat dat van Kyoto in 2012 afloopt.
De milieuverenigingen stellen vast dat tussen de ondertekening van een akkoord en de uitvoering ervan vaak jaren verloren gaan. Ze willen dat vermijden door nu al een duidelijke tijdslijn af te spreken. In 2008 moeten de onderhandelingen afgelopen zijn, zodat tot actie kan overgegaan worden.
Volgens Karen Janssens van Greenpeace staat Tobback niet negatief tegenover hun eisen. "Bij de overhandiging van de kaartjes zei hij ons te steunen. Hij is het er ook met ons over eens dat we het accent moeten leggen op hernieuwbare energie en efficiëntie, in plaats van in koolstofopslag. We hebben hem proberen duidelijk te maken dat ons klimaat nog gered kan worden, maar dat het dan wel tijd is om nu in actie te schieten", aldus nog Janssens.
09 november 2006
Sardienen in de Noordzee?
09/11/2006 | Bron(nen): 6minutes
«We ontdekken steeds vaker vissoorten die uit warmere wateren uit de Golf van Biskaje en de Middellandse Zee afkomstig zijn», zei zeebioloog Harald Asmus in een gesprek met het Duitse persagentschap. Bij zijn onderzoek op het eiland Sylt in een afdeling van het Alfred-Wegener-Instituut (AWI) van Bremerhaven, stelde Asmus bovendien de achteruitgang van de inheemse vissoorten vast. «Als de opwarming van de Noordzee aanhoudt, zal dit proces zich voortzetten», zei hij.
Andere tekenen voor de klimaatsverandering is volgens Asmus ook de langzame stijging van de gemiddelde temperatuur van het Noordzeewater. «De afgelopen 18 jaar is het water steeds warmer geworden, de langste opwarmingsperiode sinds het begin van de noteringen 130 jaar geleden.»
Alhoewel het bij de stijging slechts om tienden van een graad gaat en in totaal nog geen twee graden, reageren de organismen al op de verandering. «Bepaalde vissoorten zoals de platvissen trekken naar diepere en koudere wateren, andere soorten zoals de kabeljauw trekt naar het noorden», zei de zeebioloog. Vanuit de andere richting trekken steeds meer vissoorten uit de zuidelijkere en warmere wateren de Noordzee binnen. «We hebben hier zelfs al sardienen ontdekt», verklaarde Asmus.
Exotische wezens zoals de Pacifische oesters vonden intussen zo'n goede condities in de Noordzee dat ze stilaan de tot nog toe daar dominerende mosselen verdrijven. Rampzalig is volgens Asmus het tempo waarin de verandering zich voltrekt. «De soorten maken geen kans om zich aan de nieuwe levensomstandigheden aan te passen en kunnen alleen maar uitwijken.»
«We ontdekken steeds vaker vissoorten die uit warmere wateren uit de Golf van Biskaje en de Middellandse Zee afkomstig zijn», zei zeebioloog Harald Asmus in een gesprek met het Duitse persagentschap. Bij zijn onderzoek op het eiland Sylt in een afdeling van het Alfred-Wegener-Instituut (AWI) van Bremerhaven, stelde Asmus bovendien de achteruitgang van de inheemse vissoorten vast. «Als de opwarming van de Noordzee aanhoudt, zal dit proces zich voortzetten», zei hij.
Andere tekenen voor de klimaatsverandering is volgens Asmus ook de langzame stijging van de gemiddelde temperatuur van het Noordzeewater. «De afgelopen 18 jaar is het water steeds warmer geworden, de langste opwarmingsperiode sinds het begin van de noteringen 130 jaar geleden.»
Alhoewel het bij de stijging slechts om tienden van een graad gaat en in totaal nog geen twee graden, reageren de organismen al op de verandering. «Bepaalde vissoorten zoals de platvissen trekken naar diepere en koudere wateren, andere soorten zoals de kabeljauw trekt naar het noorden», zei de zeebioloog. Vanuit de andere richting trekken steeds meer vissoorten uit de zuidelijkere en warmere wateren de Noordzee binnen. «We hebben hier zelfs al sardienen ontdekt», verklaarde Asmus.
Exotische wezens zoals de Pacifische oesters vonden intussen zo'n goede condities in de Noordzee dat ze stilaan de tot nog toe daar dominerende mosselen verdrijven. Rampzalig is volgens Asmus het tempo waarin de verandering zich voltrekt. «De soorten maken geen kans om zich aan de nieuwe levensomstandigheden aan te passen en kunnen alleen maar uitwijken.»
Kyprianou: "Nog meer tropische dierziekten op komst"
08/11/2006 | Bron: Vilt-nieuwsoverzicht, Agrarisch Dagblad
De klimaatverandering is een belangrijk aandachtspunt in het toekomstige dierziektebeleid van de Europese Unie. Dat zei Europees commissaris Markos Kyprianou dinsdag tijdens een conferentie in Brussel. Kyprianou noemde de blauwtongziekte in Noordwest-Europa als één van de voorbeelden van dierziekten die oprukken door de opwarming van de aarde. Hij verwacht dat de komende jaren nog meer dierziekten uit warme landen in Europa uitbreken.
Bernard van Goethem, directeur-generaal van het commissariaat van Kyprianou, benadrukte daarom het belang van strengere Europese grenscontroles en een grotere alertheid in verband met besmettelijke dierziekten. Hij vindt het belangrijk dat nieuwe uitbraken zo snel en gecoördineerd mogelijk de kop ingedrukt worden.
Directeur Bernard Vallet van de organisatie OIE meent juist dat de oude focus op nationale grenzen en grenscontroles moet verlaten worden, wil de wereld een antwoord hebben op de dreiging van nieuwe dierziekten. "Gaat het om ziekten die ook op de mens overdraagbaar zijn, dan is publieke financiering nodig", vindt hij. Voor pure dierziekten moet volgens hem enkel de landbouw opdraaien.
De klimaatverandering is een belangrijk aandachtspunt in het toekomstige dierziektebeleid van de Europese Unie. Dat zei Europees commissaris Markos Kyprianou dinsdag tijdens een conferentie in Brussel. Kyprianou noemde de blauwtongziekte in Noordwest-Europa als één van de voorbeelden van dierziekten die oprukken door de opwarming van de aarde. Hij verwacht dat de komende jaren nog meer dierziekten uit warme landen in Europa uitbreken.
Bernard van Goethem, directeur-generaal van het commissariaat van Kyprianou, benadrukte daarom het belang van strengere Europese grenscontroles en een grotere alertheid in verband met besmettelijke dierziekten. Hij vindt het belangrijk dat nieuwe uitbraken zo snel en gecoördineerd mogelijk de kop ingedrukt worden.
Directeur Bernard Vallet van de organisatie OIE meent juist dat de oude focus op nationale grenzen en grenscontroles moet verlaten worden, wil de wereld een antwoord hebben op de dreiging van nieuwe dierziekten. "Gaat het om ziekten die ook op de mens overdraagbaar zijn, dan is publieke financiering nodig", vindt hij. Voor pure dierziekten moet volgens hem enkel de landbouw opdraaien.
07 november 2006
Klimaatverandering bedreigt duizenden erfgoedsites VN
07/11/2006 | Bron(nen): Belga, DPA
Duizenden natuurlijke en culturele erfgoedsites van de Verenigde Naties gaan verloren aan de gevolgen van de klimaatverandering als er niet dringend maatregelen genomen worden om ze te beschermen. Dat hebben experts gezegd op de tweede dag van de VN-klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Volgens de experts van het Stockholm Environment Institute (SEI) worden de erfgoedsites vaak vergeten in het debat over klimaatverandering, terwijl hun teloorgang een belangrijk aantal mensen wereldwijd zou beïnvloeden. "We moeten ons beraden over hoe we de beschermde sites kunnen beheren. De nationale parken van vandaag kunnen er morgen niet meer zijn", zo zei Achim Steiner, de directeur van het VN-milieuprogramma.
Volgens het rapport van het SEI kan de verandering die veroorzaakt wordt door de hogere temperaturen -meer regenval, overstromingen, verhoging van het zeeniveau- een grote bedreiging vormen voor de 100.000 geregistreerde erfgoedsites.
De komende twee weken praten zo'n 6.000 deelnemers uit tientallen landen over het klimaat en over maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering terug te dringen.
Duizenden natuurlijke en culturele erfgoedsites van de Verenigde Naties gaan verloren aan de gevolgen van de klimaatverandering als er niet dringend maatregelen genomen worden om ze te beschermen. Dat hebben experts gezegd op de tweede dag van de VN-klimaatconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi.
Volgens de experts van het Stockholm Environment Institute (SEI) worden de erfgoedsites vaak vergeten in het debat over klimaatverandering, terwijl hun teloorgang een belangrijk aantal mensen wereldwijd zou beïnvloeden. "We moeten ons beraden over hoe we de beschermde sites kunnen beheren. De nationale parken van vandaag kunnen er morgen niet meer zijn", zo zei Achim Steiner, de directeur van het VN-milieuprogramma.
Volgens het rapport van het SEI kan de verandering die veroorzaakt wordt door de hogere temperaturen -meer regenval, overstromingen, verhoging van het zeeniveau- een grote bedreiging vormen voor de 100.000 geregistreerde erfgoedsites.
De komende twee weken praten zo'n 6.000 deelnemers uit tientallen landen over het klimaat en over maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering terug te dringen.
Wereld riskeert "vuile" en "dure" energietoekomst (rapport IEA)
07/11/2006 | Bron(nen): Belga, AFP/DPA
De wereld riskeert tegen 2030 te moeten afhangen van "vuile, onzekere en dure" energie. Dat blijkt dinsdag uit het rapport "World Energy Outlook 2006" van het internationaal energieagentschap IEA.
Volgens het energieagentschap blijkt uit de huidige trends dat de vraag naar energie tegen 2030 zal stijgen met 53 procent. Meer dan 70 procent van de energieconsumptie wordt door industrielanden onder leiding van China en India voor hun rekening genomen.
De invoer van olie en gas zal wellicht nog sneller groeien dan de vraag. Volgens het IEA zal de vraag naar olie in 2030 116 miljoen vaten per dag bedragen, vorig jaar zaten we aan 84 miljoen vaten per dag. Uit het rapport blijkt ook dat China voor 2010 de Verenigde Staten van de troon zal stoten als 's werelds grootste CO2-vervuiler.
"Maar als regeringen zich aan hun belofte houden om betere en meer efficiënte energiebronnen te voorzien, zou de vraag met 10 procent verminderd kunnen worden", aldus het rapport.
Als mogelijke oplossing haalt het energieagentschap het gebruik van kernenergie aan.
"Het rapport toont met behulp van berekeningen op basis van de huidige trends aan dat de energietoekomst er vuil, onzeker en duur uitziet", zegt Claude Mandil van het IEA. "Maar het toont ook aan dat er met een beter beleid een propere, slimme en competitieve toekomst kan komen."
In het rapport werd rekening gehouden met twee scenario's. In het eerste, Business As Usual, wordt gewaarschuwd voor een blijvende stijging van de vraag naar fossiele brandstoffen waardoor de CO2-uitstoot zeker tot 2030 zou blijven toenemen indien de
beleidsmakers geen actie ondernemen. Het energieagentschap berekende dat in geval van het eerste scenario de vraag naar primaire energie tegen 2030 met ongeveer 53 procent zal toenemen. De fossiele brandstoffen vertegenwoordigen in totaal 83 procent
van die stijging.
Langs de andere kant werd een tweede scenario, Alternative Policy Scenario, onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat door een aangepast beleid de vraag naar energie met 10 procent kan worden teruggedrongen tegen 2030. Dit scenario, aldus het energieagentschap, zou ook de CO2-uitstoot met 16 procent verminderen.
Voorts haalt de IEA ook een oplossing aan voor het energieprobleem. "Kernenergie kan een belangrijke rol spelen in het minder afhankelijk worden van ingevoerd gas en een oplossing bieden voor de hoge CO2-uitstoot", luidt het.
Volgens het internationaal energieagentschap kan de globale capaciteit van kerncentrales van 368 gigawatt in 2005 stijgen naar 519 gigawatt in 2030. De bijkomende kerncentrales zouden bovendien ook minder gevoelig zijn voor de stijging van de olieprijzen.
Nog in het rapport staat te lezen dat biobrandstoffen in de toekomst een steeds belangrijkere rol zullen spelen inzake wegvervoer. In 2030 zouden de biobrandstoffen 7 procent van de totale consumptie vertegenwoordigen.
Het rapport besluit met de conclusie dat het tweede, alternatieve scenario "de drie voornaamste doelstellingen van een goed energiebeleid zou waarmaken". "Het gaat daarbij om een betere veiligheid, meer milieubescherming en een verbeterde economische efficiëntie", luidt het.
De wereld riskeert tegen 2030 te moeten afhangen van "vuile, onzekere en dure" energie. Dat blijkt dinsdag uit het rapport "World Energy Outlook 2006" van het internationaal energieagentschap IEA.
Volgens het energieagentschap blijkt uit de huidige trends dat de vraag naar energie tegen 2030 zal stijgen met 53 procent. Meer dan 70 procent van de energieconsumptie wordt door industrielanden onder leiding van China en India voor hun rekening genomen.
De invoer van olie en gas zal wellicht nog sneller groeien dan de vraag. Volgens het IEA zal de vraag naar olie in 2030 116 miljoen vaten per dag bedragen, vorig jaar zaten we aan 84 miljoen vaten per dag. Uit het rapport blijkt ook dat China voor 2010 de Verenigde Staten van de troon zal stoten als 's werelds grootste CO2-vervuiler.
"Maar als regeringen zich aan hun belofte houden om betere en meer efficiënte energiebronnen te voorzien, zou de vraag met 10 procent verminderd kunnen worden", aldus het rapport.
Als mogelijke oplossing haalt het energieagentschap het gebruik van kernenergie aan.
"Het rapport toont met behulp van berekeningen op basis van de huidige trends aan dat de energietoekomst er vuil, onzeker en duur uitziet", zegt Claude Mandil van het IEA. "Maar het toont ook aan dat er met een beter beleid een propere, slimme en competitieve toekomst kan komen."
In het rapport werd rekening gehouden met twee scenario's. In het eerste, Business As Usual, wordt gewaarschuwd voor een blijvende stijging van de vraag naar fossiele brandstoffen waardoor de CO2-uitstoot zeker tot 2030 zou blijven toenemen indien de
beleidsmakers geen actie ondernemen. Het energieagentschap berekende dat in geval van het eerste scenario de vraag naar primaire energie tegen 2030 met ongeveer 53 procent zal toenemen. De fossiele brandstoffen vertegenwoordigen in totaal 83 procent
van die stijging.
Langs de andere kant werd een tweede scenario, Alternative Policy Scenario, onder de loep genomen. Daaruit blijkt dat door een aangepast beleid de vraag naar energie met 10 procent kan worden teruggedrongen tegen 2030. Dit scenario, aldus het energieagentschap, zou ook de CO2-uitstoot met 16 procent verminderen.
Voorts haalt de IEA ook een oplossing aan voor het energieprobleem. "Kernenergie kan een belangrijke rol spelen in het minder afhankelijk worden van ingevoerd gas en een oplossing bieden voor de hoge CO2-uitstoot", luidt het.
Volgens het internationaal energieagentschap kan de globale capaciteit van kerncentrales van 368 gigawatt in 2005 stijgen naar 519 gigawatt in 2030. De bijkomende kerncentrales zouden bovendien ook minder gevoelig zijn voor de stijging van de olieprijzen.
Nog in het rapport staat te lezen dat biobrandstoffen in de toekomst een steeds belangrijkere rol zullen spelen inzake wegvervoer. In 2030 zouden de biobrandstoffen 7 procent van de totale consumptie vertegenwoordigen.
Het rapport besluit met de conclusie dat het tweede, alternatieve scenario "de drie voornaamste doelstellingen van een goed energiebeleid zou waarmaken". "Het gaat daarbij om een betere veiligheid, meer milieubescherming en een verbeterde economische efficiëntie", luidt het.
03 november 2006
Broeikasgassen bereiken recordniveau
03/11/2006 | Bron(nen): Belga, DPA
Het gehalte aan schadelijk CO2-gas in de atmosfeer is nog nooit zo hoog geweest dan in 2005. Dat blijkt uit een rapport van de World Meteorological Organization (WMO) dat vrijdag werd gepubliceerd.
Uit de gegevens blijkt bovendien dat de broeikasgassen ook de komende jaren zullen blijven stijgen. Het niveau van koolstofdioxide (CO2) en distikstofoxide (N2O), die vrijkomen bij verbranding van fossiele brandstoffen, steeg vorig jaar met 0,5 en 0,2 procent.
Het gehalte aan broeikasgassen in de lucht gaat in stijgende lijn sinds de Industriële Revolutie. De recente maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan zijn ontoereikend, zegt de WMO. "Het huidige Kyoto-protocol is niet voldoende om de broeikasgassen te stabiliseren", zegt de organisatie. "Het zal misschien de stijging wel afremmen, maar een daling zit er niet in."
Volgens de WMO moeten er drastische maatregelen worden genomen die enkel mogelijk zijn in een internationale samenwerking. Volgende week vindt een internationale conferentie over klimaatverandering plaats in Nairobi.
Het gehalte aan schadelijk CO2-gas in de atmosfeer is nog nooit zo hoog geweest dan in 2005. Dat blijkt uit een rapport van de World Meteorological Organization (WMO) dat vrijdag werd gepubliceerd.
Uit de gegevens blijkt bovendien dat de broeikasgassen ook de komende jaren zullen blijven stijgen. Het niveau van koolstofdioxide (CO2) en distikstofoxide (N2O), die vrijkomen bij verbranding van fossiele brandstoffen, steeg vorig jaar met 0,5 en 0,2 procent.
Het gehalte aan broeikasgassen in de lucht gaat in stijgende lijn sinds de Industriële Revolutie. De recente maatregelen om de opwarming van de aarde tegen te gaan zijn ontoereikend, zegt de WMO. "Het huidige Kyoto-protocol is niet voldoende om de broeikasgassen te stabiliseren", zegt de organisatie. "Het zal misschien de stijging wel afremmen, maar een daling zit er niet in."
Volgens de WMO moeten er drastische maatregelen worden genomen die enkel mogelijk zijn in een internationale samenwerking. Volgende week vindt een internationale conferentie over klimaatverandering plaats in Nairobi.
Regering wordt beter van ontbreken biodiesel (SAV)
03/11/2006 | Bron(nen): Belga
De regering profiteert financieel van het feit dat er nog geen of bijna geen biodiesel kan getankt worden. Ook al is er nog haast geen markt voor biodiesel, toch int de overheid intussen wel al op iedere liter diesel meerinkomsten, met name door de gestegen accijns op het gedeelte fossiele diesel. Dat stelt althans de Vlaamse transportorganisatie SAV.
Volgens SAV verloopt de invoering van de biodiesel op een "onaanvaardbare manier".
Voortaan zou in elke liter getankte diesel zo'n 3% koolzaadolie verwerkt moeten zijn. Om die introductie mogelijk te maken, werd op dit gedeelte geen accijns aangerekend. "Maar de federale regering wenste geen geld in de groene maatregel te steken. Dat betekent dat op het fossiele gedeelte de accijns werd verhoogd om het verlies te compenseren", luidt het.
SAV wijst erop dat de productie van koolzaadolie nog "totaal niet toereikend is". "Vandaag is het aandeel biodiesel op de markt zo goed als onbestaande. Maar ondertussen heeft de overheid wel op elke liter diesel (die voorlopig 100% fossiele diesel is) meer inkomsten door de gestegen accijns en BTW", meent de transportorganisatie.
SAV vreest dat het nog "minstens een jaar" zal duren vooraleer België aan het quotum van 3,37% zit "en gedurende al die tijd zal de federale regering haar biodieselbeleid enkel vertaald zien in meerinkomsten".
SAV vraagt dat de accijnsverhoging ongedaan gemaakt wordt, "ten minste totdat koolzaadolie in de voorziene hoeveelheden op de markt in de fossiele diesel gemengd zal zijn".
De regering profiteert financieel van het feit dat er nog geen of bijna geen biodiesel kan getankt worden. Ook al is er nog haast geen markt voor biodiesel, toch int de overheid intussen wel al op iedere liter diesel meerinkomsten, met name door de gestegen accijns op het gedeelte fossiele diesel. Dat stelt althans de Vlaamse transportorganisatie SAV.
Volgens SAV verloopt de invoering van de biodiesel op een "onaanvaardbare manier".
Voortaan zou in elke liter getankte diesel zo'n 3% koolzaadolie verwerkt moeten zijn. Om die introductie mogelijk te maken, werd op dit gedeelte geen accijns aangerekend. "Maar de federale regering wenste geen geld in de groene maatregel te steken. Dat betekent dat op het fossiele gedeelte de accijns werd verhoogd om het verlies te compenseren", luidt het.
SAV wijst erop dat de productie van koolzaadolie nog "totaal niet toereikend is". "Vandaag is het aandeel biodiesel op de markt zo goed als onbestaande. Maar ondertussen heeft de overheid wel op elke liter diesel (die voorlopig 100% fossiele diesel is) meer inkomsten door de gestegen accijns en BTW", meent de transportorganisatie.
SAV vreest dat het nog "minstens een jaar" zal duren vooraleer België aan het quotum van 3,37% zit "en gedurende al die tijd zal de federale regering haar biodieselbeleid enkel vertaald zien in meerinkomsten".
SAV vraagt dat de accijnsverhoging ongedaan gemaakt wordt, "ten minste totdat koolzaadolie in de voorziene hoeveelheden op de markt in de fossiele diesel gemengd zal zijn".
Energy from deserts could supply Europe
3/11/2006 | Bron(nen): SciDev.Net
Deserts in the Middle East and North Africa could generate vast quantities of electricity to sell to Europe, according to two German research reports.
The studies found that concentrated solar power plants, occupying less than 0.3 per cent of the desert area in the region, could provide 15 per cent of Europe's electricity needs by 2050.
The high transmission losses of 10-15 per cent over the full cable length from North Africa to Europe would be offset by the sheer volume of electricity produced, says the Trans-Mediterranean Renewable Energy Cooperation (TREC), a network that helped conduct the studies.
"Every year, each square kilometre of desert receives solar energy equivalent to 1.5 million barrels of oil. Multiplying by the area of deserts worldwide, this is nearly a thousand times the entire current energy consumption of the world," says Franz Trieb, project manager for the two reports at the German Aerospace Center.
Solar thermal power plants use mirrors to concentrate solar energy to create steam and generate electricity, creating the cheapest electricity available — costing less than US$0.06 per kilowatt-hour.
Excess heat from the plants could be used for water desalination, providing much-needed fresh water in desert regions.
But while renewable energy from the desert is plentiful and inexhaustible, implementing such a project, estimated to cost over US$500 billion, takes time.
"It would take about 10-15 years for the countries of the region to generate enough clean power from the deserts to provide for their own local demand," Gerhard Knies of TREC told SciDev.Net.
"Realistically they could start exporting to Europe in about 30 years."
Knies added that all countries in the region had been contacted, with Algeria, Jordan, Libya and Morocco so far providing positive feedback.
Initial plans for constructing such plants are already under way, he said, and TREC plans to launch pilot projects, including one in Yemen costing about US$7.5 billion. If launched, desalinated water from the Red Sea would supply the city of Sana'a.
The most recent of the two studies, published on 3 May, estimates that Europe's carbon dioxide emissions could be cut by 70 per cent by 2050 if it combined imports of clean electricity from the deserts with renewable local energy.
Deserts in the Middle East and North Africa could generate vast quantities of electricity to sell to Europe, according to two German research reports.
The studies found that concentrated solar power plants, occupying less than 0.3 per cent of the desert area in the region, could provide 15 per cent of Europe's electricity needs by 2050.
The high transmission losses of 10-15 per cent over the full cable length from North Africa to Europe would be offset by the sheer volume of electricity produced, says the Trans-Mediterranean Renewable Energy Cooperation (TREC), a network that helped conduct the studies.
"Every year, each square kilometre of desert receives solar energy equivalent to 1.5 million barrels of oil. Multiplying by the area of deserts worldwide, this is nearly a thousand times the entire current energy consumption of the world," says Franz Trieb, project manager for the two reports at the German Aerospace Center.
Solar thermal power plants use mirrors to concentrate solar energy to create steam and generate electricity, creating the cheapest electricity available — costing less than US$0.06 per kilowatt-hour.
Excess heat from the plants could be used for water desalination, providing much-needed fresh water in desert regions.
But while renewable energy from the desert is plentiful and inexhaustible, implementing such a project, estimated to cost over US$500 billion, takes time.
"It would take about 10-15 years for the countries of the region to generate enough clean power from the deserts to provide for their own local demand," Gerhard Knies of TREC told SciDev.Net.
"Realistically they could start exporting to Europe in about 30 years."
Knies added that all countries in the region had been contacted, with Algeria, Jordan, Libya and Morocco so far providing positive feedback.
Initial plans for constructing such plants are already under way, he said, and TREC plans to launch pilot projects, including one in Yemen costing about US$7.5 billion. If launched, desalinated water from the Red Sea would supply the city of Sana'a.
The most recent of the two studies, published on 3 May, estimates that Europe's carbon dioxide emissions could be cut by 70 per cent by 2050 if it combined imports of clean electricity from the deserts with renewable local energy.
30 oktober 2006
Uitstoot broeikasgassen daalde licht in industriële landen
30/10/2006 | Bron(nen): AFP
De uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, is in de industriële landen tussen 1990 en 2004 licht gedaald. Maar tussen 2000 en 2004 werd er opnieuw een verhoging genoteerd. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat maandag in Duitsland werd voorgesteld.
In het algemeen is de uitstoot van broeikasgassen, en meer bepaald van koolstofdioxide (CO2), met 3,3 procent gedaald in de industriële landen tussen 1990 en 2004, aldus het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).
Deze daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een reductie van 36,8 procent van broeikasgassen in verschillende landen in Centraal-Europa, die in een economische overgangsperiode zaten. In andere landen is de uitstoot daarentegen met 11 procent gestegen.
"En het probleem is dat in de landen die in een overgangsperiode zitten en die tot nu toe verantwoordelijk waren voor een groot deel van de daling, de uitstoot van broeikasgassen tussen 2000 en 2004 met 4,1 procent is gestegen", aldus Yvo de Boer van het UNFCCC.
"Dat wil zeggen dat de industriële landen meer inspanningen moeten doen om een efficiëntere politiek te installeren, die de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen", zei de Boer.
De vooruitgang moet volgens de Boer vooral gerealiseerd worden in de transportsector, waar de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2004 met 23,9 procent steeg.
In de Europese Unie is de uitstoot met 0,6 procent gedaald. De afname was zwak in landen als Frankrijk (-0,8 procent) en Denemarken (- 1,1 procent). In Groot-Brittannië (-14,3 procent) en Duitsland (-17,2 procent) was de terugname duidelijker.
In de Zuid-Europese landen Portugal (+41 procent) en Spanje (+49 procent) steeg de uitlaat van broeikasgassen het meest.
De uitstoot van broeikasgassen, die verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde, is in de industriële landen tussen 1990 en 2004 licht gedaald. Maar tussen 2000 en 2004 werd er opnieuw een verhoging genoteerd. Dat blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties dat maandag in Duitsland werd voorgesteld.
In het algemeen is de uitstoot van broeikasgassen, en meer bepaald van koolstofdioxide (CO2), met 3,3 procent gedaald in de industriële landen tussen 1990 en 2004, aldus het United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC).
Deze daling werd hoofdzakelijk veroorzaakt door een reductie van 36,8 procent van broeikasgassen in verschillende landen in Centraal-Europa, die in een economische overgangsperiode zaten. In andere landen is de uitstoot daarentegen met 11 procent gestegen.
"En het probleem is dat in de landen die in een overgangsperiode zitten en die tot nu toe verantwoordelijk waren voor een groot deel van de daling, de uitstoot van broeikasgassen tussen 2000 en 2004 met 4,1 procent is gestegen", aldus Yvo de Boer van het UNFCCC.
"Dat wil zeggen dat de industriële landen meer inspanningen moeten doen om een efficiëntere politiek te installeren, die de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen", zei de Boer.
De vooruitgang moet volgens de Boer vooral gerealiseerd worden in de transportsector, waar de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2004 met 23,9 procent steeg.
In de Europese Unie is de uitstoot met 0,6 procent gedaald. De afname was zwak in landen als Frankrijk (-0,8 procent) en Denemarken (- 1,1 procent). In Groot-Brittannië (-14,3 procent) en Duitsland (-17,2 procent) was de terugname duidelijker.
In de Zuid-Europese landen Portugal (+41 procent) en Spanje (+49 procent) steeg de uitlaat van broeikasgassen het meest.
Barroso wil afhankelijkheid van fossiele energie snel verminderen
30/10/2006 | Bron(nen): Belga
In januari 2007 komt de Europese Commissie met een uitgebreid pakket energiemaatregelen naar buiten. "Het doel van die voorstellen", aldus Commissievoorzitter José Manuel Barroso maandag in Lissabon, "is om het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energiemix te versneld te verminderen".
Barroso voorspelde dat energie opnieuw een drijvende kracht van de Europese integratie wordt. In Lissabon sprak hij op een conferentie over Europese energiestrategie. In zijn tussenkomst verwees de Commissievoorzitter naar de informele Europese top van Lahti, waar de 25 EU-lidstaten met de Russische president Vladimir Poetin over energie praatten. "Ik was onder de indruk", aldus Barroso, "van de vaste wil van alle lidstaten om in een gemeenschappelijk front met de Russen te praten."
Barroso weidde vooral uit over het energieplan waarmee de Commissie in januari naar buiten komt. Daarmee wil het dagelijks bestuur van de EU het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energievoorziening versneld verminderen. Dat plan heeft volgens Barroso 4 pijlers.
Eerst is er de energiebesparing van circa 20 procent. Daarnaast moet het aandeel van hernieuwbare energiebronnen substantieel stijgen. Ten derde moet de CO2-uitstoot van de fossiele brandstoffen die we gebruiken substantieel verminderen. Hier wil Barroso prioriteit geven aan het onderzoek naar propere steenkool.
"Immers", aldus de Commissievoorzitter, "steenkool is relatief goedkoop en beschikbaar in de Europese Unie."
Tenslotte is er de kernenergie. Barroso onderstreept dat de keuze voor het nucleaire geen Commissiebevoegdheid is. Wel kan de Unie een bijdrage leveren om kernenergie veiliger te maken en het onderzoek te bevorderen. "Het debat over kernenergie", aldus Barroso, "mag geen taboe zijn."
Begin 2007 zal de Commissie ook de "Europese energievisie" verduidelijken. Volgens Barroso moet het document duidelijke doelstellingen bevatten hoe de Europese energiemix verder moet evolueren. "Dit rapport", aldus Barroso, "wordt de hoeksteen van het hele pakket en komt op het menu van de Lentetop van regeringsleiders."
Barroso eindigde zijn tussenkomst met de bedenking dat energie één van de drijvende krachten van de Europese integratie was. "Nadat energie vele jaren uit de belangstelling verdween", zo stelde de Commissievoorzitter, "wordt het opnieuw de motor van de Europese integratie".
In januari 2007 komt de Europese Commissie met een uitgebreid pakket energiemaatregelen naar buiten. "Het doel van die voorstellen", aldus Commissievoorzitter José Manuel Barroso maandag in Lissabon, "is om het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energiemix te versneld te verminderen".
Barroso voorspelde dat energie opnieuw een drijvende kracht van de Europese integratie wordt. In Lissabon sprak hij op een conferentie over Europese energiestrategie. In zijn tussenkomst verwees de Commissievoorzitter naar de informele Europese top van Lahti, waar de 25 EU-lidstaten met de Russische president Vladimir Poetin over energie praatten. "Ik was onder de indruk", aldus Barroso, "van de vaste wil van alle lidstaten om in een gemeenschappelijk front met de Russen te praten."
Barroso weidde vooral uit over het energieplan waarmee de Commissie in januari naar buiten komt. Daarmee wil het dagelijks bestuur van de EU het aandeel van de fossiele brandstoffen in de Europese energievoorziening versneld verminderen. Dat plan heeft volgens Barroso 4 pijlers.
Eerst is er de energiebesparing van circa 20 procent. Daarnaast moet het aandeel van hernieuwbare energiebronnen substantieel stijgen. Ten derde moet de CO2-uitstoot van de fossiele brandstoffen die we gebruiken substantieel verminderen. Hier wil Barroso prioriteit geven aan het onderzoek naar propere steenkool.
"Immers", aldus de Commissievoorzitter, "steenkool is relatief goedkoop en beschikbaar in de Europese Unie."
Tenslotte is er de kernenergie. Barroso onderstreept dat de keuze voor het nucleaire geen Commissiebevoegdheid is. Wel kan de Unie een bijdrage leveren om kernenergie veiliger te maken en het onderzoek te bevorderen. "Het debat over kernenergie", aldus Barroso, "mag geen taboe zijn."
Begin 2007 zal de Commissie ook de "Europese energievisie" verduidelijken. Volgens Barroso moet het document duidelijke doelstellingen bevatten hoe de Europese energiemix verder moet evolueren. "Dit rapport", aldus Barroso, "wordt de hoeksteen van het hele pakket en komt op het menu van de Lentetop van regeringsleiders."
Barroso eindigde zijn tussenkomst met de bedenking dat energie één van de drijvende krachten van de Europese integratie was. "Nadat energie vele jaren uit de belangstelling verdween", zo stelde de Commissievoorzitter, "wordt het opnieuw de motor van de Europese integratie".
Muylle (CD&V) betwijfelt of België Kyotodoelstelling haalt
30/10/2006 | Bron(nen): Belga
CD&V-kamerlid Nathalie Muylle betwijfelt of België de Kyotodoelstelling haalt. Daarvoor heeft de federale regering te weinig concrete maatregelen genomen om de broeikasuitstoot door verwarming van gebouwen en door het transport terug te dringen, zegt ze. Ook zijn er volgens haar onvoldoende maatregelen om de uistoot na 2012, wanneer het Kyotoprotocol afloopt, verder terug te dringen.
Volgens Muylle heeft de federale regering in het klimaatbeleid te veel de nadruk gelegd op de verhandelbaarheid van emissierechten en te weinig op maatregelen rond grote vervuilers waarvan de uitstoot nog toeneemt, zijnde de verwarmde gebouwen (huizen en kantoren) en de transportsector.
Muylle betreurt dat de regering nu pas aankondigde audits te zullen uitvoeren voor federale overheidsgebouwen. Dit had volgens haar al eerder kunnen gebeuren. Ook in het dossier van de biobrandstoffen is volgens Muylle te veel tijd verloren. "Was de druk van de gewesten er niet geweest dan hadden we hier nog geen fiscaal kader voor", zegt ze.
Over de periode na 2012 zegt Muylle te betreuren dat minister van Leefmilieu Bruno Tobback het openhouden van de kerncentrales niet als optie neemt. "We gaan afhankelijk worden van aardgas, wat zorgt voor veel meer uitstoot", zegt ze.
Muylle herhaalt ook de kritiek van haar partij dat de door de regering aangekondigde taks op verpakkingen niet met de strijd tegen broeikasgassen te maken heeft, maar een puur budgettaire maatregel is.
CD&V-kamerlid Nathalie Muylle betwijfelt of België de Kyotodoelstelling haalt. Daarvoor heeft de federale regering te weinig concrete maatregelen genomen om de broeikasuitstoot door verwarming van gebouwen en door het transport terug te dringen, zegt ze. Ook zijn er volgens haar onvoldoende maatregelen om de uistoot na 2012, wanneer het Kyotoprotocol afloopt, verder terug te dringen.
Volgens Muylle heeft de federale regering in het klimaatbeleid te veel de nadruk gelegd op de verhandelbaarheid van emissierechten en te weinig op maatregelen rond grote vervuilers waarvan de uitstoot nog toeneemt, zijnde de verwarmde gebouwen (huizen en kantoren) en de transportsector.
Muylle betreurt dat de regering nu pas aankondigde audits te zullen uitvoeren voor federale overheidsgebouwen. Dit had volgens haar al eerder kunnen gebeuren. Ook in het dossier van de biobrandstoffen is volgens Muylle te veel tijd verloren. "Was de druk van de gewesten er niet geweest dan hadden we hier nog geen fiscaal kader voor", zegt ze.
Over de periode na 2012 zegt Muylle te betreuren dat minister van Leefmilieu Bruno Tobback het openhouden van de kerncentrales niet als optie neemt. "We gaan afhankelijk worden van aardgas, wat zorgt voor veel meer uitstoot", zegt ze.
Muylle herhaalt ook de kritiek van haar partij dat de door de regering aangekondigde taks op verpakkingen niet met de strijd tegen broeikasgassen te maken heeft, maar een puur budgettaire maatregel is.
Abonneren op:
Posts (Atom)