16/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht
In verscheidene Europese landen becijferen beleidsmakers de fiscale gevolgen van accijnsvrijstellingen voor pure plantenolie (ppo). In Nederland gaat het om drie projecten die zorgen voor een gezamenlijke productie van 7 miljoen liter per jaar. Er liggen bovendien aanvragen voor nieuwe ppo-projecten klaar voor een volume van in totaal 85 miljoen liter. Dat zou jaarlijks een extra gat in de schatkist slaan van 31 miljoen euro. Staatssecretaris van Geel is echter niet van plan om ppo veel privileges te gunnen.
Vanuit duurzaamheidsoverwegingen is er voor de Nederlandse regering geen reden om ppo anders te behandelen dan andere biobrandstoffen, zo luidt het in een brief aan de Tweede Kamer. In het nieuwe biobrandstoffenbeleid zal ppo dan ook geen aparte positie bekleden. Van Geel is echter niet pessimistisch over de toekomstkansen van ppo. Op 1 januari 2007 zal de verplichte bijmenging van biobrandstoffen in werking treden waardoor een extra afzetmarkt ontstaat voor de producenten, aldus de staatssecretaris.
De Nederlandse regering heeft bij zijn beleidskeuze ook de aanpak in andere landen bestudeerd. Duitsland heeft onlangs besloten om de algehele accijnsvrijstelling af te schaffen. Voor ppo komt er een taks van 15 eurocent. In ruil wordt begin 2007 een verplichtstelling voor biobrandstoffen ingevoerd. België, Frankrijk, Ierland en Zweden hebben voor ppo accijnsverlagingen onder voorwaarden ingevoerd. Zo gaat het in ons land enkel om door de landbouwer geproduceerde en zonder tussenpersoon aan de verbruiker verkochte ppo. In Groot-Britannië is er gewoon geen steun.
16 mei 2006
"Armsten lijden meest onder klimaatsverandering"
16/05/2006 | Bron: De Tijd/De Morgen
Bangladesh wordt een van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde. Meer overstromingen en een stijgende zeespiegel kunnen Bangladesh 20 procent van zijn grondgebied kosten. Miljoenen mensen zullen have en goed moeten verlaten op zoek naar onderdak, voedsel en water. De Britse niet-gouvernementele organisatie Christian Aid publiceerde maandag een onheilspellend rapport over de gevolgen van de opwarming van de aarde.
"De armsten van deze wereld zullen het meest lijden onder de gevolgen van de opwarming". De klimaatsverandering kan een groot deel van de inspanningen om honger en armoede terug te dringen ongedaan maken of zelfs terugdraaien, besluit Christian Aid. Neem nu Bangladesh. Meer dan de helft van het land ligt minder dan 10 meter boven de zeespiegel en 17 van de 140 miljoen inwoners woont op land dat amper één meter boven de zeespiegel uitstijgt.
De VN zien de zeespiegel in de 21ste eeuw met 15 tot 95 procent stijgen door de afsmelting van het pool- en gletsjerijs. Een stijging van het zeeniveau met één meter zet een vijfde van Bangladesh of zo'n 25.000 vierkante kilometer permanent onder water en zorgt voor 35 miljoen ontheemde kustbewoners. Door de stijging van de zeespiegel wordt vruchtbaar land regelmatig door zout water overspoeld, waardoor het onbruikbaar wordt voor de landbouw.
Bangladesh krijgt niet alleen af te rekenen met een stijging van de zeespiegel, maar ook met steeds meer overstromingen door de afsmelting van de gletsjers en de sneeuwlaag in het Himalayagebergte. Grote overstromingen kwamen in het verleden slechts om de twintig jaar voor. Door de opwarming is de frequentie opgelopen tot eens om de vijf tot zeven jaar. Door de opwarming zal de regenval tussen nu en 2030 met 15 procent toenemen, waardoor het gebied dat regelmatig blank komt te staan met 20 tot 40 procent zal toenemen.
Christian Aid voorspelt in de 21ste eeuw de dood van 182 miljoen inwoners van zwart Afrika door de opwarming van de aarde. De opwarming leidt onder meer tot droogte en dus hongersnood en het opduiken van onder meer malaria in gebieden waar de ziekte nog niet aanwezig was. Christian Aid houdt het Westen verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van broeikasgassen. De organisatie roept de westerse landen daarom op hun verbruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. Daarnaast moeten ze armere landen helpen over te schakelen op alternatieve energiebronnen, als wind en water.
Bangladesh wordt een van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde. Meer overstromingen en een stijgende zeespiegel kunnen Bangladesh 20 procent van zijn grondgebied kosten. Miljoenen mensen zullen have en goed moeten verlaten op zoek naar onderdak, voedsel en water. De Britse niet-gouvernementele organisatie Christian Aid publiceerde maandag een onheilspellend rapport over de gevolgen van de opwarming van de aarde.
"De armsten van deze wereld zullen het meest lijden onder de gevolgen van de opwarming". De klimaatsverandering kan een groot deel van de inspanningen om honger en armoede terug te dringen ongedaan maken of zelfs terugdraaien, besluit Christian Aid. Neem nu Bangladesh. Meer dan de helft van het land ligt minder dan 10 meter boven de zeespiegel en 17 van de 140 miljoen inwoners woont op land dat amper één meter boven de zeespiegel uitstijgt.
De VN zien de zeespiegel in de 21ste eeuw met 15 tot 95 procent stijgen door de afsmelting van het pool- en gletsjerijs. Een stijging van het zeeniveau met één meter zet een vijfde van Bangladesh of zo'n 25.000 vierkante kilometer permanent onder water en zorgt voor 35 miljoen ontheemde kustbewoners. Door de stijging van de zeespiegel wordt vruchtbaar land regelmatig door zout water overspoeld, waardoor het onbruikbaar wordt voor de landbouw.
Bangladesh krijgt niet alleen af te rekenen met een stijging van de zeespiegel, maar ook met steeds meer overstromingen door de afsmelting van de gletsjers en de sneeuwlaag in het Himalayagebergte. Grote overstromingen kwamen in het verleden slechts om de twintig jaar voor. Door de opwarming is de frequentie opgelopen tot eens om de vijf tot zeven jaar. Door de opwarming zal de regenval tussen nu en 2030 met 15 procent toenemen, waardoor het gebied dat regelmatig blank komt te staan met 20 tot 40 procent zal toenemen.
Christian Aid voorspelt in de 21ste eeuw de dood van 182 miljoen inwoners van zwart Afrika door de opwarming van de aarde. De opwarming leidt onder meer tot droogte en dus hongersnood en het opduiken van onder meer malaria in gebieden waar de ziekte nog niet aanwezig was. Christian Aid houdt het Westen verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van broeikasgassen. De organisatie roept de westerse landen daarom op hun verbruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. Daarnaast moeten ze armere landen helpen over te schakelen op alternatieve energiebronnen, als wind en water.
Biobrandstoffen gedeblokkeerd door verhoging quota
16/05/2006 | Bron: Belga, VILT-nieuwsoverzicht
De meerderheid is het eens geraakt over het wetsontwerp inzake de biobrandstoffen. De regering zal donderdag in de Kamer voorstellen om de tekst - die al groen licht kreeg in commissie - te amenderen en de hoeveelheid op te drijven van biodiesel en bio-ethanol die fiscaal voordeliger wordt. De productie van bio-ethanol wordt verhoogd van 192 miljoen liter tot 250 miljoen liter per jaar. Dat heeft minister van Financiën Didier Reynders dinsdag bevestigd.
Het wetsontwerp verlaagt de accijnzen op biodiesel en bio-ethanol en bepaalt de manier waarop de productie wordt toegekend aan kandidaat-producenten. De tekst vermeldt ook hoeveel mag geproduceerd worden. Er worden twee Europese aanbestedingen voorzien, een voor bio-ethanol en een voor biodiesel. Voor elk van de producten kunnen mininum twee en maximum vier producenten worden weerhouden. Er mag niet meer dan 75 pct aan één producent worden toegekend.
"Ik bevestig die interpretatie van de tekst", aldus Reynders. Om tegemoet te komen aan ieders bekommernissen, werd een akkoord bereikt over de verhoging van de productiehoeveelheden. Sommige Franstalige partijen hadden de voorbije weken kritiek geuit op de manier waarop de productie zou worden toegekend. Door de productie nu op te drijven, komen meer ondernemingen in aanmerking om bepaalde quota aan toe te kennen. De Franstaligen verdedigden het project van de Duitse firma Südzucker, die beloofde in Wanze een fabriek te bouwen.
Daarnaast zou ook in het Waalse Féluy een project worden ontwikkeld. In Vlaanderen zou naast Gent ook in Antwerpen een project kunnen ontwikkeld worden, verklaarde Reynders. Het akkoord dat nu onstond, bepaalt volgens Reynders dat de productie voor bio-ethanol zou worden verhoogd van 192 miljoen tot 250 miljoen liter per jaar. Met dit akkoord kan volgens Reynders de communautaire wending die het debat had genomen, overstegen worden.
De verhoging van de productiehoeveelheden stemt iedereen tevreden. Het laat toe om aan de gewesten de garanties te geven voor de ontwikkeling van de projecten op hun grondgebied en om meer afzetkansen voor de landbouw te creëren. Reynders benadrukte nog dat alle milieuvoorwaarden die aan de producenten worden opgelegd, behouden blijven. Het is nu aan de eventuele producenten om concurrentiële dossiers in te dienen die aan de criteria voldoen, besloot de MR-minister.
De meerderheid is het eens geraakt over het wetsontwerp inzake de biobrandstoffen. De regering zal donderdag in de Kamer voorstellen om de tekst - die al groen licht kreeg in commissie - te amenderen en de hoeveelheid op te drijven van biodiesel en bio-ethanol die fiscaal voordeliger wordt. De productie van bio-ethanol wordt verhoogd van 192 miljoen liter tot 250 miljoen liter per jaar. Dat heeft minister van Financiën Didier Reynders dinsdag bevestigd.
Het wetsontwerp verlaagt de accijnzen op biodiesel en bio-ethanol en bepaalt de manier waarop de productie wordt toegekend aan kandidaat-producenten. De tekst vermeldt ook hoeveel mag geproduceerd worden. Er worden twee Europese aanbestedingen voorzien, een voor bio-ethanol en een voor biodiesel. Voor elk van de producten kunnen mininum twee en maximum vier producenten worden weerhouden. Er mag niet meer dan 75 pct aan één producent worden toegekend.
"Ik bevestig die interpretatie van de tekst", aldus Reynders. Om tegemoet te komen aan ieders bekommernissen, werd een akkoord bereikt over de verhoging van de productiehoeveelheden. Sommige Franstalige partijen hadden de voorbije weken kritiek geuit op de manier waarop de productie zou worden toegekend. Door de productie nu op te drijven, komen meer ondernemingen in aanmerking om bepaalde quota aan toe te kennen. De Franstaligen verdedigden het project van de Duitse firma Südzucker, die beloofde in Wanze een fabriek te bouwen.
Daarnaast zou ook in het Waalse Féluy een project worden ontwikkeld. In Vlaanderen zou naast Gent ook in Antwerpen een project kunnen ontwikkeld worden, verklaarde Reynders. Het akkoord dat nu onstond, bepaalt volgens Reynders dat de productie voor bio-ethanol zou worden verhoogd van 192 miljoen tot 250 miljoen liter per jaar. Met dit akkoord kan volgens Reynders de communautaire wending die het debat had genomen, overstegen worden.
De verhoging van de productiehoeveelheden stemt iedereen tevreden. Het laat toe om aan de gewesten de garanties te geven voor de ontwikkeling van de projecten op hun grondgebied en om meer afzetkansen voor de landbouw te creëren. Reynders benadrukte nog dat alle milieuvoorwaarden die aan de producenten worden opgelegd, behouden blijven. Het is nu aan de eventuele producenten om concurrentiële dossiers in te dienen die aan de criteria voldoen, besloot de MR-minister.
15 mei 2006
EU en C02-uitstootrechten: goed nieuws voor milieu of bedrijven?
15/05/2006 | Bron: Belga
Is de Europese industrie erin geslaagd de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) in te perken? Of zijn de lidstaten te gul geweest bij de bedeling van uitstootrechten aan het bedrijfsleven, zoals de milieuorganisaties beweren? De Europese Commissie, die maandag de eerste resultaten van de Europese uitstoothandel publiceerde, laat de vraag voorlopig onbeantwoord.
In januari vorig jaar kregen ruim 9.400 energieverslindende industriële vestigingen in de Europese Unie een welbepaald aantal CO2-uitstootrechten toebedeeld. Vestigingen die meer CO2 in de atmosfeer stuurden, moesten extra rechten aankopen op de markt.
Vestigingen die erin slaagden minder CO2 uit te stoten, konden hun overtollige rechten dan weer verkopen en de winst opstrijken. Het systeem vormt een hoeksteen van de Europese strijd tegen klimaatverandering.
Uit de eerste resultaten die de Europese Commissie maandagochtend bekend maakte, blijkt dat de vestigingen vorig jaar minder CO2 hebben uitgestoten dan toegelaten. Ze stootten in totaal 1.785 miljoen ton uit, terwijl de lidstaten voor 1.829 miljoen ton rechten hadden uitgedeeld. Bovenop die rechten komt nog een vrije reserve van 73 miljoen ton.
"Dit is in principe goed nieuws", reageerde een expert van de Europese Commissie maandag. "Het zou kunnen dat de bedrijven erin geslaagd zijn hun uitstoot te verminderen. Het zou ook te maken kunnen hebben met de hoge energieprijzen en een verminderde consumptie, of met het feit dat de winter niet bijzonder hard was. Dat zal een grondige analyse van vestiging per vestiging moeten uitwijzen".
De milieuorganisaties opperen echter al sinds de start van het systeem dat de lidstaten hun industrie teveel uitstootrechten hebben toegekend en dat de Commissie onvoldoende streng is geweest bij de beoordeling van de nationale plannen. "De Europese regeringen hebben de doelstellingen van de uitstoothandel flagrant genegeerd en hebben, onder druk van hun vervuilende industrieën, het systeem misbruikt",foetert Matthias Duwe van Climate Action Network (CAN).
Hij verwijst naar Duitsland, met voorsprong de belangrijkste markt. Daar hebben de betrokken vestigingen in 2005 473 miljoen ton uitgestoten, ofwel ruim 21 miljoen minder dan de regering in Berlijn had toegestaan. In totaal is er in 15 lidstaten minder uitgestoten dan toegestaan. Ook België had niet alle uitstootrechten nodig. Van de 59,8 miljoen ton (plus een reserve van 2,5 miljoen ton) is slechts 55,3 miljoen opgebruikt. Slechts in zes lidstaten (Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Ierland, Oostenrijk en Slovenië) werd er duidelijk uitgestoten dan toegestaan.
"Het zou kunnen dat er teveel rechten zijn uitgedeeld, maar dat moet vestiging per vestiging bekeken worden", zei de expert van de Commissie. Het dagelijks bestuur van de Unie gaat samen met de lidstaten de cijfers bestuderen. Tegen eind juni moeten de regeringen hun plannen voor de periode 2008-2012 indienen.
Begin dit jaar stelde de Commissie nog dat het totale aantal uitstootrechten in de periode vanaf 2008 met ongeveer zes procent moet dalen in vergelijking met de huidige periode. Zoniet dreigde de Unie haar doelstellingen in het kader van het protocol van Kyoto mis te lopen. In het kader van Kyoto moet de EU haar totale uitstoot van CO2 tegen 2012 met acht procent terugdringen in vergelijking met 1990.
"Bij de beoordeling van die plannen zal zeker rekening worden gehouden met de cijfers van 2005 en met de inspanningen die de lidstaten nog moeten leveren om hun Kyoto-doelstelling te halen", verzekerde de ambtenaar.
Feit is dat de prijs van een ton CO2 is gekelderd sinds de eerste berichten over een overschot aan rechten de markt bereikten. Niet zo lang geleden betaalde men nog 30 euro voor een ton CO2. Nu kost een ton amper 9 euro. "Het is normaal dat de markten reageren op nieuwe informatie. Het is eerder een bewijs dat de markt functioneert. We geloven dat we een geloofwaardig systeem hebben", maakte de expert zich sterk. Wel erkende hij dat het systeem nog niet volledig op punt staat. "De eerste fase, van 2005 tot 2007, is natuurlijk ook een leerperiode".
Het is de eerste keer dat de Commissie cijfers over de uitstoot van CO2 vrijgeeft. Toch zijn de maandag gepubliceerde gegevens allesbehalve volledig. Cyprus, Luxemburg, Malta en Polen hebben nog geen informatie doorgestuurd omdat hun registratiesysteem nog niet op punt staat. Eveneens omwille van registratieproblemen zijn de cijfers voor Frankrijk, Spanje, Tsjechië en Slovakije niet volledig betrouwbaar.
Is de Europese industrie erin geslaagd de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) in te perken? Of zijn de lidstaten te gul geweest bij de bedeling van uitstootrechten aan het bedrijfsleven, zoals de milieuorganisaties beweren? De Europese Commissie, die maandag de eerste resultaten van de Europese uitstoothandel publiceerde, laat de vraag voorlopig onbeantwoord.
In januari vorig jaar kregen ruim 9.400 energieverslindende industriële vestigingen in de Europese Unie een welbepaald aantal CO2-uitstootrechten toebedeeld. Vestigingen die meer CO2 in de atmosfeer stuurden, moesten extra rechten aankopen op de markt.
Vestigingen die erin slaagden minder CO2 uit te stoten, konden hun overtollige rechten dan weer verkopen en de winst opstrijken. Het systeem vormt een hoeksteen van de Europese strijd tegen klimaatverandering.
Uit de eerste resultaten die de Europese Commissie maandagochtend bekend maakte, blijkt dat de vestigingen vorig jaar minder CO2 hebben uitgestoten dan toegelaten. Ze stootten in totaal 1.785 miljoen ton uit, terwijl de lidstaten voor 1.829 miljoen ton rechten hadden uitgedeeld. Bovenop die rechten komt nog een vrije reserve van 73 miljoen ton.
"Dit is in principe goed nieuws", reageerde een expert van de Europese Commissie maandag. "Het zou kunnen dat de bedrijven erin geslaagd zijn hun uitstoot te verminderen. Het zou ook te maken kunnen hebben met de hoge energieprijzen en een verminderde consumptie, of met het feit dat de winter niet bijzonder hard was. Dat zal een grondige analyse van vestiging per vestiging moeten uitwijzen".
De milieuorganisaties opperen echter al sinds de start van het systeem dat de lidstaten hun industrie teveel uitstootrechten hebben toegekend en dat de Commissie onvoldoende streng is geweest bij de beoordeling van de nationale plannen. "De Europese regeringen hebben de doelstellingen van de uitstoothandel flagrant genegeerd en hebben, onder druk van hun vervuilende industrieën, het systeem misbruikt",foetert Matthias Duwe van Climate Action Network (CAN).
Hij verwijst naar Duitsland, met voorsprong de belangrijkste markt. Daar hebben de betrokken vestigingen in 2005 473 miljoen ton uitgestoten, ofwel ruim 21 miljoen minder dan de regering in Berlijn had toegestaan. In totaal is er in 15 lidstaten minder uitgestoten dan toegestaan. Ook België had niet alle uitstootrechten nodig. Van de 59,8 miljoen ton (plus een reserve van 2,5 miljoen ton) is slechts 55,3 miljoen opgebruikt. Slechts in zes lidstaten (Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Ierland, Oostenrijk en Slovenië) werd er duidelijk uitgestoten dan toegestaan.
"Het zou kunnen dat er teveel rechten zijn uitgedeeld, maar dat moet vestiging per vestiging bekeken worden", zei de expert van de Commissie. Het dagelijks bestuur van de Unie gaat samen met de lidstaten de cijfers bestuderen. Tegen eind juni moeten de regeringen hun plannen voor de periode 2008-2012 indienen.
Begin dit jaar stelde de Commissie nog dat het totale aantal uitstootrechten in de periode vanaf 2008 met ongeveer zes procent moet dalen in vergelijking met de huidige periode. Zoniet dreigde de Unie haar doelstellingen in het kader van het protocol van Kyoto mis te lopen. In het kader van Kyoto moet de EU haar totale uitstoot van CO2 tegen 2012 met acht procent terugdringen in vergelijking met 1990.
"Bij de beoordeling van die plannen zal zeker rekening worden gehouden met de cijfers van 2005 en met de inspanningen die de lidstaten nog moeten leveren om hun Kyoto-doelstelling te halen", verzekerde de ambtenaar.
Feit is dat de prijs van een ton CO2 is gekelderd sinds de eerste berichten over een overschot aan rechten de markt bereikten. Niet zo lang geleden betaalde men nog 30 euro voor een ton CO2. Nu kost een ton amper 9 euro. "Het is normaal dat de markten reageren op nieuwe informatie. Het is eerder een bewijs dat de markt functioneert. We geloven dat we een geloofwaardig systeem hebben", maakte de expert zich sterk. Wel erkende hij dat het systeem nog niet volledig op punt staat. "De eerste fase, van 2005 tot 2007, is natuurlijk ook een leerperiode".
Het is de eerste keer dat de Commissie cijfers over de uitstoot van CO2 vrijgeeft. Toch zijn de maandag gepubliceerde gegevens allesbehalve volledig. Cyprus, Luxemburg, Malta en Polen hebben nog geen informatie doorgestuurd omdat hun registratiesysteem nog niet op punt staat. Eveneens omwille van registratieproblemen zijn de cijfers voor Frankrijk, Spanje, Tsjechië en Slovakije niet volledig betrouwbaar.
CO2-handel: overallocatie leidt tot prijzencrash
15/05/2006 | Bron: BBL beleidsbabbel
Tot nader order blijft de emissiehandel in CO2 tussen bedrijven, het vlaggenschip van het Europese klimaatbeleid. Die inschatting kreeg afgelopen week een fikse knauw. ENDS Daily publiceerde voorlopige cijfers uit een aantal belangrijke lidstaten, die toonden dat alvast in het eerste jaar de bedrijven een ruim overschot hadden aan rechten. De lidstaten waren blijkbaar te gul geweest. Dit zorgde voor een vrije val van de prijs van emissierechten. Waar die vorige week nog 29 euro per ton CO2 kostten, staat de koers nu op 13 euro!
Maandag 15 mei publiceert de Europese Commissie haar cijfers. We kijken ernaar uit. Te gulle toewijzing van emissierechten betekent immers dat de Kyotodoelstellingen weer wat verder af liggen.
De timing van de Commissie is overigens wel zeer goed. Onder andere Vlaanderen verwerkt op dit moment de opmerkingen op het tweede toewijzingsplan, voor de periode 2008 – 2012. Het zal er nu op aan komen om niet dezelfde fouten te maken als in de eerste ronde. In onze inbreng in de Minaraad en ons eigen advies, drukken we er in ieder geval op dat we zowel de allocatie aan de industrie als aan de elektriciteitproducenten in vraag stellen. Zo houden de investeringen die bedrijven moeten doen, geen rekening met de hogere energieprijzen, die extra energiebesparingsmaatregelen rendabeler maken. En bij de allocatie aan de elektriciteitsector rekent men met conservatieve aannames voor de groei van hernieuwbare energie en energiebesparing bij de huishoudens. De elektriciteitsector mag ook een kwart van zijn uitstoot invullen met kredieten uit het Zuiden.
Koers emissierechten
Advies van de MiNa-Raad
Tot nader order blijft de emissiehandel in CO2 tussen bedrijven, het vlaggenschip van het Europese klimaatbeleid. Die inschatting kreeg afgelopen week een fikse knauw. ENDS Daily publiceerde voorlopige cijfers uit een aantal belangrijke lidstaten, die toonden dat alvast in het eerste jaar de bedrijven een ruim overschot hadden aan rechten. De lidstaten waren blijkbaar te gul geweest. Dit zorgde voor een vrije val van de prijs van emissierechten. Waar die vorige week nog 29 euro per ton CO2 kostten, staat de koers nu op 13 euro!
Maandag 15 mei publiceert de Europese Commissie haar cijfers. We kijken ernaar uit. Te gulle toewijzing van emissierechten betekent immers dat de Kyotodoelstellingen weer wat verder af liggen.
De timing van de Commissie is overigens wel zeer goed. Onder andere Vlaanderen verwerkt op dit moment de opmerkingen op het tweede toewijzingsplan, voor de periode 2008 – 2012. Het zal er nu op aan komen om niet dezelfde fouten te maken als in de eerste ronde. In onze inbreng in de Minaraad en ons eigen advies, drukken we er in ieder geval op dat we zowel de allocatie aan de industrie als aan de elektriciteitproducenten in vraag stellen. Zo houden de investeringen die bedrijven moeten doen, geen rekening met de hogere energieprijzen, die extra energiebesparingsmaatregelen rendabeler maken. En bij de allocatie aan de elektriciteitsector rekent men met conservatieve aannames voor de groei van hernieuwbare energie en energiebesparing bij de huishoudens. De elektriciteitsector mag ook een kwart van zijn uitstoot invullen met kredieten uit het Zuiden.
Koers emissierechten
Advies van de MiNa-Raad
Geld voor hernieuwbare energie naar aankoop emissierechten?
15/05/2006 | Bron: BBL
De Vlaamse regering lijkt van plan om geld dat oorspronkelijk bestemd was voor hernieuwbare energie en energiebesparing, te gebruiken om CO2-rechten in het buitenland te kopen. Momenteel bestaan twee fondsen naast elkaar: een Fonds Hernieuwbare energie en een Energiefonds. De bedoeling van het eerste is – uiteraard – hernieuwbare energie in Vlaanderen ondersteunen. Het Energiefonds is gericht op energiebesparende investeringen in Vlaanderen.
De regering wil de middelen van het Fonds Hernieuwbare energie nu overhevelen naar het Energiefonds, en er bovendien ook een “ruimere” toepassing aan geven. Want minister Peeters is intensief op zoek naar geld voor de emissierechten die de kloof naar onze Kyotodoelstelling moeten dichten. Vorige week vroeg de Minaraad in haar advies over het Programmadecreet dat de regering garanties zou geven dat er niet minder middelen naar binnenlandse investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparing zouden gaan. Wij vinden dat alle investeringen die minstens alle investeringen die goedkoper in het binnenland kunnen, ook moeten gebeuren, en die zijn zeker nog niet uitgeput.
Sinds woensdag 10 mei zijn de documenten van de begrotingscontrole beschikbaar op de website van het Vlaams Parlement. De teksten lijken onze vrees alvast te bevestigen. De algemene tekst laat weinig ruimte voor twijfel: de middelen in het nieuwe fonds gaan naar “het aankopen van emissierechten in het kader van Kyoto”. Iets hoopgevender is de toelichting die er bij hoort, die stelt dat alvast 1,8 miljoen euro naar projecten voor hernieuwbare energie gaat. In het fonds Hernieuwbare energie zit nu 3 miljoen euro, en in het Energiefonds 12 miljoen euro. Waar de rest van de middelen zullen naartoe gaan, is “nog niet beslist”. Aan het parlement om hier krachtige eisen te stellen!
Vlaams Parlement
Advies MiNa-Raad
De Vlaamse regering lijkt van plan om geld dat oorspronkelijk bestemd was voor hernieuwbare energie en energiebesparing, te gebruiken om CO2-rechten in het buitenland te kopen. Momenteel bestaan twee fondsen naast elkaar: een Fonds Hernieuwbare energie en een Energiefonds. De bedoeling van het eerste is – uiteraard – hernieuwbare energie in Vlaanderen ondersteunen. Het Energiefonds is gericht op energiebesparende investeringen in Vlaanderen.
De regering wil de middelen van het Fonds Hernieuwbare energie nu overhevelen naar het Energiefonds, en er bovendien ook een “ruimere” toepassing aan geven. Want minister Peeters is intensief op zoek naar geld voor de emissierechten die de kloof naar onze Kyotodoelstelling moeten dichten. Vorige week vroeg de Minaraad in haar advies over het Programmadecreet dat de regering garanties zou geven dat er niet minder middelen naar binnenlandse investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparing zouden gaan. Wij vinden dat alle investeringen die minstens alle investeringen die goedkoper in het binnenland kunnen, ook moeten gebeuren, en die zijn zeker nog niet uitgeput.
Sinds woensdag 10 mei zijn de documenten van de begrotingscontrole beschikbaar op de website van het Vlaams Parlement. De teksten lijken onze vrees alvast te bevestigen. De algemene tekst laat weinig ruimte voor twijfel: de middelen in het nieuwe fonds gaan naar “het aankopen van emissierechten in het kader van Kyoto”. Iets hoopgevender is de toelichting die er bij hoort, die stelt dat alvast 1,8 miljoen euro naar projecten voor hernieuwbare energie gaat. In het fonds Hernieuwbare energie zit nu 3 miljoen euro, en in het Energiefonds 12 miljoen euro. Waar de rest van de middelen zullen naartoe gaan, is “nog niet beslist”. Aan het parlement om hier krachtige eisen te stellen!
Vlaams Parlement
Advies MiNa-Raad
Vlaams klimaatbeleidsplan: “Meer gaten dan kaas”
15/5/2006 | Bron: persbericht BBL
Het klimaatplan dat de Vlaams regering deze morgen principieel heeft goedgekeurd, vertoont meer gaten dan kaas. Dat zegt Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse koepel van milieuverenigingen in een eerste reactie.
“Het klimaatplan bevat goede voorstellen, maar is verre van voldragen.” zegt Bram Claeys, adviseur klimaatbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. Bovendien ondergraaft de Vlaamse regering haar eigen klimaatplan door te blijven inzetten op de bouw van nieuwe wegen. Het klimaatplan zal reducties realiseren door meer openbaar vervoer of milieuvriendelijker rijden. BBL ondersteunt die inspanningen. Maar deze goede bedoelingen zullen hun effect zien verdwijnen, door het extra wegverkeer dat zal ontstaan door nieuwe wegen, en door een onvoldoende integratie met ruimtelijke ordening. Door bijvoorbeeld kantorenzones in te planten bij afritten van autosnelwegen die niet bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of de fiets, wordt de werknemer verplicht met de auto te komen.
De voorbereiding van het Vlaams Klimaatbeleidsplan was nochtans veelbelovend...
Lees het volledige persbericht.
Het klimaatplan dat de Vlaams regering deze morgen principieel heeft goedgekeurd, vertoont meer gaten dan kaas. Dat zegt Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse koepel van milieuverenigingen in een eerste reactie.
“Het klimaatplan bevat goede voorstellen, maar is verre van voldragen.” zegt Bram Claeys, adviseur klimaatbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. Bovendien ondergraaft de Vlaamse regering haar eigen klimaatplan door te blijven inzetten op de bouw van nieuwe wegen. Het klimaatplan zal reducties realiseren door meer openbaar vervoer of milieuvriendelijker rijden. BBL ondersteunt die inspanningen. Maar deze goede bedoelingen zullen hun effect zien verdwijnen, door het extra wegverkeer dat zal ontstaan door nieuwe wegen, en door een onvoldoende integratie met ruimtelijke ordening. Door bijvoorbeeld kantorenzones in te planten bij afritten van autosnelwegen die niet bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of de fiets, wordt de werknemer verplicht met de auto te komen.
De voorbereiding van het Vlaams Klimaatbeleidsplan was nochtans veelbelovend...
Lees het volledige persbericht.
Grote verschillen in energiegebruik van televisies
Bron: Natuur en Milieu
Er zijn grote verschillen in het energiegebruik tussen televisies. Consumenten die kiezen voor zuinige toestellen kunnen tot 300 euro uitsparen op hun stroomrekening. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu en Ecofys. Als heel Nederland overschakelt op zuinige tv's, dan wordt daarmee een hoeveelheid stroom bespaard vergelijkbaar met het gebruik van een stad als Tilburg of Apeldoorn.
Aan de vooravond van het WK-voetbal heeft Natuur en Milieu Ecofys de 40 meest verkochte televisies laten onderzoeken op energieverbruik. De Samsung LW20M21 is de allerzuinigste kleine tv met een verbruik van 67 kWh per jaar. De Panasonic TX-26LX60 scoorde met 112 kWh het beste bij de middelgrote toestellen. Bij de grootste modellen tv's is de Sony KLV-S32A10 de zuinigste met een energieverbruik van 151 kWh. De onzuinigste tv's gebruiken respectievelijk 125 (kleine tv's), 200 (middelgroot) en 300 (grote toestellen).
Het onderzoek naar tv's is onderdeel van de TOP10-website die sinds vandaag in de lucht is. Op die site wordt de komende twee jaar het energiegebruik vergeleken van onder andere auto's, koelkasten, dvd-spelers, computers en wasmachines. 'Er is weinig goede consumenteninformatie over het energiegebruik van huishoudelijke apparaten', stelt Mirjam de Rijk, algemeen directeur van Natuur en Milieu. 'Wij helpen mensen door een TOP10 van meest zuinige modellen aan te wijzen. Consumenten krijgen een concreet alternatief om iets te doen tegen de klimaatverandering door een zuinig type te kiezen.'
Voor veel apparaten bestaat er nog steeds geen energielabel. Als deze er wel zijn, zijn ze niet geactualiseerd. Zo hebben bijna alle koelkasten tegenwoordig een A-label, terwijl er grote verschillen zijn in energieverbruik. Ook winkels informeren niet over energiezuinige apparaten. Uit ruim 80 winkelbezoeken van vrijwilligers van Natuur en Milieu blijkt dat consumenten die energiezuinige televisies willen kopen niet goed geïnformeerd worden. Verkopers geven zeer verschillende infor-matie en spreken elkaar tegen. Volgens meer dan de helft van de verkopers is er geen verschil in het energiegebruik van tv's.
De elektronicaconcerns BCC en IT's gaan de TOP10 gebruiken om hun klanten beter te informeren over het energiegebruik. Om energiezuinige modellen herkenbaar te maken, worden deze binnen-kort voorzien van groene stickers met de tekst Hier staat een energiezuinige TOP10TV. Ook
vergelijk.nl en kieskeurig.nl maken op hun websites TOP10 tv's herkenbaar.
De TOP10 van energiezuinige tv's treft u aan in de bijlage én op www.hier.nu
TOP10 is onderdeel van de veel grotere HIER-campagne waarin bijna 40 organisaties zoals Natuurmonumenten, het Rode Kruis en de NOVIB zich samen sterk maken tegen klimaat-verandering. Ecofys BV is een gespecialiseerd bedrijf op het gebied van duurzame energie en energiebe-sparing. Zie voor meer informatie www.ecofys.nl
Er zijn grote verschillen in het energiegebruik tussen televisies. Consumenten die kiezen voor zuinige toestellen kunnen tot 300 euro uitsparen op hun stroomrekening. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu en Ecofys. Als heel Nederland overschakelt op zuinige tv's, dan wordt daarmee een hoeveelheid stroom bespaard vergelijkbaar met het gebruik van een stad als Tilburg of Apeldoorn.
Aan de vooravond van het WK-voetbal heeft Natuur en Milieu Ecofys de 40 meest verkochte televisies laten onderzoeken op energieverbruik. De Samsung LW20M21 is de allerzuinigste kleine tv met een verbruik van 67 kWh per jaar. De Panasonic TX-26LX60 scoorde met 112 kWh het beste bij de middelgrote toestellen. Bij de grootste modellen tv's is de Sony KLV-S32A10 de zuinigste met een energieverbruik van 151 kWh. De onzuinigste tv's gebruiken respectievelijk 125 (kleine tv's), 200 (middelgroot) en 300 (grote toestellen).
Het onderzoek naar tv's is onderdeel van de TOP10-website die sinds vandaag in de lucht is. Op die site wordt de komende twee jaar het energiegebruik vergeleken van onder andere auto's, koelkasten, dvd-spelers, computers en wasmachines. 'Er is weinig goede consumenteninformatie over het energiegebruik van huishoudelijke apparaten', stelt Mirjam de Rijk, algemeen directeur van Natuur en Milieu. 'Wij helpen mensen door een TOP10 van meest zuinige modellen aan te wijzen. Consumenten krijgen een concreet alternatief om iets te doen tegen de klimaatverandering door een zuinig type te kiezen.'
Voor veel apparaten bestaat er nog steeds geen energielabel. Als deze er wel zijn, zijn ze niet geactualiseerd. Zo hebben bijna alle koelkasten tegenwoordig een A-label, terwijl er grote verschillen zijn in energieverbruik. Ook winkels informeren niet over energiezuinige apparaten. Uit ruim 80 winkelbezoeken van vrijwilligers van Natuur en Milieu blijkt dat consumenten die energiezuinige televisies willen kopen niet goed geïnformeerd worden. Verkopers geven zeer verschillende infor-matie en spreken elkaar tegen. Volgens meer dan de helft van de verkopers is er geen verschil in het energiegebruik van tv's.
De elektronicaconcerns BCC en IT's gaan de TOP10 gebruiken om hun klanten beter te informeren over het energiegebruik. Om energiezuinige modellen herkenbaar te maken, worden deze binnen-kort voorzien van groene stickers met de tekst Hier staat een energiezuinige TOP10TV. Ook
vergelijk.nl en kieskeurig.nl maken op hun websites TOP10 tv's herkenbaar.
De TOP10 van energiezuinige tv's treft u aan in de bijlage én op www.hier.nu
TOP10 is onderdeel van de veel grotere HIER-campagne waarin bijna 40 organisaties zoals Natuurmonumenten, het Rode Kruis en de NOVIB zich samen sterk maken tegen klimaat-verandering. Ecofys BV is een gespecialiseerd bedrijf op het gebied van duurzame energie en energiebe-sparing. Zie voor meer informatie www.ecofys.nl
12 mei 2006
Opleiding brandstofcelbus Van Hool krijgt steun
Bron: Persmededeling van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Op voorstel van Vlaams minister van Economie MOERMAN heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist om aan het familiebedrijf Van Hool NV uit Koningshooikt bij Lier opleidingssteun toe te kennen voor een totaal bedrag van 945.063 euro. In de onderneming loopt een innovatieproject rond de bouw van een brandstofcelbus. Het concept is uniek, omdat het over een hybride technologie gaat met zero
CO2-emissie tot gevolg.
Kennis is en blijft de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, aldus de minister. Om die kennis op peil te houden moeten we investeren in vorming en in bedrijven die werken aan de vorming van het personeel.
Van Hool is één van 's werelds grootste onafhankelijke constructeurs van autobussen en bedrijfsvoertuigen met een jaarproductie van 1.800 bussen en 5.000 opleggers en onderstellen, waarvan 80% voor de buitenlandse markt. De onderneming stelt 4.500 VTE tewerk.
Het project van Van Hool past ook in de doelstellingen van de Vlaamse Regering qua innovatie, technologisch onderzoek, industrieel potentieel en duurzame ontwikkeling, vervolgt de minister. We hebben in Vlaanderen heel wat kennis in huis op het gebied van milieu, alternatieve energie en energiebezuiniging. De brandstofcelbus van Van Hool bewijst dit.
In het voorjaar richtte minister Moerman samen met minister Peeters het Milieu-Innovatie-Platform op met als opdracht: samen zoeken naar ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. De komende drie jaar wordt er zeven miljoen euro voorzien om haar besturen, de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse industrie nieuwe energie- en milieutechnologieën te laten ontwikkelen en te commercialiseren.
Op voorstel van Vlaams minister van Economie MOERMAN heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist om aan het familiebedrijf Van Hool NV uit Koningshooikt bij Lier opleidingssteun toe te kennen voor een totaal bedrag van 945.063 euro. In de onderneming loopt een innovatieproject rond de bouw van een brandstofcelbus. Het concept is uniek, omdat het over een hybride technologie gaat met zero
CO2-emissie tot gevolg.
Kennis is en blijft de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, aldus de minister. Om die kennis op peil te houden moeten we investeren in vorming en in bedrijven die werken aan de vorming van het personeel.
Van Hool is één van 's werelds grootste onafhankelijke constructeurs van autobussen en bedrijfsvoertuigen met een jaarproductie van 1.800 bussen en 5.000 opleggers en onderstellen, waarvan 80% voor de buitenlandse markt. De onderneming stelt 4.500 VTE tewerk.
Het project van Van Hool past ook in de doelstellingen van de Vlaamse Regering qua innovatie, technologisch onderzoek, industrieel potentieel en duurzame ontwikkeling, vervolgt de minister. We hebben in Vlaanderen heel wat kennis in huis op het gebied van milieu, alternatieve energie en energiebezuiniging. De brandstofcelbus van Van Hool bewijst dit.
In het voorjaar richtte minister Moerman samen met minister Peeters het Milieu-Innovatie-Platform op met als opdracht: samen zoeken naar ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. De komende drie jaar wordt er zeven miljoen euro voorzien om haar besturen, de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse industrie nieuwe energie- en milieutechnologieën te laten ontwikkelen en te commercialiseren.
Energieverbruik in Vlaanderen in 2004 met 1,9 procent gestegen
Bron: Belga
Het totale energieverbruik in 2004 in Vlaanderen is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dat staat in de definitieve 'Energiebalans Vlaanderen 2004' van VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek. In vergelijking met de eerste onderzoeken in 1990 is het energieverbruik in Vlaanderen met 45,8 procent gestegen.
Het verbruik van de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen, cokesfabrieken) in 2004 daalde met 5,4 procent ten opzichte van 2003. Daardoor bleef het totaal bruto binnenlands energieverbruik ten opzichte van 2003 bijna nagenoeg constant (+0,1 procent). Vergeleken met de eerste metingen van 1990 is het totale binnenlandse energieverbruik met 35 procent gestegen.
Het eindverbruik is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dit is voornamelijk te wijten aan een sterke stijging van het niet-energetisch verbruik.
Het totale energieverbruik in 2004 in Vlaanderen is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dat staat in de definitieve 'Energiebalans Vlaanderen 2004' van VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek. In vergelijking met de eerste onderzoeken in 1990 is het energieverbruik in Vlaanderen met 45,8 procent gestegen.
Het verbruik van de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen, cokesfabrieken) in 2004 daalde met 5,4 procent ten opzichte van 2003. Daardoor bleef het totaal bruto binnenlands energieverbruik ten opzichte van 2003 bijna nagenoeg constant (+0,1 procent). Vergeleken met de eerste metingen van 1990 is het totale binnenlandse energieverbruik met 35 procent gestegen.
Het eindverbruik is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dit is voornamelijk te wijten aan een sterke stijging van het niet-energetisch verbruik.
"70 bussen verbruiken volledig Vlaams koolzaadareaal"
08/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht
Sinds 3 april is koolzaadolie vrijgesteld van accijnzen. Bij De Lijn hebben ze geen problemen met het ombouwen van bussen, maar wordt wel gewezen op het geringe aanbod aan biobrandstoffen. "Met onze zeventig bussen die op pure plantenolie (ppo) rijden, gebruiken wij het hele Vlaamse koolzaadareaal", luidde het maandag op een studiedag van de Coördinatiecel Milieuzorg van de Vlaamse overheid in Hoboken.
Na lezingen van deskundigen en workshops volgde een afsluitend paneldebat met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van de automobielsector. Volgens Jean-Pierre De Leener (VAC) leeft er bij de landbouwers nog te veel onzekerheid over de toekomst van biobrandstoffen en ppo. "Dat is de reden waarom zij niet mee op de kar van de biobrandstoffen springen. Bovendien krijgen boeren alleen accijnsvrijstelling voor de olie die zij zelf geproduceerd hebben. Wanneer ze ook koolzaad aankopen om te persen, moeten zij wel accijnzen betalen".
De Leener vraagt zich af waarom er zoveel aandacht gaat naar biodiesel, terwijl de productie van ppo stiefmoederlijk behandeld zou worden. Vlaams SP.A-parlementslid Bart Martens gaat niet akkoord met deze stelling, maar geeft wel toe dat een norm ontbreekt voor de kwaliteit van ppo. Luc Pelkmans van het VITO merkt dan weer op dat de bijmenging van 10 procent biodiesel bij de bestaande brandstoffen onvoldoende is om de Europese doelstellingen tegen 2010 te realiseren. "Een deel van het wagenpark zal volledig moeten overschakelen naar biobrandstof en daar is een rol weggelegd voor ppo", aldus Pelkmans.
Alle panelleden benadrukten het belang van onderzoek voor de toekomstige ontwikkeling van biobrandstoffen. De overheid moet voor een stabiel kader zorgen waarbinnen de producenten van biobrandstof en de constructeurs van voertuigen kunnen werken. Bovendien moeten er ook financiële stimuli komen voor wie omschakelt naar biobrandstof en een takssysteem op basis van objectieve metingen of ecoscores, aldus het panel.
Sinds 3 april is koolzaadolie vrijgesteld van accijnzen. Bij De Lijn hebben ze geen problemen met het ombouwen van bussen, maar wordt wel gewezen op het geringe aanbod aan biobrandstoffen. "Met onze zeventig bussen die op pure plantenolie (ppo) rijden, gebruiken wij het hele Vlaamse koolzaadareaal", luidde het maandag op een studiedag van de Coördinatiecel Milieuzorg van de Vlaamse overheid in Hoboken.
Na lezingen van deskundigen en workshops volgde een afsluitend paneldebat met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van de automobielsector. Volgens Jean-Pierre De Leener (VAC) leeft er bij de landbouwers nog te veel onzekerheid over de toekomst van biobrandstoffen en ppo. "Dat is de reden waarom zij niet mee op de kar van de biobrandstoffen springen. Bovendien krijgen boeren alleen accijnsvrijstelling voor de olie die zij zelf geproduceerd hebben. Wanneer ze ook koolzaad aankopen om te persen, moeten zij wel accijnzen betalen".
De Leener vraagt zich af waarom er zoveel aandacht gaat naar biodiesel, terwijl de productie van ppo stiefmoederlijk behandeld zou worden. Vlaams SP.A-parlementslid Bart Martens gaat niet akkoord met deze stelling, maar geeft wel toe dat een norm ontbreekt voor de kwaliteit van ppo. Luc Pelkmans van het VITO merkt dan weer op dat de bijmenging van 10 procent biodiesel bij de bestaande brandstoffen onvoldoende is om de Europese doelstellingen tegen 2010 te realiseren. "Een deel van het wagenpark zal volledig moeten overschakelen naar biobrandstof en daar is een rol weggelegd voor ppo", aldus Pelkmans.
Alle panelleden benadrukten het belang van onderzoek voor de toekomstige ontwikkeling van biobrandstoffen. De overheid moet voor een stabiel kader zorgen waarbinnen de producenten van biobrandstof en de constructeurs van voertuigen kunnen werken. Bovendien moeten er ook financiële stimuli komen voor wie omschakelt naar biobrandstof en een takssysteem op basis van objectieve metingen of ecoscores, aldus het panel.
10 mei 2006
Uitstoot CO2 wereldwijd met 15% gestegen
Bron: Het Laatste Nieuws
De uitstoot van koolstofdioxide is wereldwijd met 15% toegenomen tussen 1992 en 2002, zo meldt de Wereldbank in haar jaarlijkse Groene Milieuboekje. China, nu al de op een na grootste vervuiler, ziet zijn uitstoot met 33% stijgen, India over dezelfde periode met 57%. Deze stijging heeft plaatsgevonden ondanks verbeteringen op het gebied van efficiënt energiegebruik in China over de laatste tien jaar. De grootste vervuilers blijven de rijke landen: de VS zijn goed voor 24% van de totale uitstoot en de landen van de eurozone nemen 10% voor hun rekening.
De uitstoot van koolstofdioxide is wereldwijd met 15% toegenomen tussen 1992 en 2002, zo meldt de Wereldbank in haar jaarlijkse Groene Milieuboekje. China, nu al de op een na grootste vervuiler, ziet zijn uitstoot met 33% stijgen, India over dezelfde periode met 57%. Deze stijging heeft plaatsgevonden ondanks verbeteringen op het gebied van efficiënt energiegebruik in China over de laatste tien jaar. De grootste vervuilers blijven de rijke landen: de VS zijn goed voor 24% van de totale uitstoot en de landen van de eurozone nemen 10% voor hun rekening.
04 mei 2006
Kamercommissie keurt wetsontwerp biobrandstoffen goed
Bron: Metro/VILT-nieuwsoverzicht
De kamercommissie financiën heeft het wetsontwerp over biobrandstoffen goedgekeurd. Het wetsvoorstel regelt onder meer de manier waarop vergunningen verleend zullen worden aan de bedrijven die de biodiesel zullen produceren. In de commissie bestond nog onenigheid over de verdeling van de productie.
Voor biodiesel zullen minstens twee en hoogstens vier producenten nodig zijn. Bovendien mag een producent niet meer dan drie kwart van de totale brandstof produceren. Minister van financiën Didier Reynders beklemtoonde dat de grootste hoeveelheid best wordt toegekend aan de goedkoopste producent. Dat moet een stijging van de prijs aan de pomp verhinderen.
De kamercommissie financiën heeft het wetsontwerp over biobrandstoffen goedgekeurd. Het wetsvoorstel regelt onder meer de manier waarop vergunningen verleend zullen worden aan de bedrijven die de biodiesel zullen produceren. In de commissie bestond nog onenigheid over de verdeling van de productie.
Voor biodiesel zullen minstens twee en hoogstens vier producenten nodig zijn. Bovendien mag een producent niet meer dan drie kwart van de totale brandstof produceren. Minister van financiën Didier Reynders beklemtoonde dat de grootste hoeveelheid best wordt toegekend aan de goedkoopste producent. Dat moet een stijging van de prijs aan de pomp verhinderen.
Petitie tegen biogasinstallatie in Nijlen
Bronnen: Gazet van Antwerpen/Het Laatste Nieuws/VILT-nieuwsoverzicht
Buurtbewoners protesteren tegen de komst van een biogasinstallatie in de Antwerpse gemeente Nijlen. Ze voeren een campagne met brieven en een petitie omdat ze vrezen voor geurhinder, verkeersoverlast en lawaai. Landbouwer Kris De Bruyn reageert met ongeloof. "We willen ook niet in de stank wonen. Om de twee dagen zal er één vrachtwagen met een gesloten container mest aanvoeren om in een gesloten circuit te verwerken".
Het aantal biogasinstallaties op boerderijniveau is in Vlaanderen op één hand te tellen. Wel staan her en der projecten op stapel. Net zoals het geval is bij mestverwerking, krijgen ook nogal wat nieuwe projecten voor vergistingsinstallaties af te rekenen met buurtprotest. De voorbije maanden rees er protest in Herselt en Herk-de-Stad, nu dus ook in Nijlen.
Volgens de buurtbewoners is er in de milieuvergunningsaanvraag sprake van de vergisting van 14.000 ton organisch biologisch afval. Meer specifiek gaat het om 2.800 ton mest waarvan 1.800 ton van het eigen bedrijf. Verder zouden nog 5.600 ton energiegewassen en 5.600 ton biologisch afval vergist worden. Vooral het biologischa afval wekt onrust omdat het volgens de omwonenden ook kan gaan om dierlijke bijproducten zoals slachtafval en visolie.
Kris De Bruyn: "Het is jammer dat enkelingen een hetze tegen ons opzetten. Ons bedrijf heeft 50 melkkoeien en ik wil het moderniseren om de toekomst veilig te stellen. Als we onze milieuvergunning krijgen, hoop ik van het opgevangen gas groene stroom voor 700 gezinnen te produceren. Spijtig dat we niet op begrip van de buurt kunnen rekenen".
Het Nijlense schepencollege heeft eerder de provincie geadviseerd over het toekennen van een milieuvergunning. "Er zou een uitzondering nodig zijn, want deze installatie mag normaal enkel in een industriegebied worden geplaatst. Als de deputatie zou beslissen om de vergunning toe te kennen, hebben we gevraagd om erop te letten dat er geen grote geur- en geluidshinder zal zijn voor de omwonenden", laat schepen van Leefmilieu Luc Van Looy (CD&V) weten.
Buurtbewoners protesteren tegen de komst van een biogasinstallatie in de Antwerpse gemeente Nijlen. Ze voeren een campagne met brieven en een petitie omdat ze vrezen voor geurhinder, verkeersoverlast en lawaai. Landbouwer Kris De Bruyn reageert met ongeloof. "We willen ook niet in de stank wonen. Om de twee dagen zal er één vrachtwagen met een gesloten container mest aanvoeren om in een gesloten circuit te verwerken".
Het aantal biogasinstallaties op boerderijniveau is in Vlaanderen op één hand te tellen. Wel staan her en der projecten op stapel. Net zoals het geval is bij mestverwerking, krijgen ook nogal wat nieuwe projecten voor vergistingsinstallaties af te rekenen met buurtprotest. De voorbije maanden rees er protest in Herselt en Herk-de-Stad, nu dus ook in Nijlen.
Volgens de buurtbewoners is er in de milieuvergunningsaanvraag sprake van de vergisting van 14.000 ton organisch biologisch afval. Meer specifiek gaat het om 2.800 ton mest waarvan 1.800 ton van het eigen bedrijf. Verder zouden nog 5.600 ton energiegewassen en 5.600 ton biologisch afval vergist worden. Vooral het biologischa afval wekt onrust omdat het volgens de omwonenden ook kan gaan om dierlijke bijproducten zoals slachtafval en visolie.
Kris De Bruyn: "Het is jammer dat enkelingen een hetze tegen ons opzetten. Ons bedrijf heeft 50 melkkoeien en ik wil het moderniseren om de toekomst veilig te stellen. Als we onze milieuvergunning krijgen, hoop ik van het opgevangen gas groene stroom voor 700 gezinnen te produceren. Spijtig dat we niet op begrip van de buurt kunnen rekenen".
Het Nijlense schepencollege heeft eerder de provincie geadviseerd over het toekennen van een milieuvergunning. "Er zou een uitzondering nodig zijn, want deze installatie mag normaal enkel in een industriegebied worden geplaatst. Als de deputatie zou beslissen om de vergunning toe te kennen, hebben we gevraagd om erop te letten dat er geen grote geur- en geluidshinder zal zijn voor de omwonenden", laat schepen van Leefmilieu Luc Van Looy (CD&V) weten.
Productie van biodiesel groeit met 65 procent in EU
Bron: Agrarisch Dagblad
Volgens cijfers van de Europese Biodieselraad ( EBB) groeide de productie van biodiesel in 2005 met 65 procent ten opzichte van 2004. De Europese lidstaten produceerden samen 3,2 miljoen ton biodiesel. In 2004 produceerden 11 lidstaten biodiesel. In 2005 breidde dat uit naar 20 landen.
Duitsland is de grootste producent van biodiesel. Met een aandeel van ongeveer 50 procent in de Europese productie laat Duitsland Frankrijk – goed voor 15 procent van de Europese biodieselproductie – ver achter zich. Italië produceert 12 procent van de Europese hoeveelheid biodiesel. Bij de nieuwe lidstaten zijn Tsjechië en Polen de grootste producenten. Tsjechië produceert 133.000 ton biodiesel en Polen 100.000 ton.
De EBB verwacht dat de productiecapaciteit van biodiesel in Europa sterk zal stijgen. In 2005 groeide de capaciteit naar 4,2 miljoen ton. In 2006 gaat die capaciteit groeien naar 6 miljoen ton. Europa is wereldleider op het vlak van de biodieselproductie. De tweede producent is de VS met 250.000 ton. In Europa is 80 procent van de biotransportstoffenproductie biodiesel. De rest is grotendeels bio- ethanol.
Volgens cijfers van de Europese Biodieselraad ( EBB) groeide de productie van biodiesel in 2005 met 65 procent ten opzichte van 2004. De Europese lidstaten produceerden samen 3,2 miljoen ton biodiesel. In 2004 produceerden 11 lidstaten biodiesel. In 2005 breidde dat uit naar 20 landen.
Duitsland is de grootste producent van biodiesel. Met een aandeel van ongeveer 50 procent in de Europese productie laat Duitsland Frankrijk – goed voor 15 procent van de Europese biodieselproductie – ver achter zich. Italië produceert 12 procent van de Europese hoeveelheid biodiesel. Bij de nieuwe lidstaten zijn Tsjechië en Polen de grootste producenten. Tsjechië produceert 133.000 ton biodiesel en Polen 100.000 ton.
De EBB verwacht dat de productiecapaciteit van biodiesel in Europa sterk zal stijgen. In 2005 groeide de capaciteit naar 4,2 miljoen ton. In 2006 gaat die capaciteit groeien naar 6 miljoen ton. Europa is wereldleider op het vlak van de biodieselproductie. De tweede producent is de VS met 250.000 ton. In Europa is 80 procent van de biotransportstoffenproductie biodiesel. De rest is grotendeels bio- ethanol.
EU-lidstaten behouden stilzwijgen over cijfers CO2-uitstoot
Bron: Belga
De Europese Commissie heeft de Europese lidstaten opgeroepen geen gegevens over de uitstoot van CO2 in 2005 meer bekend te maken. Cijfers van vijf lidstaten en Wallonië hebben de voorbije dagen en weken voor een fikse prijsdaling van de CO2-uitstootrechten gezorgd. De Commissie hoopt de markt te kalmeren in afwachting van een volledig overzicht.
Grote bedrijven en energieproducten kregen in 2005 voor het eerst een quotum toegekend voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. Die quota kunnen verhandeld worden via zogenaamde uitstootrechten, waarbij één recht gelijk is aan de uitstoot van één ton CO2.
De prijsdaling van de uitstootrechten is het gevolg van een veel lager dan verwachte uitstoot in die landen waarvan de gegevens al bekend zijn. Het aanbod aan uitstootrechten is dus veel hoger, wat de prijs doet dalen. Voor Vlaanderen zijn nog geen cijfers bekend en dat blijft zo tot 15 mei.
De Europese Commissie heeft de Europese lidstaten opgeroepen geen gegevens over de uitstoot van CO2 in 2005 meer bekend te maken. Cijfers van vijf lidstaten en Wallonië hebben de voorbije dagen en weken voor een fikse prijsdaling van de CO2-uitstootrechten gezorgd. De Commissie hoopt de markt te kalmeren in afwachting van een volledig overzicht.
Grote bedrijven en energieproducten kregen in 2005 voor het eerst een quotum toegekend voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. Die quota kunnen verhandeld worden via zogenaamde uitstootrechten, waarbij één recht gelijk is aan de uitstoot van één ton CO2.
De prijsdaling van de uitstootrechten is het gevolg van een veel lager dan verwachte uitstoot in die landen waarvan de gegevens al bekend zijn. Het aanbod aan uitstootrechten is dus veel hoger, wat de prijs doet dalen. Voor Vlaanderen zijn nog geen cijfers bekend en dat blijft zo tot 15 mei.
03 mei 2006
Uitstoot Nederlandse bedrijven in 2005 bijna 8% lager dan toewijzing
Bron: Energeia, 2006
In 2005 hebben de Nederlandse bedrijven, die meedoen met het Europese CO2-emissiehandelsysteem, gezamenlijk 80,4 Mton CO2 uitgestoten. Die uitstoot is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. Dat blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA), die verantwoordelijk is voor toezicht op de emissiehandel.
Voor de tweede handelsperiode 2008-2012 zal de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zijn met de hoeveelheid van de eerste handelsperiode. Verwacht wordt dat het voor bedrijven in de komende handelsperiode moeilijker wordt om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt immers de productie, en daarmee ook de CO2-uitstoot.
Het verschil tussen de werkelijke uitstoot in 2005 en de toegewezen hoeveelheid CO2-rechten komt volgens het ministerie van Vrom niet onverwachts. Al voordat de emissiehandel startte, was bekend dat de Nederlandse industrie energie-efficiënt produceert en dat betekent minder uitstoot van CO2. "In de eerste handelsperiode (2005-2007), voorafgaand aan de Kioto-periode, is er gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen", aldus Vrom in een verklaring.
In 2005 hebben de Nederlandse bedrijven, die meedoen met het Europese CO2-emissiehandelsysteem, gezamenlijk 80,4 Mton CO2 uitgestoten. Die uitstoot is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. Dat blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA), die verantwoordelijk is voor toezicht op de emissiehandel.
Voor de tweede handelsperiode 2008-2012 zal de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zijn met de hoeveelheid van de eerste handelsperiode. Verwacht wordt dat het voor bedrijven in de komende handelsperiode moeilijker wordt om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt immers de productie, en daarmee ook de CO2-uitstoot.
Het verschil tussen de werkelijke uitstoot in 2005 en de toegewezen hoeveelheid CO2-rechten komt volgens het ministerie van Vrom niet onverwachts. Al voordat de emissiehandel startte, was bekend dat de Nederlandse industrie energie-efficiënt produceert en dat betekent minder uitstoot van CO2. "In de eerste handelsperiode (2005-2007), voorafgaand aan de Kioto-periode, is er gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen", aldus Vrom in een verklaring.
28 april 2006
Nucleaire sites zonder bewaking
Bronnen: BELGA, La Libre Belgique
België zal geen gevolg geven aan de vraag van de VS om gewapende wachten te plaatsen bij de Belgische nucleaire sites. Dat schrijft La Libre Belgique vrijdag. Voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell schreef in 2004 naar onze regering met de aanbeveling gewapende wachten te plaatsen bij de nucleaire sites. Na een overleg in januari met alle betrokkenen voor de nucleaire veiligheid besliste de regering geen gevolg te geven aan die vraag
België zal geen gevolg geven aan de vraag van de VS om gewapende wachten te plaatsen bij de Belgische nucleaire sites. Dat schrijft La Libre Belgique vrijdag. Voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell schreef in 2004 naar onze regering met de aanbeveling gewapende wachten te plaatsen bij de nucleaire sites. Na een overleg in januari met alle betrokkenen voor de nucleaire veiligheid besliste de regering geen gevolg te geven aan die vraag
24 april 2006
Finland: Helft van alle bussen in Helsinki op tweede generatie biodiesel
Bron: GaVE-mail
In Helsinki vindt volgend jaar een praktijkexperiment plaats waarbij 700 van de in het totaal 1400 bussen gaan rijden op tweede generatie biodiesel van de Finse olieraffinaderij Neste Oil. Tijdens het drie jaar durende experiment zal onderzocht worden of de uitstoot van de bussen tot een derde kan worden geruduceerd.
De nieuwe biobrandstof (NExBTL) combineert de voordelen van biodiesel en fischer tropsch diesel uit biomassa. De biodiesel wordt met een nieuw procédé gemaakt uit plantaardige oliën en dierlijke vetten en bezit volgens Neste een constante productkwaliteit. Eind vorig jaar startte de bouw van een tweede generatie biodieselfabriek in het Finse Porvoo. De jaarlijkse capaciteit van deze fabriek zal rond de 170.000 ton komen te liggen. Neste Oil investeert daarvoor 100 miljoen Euro. Een vergelijkbare fabriek is gepland in Oostenrijk. De jaarlijkse capaciteit van die fabriek zal rond de 200.000 ton komen te liggen.
In Helsinki vindt volgend jaar een praktijkexperiment plaats waarbij 700 van de in het totaal 1400 bussen gaan rijden op tweede generatie biodiesel van de Finse olieraffinaderij Neste Oil. Tijdens het drie jaar durende experiment zal onderzocht worden of de uitstoot van de bussen tot een derde kan worden geruduceerd.
De nieuwe biobrandstof (NExBTL) combineert de voordelen van biodiesel en fischer tropsch diesel uit biomassa. De biodiesel wordt met een nieuw procédé gemaakt uit plantaardige oliën en dierlijke vetten en bezit volgens Neste een constante productkwaliteit. Eind vorig jaar startte de bouw van een tweede generatie biodieselfabriek in het Finse Porvoo. De jaarlijkse capaciteit van deze fabriek zal rond de 170.000 ton komen te liggen. Neste Oil investeert daarvoor 100 miljoen Euro. Een vergelijkbare fabriek is gepland in Oostenrijk. De jaarlijkse capaciteit van die fabriek zal rond de 200.000 ton komen te liggen.
VW verkoopt alleen nog flex-fuel auto s in Brazilie
Bron: GaVE-mail
Volkswagen heeft aangekondigd te stoppen met de productie van benzine auto's voor de Braziliaanse markt. Het bedrijf produceert dit jaar alleen nog flex-fuel auto's die rijden op een willekeurig mengsel van benzine en ethanol.
Volkswagen was het eerste bedrijf dat in Brazilië de flex-fuel motor introduceerde. Ford en General Motors volgden spoedig en momenteel wordt de Braziliaanse markt gedomineerd door dit type auto. In februari was 77 procent van alle nieuw verkochte auto's van het type Flex-fuel, vorig jaar was dat nog 30 procent.
Fiat heeft plannen om eind dit jaar in Brazilië de Tetra-fuel Siena te lanceren. Dit is een auto die kan rijden op gas, ethanol of benzine.
Volkswagen heeft aangekondigd te stoppen met de productie van benzine auto's voor de Braziliaanse markt. Het bedrijf produceert dit jaar alleen nog flex-fuel auto's die rijden op een willekeurig mengsel van benzine en ethanol.
Volkswagen was het eerste bedrijf dat in Brazilië de flex-fuel motor introduceerde. Ford en General Motors volgden spoedig en momenteel wordt de Braziliaanse markt gedomineerd door dit type auto. In februari was 77 procent van alle nieuw verkochte auto's van het type Flex-fuel, vorig jaar was dat nog 30 procent.
Fiat heeft plannen om eind dit jaar in Brazilië de Tetra-fuel Siena te lanceren. Dit is een auto die kan rijden op gas, ethanol of benzine.
Abonneren op:
Posts (Atom)