21/09/2006 | Bron(nen): Belga, AFP
De minister van Justitie van Californië Bill Lockyer heeft woensdagavond bekendgemaakt dat hij zes Amerikaanse en Japanse autoconstructeurs gerechtelijk gaat vervolgen voor hun bijdrage tot de opwarming van het klimaat. Dat is een primeur voor de Verenigde Staten.
De klacht is gericht tegen Chrysler Motors Corporation, General Motors Corporation, Ford Motor Company, Toyota Motor North America, Honda North America, Inc. en Nissan North America.
"De wereldwijde opwarming van het klimaat veroorzaakt omvangrijke schade voor het milieu, de economie, de landbouw en de volksgezondheid in Californië", zegt Lockyer. "Die negatieve impact heeft al miljoenen dollars gekost en de prijs gaat elke dag nog meer de hoogte in".
"De uitlaatgassen van wagens zijn de snelst groeiende oorzaak van de koolstofuitstoot die bijdraagt aan de opwarming van het klimaat, maar de overheid en de autoconstructeurs weigeren te reageren. Het is hoog tijd dat deze bedrijven op hun verantwoordelijkheid in deze crisissituatie gewezen worden", aldus nog de minister.
21 september 2006
Provincie zegt 'njet' tegen biogasproject in Nijlen
20/09/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Landbouwer Kris De Bruyn mag geen biogasinstallatie bouwen in de Boshoek in Nijlen. Daarmee zou het landbouwbedrijf in een gesloten circuit groene energie kunnen opwekken. De provincie weigerde een vergunning af te leveren voor de installatie. De hinder voor de omwonenden was volgens de provincie te groot. Dat schrijft de Gazet van Antwerpen. Toen De Bruyn zijn aanvraag voor een biogasinstallatie indiende, liet hij de buurt weten dat de overlast beperkt zou blijven en dat er geen reden tot paniek was. Maar de buurt panikeerde wel.
De provincie volgt de ongerustheid van de buurt en geeft geen milieuvergunning. "We hebben de vergunning geweigerd omdat de installatie onverenigbaar is met de omgeving", zegt diensthoofd Peter Poels. "De woonzones liggen te dicht bij het bedrijf, zodat zij te veel geurhinder zouden ondervinden. Bovendien is het bedrijf enkel toegankelijk via de woonzones, wat voor verkeersoverlast zou zorgen".
De weigering was volgens Poels geen uitgemaakte zaak. "Volgens het gewestplan kan de installatie er perfect komen, maar we hebben gekozen om het belang van de omwonenden voorop te stellen. De landbouwer wordt binnen een paar dagen per brief op de hoogte gesteld. Hij krijgt dertig dagen om beroep aan te tekenen. Daarna kan de bevoegde minister eventueel nog beslissen om toch een vergunning toe te kennen", aldus Poels.
Landbouwer De Bruyn reageert verslagen. "Dit is heel spijtig, vooral omdat het om een milieuvriendelijke methode gaat. De kans dat ik beroep ga aantekenen, is heel groot".
Landbouwer Kris De Bruyn mag geen biogasinstallatie bouwen in de Boshoek in Nijlen. Daarmee zou het landbouwbedrijf in een gesloten circuit groene energie kunnen opwekken. De provincie weigerde een vergunning af te leveren voor de installatie. De hinder voor de omwonenden was volgens de provincie te groot. Dat schrijft de Gazet van Antwerpen. Toen De Bruyn zijn aanvraag voor een biogasinstallatie indiende, liet hij de buurt weten dat de overlast beperkt zou blijven en dat er geen reden tot paniek was. Maar de buurt panikeerde wel.
De provincie volgt de ongerustheid van de buurt en geeft geen milieuvergunning. "We hebben de vergunning geweigerd omdat de installatie onverenigbaar is met de omgeving", zegt diensthoofd Peter Poels. "De woonzones liggen te dicht bij het bedrijf, zodat zij te veel geurhinder zouden ondervinden. Bovendien is het bedrijf enkel toegankelijk via de woonzones, wat voor verkeersoverlast zou zorgen".
De weigering was volgens Poels geen uitgemaakte zaak. "Volgens het gewestplan kan de installatie er perfect komen, maar we hebben gekozen om het belang van de omwonenden voorop te stellen. De landbouwer wordt binnen een paar dagen per brief op de hoogte gesteld. Hij krijgt dertig dagen om beroep aan te tekenen. Daarna kan de bevoegde minister eventueel nog beslissen om toch een vergunning toe te kennen", aldus Poels.
Landbouwer De Bruyn reageert verslagen. "Dit is heel spijtig, vooral omdat het om een milieuvriendelijke methode gaat. De kans dat ik beroep ga aantekenen, is heel groot".
18 september 2006
Normaal maakt Nederlands eerste klimaatneutrale CD
2006-09-17 - Bron(nen): iNSnet
Op 22 september ligt de allereerste klimaatneutrale CD van Nederland in de winkels, de nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal'. De Achterhoekse rockband neemt net als een aantal gerenommeerde Nederlandse bedrijven deel aan een project van de Provinciale Milieufederaties die zoveel mogelijk producten klimaatneutraal willen maken. Normaal treedt met de klimaatneutrale CD als eerste Nederlandse band in de voetsporen van bands als Coldplay, Pink Floyd en Atomic Kitten.
De milieufederaties hopen dat Normaal veel mensen zal inspireren om ook hun steentje bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Normaal is de eerste band in Nederland die een cd lanceert waarvan de productie niet heeft bijgedragen aan het klimaatprobleem. Op 22 september ligt de nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal in de winkels. Normaal heeft daarmee de primeur voor Nederland. Normaal is zelfs een stapje verder gegaan: ook hun twee (!) concerttournees dit jaar zijn volledig klimaatneutraal uitgevoerd. De energie die nodig was tijdens de 44 optredens is volledig gecompenseerd met investeringen in duurzame energie projecten in India. Niet eerder ging een rockgroep zo ver in de strijd tegen klimaatverandering.
Het klimaat verandert. Dat leidt in de toekomst en ook nu al tot problemen, zoals smeltende ijskappen, een tekort aan drinkwater en een toename van weersgerelateerde rampen. 38 goede doelen, waaronder de Provinciale Milieufederaties, werken daarom gezamenlijk aan het verbeteren van het klimaat in het kader van de 'Hier'-campagne. Samen met consumenten, bedrijven en overheden. Ook rockgroep Normaal doet mee. Ben Jolink wil uitdragen dat het klimaat onze aandacht verdient en dat iedereen zijn steentje kan bijdragen. Dat doen zij zelf ook, onder andere met hun theatertoer, hun tententoer en nu ook hun nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal'. Volgend jaar volgt een nieuwe theatertournee die opnieuw klimaatneutraal zal zijn.
De dertigjarige rockgroep is daarmee haar tijd ver vooruit. 'Een gezond klimaat is van groot belang', vertelt Ben Jolink. 'We moeten er met z'n allen voor gaan de klimaatverandering te beperken, bijvoorbeeld door energie te besparen. Daarom doen wij als Normaal mee aan het Hier-programma.' Het Hier-programma richt zich op het oplossen van het klimaatprobleem. Consumenten, bedrijven en overheden moeten zich bewust worden van dit probleem en hun handelingsperspectief daarin. Iedereen kan namelijk iets doen. Hier begint bij jezelf. En Hier begint bij Normaal: de theatertoer, de tententoer en de nieuwe dubbel-cd zijn allemaal 'klimaatneutraal.' Dat betekent dat streng wordt gelet op het energieverbruik. Daarbij wordt gewerkt met groene energie en de overgebleven uitstoot aan broeikasgassen wordt gecompenseerd.
Voorzitter van de provinciale Milieufederaties, Volkert Vintges, is erg blij met de CD van Normaal: 'Er moet er altijd eentje de eerste zijn en dat vraagt lef en inzet en dat past prima bij Normaal die ook al eens hun nek uitstoken door als eerste in het dialect te gaan zingen. Normaal heeft een grote aanhang in grote delen van Nederland van jong tot wat ouder en ze staan nou ook niet bepaald bekend als geitenwollensokken. Als zij de stap zetten om iets te doen tegen klimaatverandering dan zullen er zeker meer volgen.'
Jolink: 'Wij kiezen ervoor in India installaties te plaatsen, die uit biomassa energie genereren. Dat voorziet een heel gebied van stroom en maakt de bijdrage van Normaal echt tastbaar. Het is mooi dat wij met onze muziek iets kunnen doen voor een beter klimaat, dat maakt het allemaal nóg leuker. Ik hoop dat onze fans ook gaan meedoen.' Vintges voegt hieraan toe: 'Wij zijn erg blij met de inspanningen van Normaal in het Hier-programma. Hier staat voor een beter klimaat, dat moet de normaalste zaak van de wereld worden. Het is leuk dat we nu kunnen zeggen: Hier is Normaal.'
Op 22 september ligt de allereerste klimaatneutrale CD van Nederland in de winkels, de nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal'. De Achterhoekse rockband neemt net als een aantal gerenommeerde Nederlandse bedrijven deel aan een project van de Provinciale Milieufederaties die zoveel mogelijk producten klimaatneutraal willen maken. Normaal treedt met de klimaatneutrale CD als eerste Nederlandse band in de voetsporen van bands als Coldplay, Pink Floyd en Atomic Kitten.
De milieufederaties hopen dat Normaal veel mensen zal inspireren om ook hun steentje bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Normaal is de eerste band in Nederland die een cd lanceert waarvan de productie niet heeft bijgedragen aan het klimaatprobleem. Op 22 september ligt de nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal in de winkels. Normaal heeft daarmee de primeur voor Nederland. Normaal is zelfs een stapje verder gegaan: ook hun twee (!) concerttournees dit jaar zijn volledig klimaatneutraal uitgevoerd. De energie die nodig was tijdens de 44 optredens is volledig gecompenseerd met investeringen in duurzame energie projecten in India. Niet eerder ging een rockgroep zo ver in de strijd tegen klimaatverandering.
Het klimaat verandert. Dat leidt in de toekomst en ook nu al tot problemen, zoals smeltende ijskappen, een tekort aan drinkwater en een toename van weersgerelateerde rampen. 38 goede doelen, waaronder de Provinciale Milieufederaties, werken daarom gezamenlijk aan het verbeteren van het klimaat in het kader van de 'Hier'-campagne. Samen met consumenten, bedrijven en overheden. Ook rockgroep Normaal doet mee. Ben Jolink wil uitdragen dat het klimaat onze aandacht verdient en dat iedereen zijn steentje kan bijdragen. Dat doen zij zelf ook, onder andere met hun theatertoer, hun tententoer en nu ook hun nieuwe dubbel-cd 'Hier is Normaal'. Volgend jaar volgt een nieuwe theatertournee die opnieuw klimaatneutraal zal zijn.
De dertigjarige rockgroep is daarmee haar tijd ver vooruit. 'Een gezond klimaat is van groot belang', vertelt Ben Jolink. 'We moeten er met z'n allen voor gaan de klimaatverandering te beperken, bijvoorbeeld door energie te besparen. Daarom doen wij als Normaal mee aan het Hier-programma.' Het Hier-programma richt zich op het oplossen van het klimaatprobleem. Consumenten, bedrijven en overheden moeten zich bewust worden van dit probleem en hun handelingsperspectief daarin. Iedereen kan namelijk iets doen. Hier begint bij jezelf. En Hier begint bij Normaal: de theatertoer, de tententoer en de nieuwe dubbel-cd zijn allemaal 'klimaatneutraal.' Dat betekent dat streng wordt gelet op het energieverbruik. Daarbij wordt gewerkt met groene energie en de overgebleven uitstoot aan broeikasgassen wordt gecompenseerd.
Voorzitter van de provinciale Milieufederaties, Volkert Vintges, is erg blij met de CD van Normaal: 'Er moet er altijd eentje de eerste zijn en dat vraagt lef en inzet en dat past prima bij Normaal die ook al eens hun nek uitstoken door als eerste in het dialect te gaan zingen. Normaal heeft een grote aanhang in grote delen van Nederland van jong tot wat ouder en ze staan nou ook niet bepaald bekend als geitenwollensokken. Als zij de stap zetten om iets te doen tegen klimaatverandering dan zullen er zeker meer volgen.'
Jolink: 'Wij kiezen ervoor in India installaties te plaatsen, die uit biomassa energie genereren. Dat voorziet een heel gebied van stroom en maakt de bijdrage van Normaal echt tastbaar. Het is mooi dat wij met onze muziek iets kunnen doen voor een beter klimaat, dat maakt het allemaal nóg leuker. Ik hoop dat onze fans ook gaan meedoen.' Vintges voegt hieraan toe: 'Wij zijn erg blij met de inspanningen van Normaal in het Hier-programma. Hier staat voor een beter klimaat, dat moet de normaalste zaak van de wereld worden. Het is leuk dat we nu kunnen zeggen: Hier is Normaal.'
Utrecht investeert in luchtkwaliteit
17-09-2006 - Bron(nen): iNSnet, Tiscali
De gemeente Utrecht besteedt de komende tien jaar bijna 37 miljoen euro aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Door verschillende verkeersmaatregelen moet de stad in 2010 aan de Europese normen voor fijn stof voldoen en vijf jaar later aan de normen voor stikstofdioxide.
Volgens de gemeente is de kwaliteit van de lucht beter dan jaren geleden, maar worden nog wel normen overschreden. Door de ontwikkeling van de stad blijft het verkeersaanbod toenemen, wat leidt tot een te hoge concentratie fijn stof en stikstof. Door het aanpakken van het parkeren in de stad, het weren van vrachtverkeer en de komst van een tunnel onder het Westplein moet de lucht schoner worden. De gemeente vervangt haar eigen wagenpark door milieuvriendelijker voertuigen en de rijksweg A2 wordt afgeschermd door overkappingen.
In juni beweerden milieudeskundigen en longartsen op een congres dat de gevolgen van blootstelling aan fijn stof de Nederlandse overheid jaarlijks honderden miljoenen euro's kost. Volgens het Nationaal Milieu- en Planbureau sterven in Nederland jaarlijks ongeveer drieduizend mensen aan de gevolgen van kortdurende blootstelling aan fijn stof.
Staatssecretaris van Milieubeheer Pieter van Geel (CDA) besteedt sinds vorig jaar september extra geld en aandacht aan verbetering van de luchtkwaliteit. Eind mei zag Van Geel zijn voorstel voor het verplicht inbouwen van roetfilters in dieselauto's geblokkeerd door de Europese Commissie.
De gemeente Utrecht besteedt de komende tien jaar bijna 37 miljoen euro aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. Door verschillende verkeersmaatregelen moet de stad in 2010 aan de Europese normen voor fijn stof voldoen en vijf jaar later aan de normen voor stikstofdioxide.
Volgens de gemeente is de kwaliteit van de lucht beter dan jaren geleden, maar worden nog wel normen overschreden. Door de ontwikkeling van de stad blijft het verkeersaanbod toenemen, wat leidt tot een te hoge concentratie fijn stof en stikstof. Door het aanpakken van het parkeren in de stad, het weren van vrachtverkeer en de komst van een tunnel onder het Westplein moet de lucht schoner worden. De gemeente vervangt haar eigen wagenpark door milieuvriendelijker voertuigen en de rijksweg A2 wordt afgeschermd door overkappingen.
In juni beweerden milieudeskundigen en longartsen op een congres dat de gevolgen van blootstelling aan fijn stof de Nederlandse overheid jaarlijks honderden miljoenen euro's kost. Volgens het Nationaal Milieu- en Planbureau sterven in Nederland jaarlijks ongeveer drieduizend mensen aan de gevolgen van kortdurende blootstelling aan fijn stof.
Staatssecretaris van Milieubeheer Pieter van Geel (CDA) besteedt sinds vorig jaar september extra geld en aandacht aan verbetering van de luchtkwaliteit. Eind mei zag Van Geel zijn voorstel voor het verplicht inbouwen van roetfilters in dieselauto's geblokkeerd door de Europese Commissie.
09 september 2006
Duits koolzaadareaal groeit naar 1,5 miljoen hectare
08/09/2006 - Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Agrarisch Dagblad
De koolzaadoogst in Duitsland komt dit jaar uit op een volume van ruim 5,3 miljoen ton. Dat is 300.000 ton meer dan in 2005. Dat meldt het centraal bureau dat statistische informatie verzamelt. Per hectare bedraagt de opbrengst 3,73 ton. Dat is, rekening houdend met de koude start van het groeiseizoen en de nijpende droogte van juni en juli niet veel minder dan vorig jaar. Toen het ging om 3,76 ton.
Het gemiddelde over de jaren 2000-2005 ligt volgens de statistici op 3,45 ton per hectare. Het areaal bedroeg tijdens het voorbije teeltseizoen bijna 1,43 miljoen hectare. Voorlopige schattingen uit de sector wijzen er op dat de teelt de komende maanden de kaap zal ronden van 1,5 miljoen hectare.
Toch is Ufop, de syndicale organisatie die zich bekommert om de oliehoudende gewassen er niet gerust in. Tot 1 augustus kon biodiesel belastingvrij worden getankt. Sindsdien is een nieuwe accijnsregeling van kracht, waarbij sprake is van een bijmengplicht die zou ingaan op 1 januari 2007. Ufop vreest dat de Duitse productiecapaciteit veel hoger is dan de vraag die gecreëerd wordt door het nieuwe systeem.
De koolzaadoogst in Duitsland komt dit jaar uit op een volume van ruim 5,3 miljoen ton. Dat is 300.000 ton meer dan in 2005. Dat meldt het centraal bureau dat statistische informatie verzamelt. Per hectare bedraagt de opbrengst 3,73 ton. Dat is, rekening houdend met de koude start van het groeiseizoen en de nijpende droogte van juni en juli niet veel minder dan vorig jaar. Toen het ging om 3,76 ton.
Het gemiddelde over de jaren 2000-2005 ligt volgens de statistici op 3,45 ton per hectare. Het areaal bedroeg tijdens het voorbije teeltseizoen bijna 1,43 miljoen hectare. Voorlopige schattingen uit de sector wijzen er op dat de teelt de komende maanden de kaap zal ronden van 1,5 miljoen hectare.
Toch is Ufop, de syndicale organisatie die zich bekommert om de oliehoudende gewassen er niet gerust in. Tot 1 augustus kon biodiesel belastingvrij worden getankt. Sindsdien is een nieuwe accijnsregeling van kracht, waarbij sprake is van een bijmengplicht die zou ingaan op 1 januari 2007. Ufop vreest dat de Duitse productiecapaciteit veel hoger is dan de vraag die gecreëerd wordt door het nieuwe systeem.
08 september 2006
Eco Flanders in zee met Nederlands energiebedrijf
07/09/2006 - Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
De projectontwikkelaar Eco Flanders gaat samenwerken met het Nederlandse energiebedrijf Eneco voor de vergisting van mest, energiegewassen en voedingsresten tot biogas en groene stroom. Dat schrijft Guy Van Den Broek in De Tijd. De twee partners hebben al 24 projecten onder contract voor de volgende drie jaar. Die worden voor 75 procent gefinancierd door Eneco en voor 25 procent door Eco Flanders. Eneco krijgt de groene stroom.
Eco Flanders en Eneco Energie uit Rotterdam hebben een samenwerkingscontract voor een periode van tien jaar getekend voor de cofinanciering van vergistingsprojecten. Eco Flanders levert de technologie. De groenestroomcertificaten die de vergisting oplevert, gaan naar Eneco. Het Nederlandse energiebedrijf wil op die manier actief worden in duurzame energie in Vlaanderen, zeggen bronnen in de energiesector.
De onderhandelingen tussen Eco Flanders en Eneco lopen al ruim een half jaar en werden pas afgerond. De energie-experts van Eneco hebben de technologie van Eco-Flanders grondig bestudeerd. Er staat al een model in het Luxemburgse Redange en het eerste project in Vlaanderen is in opbouw in Diksmuide. Het gaat daar om een project van 1,8 miljoen euro voor de vergisting van 15.000 ton organisch materiaal.
Bij Eco Flanders zijn er ook al zes projecten voor 2007 onder contract, een achttal voor 2008 en tien voor 2009. Bij de meeste wordt 30.000 tot 60.000 divers organisch materiaal vergist tot biogas en bruikbare resproducten. Elk standaardproject van 30.000 ton kost 3,6 miljoen euro. Voor al die projecten zetten de twee partners telkens een aparte nv op en voor elk project apart zal ook ecologiesteun worden aangevraagd.
Eco Flanders is op dit ogenblik gekapitaliseerd voor 1,56 miljoen euro en kan de vergistingsprojecten in dit projecttempo niet op eigen benen dragen. Ook voor het eerste project in Diksmuide moet Eco Flanders een beroep doen op de bank om de financiering rond te krijgen. De ontwikkelaar van groene energieprojecten wil het kapitaal binnen 14 dagen optrekken naar 3 miljoen euro, met het akkoord van grote aandeelhouders zoals Electrabel en de Participatiemaatschappij Vlaanderen. Eco Flanders trekt bij de kapitaalverhoging ook nieuwe partners uit de aannemings- en de veevoedersector aan.
Eneco Energie uit Rotterdam behoort tot de top drie van de energiebedrijven in Nederland - na Essent en Nuon - en is zowel actief in elektriciteit, gas, stoom als in communicatie. Eneco stelt 5.000 mensen tewerk, draait een omzet van 3,7 miljard euro en is in handen van 70 gemeenten.
De projectontwikkelaar Eco Flanders gaat samenwerken met het Nederlandse energiebedrijf Eneco voor de vergisting van mest, energiegewassen en voedingsresten tot biogas en groene stroom. Dat schrijft Guy Van Den Broek in De Tijd. De twee partners hebben al 24 projecten onder contract voor de volgende drie jaar. Die worden voor 75 procent gefinancierd door Eneco en voor 25 procent door Eco Flanders. Eneco krijgt de groene stroom.
Eco Flanders en Eneco Energie uit Rotterdam hebben een samenwerkingscontract voor een periode van tien jaar getekend voor de cofinanciering van vergistingsprojecten. Eco Flanders levert de technologie. De groenestroomcertificaten die de vergisting oplevert, gaan naar Eneco. Het Nederlandse energiebedrijf wil op die manier actief worden in duurzame energie in Vlaanderen, zeggen bronnen in de energiesector.
De onderhandelingen tussen Eco Flanders en Eneco lopen al ruim een half jaar en werden pas afgerond. De energie-experts van Eneco hebben de technologie van Eco-Flanders grondig bestudeerd. Er staat al een model in het Luxemburgse Redange en het eerste project in Vlaanderen is in opbouw in Diksmuide. Het gaat daar om een project van 1,8 miljoen euro voor de vergisting van 15.000 ton organisch materiaal.
Bij Eco Flanders zijn er ook al zes projecten voor 2007 onder contract, een achttal voor 2008 en tien voor 2009. Bij de meeste wordt 30.000 tot 60.000 divers organisch materiaal vergist tot biogas en bruikbare resproducten. Elk standaardproject van 30.000 ton kost 3,6 miljoen euro. Voor al die projecten zetten de twee partners telkens een aparte nv op en voor elk project apart zal ook ecologiesteun worden aangevraagd.
Eco Flanders is op dit ogenblik gekapitaliseerd voor 1,56 miljoen euro en kan de vergistingsprojecten in dit projecttempo niet op eigen benen dragen. Ook voor het eerste project in Diksmuide moet Eco Flanders een beroep doen op de bank om de financiering rond te krijgen. De ontwikkelaar van groene energieprojecten wil het kapitaal binnen 14 dagen optrekken naar 3 miljoen euro, met het akkoord van grote aandeelhouders zoals Electrabel en de Participatiemaatschappij Vlaanderen. Eco Flanders trekt bij de kapitaalverhoging ook nieuwe partners uit de aannemings- en de veevoedersector aan.
Eneco Energie uit Rotterdam behoort tot de top drie van de energiebedrijven in Nederland - na Essent en Nuon - en is zowel actief in elektriciteit, gas, stoom als in communicatie. Eneco stelt 5.000 mensen tewerk, draait een omzet van 3,7 miljard euro en is in handen van 70 gemeenten.
Antwerpen weldra ook wereldspeler in biobrandstoffen?
07/09/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Belga
Wordt Antwerpen, dat nu al geldt als de grootste petrochemische cluster in Europa, in de toekomst ook de grootste biochemische cluster in de Europese klas? Als het van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen afhangt, moet de Scheldestad ook voor biobrandstoffen een belangrijke rol gaan spelen. "Want Antwerpen heeft heel wat voordelen om die positie in te nemen", weet Xavier Vanrolleghem, commercieel verantwoordelijke voor de Antwerpse chemische cluster binnen het Havenbedrijf. "Zo zijn er de centrale ligging, de logistieke mogelijkheden en de afzetmogelijkheden. Bovendien is er voldoenden interesse vanuit de privé-sector", aldus Vanrolleghem. Hij zei dat woensdag tijdens de bijzondere raadscommissie voor de haven in het stadhuis van Antwerpen.
Tegen 2010 moeten de lidstaten van de Europese Unie 5,75 procent biobrandstoffen mengen bij de klassieke brandstoffen. Bij benzine zal er bio-ethanol aan toegevoegd worden, bij diesel gaat het om biodiesel. Knelpunt in de haven zijn wel de beschikbare terreinen. "Voor de productie van biobrandstoffen heb je 15 à 25 ha terrein nodig. En in Antwerpen is er nauwelijks greenfield beschikbaar", weet Vanrolleghem. Maar een aantal grote chemiereuzen zoals Bayer en Monsanto zijn bereid om terrein beschikbaar te stellen voor de productie van biobrandstoffen, om het vervolgens uit te besteden aan andere firma's.
De Antwerpse haven heeft overigens al een producent van biodiesel in huis. Het bedrijf Dow Halterman is zelfs de eerste producent in België van biodiesel op industriële schaal. Momenteel produceert dit bedrijf biodiesel voor de Duitse markt maar mogelijk gaan ze dat ook voor de Belgische markt doen, want ze hebben zich ingeschreven voor de officiële tender die federaal landbouwminister Sabine Laruelle begin juli heeft uitgeschreven. Van de 32 kandidaten voor de tender zijn 18 firma's Belgisch. Een aantal daarvan is afkomstig uit Antwerpen.
Wordt Antwerpen, dat nu al geldt als de grootste petrochemische cluster in Europa, in de toekomst ook de grootste biochemische cluster in de Europese klas? Als het van het Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen afhangt, moet de Scheldestad ook voor biobrandstoffen een belangrijke rol gaan spelen. "Want Antwerpen heeft heel wat voordelen om die positie in te nemen", weet Xavier Vanrolleghem, commercieel verantwoordelijke voor de Antwerpse chemische cluster binnen het Havenbedrijf. "Zo zijn er de centrale ligging, de logistieke mogelijkheden en de afzetmogelijkheden. Bovendien is er voldoenden interesse vanuit de privé-sector", aldus Vanrolleghem. Hij zei dat woensdag tijdens de bijzondere raadscommissie voor de haven in het stadhuis van Antwerpen.
Tegen 2010 moeten de lidstaten van de Europese Unie 5,75 procent biobrandstoffen mengen bij de klassieke brandstoffen. Bij benzine zal er bio-ethanol aan toegevoegd worden, bij diesel gaat het om biodiesel. Knelpunt in de haven zijn wel de beschikbare terreinen. "Voor de productie van biobrandstoffen heb je 15 à 25 ha terrein nodig. En in Antwerpen is er nauwelijks greenfield beschikbaar", weet Vanrolleghem. Maar een aantal grote chemiereuzen zoals Bayer en Monsanto zijn bereid om terrein beschikbaar te stellen voor de productie van biobrandstoffen, om het vervolgens uit te besteden aan andere firma's.
De Antwerpse haven heeft overigens al een producent van biodiesel in huis. Het bedrijf Dow Halterman is zelfs de eerste producent in België van biodiesel op industriële schaal. Momenteel produceert dit bedrijf biodiesel voor de Duitse markt maar mogelijk gaan ze dat ook voor de Belgische markt doen, want ze hebben zich ingeschreven voor de officiële tender die federaal landbouwminister Sabine Laruelle begin juli heeft uitgeschreven. Van de 32 kandidaten voor de tender zijn 18 firma's Belgisch. Een aantal daarvan is afkomstig uit Antwerpen.
07 september 2006
Biggest US oil find in years sparks hope for energy security
6/09/2006 | Bron(nen): euractiv.com
Chevron, Statoil and US energy company Devon announced on 5 September the first succesful test to produce oil from the deep water region of the Mexican Gulf. If the well meets expectations, the "Jack" field, located around 500 kilometres south-west of New Orleans could mark the first of a wave of new oil explorations in that region. Other companies such as Shell, Exxon and Total own exploration leases in the area and could also intensify their searches for new oil production. According to some industry experts, the deep waters around the Gulf might hold between 3 billion and 15 billion barrels of oil. If this potential could be realised, it would be the biggest oil find since the 1960s. The world now needs around 84 million barrels per day to keep its economies going.
Issues:
In the past few years, oil prices have risen dramatically as a result of several factors:
One of the main drivers of the oil-price hike has been the fear that oil production might be coming close to its peak, just at the moment when new growing economies are creating extra demand. Although a theory initially proposed by industry 'rebels' such as former BP expert Colin Campbell, the "peak oil" argument has won over a lot of followers in recent years, even among market watchers and investors. For an overview of the arguments for and against the 'peak oilers', see recent coverage by Bloomberg.
Western oil companies are betting on advanced exploration, drilling and extraction technologies to find the new oil reserves that would be needed to feed the world's growing economies. If the new drilling technologies are succesful, it could open up possibilities for further exploration of areas that are currently off limits. In Europe, the so-called "High North" Arctic area could become a target for new European oil findings (see EurActiv 29 August 2006).
Security of energy supply has become one of the EU's main priorities in recent years. The Commission published a Green Paper on a European Strategy for Sustainable, Competitive and Secure Energy in March 2006.
Positions:
Energy investment banker Matt Simmons (one of the leading 'peak oil' defenders expressed his scepticism about the enthusiasm surrounding this new oil discovery. "In the past 15 years, there've been so many great projects that started out and then petered out," Simmons told Reuters.
A critical analysis of deep ocean energy resources can be found on the "Oil Drum" blog.
Experts also warned that the new oil discoveries would not usher in a new era of lower oil prices, as the size of potential reserves from these fields will remain modest compared to the huge oil fields in the Middle East. There are also very high costs connected to further exploitation of the deep-water fields in the Gulf of Mexico.
Chevron, Statoil and US energy company Devon announced on 5 September the first succesful test to produce oil from the deep water region of the Mexican Gulf. If the well meets expectations, the "Jack" field, located around 500 kilometres south-west of New Orleans could mark the first of a wave of new oil explorations in that region. Other companies such as Shell, Exxon and Total own exploration leases in the area and could also intensify their searches for new oil production. According to some industry experts, the deep waters around the Gulf might hold between 3 billion and 15 billion barrels of oil. If this potential could be realised, it would be the biggest oil find since the 1960s. The world now needs around 84 million barrels per day to keep its economies going.
Issues:
In the past few years, oil prices have risen dramatically as a result of several factors:
- rising demand from growing economies (China and India)
- shrinking capacity
- underinvestments in refineries, increasing energy nationalism (the big six oil
- companies own only 16% of the reserves, the rest is in the hands of nationalised
- companies such as Saudi Aramco)
- market speculation
One of the main drivers of the oil-price hike has been the fear that oil production might be coming close to its peak, just at the moment when new growing economies are creating extra demand. Although a theory initially proposed by industry 'rebels' such as former BP expert Colin Campbell, the "peak oil" argument has won over a lot of followers in recent years, even among market watchers and investors. For an overview of the arguments for and against the 'peak oilers', see recent coverage by Bloomberg.
Western oil companies are betting on advanced exploration, drilling and extraction technologies to find the new oil reserves that would be needed to feed the world's growing economies. If the new drilling technologies are succesful, it could open up possibilities for further exploration of areas that are currently off limits. In Europe, the so-called "High North" Arctic area could become a target for new European oil findings (see EurActiv 29 August 2006).
Security of energy supply has become one of the EU's main priorities in recent years. The Commission published a Green Paper on a European Strategy for Sustainable, Competitive and Secure Energy in March 2006.
Positions:
Energy investment banker Matt Simmons (one of the leading 'peak oil' defenders expressed his scepticism about the enthusiasm surrounding this new oil discovery. "In the past 15 years, there've been so many great projects that started out and then petered out," Simmons told Reuters.
A critical analysis of deep ocean energy resources can be found on the "Oil Drum" blog.
Experts also warned that the new oil discoveries would not usher in a new era of lower oil prices, as the size of potential reserves from these fields will remain modest compared to the huge oil fields in the Middle East. There are also very high costs connected to further exploitation of the deep-water fields in the Gulf of Mexico.
Ternat durft zich niet uitspreken over biogasproject
06/09/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, Het Laatste Nieuws
Na een korte beraadslaging van het schepencollege deelde de Ternatse burgemeester Ronald Parys de actievoerders van de werkgroep Terlinden dinsdagavond mee dat het college alvast geen positief advies geeft aan de milieuvergunningsaanvraag van landbouwer Rudy Bayens. Die wil op zijn bedrijf een biogasinstallatie bouwen. De burgemeester zei dat het dossier zonder uitgesproken advies, maar wel met ernstige bedenkingen, naar de provinciale milieuvergunningscommissie wordt gestuurd. Daar valt dan de uiteindelijke beslissing over de aanvraag.
Rudy Bayens wil op zijn bedrijfsterrein in Ternat een biogasinstallatie bouwen. Tot ongenoegen van de buurtbewoners die hun verzet bundelden in de werkgroep Terlinden. Vooraleer de leden van het college van burgemeester en schepenen dinsdagavond bijeen kwamen, hadden de actievoerders van de werkgroep voor het gemeentehuis post gevat met borden waarop de slogan "Geen mestafvalverwerking in Ternat" stond te lezen.
"De geheimdoenerij in heel deze zaak is storend", zegt de werkgroep Terlinden. "Er werden tot dusver geen pottenkijkers geduld. Vandaar dat we beslisten actie te voeren tegen de milieuvergunningsaanvraag. We hebben gelijkaardige biogasinstallaties bezocht en die veroorzaakten wel degelijk hinder. Met als gevolg dat tijdens het openbaar onderzoek zo'n 160 bezwaarschriften en een petitie werden ingediend". Boer Bayens blijft er bij dat zijn installatie geen enkele vorm van hinder zal veroorzaken voor de buren. Maar daar is het schepencollege blijkbaar nog niet van overtuigd.
"We zullen de provinciale milieuvergunningscommissie laten weten dat wij twijfels hebben over de balans tussen productie en verbruik", aldus burgemeester Ronald Parys. "Als er met name een overproductie van gas zou ontstaan, dan zouden we graag met zekerheid weten dat dit geen geurhinder veroorzaakt. Is de opslagplaats wel voldoende groot?" Parys stelt zich ook vragen bij de eventuele geluidshinder. "Er werd tot dusver geen akoestisch onderzoek uitgevoerd, ook niet van de actuele toestand op dat vlak. We beschikken op dit moment over onvoldoende waarborgen".
Dan rest er nog de verkeersimpact. Volgens de burgervader beweert Bayens dat er van bijkomende trafiek van vrachtwagens naar zijn bedrijf amper sprake zal zijn. "Het is ons echter onvoldoende bekend of de aanvrager wel degelijk genoeg productiemiddelen zal hebben zodat er geen extra zwaar vervoer nodig zal zijn", zegt Ronald Parys.
Na een korte beraadslaging van het schepencollege deelde de Ternatse burgemeester Ronald Parys de actievoerders van de werkgroep Terlinden dinsdagavond mee dat het college alvast geen positief advies geeft aan de milieuvergunningsaanvraag van landbouwer Rudy Bayens. Die wil op zijn bedrijf een biogasinstallatie bouwen. De burgemeester zei dat het dossier zonder uitgesproken advies, maar wel met ernstige bedenkingen, naar de provinciale milieuvergunningscommissie wordt gestuurd. Daar valt dan de uiteindelijke beslissing over de aanvraag.
Rudy Bayens wil op zijn bedrijfsterrein in Ternat een biogasinstallatie bouwen. Tot ongenoegen van de buurtbewoners die hun verzet bundelden in de werkgroep Terlinden. Vooraleer de leden van het college van burgemeester en schepenen dinsdagavond bijeen kwamen, hadden de actievoerders van de werkgroep voor het gemeentehuis post gevat met borden waarop de slogan "Geen mestafvalverwerking in Ternat" stond te lezen.
"De geheimdoenerij in heel deze zaak is storend", zegt de werkgroep Terlinden. "Er werden tot dusver geen pottenkijkers geduld. Vandaar dat we beslisten actie te voeren tegen de milieuvergunningsaanvraag. We hebben gelijkaardige biogasinstallaties bezocht en die veroorzaakten wel degelijk hinder. Met als gevolg dat tijdens het openbaar onderzoek zo'n 160 bezwaarschriften en een petitie werden ingediend". Boer Bayens blijft er bij dat zijn installatie geen enkele vorm van hinder zal veroorzaken voor de buren. Maar daar is het schepencollege blijkbaar nog niet van overtuigd.
"We zullen de provinciale milieuvergunningscommissie laten weten dat wij twijfels hebben over de balans tussen productie en verbruik", aldus burgemeester Ronald Parys. "Als er met name een overproductie van gas zou ontstaan, dan zouden we graag met zekerheid weten dat dit geen geurhinder veroorzaakt. Is de opslagplaats wel voldoende groot?" Parys stelt zich ook vragen bij de eventuele geluidshinder. "Er werd tot dusver geen akoestisch onderzoek uitgevoerd, ook niet van de actuele toestand op dat vlak. We beschikken op dit moment over onvoldoende waarborgen".
Dan rest er nog de verkeersimpact. Volgens de burgervader beweert Bayens dat er van bijkomende trafiek van vrachtwagens naar zijn bedrijf amper sprake zal zijn. "Het is ons echter onvoldoende bekend of de aanvrager wel degelijk genoeg productiemiddelen zal hebben zodat er geen extra zwaar vervoer nodig zal zijn", zegt Ronald Parys.
06 september 2006
Dexia Verzekeringen valt voor zonne-energie
05/09/2006 | Bron: Alter Business News 118
• Dexia Insurance Belgium (DIB) nam recent de grootste zonnepaneleninstallatie van België in gebruik.
• 458 m2 zonnepanelen bedekken het dak van een gebouw van DIB in Meise.
• Deze inrichting garandeert een jaarlijkse elektriciteitsaanvoer van 42.800 kWh.
Zonne-energie wint in Europa ieder jaar aan populariteit. België hinkt echter nog steeds achterop en staat in termen van fotovoltaïsch vermogen op een weinig benijdenswaardige 14de plaats op de Europese ranglijst. Met het recente initiatief van Dexia Insurance Belgium (DIB) zou deze achterstand gedeeltelijk worden ingelopen. De verzekeringsmaatschappij nam onlangs de grootste zonnepaneleninstallatie van ons land effectief in gebruik.
"Het feit dat een grote financiële instelling wil investeren in zonne-energie geeft aan dat duurzame energie niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de portemonnee", zo verklaarde staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Els Van Weert, tijdens de officiële inhuldiging.
De 30 zonnepanelen die in gebruik werden genomen, beslaan 458 m2 dakoppervlakte van een magazijn van Dexia Insurance Belgium in Meise. Het vermogen van deze installatie loopt op tot 60.000 Wp (= het hoogste vermogen dat een paneel onder optimale zonneomstandigheden afgeeft). Dit is goed voor een jaarlijkse elektriciteitsproductie van 42.800 kWh, wat overeenkomt met het jaarverbruik van 12 gemiddelde Belgische gezinnen.
De zonne-inrichting werd ontwikkeld door IZEN Solar Systems, Belgisch specialist in hernieuwbare energiesystemen, onder onafhankelijk toezicht van studiebureau 3E. De plaatsing werd uitgevoerd door een team van 4 plaatsers en duurde 8 dagen.
"Deze investering van Dexia Insurance Belgium geeft aan dat investeren in duurzame energie economisch verantwoord is. Er wordt vaak gezegd dat hernieuwbare energie zeker goed is voor het milieu, maar ook zeer duur is. Deze investering bewijst dat zonne-energie niet alleen een droom is van enkele idealisten. Niemand twijfelt eraan dat Dexia Insurance Belgium kan rekenen! ", aldus staatssecretaris Van Weert.
Dit project bundelt tal van voordelen. Enerzijds wordt de elektriciteit kosteloos opgewekt en anderzijds geeft dit systeem recht op groenestroomcertificaten die over 20 jaar extra rendement zullen opleveren. Het groenestroomcertificaat ondersteunt CO2-arme energievormen die in België ingang vonden in het kader van de Kyoto-doelstellingen. Het initiatief van DIB is alvast een kleine stap in de goede richting.
Meer info:
APERe : vereniging ter bevordering van hernieuwbare energiebronnen
Het Waalse Gewest: de quota’s voor groene certificaten stimuleren nieuwe installaties
Cwape: marché des certificats verts (markt groene certificaten, Waalse Commissie voor Energie)
• Dexia Insurance Belgium (DIB) nam recent de grootste zonnepaneleninstallatie van België in gebruik.
• 458 m2 zonnepanelen bedekken het dak van een gebouw van DIB in Meise.
• Deze inrichting garandeert een jaarlijkse elektriciteitsaanvoer van 42.800 kWh.
Zonne-energie wint in Europa ieder jaar aan populariteit. België hinkt echter nog steeds achterop en staat in termen van fotovoltaïsch vermogen op een weinig benijdenswaardige 14de plaats op de Europese ranglijst. Met het recente initiatief van Dexia Insurance Belgium (DIB) zou deze achterstand gedeeltelijk worden ingelopen. De verzekeringsmaatschappij nam onlangs de grootste zonnepaneleninstallatie van ons land effectief in gebruik.
"Het feit dat een grote financiële instelling wil investeren in zonne-energie geeft aan dat duurzame energie niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de portemonnee", zo verklaarde staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Els Van Weert, tijdens de officiële inhuldiging.
De 30 zonnepanelen die in gebruik werden genomen, beslaan 458 m2 dakoppervlakte van een magazijn van Dexia Insurance Belgium in Meise. Het vermogen van deze installatie loopt op tot 60.000 Wp (= het hoogste vermogen dat een paneel onder optimale zonneomstandigheden afgeeft). Dit is goed voor een jaarlijkse elektriciteitsproductie van 42.800 kWh, wat overeenkomt met het jaarverbruik van 12 gemiddelde Belgische gezinnen.
De zonne-inrichting werd ontwikkeld door IZEN Solar Systems, Belgisch specialist in hernieuwbare energiesystemen, onder onafhankelijk toezicht van studiebureau 3E. De plaatsing werd uitgevoerd door een team van 4 plaatsers en duurde 8 dagen.
"Deze investering van Dexia Insurance Belgium geeft aan dat investeren in duurzame energie economisch verantwoord is. Er wordt vaak gezegd dat hernieuwbare energie zeker goed is voor het milieu, maar ook zeer duur is. Deze investering bewijst dat zonne-energie niet alleen een droom is van enkele idealisten. Niemand twijfelt eraan dat Dexia Insurance Belgium kan rekenen! ", aldus staatssecretaris Van Weert.
Dit project bundelt tal van voordelen. Enerzijds wordt de elektriciteit kosteloos opgewekt en anderzijds geeft dit systeem recht op groenestroomcertificaten die over 20 jaar extra rendement zullen opleveren. Het groenestroomcertificaat ondersteunt CO2-arme energievormen die in België ingang vonden in het kader van de Kyoto-doelstellingen. Het initiatief van DIB is alvast een kleine stap in de goede richting.
Meer info:
APERe : vereniging ter bevordering van hernieuwbare energiebronnen
Het Waalse Gewest: de quota’s voor groene certificaten stimuleren nieuwe installaties
Cwape: marché des certificats verts (markt groene certificaten, Waalse Commissie voor Energie)
Veiling puurt tien procent van elektriciteit uit zon
04/09/2006 | Bron: Vilt-nieuwsoverzicht
De Limburgse Tuinbouwveiling (LTV) is, zo zegt de installateur, de grootste centrale van zonne-energie in Limburg. Op dit moment haalt de veiling een tiende van zijn elektriciteit uit de zon, binnenkort wordt dat een vijfde. "We onttrekken net veel energie uit de zonnepanelen op het moment dat wij de koelcellen het meeste nodig hebben. Dat is in de zomer, als de aardbeien rijp zijn", zegt directeur Wilfried Jeurissen in Het Belang van Limburg.
Het dak van de LTV staat vol met panelen die het licht opvangen. "Mensen denken vaak dat je alleen met zon energie kan opwekken," zegt Jeurissen. "Maar dat klopt niet, licht volstaat. En dat hebben we zelfs in augustus gehad. Maar ons grote voordeel is dat we op piekmomenten minder elektriciteit moeten kopen. Op die momenten is de stroom ook het duurst, dus sparen we meer uit".
De veiling heeft totdusver 250.000 euro geïnvesteerd en binnenkort wil ze de capaciteit verdubbelen. "Dus zullen we opnieuw zo'n bedrag op tafel leggen. Maar in 10 à 12 jaar tijd hebben we dat terugverdiend. Daarna zijn we dus winst aan het maken. Voor zo'n installatie krijg je ook 25 procent subsidies van de overheid", aldus Jeurissen.
Hoe sterk is hun installatie? "50 kilowatt, goed voor meer dan tien gezinnen. Per jaar kunnen we zo naar schatting 40.000 kilowatt zelf maken, een tiende van wat we nodig hebben. Maar eigenlijk hebben we de voorbije zes maanden er al 40.000 kilowatt uit gehaald, we gaan dus met meer dan 10 procent eindigen," zegt de veilingdirecteur.
Zijn de andere veilingen ook geïnteresseerd? "Ja, de Mechelse Veilingen overwegen nu ook om zonnecellen te plaatsen en ook de telers die hier over de vloer komen, hebben al om informatie gevraagd. Zij kunnen vanaf 1 januari 40 procent subsidies krijgen, dus verwacht ik dat het niet lang meer zal duren alvorens de eerste telers zonnepanelen zullen installeren om hun koelcellen te laten draaien", besluit Jeurissen.
De Limburgse Tuinbouwveiling (LTV) is, zo zegt de installateur, de grootste centrale van zonne-energie in Limburg. Op dit moment haalt de veiling een tiende van zijn elektriciteit uit de zon, binnenkort wordt dat een vijfde. "We onttrekken net veel energie uit de zonnepanelen op het moment dat wij de koelcellen het meeste nodig hebben. Dat is in de zomer, als de aardbeien rijp zijn", zegt directeur Wilfried Jeurissen in Het Belang van Limburg.
Het dak van de LTV staat vol met panelen die het licht opvangen. "Mensen denken vaak dat je alleen met zon energie kan opwekken," zegt Jeurissen. "Maar dat klopt niet, licht volstaat. En dat hebben we zelfs in augustus gehad. Maar ons grote voordeel is dat we op piekmomenten minder elektriciteit moeten kopen. Op die momenten is de stroom ook het duurst, dus sparen we meer uit".
De veiling heeft totdusver 250.000 euro geïnvesteerd en binnenkort wil ze de capaciteit verdubbelen. "Dus zullen we opnieuw zo'n bedrag op tafel leggen. Maar in 10 à 12 jaar tijd hebben we dat terugverdiend. Daarna zijn we dus winst aan het maken. Voor zo'n installatie krijg je ook 25 procent subsidies van de overheid", aldus Jeurissen.
Hoe sterk is hun installatie? "50 kilowatt, goed voor meer dan tien gezinnen. Per jaar kunnen we zo naar schatting 40.000 kilowatt zelf maken, een tiende van wat we nodig hebben. Maar eigenlijk hebben we de voorbije zes maanden er al 40.000 kilowatt uit gehaald, we gaan dus met meer dan 10 procent eindigen," zegt de veilingdirecteur.
Zijn de andere veilingen ook geïnteresseerd? "Ja, de Mechelse Veilingen overwegen nu ook om zonnecellen te plaatsen en ook de telers die hier over de vloer komen, hebben al om informatie gevraagd. Zij kunnen vanaf 1 januari 40 procent subsidies krijgen, dus verwacht ik dat het niet lang meer zal duren alvorens de eerste telers zonnepanelen zullen installeren om hun koelcellen te laten draaien", besluit Jeurissen.
04 september 2006
Gents milieubedrijf OWS investeert in maïsvergisting
03/09/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, De Tijd
Het Gentse milieubedrijf OWS bouwt nabij Bremen een installatie om maïs te vergisten en om te zetten tot groene stroom. Die installatie zal groene elektriciteit opleveren voor 700 Duitse gezinnen. In Duitsland is met het oog op vergisting in totaal 150.000 hectare maïs geplant.
"Maïs levert tot 180 kubieke meter gas per ton maïs op", zegt Johan De Dobbelaere, commercieel directeur bij Syngenta, wereldmarktleider in zaden. Die opbrengst ligt veel hoger dan de vergisting van mest, andere granen of grassen. Elke hectare maïs brengt gemiddeld 5.780 kubieke meter biogas (methaan) per jaar op. Het vergistingsproces in zo'n installatie verschilt amper van wat er in de maag van een koe gebeurt. De Dobbelaere denkt dat tegen 2010 in Duitsland duizenden biogasinstallaties zullen staan op basis van maïs.
De installaties van vandaag hebben een vermogen van hooguit 0,5 megawatt (MW). De nieuwe installaties zullen er zijn van 2 MW. Voor zo'n installatie is 800 hectare maïs nodig. Dat betekent dat weldra in Duitsland vele honderdduizenden ha maïs enkel worden ingezaaid ten behoeve van groene elektriciteit. Het restproduct, na de vergisting dus, kan gewoon als meststof terug op de akkers verwerkt worden.
Het Gentse milieubedrijf Organic Waste Systems (OWS) bouwt al jaren vergistingsinstallaties in Europa op basis van huishoudelijk afval. Die installaties werken doorgaans volgens het Dranco-procédé, een zuurstofloze vergisting. In de buurt van Bremen baat OWS zo'n installatie uit. Het bedrijf kreeg de opdracht om er een te bouwen op basis van maïs. De installatie bij Nüstedt kan 12.500 ton maïs per jaar vergisten tot 2,3 miljoen kubieke meter biogas.
Dat gas wordt dan tot groene stroom omgezet, wat voldoende is voor 700 Duitse gezinnen. Zo'n installatie vergt in totaal 250 hectare maïs. Behalve maïs kunnen ook andere granen voor de vergisting worden ingezet, evenals mest. Voor de vergisting van maïs ontwikkelde OWS nieuwe concepten, die wereldwijd werden gepatenteerd. Dat onderzoek gebeurde met subsidies van het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT), zegt Luc De Baere, gedelegeerd bestuurder bij OWS.
Het Gentse milieubedrijf OWS bouwt nabij Bremen een installatie om maïs te vergisten en om te zetten tot groene stroom. Die installatie zal groene elektriciteit opleveren voor 700 Duitse gezinnen. In Duitsland is met het oog op vergisting in totaal 150.000 hectare maïs geplant.
"Maïs levert tot 180 kubieke meter gas per ton maïs op", zegt Johan De Dobbelaere, commercieel directeur bij Syngenta, wereldmarktleider in zaden. Die opbrengst ligt veel hoger dan de vergisting van mest, andere granen of grassen. Elke hectare maïs brengt gemiddeld 5.780 kubieke meter biogas (methaan) per jaar op. Het vergistingsproces in zo'n installatie verschilt amper van wat er in de maag van een koe gebeurt. De Dobbelaere denkt dat tegen 2010 in Duitsland duizenden biogasinstallaties zullen staan op basis van maïs.
De installaties van vandaag hebben een vermogen van hooguit 0,5 megawatt (MW). De nieuwe installaties zullen er zijn van 2 MW. Voor zo'n installatie is 800 hectare maïs nodig. Dat betekent dat weldra in Duitsland vele honderdduizenden ha maïs enkel worden ingezaaid ten behoeve van groene elektriciteit. Het restproduct, na de vergisting dus, kan gewoon als meststof terug op de akkers verwerkt worden.
Het Gentse milieubedrijf Organic Waste Systems (OWS) bouwt al jaren vergistingsinstallaties in Europa op basis van huishoudelijk afval. Die installaties werken doorgaans volgens het Dranco-procédé, een zuurstofloze vergisting. In de buurt van Bremen baat OWS zo'n installatie uit. Het bedrijf kreeg de opdracht om er een te bouwen op basis van maïs. De installatie bij Nüstedt kan 12.500 ton maïs per jaar vergisten tot 2,3 miljoen kubieke meter biogas.
Dat gas wordt dan tot groene stroom omgezet, wat voldoende is voor 700 Duitse gezinnen. Zo'n installatie vergt in totaal 250 hectare maïs. Behalve maïs kunnen ook andere granen voor de vergisting worden ingezet, evenals mest. Voor de vergisting van maïs ontwikkelde OWS nieuwe concepten, die wereldwijd werden gepatenteerd. Dat onderzoek gebeurde met subsidies van het Instituut voor Wetenschap en Technologie (IWT), zegt Luc De Baere, gedelegeerd bestuurder bij OWS.
01 september 2006
Wase Wind bouwt slechts twee nieuwe windturbines
31/08/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
In het najaar van 2007 wordt gestart met de bouw van twee windturbines in Melsele. Ten zuiden van de E17 draaien al sinds mei 2005 drie turbines. De nieuwe exemplaren zullen ten noorden van de snelweg worden gebouwd. De vergunning van één van de drie aangevraagde windturbines werd niet toegekend omdat de eigenaar van de nabijgelegen ondergrondse pijpleiding vreesde voor veiligheidsrisico's. Daardoor wordt ook de impact naar de nabijgelegen woningen beperkt.
De nieuwe turbines zullen dezelfde grootte en capaciteit hebben als die van het eerste project. Zo levert iedere windturbine voldoende elektriciteit voor het jaarverbruik van meer dan 1.100 gezinnen of bijna 4 miljoen kWh per windturbine. De hoogte van de mast zal 100 meter zijn en de wieken zullen een lengte hebben van 40 meter. De totale hoogte bedraagt daarmee 140 meter. In het najaar van 2007 zal gestart worden met de bouw van beide windturbines.
Wase Wind, een coöperatie met een sterke vertegenwoordiging van lokale landbouwers, ondersteunt ook dit nieuwe project en zal de stroom verdelen aan particulieren en (landbouw)bedrijven in het Waasland tegen voordelige voorwaarden. Wase Wind heeft nu al 500 coöperanten waarvan het merendeel stroom van de windturbines in Kruibeke gebruikt. Zuivere stroom afnemen van de windturbines waarin je mee participeert en de zeer duidelijke en voordelige tarieven van Wase Wind, zijn de drijfveren voor de deelname aan de coöperatie.
In het najaar van 2007 wordt gestart met de bouw van twee windturbines in Melsele. Ten zuiden van de E17 draaien al sinds mei 2005 drie turbines. De nieuwe exemplaren zullen ten noorden van de snelweg worden gebouwd. De vergunning van één van de drie aangevraagde windturbines werd niet toegekend omdat de eigenaar van de nabijgelegen ondergrondse pijpleiding vreesde voor veiligheidsrisico's. Daardoor wordt ook de impact naar de nabijgelegen woningen beperkt.
De nieuwe turbines zullen dezelfde grootte en capaciteit hebben als die van het eerste project. Zo levert iedere windturbine voldoende elektriciteit voor het jaarverbruik van meer dan 1.100 gezinnen of bijna 4 miljoen kWh per windturbine. De hoogte van de mast zal 100 meter zijn en de wieken zullen een lengte hebben van 40 meter. De totale hoogte bedraagt daarmee 140 meter. In het najaar van 2007 zal gestart worden met de bouw van beide windturbines.
Wase Wind, een coöperatie met een sterke vertegenwoordiging van lokale landbouwers, ondersteunt ook dit nieuwe project en zal de stroom verdelen aan particulieren en (landbouw)bedrijven in het Waasland tegen voordelige voorwaarden. Wase Wind heeft nu al 500 coöperanten waarvan het merendeel stroom van de windturbines in Kruibeke gebruikt. Zuivere stroom afnemen van de windturbines waarin je mee participeert en de zeer duidelijke en voordelige tarieven van Wase Wind, zijn de drijfveren voor de deelname aan de coöperatie.
Elke autorijles goed voor boom
bron(en): weekoverzicht NatuurTotaal 1/9/2006, De Stentor
Uitstoot van CO2 compenseren door aanplant van onderhoud en bomen. Daarmee gaat een Lelystads bedrijf voor rijvaardigheidstrainingen de boer op in Nederland.
Klimaatneutrale rijstijltrainingen zijn volgens het bedrijf uniek in Nederland. Prodrive zelf en zijn klanten hebben baat bij dit ‘actieve duurzaamheidsbeleid’, zegt directeur Paul Maaskant.
"Duurzaamheid loont, op korte en lange termijn. Bedrijven die in hun bedrijfsvoering hoge eisen stellen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen verwachten dat ook van hun leveranciers."
Voor compensatie van het CO2 dat in de uitlaatgassen van auto’s zit, wil het Lelystadse bedrijf daarom meebetalen aan de aanplant en onderhoud van bossen. Daartoe heeft het bedrijf een overeenkomst gesloten met de KlimaatNeutraalGroep, een bedrijf dat wereldwijd 55.000 hectare bos beheert waarvan 1.500 in Nederland.
Dat zou voldoende zijn om jaarlijks een half miljoen ton CO2 uit de atmosfeer te halen. Dat die groep vooral bos in Afrika beheert, maakt Mark Maaskant, commercieel directeur van Prodrive, niet uit.
"Het grootste gat in de ozonlaag zit boven Nieuw-Zeeland. Dat wil heus niet zeggen dat ze daar extreem veel haarlak gebruiken."
Prodrive betaalt jaarlijks een bedrag aan de KlimaatNeutraalGroep, gebaseerd op het aantal gereden kilometers en de uitstoot per auto. Mark Maaskant:
"Vorig jaar ging het om 73 kiloton CO2. Daar schrokken wij zelf erg van. Je hebt per jaar vijftig bomen nodig om 1.000 kilo CO2 weg te krijgen."
Vooralsnog compenseert Prodrive alleen de uitstoot tijdens leerzame cursussen, die van race- en rallytrainingen blijft buiten schot.
"Daar zijn we mee bezig. We hebben nu een mooie start gemaakt. Eerst kijken hoe de samenwerking met de KlimaatNeutraalGroep zich ontwikkelt."
Prodrive maakt vaak gebruik van de testbaan van de Rijkdienst voor Wegverkeer in Lelystad. Het bedrijf heeft onder meer veel geïnvesteerd in olie- en watersystemen.
Ook met het cursusaanbod kijkt het bedrijf naar het milieu. Het Nieuwe Rijden is als training opgenomen in het cursusaanbod. Bestuurders rijden hierdoor efficiënter en veiliger, stelt Paul Maaskant.
Alleen de trainingen al leiden tot een lagere CO2-uitstoot. Het milieu wordt minder belast en er is minder brandstof nodig. De brandstofbesparing kan oplopen tot een kleine tien procent.
"Een beter milieu begint bij jezelf. De grootste winst van klimaatneutraal ondernemen is dat onze organisatie een concrete bijdrage levert aan oplossing van het klimaatprobleem."
Uitstoot van CO2 compenseren door aanplant van onderhoud en bomen. Daarmee gaat een Lelystads bedrijf voor rijvaardigheidstrainingen de boer op in Nederland.
Klimaatneutrale rijstijltrainingen zijn volgens het bedrijf uniek in Nederland. Prodrive zelf en zijn klanten hebben baat bij dit ‘actieve duurzaamheidsbeleid’, zegt directeur Paul Maaskant.
"Duurzaamheid loont, op korte en lange termijn. Bedrijven die in hun bedrijfsvoering hoge eisen stellen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen verwachten dat ook van hun leveranciers."
Voor compensatie van het CO2 dat in de uitlaatgassen van auto’s zit, wil het Lelystadse bedrijf daarom meebetalen aan de aanplant en onderhoud van bossen. Daartoe heeft het bedrijf een overeenkomst gesloten met de KlimaatNeutraalGroep, een bedrijf dat wereldwijd 55.000 hectare bos beheert waarvan 1.500 in Nederland.
Dat zou voldoende zijn om jaarlijks een half miljoen ton CO2 uit de atmosfeer te halen. Dat die groep vooral bos in Afrika beheert, maakt Mark Maaskant, commercieel directeur van Prodrive, niet uit.
"Het grootste gat in de ozonlaag zit boven Nieuw-Zeeland. Dat wil heus niet zeggen dat ze daar extreem veel haarlak gebruiken."
Prodrive betaalt jaarlijks een bedrag aan de KlimaatNeutraalGroep, gebaseerd op het aantal gereden kilometers en de uitstoot per auto. Mark Maaskant:
"Vorig jaar ging het om 73 kiloton CO2. Daar schrokken wij zelf erg van. Je hebt per jaar vijftig bomen nodig om 1.000 kilo CO2 weg te krijgen."
Vooralsnog compenseert Prodrive alleen de uitstoot tijdens leerzame cursussen, die van race- en rallytrainingen blijft buiten schot.
"Daar zijn we mee bezig. We hebben nu een mooie start gemaakt. Eerst kijken hoe de samenwerking met de KlimaatNeutraalGroep zich ontwikkelt."
Prodrive maakt vaak gebruik van de testbaan van de Rijkdienst voor Wegverkeer in Lelystad. Het bedrijf heeft onder meer veel geïnvesteerd in olie- en watersystemen.
Ook met het cursusaanbod kijkt het bedrijf naar het milieu. Het Nieuwe Rijden is als training opgenomen in het cursusaanbod. Bestuurders rijden hierdoor efficiënter en veiliger, stelt Paul Maaskant.
Alleen de trainingen al leiden tot een lagere CO2-uitstoot. Het milieu wordt minder belast en er is minder brandstof nodig. De brandstofbesparing kan oplopen tot een kleine tien procent.
"Een beter milieu begint bij jezelf. De grootste winst van klimaatneutraal ondernemen is dat onze organisatie een concrete bijdrage levert aan oplossing van het klimaatprobleem."
Natste augustus in zeker 100 jaar
bron(nen): weekoverzicht NatuurTotaal 1/9/2006, KNMI
Augustus is in zeker een eeuw niet zo nat geweest. Gemiddeld over het land viel 185 mm. Het temperatuurgemiddelde over de zomer is in De Bilt 18,4 graden. Daarmee deelt deze zomer de derde plaats met 1976.
Die hoge positie in de top tien is te danken aan de recordwarme juli met twee hittegolven. Na de droogte en tropische hitte van juli volgde een extreem natte en vrij koele augustusmaand. Zo'n grote weersomslag heeft het KNMI in de zomer niet eerder meegemaakt. De gemiddelde temperatuur in juli was 22,3 graden, terwijl augustus in De Bilt uitgekomen is op circa 16,3 graden. Augustus was dus 6 graden kouder dan juli. Zo'n groot verschil tussen twee opeenvolgende maanden is niet eerder opgetreden. Het grootste contrast stond op naam van 1912, toen juli een gemiddelde had van 18,4 en augustus 14,1, een verschil van 4,3 graden.
Ook wat betreft de neerslag zijn juli en augustus tegengesteld. In De Kooy bij Den Helder viel in juli slechts 4 mm, in augustus viel hier bijna 200 mm en op een aantal plaatsen zelfs meer dan 300 mm. Volgens een voorlopige inventarisatie van de neerslagcijfers van ons land is Schoondijke in Zeeuws Vlaanderen de natste plaats met 320 mm. Dat is maar weinig minder dan regenrecord voor Nederland dat op naam staat van augustus 2004, toen Maasland 325 mm aftapte. Pas in de loop van september, nadat alle gegevens van het volledige KNMI-netwerk van neerslagstations bewerkt zijn, kunnen de definitieve waarden worden vastgesteld.
Het aantal dagen met zware regen (ergens op een KNMI- weerstation minstens 50 mm) is deze zomer opgelopen tot een recordaantal van 13. In de zomers van 2001 en 2002 gebeurde dat op 12 dagen, het vorige record. Augustus neemt inmiddels 11 van deze 13 dagen met zware regen voor haar rekening.
Augustus is in zeker een eeuw niet zo nat geweest. Gemiddeld over het land viel 185 mm. Het temperatuurgemiddelde over de zomer is in De Bilt 18,4 graden. Daarmee deelt deze zomer de derde plaats met 1976.
Die hoge positie in de top tien is te danken aan de recordwarme juli met twee hittegolven. Na de droogte en tropische hitte van juli volgde een extreem natte en vrij koele augustusmaand. Zo'n grote weersomslag heeft het KNMI in de zomer niet eerder meegemaakt. De gemiddelde temperatuur in juli was 22,3 graden, terwijl augustus in De Bilt uitgekomen is op circa 16,3 graden. Augustus was dus 6 graden kouder dan juli. Zo'n groot verschil tussen twee opeenvolgende maanden is niet eerder opgetreden. Het grootste contrast stond op naam van 1912, toen juli een gemiddelde had van 18,4 en augustus 14,1, een verschil van 4,3 graden.
Ook wat betreft de neerslag zijn juli en augustus tegengesteld. In De Kooy bij Den Helder viel in juli slechts 4 mm, in augustus viel hier bijna 200 mm en op een aantal plaatsen zelfs meer dan 300 mm. Volgens een voorlopige inventarisatie van de neerslagcijfers van ons land is Schoondijke in Zeeuws Vlaanderen de natste plaats met 320 mm. Dat is maar weinig minder dan regenrecord voor Nederland dat op naam staat van augustus 2004, toen Maasland 325 mm aftapte. Pas in de loop van september, nadat alle gegevens van het volledige KNMI-netwerk van neerslagstations bewerkt zijn, kunnen de definitieve waarden worden vastgesteld.
Het aantal dagen met zware regen (ergens op een KNMI- weerstation minstens 50 mm) is deze zomer opgelopen tot een recordaantal van 13. In de zomers van 2001 en 2002 gebeurde dat op 12 dagen, het vorige record. Augustus neemt inmiddels 11 van deze 13 dagen met zware regen voor haar rekening.
31 augustus 2006
Dedecker wil brandstoftoeslag voor vissers
30/08/2006 | Bron(nen): Het Nieuwsblad
Een brandstoftoeslag van 3 procent voor de reders, net zoals er in de reisindustrie een toeslag bestaat op vliegtuigtickets, en de vermindering van zes naar vijf bemanningsleden per schip. Het zijn slechts enkele van de voorstellen die senator Jean-Marie Dedecker (VLD) doet om de visserijsector weer leefbaar te maken.
"Reders hebben 10 procent meer inkomsten nodig om te overleven en dat door de stijging van de brandstofprijzen", aldus de senator. "Een doorsnee visserschip haalt jaarlijks een gemiddelde van 1,25 miljoen euro omzet en verbruikt één miljoen liter brandstof. Eén derde van de opbrengst gaat bijgevolg naar de aankoop van mazout. Daarom moeten er duurzame maatregelen komen".
Volgens Dedecker kan een eventuele brandstoftoeslag gezien worden als een solidariteitsbijdrage op de veilingprijs, betaald door de viskopers. "De prijs in de winkel is immers een veelvoud van wat de reder krijgt en 3 procent zal niet voelbaar zijn". De vermindering van het aantal bemanningsleden is volgens hem een oplossing voor het nijpend personeelsprobleem.
Voorts vindt Dedecker dat de patronale bijdragen aan de overheid moeten gestort worden. "Nu krijgt het Zeevissersfonds daarvan liefst zes miljoen euro per jaar en zwemt het in het geld, terwijl de reders verdrinken. Een teruggave van 25 procent van die patronale lasten zou 2 procent meer inkomsten opleveren voor een doorsnee reder. Gelijkaardige maatregelen hebben de Belgische baggersector destijds in leven gehouden", luidt het nog.
Een brandstoftoeslag van 3 procent voor de reders, net zoals er in de reisindustrie een toeslag bestaat op vliegtuigtickets, en de vermindering van zes naar vijf bemanningsleden per schip. Het zijn slechts enkele van de voorstellen die senator Jean-Marie Dedecker (VLD) doet om de visserijsector weer leefbaar te maken.
"Reders hebben 10 procent meer inkomsten nodig om te overleven en dat door de stijging van de brandstofprijzen", aldus de senator. "Een doorsnee visserschip haalt jaarlijks een gemiddelde van 1,25 miljoen euro omzet en verbruikt één miljoen liter brandstof. Eén derde van de opbrengst gaat bijgevolg naar de aankoop van mazout. Daarom moeten er duurzame maatregelen komen".
Volgens Dedecker kan een eventuele brandstoftoeslag gezien worden als een solidariteitsbijdrage op de veilingprijs, betaald door de viskopers. "De prijs in de winkel is immers een veelvoud van wat de reder krijgt en 3 procent zal niet voelbaar zijn". De vermindering van het aantal bemanningsleden is volgens hem een oplossing voor het nijpend personeelsprobleem.
Voorts vindt Dedecker dat de patronale bijdragen aan de overheid moeten gestort worden. "Nu krijgt het Zeevissersfonds daarvan liefst zes miljoen euro per jaar en zwemt het in het geld, terwijl de reders verdrinken. Een teruggave van 25 procent van die patronale lasten zou 2 procent meer inkomsten opleveren voor een doorsnee reder. Gelijkaardige maatregelen hebben de Belgische baggersector destijds in leven gehouden", luidt het nog.
Californië onderwerpt zich aan Kyoto-protocol
30/08/2006 | Bron(nen): Belganight
De republikeinse gouverneur van Californië Arnold Schwarzenegger heeft woensdag een "historisch" akkoord getekend met het Californische parlement, waarin de staat zich ertoe verbindt de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat meldt de gouverneur.
"Ik kan tot mijn tevredenheid aankondigen dat we een historisch akkoord hebben bereikt over de wetgeving ter bestrijding van de opwarming van de aarde," zo meldt Schwarzenegger in een communiqué. "Nu kunnen we vooruitgang boeken" en Californië tot de "wereldleider" maken wat de "inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen" betreft, zo luidt het.
Californië is de eerste Amerikaanse staat die zich aan het Kyoto-protocol verbindt. Volgens George W. Bush vormt dit protocol een bedreiging voor de industrie in zijn land. De VS zijn in hun eentje goed voor 25% van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen.
De republikeinse gouverneur van Californië Arnold Schwarzenegger heeft woensdag een "historisch" akkoord getekend met het Californische parlement, waarin de staat zich ertoe verbindt de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dat meldt de gouverneur.
"Ik kan tot mijn tevredenheid aankondigen dat we een historisch akkoord hebben bereikt over de wetgeving ter bestrijding van de opwarming van de aarde," zo meldt Schwarzenegger in een communiqué. "Nu kunnen we vooruitgang boeken" en Californië tot de "wereldleider" maken wat de "inspanningen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen" betreft, zo luidt het.
Californië is de eerste Amerikaanse staat die zich aan het Kyoto-protocol verbindt. Volgens George W. Bush vormt dit protocol een bedreiging voor de industrie in zijn land. De VS zijn in hun eentje goed voor 25% van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen.
Hoe belangrijk wordt zonne-energie in de toekomst?
30/08/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht, De Tijd, De Morgen
De grootste Belgische installatie voor zonne-energie is dinsdag ingehuldigd in Meise, op het dak van de opslagplaats van Dexia Verzekeringen. Stroomopwekking via zonnepanelen is aan een exponentiële groei bezig. De sector groeit sinds 1999 met 33 tot 60 procent per jaar. De zonnecellenproducent Photovoltech uit Tienen staat in de frontlinie.
Op het dak van Dexia staan 330 zonnepanelen, of een totale oppervlakte van 458 vierkante meter. Het bedrijf zal de milieuvriendelijke stroom gebruiken voor de elektriciteit in de opslagplaats. De installatie, geleverd door het Belgische Izen Solar Systems, ontwikkelt het equivalent van wat twaalf gezinnen verbruiken. Volgens cijfers van energiewaakhond VREG winnen zonnepanelen aan populariteit.
Topman van Izen, Gie Verbunt, looft de overheidssteun voor duurzame zonne-energie. "Door de combinatie van groenestroomcertificaten en ecologiesteun wordt de plaatsing van grote zonnecelinstallaties in Vlaanderen nu ook interessant voor bedrijven". Volgens staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Els Van Weert kunnen ze bij Dexia heus wel rekenen. "Hun beslissing toont aan dat duurzame energie niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de portemonnee".
"De technologie voor zonne-energie is nu nog duur", zegt professor Gilbert Declerck, directeur van onderzoekscentrum IMEC. "Zonne-energie zal pas echt doorbreken als de kostprijs van een installatie drie tot vijf keer goedkoper wordt". Dat wordt mogelijk als zonnecellen niet op basis van silicium, maar op basis van plastic zullen worden gemaakt. Photovoltech in Tienen, een spin-off van IMEC waarin energiereuzen Total en Suez een belang hebben genomen, staat in de frontlinie van die ontluikende technologie. Die zal wellicht pas tot consumententoepassingen leiden over tien tot twintig jaar.
"De sector is het slachtoffer van zijn eigen succes", zegt Johan Nijs, directeur-generaal van Photovoltech. "De vraag is enorm en niet alle schakels van de productieketen kunnen volgen. Niet de klant, maar de leverancier is koning, want het is moeilijk aan voldoende grondstoffen te geraken. Dat is één van de eigenaardigheden van een jonge markt die met horten en stoten groeit". Nijs voorspelt dat zonnecellen het energievraagstuk niet alleen zullen oplossen. "Binnen 10 of 20 jaar kunnen ze wel enkele procenten van de energiemarkt voorzien. Ik geloof in een toekomst waarin een veel grotere mix van energiebronnen wordt ingezet".
De grootste Belgische installatie voor zonne-energie is dinsdag ingehuldigd in Meise, op het dak van de opslagplaats van Dexia Verzekeringen. Stroomopwekking via zonnepanelen is aan een exponentiële groei bezig. De sector groeit sinds 1999 met 33 tot 60 procent per jaar. De zonnecellenproducent Photovoltech uit Tienen staat in de frontlinie.
Op het dak van Dexia staan 330 zonnepanelen, of een totale oppervlakte van 458 vierkante meter. Het bedrijf zal de milieuvriendelijke stroom gebruiken voor de elektriciteit in de opslagplaats. De installatie, geleverd door het Belgische Izen Solar Systems, ontwikkelt het equivalent van wat twaalf gezinnen verbruiken. Volgens cijfers van energiewaakhond VREG winnen zonnepanelen aan populariteit.
Topman van Izen, Gie Verbunt, looft de overheidssteun voor duurzame zonne-energie. "Door de combinatie van groenestroomcertificaten en ecologiesteun wordt de plaatsing van grote zonnecelinstallaties in Vlaanderen nu ook interessant voor bedrijven". Volgens staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling, Els Van Weert kunnen ze bij Dexia heus wel rekenen. "Hun beslissing toont aan dat duurzame energie niet alleen goed is voor het milieu, maar ook voor de portemonnee".
"De technologie voor zonne-energie is nu nog duur", zegt professor Gilbert Declerck, directeur van onderzoekscentrum IMEC. "Zonne-energie zal pas echt doorbreken als de kostprijs van een installatie drie tot vijf keer goedkoper wordt". Dat wordt mogelijk als zonnecellen niet op basis van silicium, maar op basis van plastic zullen worden gemaakt. Photovoltech in Tienen, een spin-off van IMEC waarin energiereuzen Total en Suez een belang hebben genomen, staat in de frontlinie van die ontluikende technologie. Die zal wellicht pas tot consumententoepassingen leiden over tien tot twintig jaar.
"De sector is het slachtoffer van zijn eigen succes", zegt Johan Nijs, directeur-generaal van Photovoltech. "De vraag is enorm en niet alle schakels van de productieketen kunnen volgen. Niet de klant, maar de leverancier is koning, want het is moeilijk aan voldoende grondstoffen te geraken. Dat is één van de eigenaardigheden van een jonge markt die met horten en stoten groeit". Nijs voorspelt dat zonnecellen het energievraagstuk niet alleen zullen oplossen. "Binnen 10 of 20 jaar kunnen ze wel enkele procenten van de energiemarkt voorzien. Ik geloof in een toekomst waarin een veel grotere mix van energiebronnen wordt ingezet".
Biobrandstoffen geven nieuwe impuls aan akkerbouw
30/08/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Voor de Belgische akkerbouw breekt vanaf dit seizoen een nieuw tijdperk aan, schrijft De Tijd. De boeren kunnen hun teelten voor het eerst sinds jaren meer kiezen in functie van de marktvraag. Tot nog toe waren subsidies doorslaggevend. De sector van de biobrandstoffen legt volgend oogstjaar beslag op 60.000 tot 90.000 ha landbouwgrond.
Rond deze periode stellen de boeren hun teeltplan op voor volgend seizoen. Koolzaad, de basisgrondstof voor biodiesel, moet uiterlijk begin september worden ingezaaid. Boerenbond-consulent Bart Vleeschouwers ziet ruimte voor 20.000 ha. Op langere termijn ziet hij een potentieel voor koolzaad van 50.000 ha voor Vlaanderen en 150.000 ha voor België. Ook landbouwconsulent Jean-Luc Lamont van de Vlaamse landbouwadministratie schat het koolzaadareaal voor volgend seizoen op 22.000 ha, tegen slechts 10.000 ha vorig jaar.
Bedrijven die rekenen op een flinke koek van het nationale productiequotum voor accijnsvrije biobrandstoffen sluiten nu al contracten af voor het inzaaien van tarwe en suikerbieten voor bio-ethanol. Voor tarwe gaat het om een vierde van het areaal dat normaal wordt ingezaaid. De extra vraag naar landbouwgewassen voor biobrandstoffen geeft de akkerbouwers ruimte om betere prijzen te bedingen. Voor tarwe wordt verwacht dat de prijs zal stijgen van amper 95 euro per ton tot 125 euro voor een ton.
Als al het potentieel wordt benut voor biobrandstoffen, slorpt dat een vierde van het areaal op. Experts schatten dat wereldwijd op termijn 15 procent van alle landbouwgewassen voor energiedoeleinden zal gebruikt worden. Zeker als aardolie en aardgas nog schaarser worden. Natuurlijke plantaardige oliën, eveneens een basis voor biobrandstof, hebben al recordprijzen bereikt. Wellicht zal de prijs die producenten van biobrandstoffen voor de gewassen willen betalen ook de prijs voor voedingsgewassen bepalen.
In de wereld is nog nauwelijks extra cultuurgrond beschikbaar, tenzij men iets vindt om de woestijnen vruchtbaar te maken. De noodzakelijke meeropbrengst voor energiedoeleinden moet dan van een productieverhoging komen en dat is niet vanzelfsprekend. Zelfs genetisch gemanipuleerde zaden kunnen dat aanbodtekort niet oplossen. De grote vraag naar bioproducten verlaagt eveneens de gemiddelde productiviteit in de landbouw. Zo lijkt een prijsstijging van alle akkerbouwgewassen wereldwijd op termijn vanzelfsprekend.
Dankzij die trend gaat de akkerbouw in België betere tijden tegemoet. De boer heeft nu meer mogelijkheden dan vroeger om vrij zijn teeltplan op te stellen. Hij zal de teelt kiezen die de beste marktprijs biedt en kan zich onafhankelijker opstellen tegenover afnemers. De contractteelt in de landbouw zal stabiliseren of afnemen. De akkerboer wordt opnieuw veel zelfstandiger.
Voor de Belgische akkerbouw breekt vanaf dit seizoen een nieuw tijdperk aan, schrijft De Tijd. De boeren kunnen hun teelten voor het eerst sinds jaren meer kiezen in functie van de marktvraag. Tot nog toe waren subsidies doorslaggevend. De sector van de biobrandstoffen legt volgend oogstjaar beslag op 60.000 tot 90.000 ha landbouwgrond.
Rond deze periode stellen de boeren hun teeltplan op voor volgend seizoen. Koolzaad, de basisgrondstof voor biodiesel, moet uiterlijk begin september worden ingezaaid. Boerenbond-consulent Bart Vleeschouwers ziet ruimte voor 20.000 ha. Op langere termijn ziet hij een potentieel voor koolzaad van 50.000 ha voor Vlaanderen en 150.000 ha voor België. Ook landbouwconsulent Jean-Luc Lamont van de Vlaamse landbouwadministratie schat het koolzaadareaal voor volgend seizoen op 22.000 ha, tegen slechts 10.000 ha vorig jaar.
Bedrijven die rekenen op een flinke koek van het nationale productiequotum voor accijnsvrije biobrandstoffen sluiten nu al contracten af voor het inzaaien van tarwe en suikerbieten voor bio-ethanol. Voor tarwe gaat het om een vierde van het areaal dat normaal wordt ingezaaid. De extra vraag naar landbouwgewassen voor biobrandstoffen geeft de akkerbouwers ruimte om betere prijzen te bedingen. Voor tarwe wordt verwacht dat de prijs zal stijgen van amper 95 euro per ton tot 125 euro voor een ton.
Als al het potentieel wordt benut voor biobrandstoffen, slorpt dat een vierde van het areaal op. Experts schatten dat wereldwijd op termijn 15 procent van alle landbouwgewassen voor energiedoeleinden zal gebruikt worden. Zeker als aardolie en aardgas nog schaarser worden. Natuurlijke plantaardige oliën, eveneens een basis voor biobrandstof, hebben al recordprijzen bereikt. Wellicht zal de prijs die producenten van biobrandstoffen voor de gewassen willen betalen ook de prijs voor voedingsgewassen bepalen.
In de wereld is nog nauwelijks extra cultuurgrond beschikbaar, tenzij men iets vindt om de woestijnen vruchtbaar te maken. De noodzakelijke meeropbrengst voor energiedoeleinden moet dan van een productieverhoging komen en dat is niet vanzelfsprekend. Zelfs genetisch gemanipuleerde zaden kunnen dat aanbodtekort niet oplossen. De grote vraag naar bioproducten verlaagt eveneens de gemiddelde productiviteit in de landbouw. Zo lijkt een prijsstijging van alle akkerbouwgewassen wereldwijd op termijn vanzelfsprekend.
Dankzij die trend gaat de akkerbouw in België betere tijden tegemoet. De boer heeft nu meer mogelijkheden dan vroeger om vrij zijn teeltplan op te stellen. Hij zal de teelt kiezen die de beste marktprijs biedt en kan zich onafhankelijker opstellen tegenover afnemers. De contractteelt in de landbouw zal stabiliseren of afnemen. De akkerboer wordt opnieuw veel zelfstandiger.
29 augustus 2006
Aveve investeert in mestverwerking en groene energie
28/08/2006 | Bron(nen): Vilt-nieuwsoverzicht
Naar aanleiding van zijn benoeming tot voorzitter van een Europees verband van agrarische coöperaties peilde Boer&Tuinder bij Aveve-topman Hendrik Soete naar de actuele ontwikkelingen bij 's lands grootste toeleverancier aan de land- en tuinbouwsector. Zo blijkt de integratie van Sanac sneller verlopen te zijn dan voorzien. Intussen beweegt ook een en ander rond de mestcomposteringsinstallatie in Kallo.
Met tuinbouw, sierteelt en deels ook het loonwerk stond Aveve niet sterk in Oost- en West-Vlaanderen. Met de overname van Sanac is dat euvel verholpen. "Door de acquisitie hebben we heel wat knowhow en competenties binnengehaald. Bovendien beschikken we over vier bijkomende logistieke punten in Roeselare, Wervik, Sint-Katelijne-Waver en Lochristi", aldus Soete. "Recentelijk hebben we bijvoorbeeld ook Pregras uit Zevekote overgenomen, waardoor we sterker staan in graszaadvermeerdering".
In de veehouderijtak blijft Aveve niet blind voor de strengere bemestingsnormen in MAP3. Naast investeringen in mestopslag, wil de coöperatie zich ook nadrukkelijker profileren in de mestverwerkingscapaciteit in veedichte gebieden. "Er is een Trevi-installatie in aanbouw bij een loonwerker in West-Vlaanderen en we onderzoeken de haalbaarheid van een biologisch mestverwerkingsproject in Poppel. Verder verwachten we dat de activiteiten van Compofert in Kallo verder groeien", luidt het.
Die groei zal gestimuleerd worden door de bouw van een biogasinstallatie naast de infrastructuur van Compofert. Eind dit jaar moet de biogasproductie operationeel zijn. Bedoeling is om jaarlijks 40.000 ton biomassa om te zetten in voldoende groene energie om het verbruik van 8.000 gezinnen te dekken. De grondstoffen voor de vergisting zullen in hoofdzaak bijproducten van de voedingsindustrie zijn. Het project kost vijf miljoen euro, waarvan Electrabel de helft betaalt.
Tot slot heeft Aveve via zijn participatie in Alco Bio Fuel ook plannen om bio-ethanol te produceren. "Onze aanvraag voor quota is binnen. We gaan ervan uit dat de federale regering de productierechten evenredig zal verdelen", zegt Soete, daarmee ook verwijzend naar de plannen van Südzucker in het Waalse Wanze.
Naar aanleiding van zijn benoeming tot voorzitter van een Europees verband van agrarische coöperaties peilde Boer&Tuinder bij Aveve-topman Hendrik Soete naar de actuele ontwikkelingen bij 's lands grootste toeleverancier aan de land- en tuinbouwsector. Zo blijkt de integratie van Sanac sneller verlopen te zijn dan voorzien. Intussen beweegt ook een en ander rond de mestcomposteringsinstallatie in Kallo.
Met tuinbouw, sierteelt en deels ook het loonwerk stond Aveve niet sterk in Oost- en West-Vlaanderen. Met de overname van Sanac is dat euvel verholpen. "Door de acquisitie hebben we heel wat knowhow en competenties binnengehaald. Bovendien beschikken we over vier bijkomende logistieke punten in Roeselare, Wervik, Sint-Katelijne-Waver en Lochristi", aldus Soete. "Recentelijk hebben we bijvoorbeeld ook Pregras uit Zevekote overgenomen, waardoor we sterker staan in graszaadvermeerdering".
In de veehouderijtak blijft Aveve niet blind voor de strengere bemestingsnormen in MAP3. Naast investeringen in mestopslag, wil de coöperatie zich ook nadrukkelijker profileren in de mestverwerkingscapaciteit in veedichte gebieden. "Er is een Trevi-installatie in aanbouw bij een loonwerker in West-Vlaanderen en we onderzoeken de haalbaarheid van een biologisch mestverwerkingsproject in Poppel. Verder verwachten we dat de activiteiten van Compofert in Kallo verder groeien", luidt het.
Die groei zal gestimuleerd worden door de bouw van een biogasinstallatie naast de infrastructuur van Compofert. Eind dit jaar moet de biogasproductie operationeel zijn. Bedoeling is om jaarlijks 40.000 ton biomassa om te zetten in voldoende groene energie om het verbruik van 8.000 gezinnen te dekken. De grondstoffen voor de vergisting zullen in hoofdzaak bijproducten van de voedingsindustrie zijn. Het project kost vijf miljoen euro, waarvan Electrabel de helft betaalt.
Tot slot heeft Aveve via zijn participatie in Alco Bio Fuel ook plannen om bio-ethanol te produceren. "Onze aanvraag voor quota is binnen. We gaan ervan uit dat de federale regering de productierechten evenredig zal verdelen", zegt Soete, daarmee ook verwijzend naar de plannen van Südzucker in het Waalse Wanze.
Abonneren op:
Posts (Atom)