12 mei 2006

Opleiding brandstofcelbus Van Hool krijgt steun

Bron: Persmededeling van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Op voorstel van Vlaams minister van Economie MOERMAN heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist om aan het familiebedrijf Van Hool NV uit Koningshooikt bij Lier opleidingssteun toe te kennen voor een totaal bedrag van 945.063 euro. In de onderneming loopt een innovatieproject rond de bouw van een brandstofcelbus. Het concept is uniek, omdat het over een hybride technologie gaat met zero
CO2-emissie tot gevolg.

Kennis is en blijft de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, aldus de minister. Om die kennis op peil te houden moeten we investeren in vorming en in bedrijven die werken aan de vorming van het personeel.

Van Hool is één van 's werelds grootste onafhankelijke constructeurs van autobussen en bedrijfsvoertuigen met een jaarproductie van 1.800 bussen en 5.000 opleggers en onderstellen, waarvan 80% voor de buitenlandse markt. De onderneming stelt 4.500 VTE tewerk.

Het project van Van Hool past ook in de doelstellingen van de Vlaamse Regering qua innovatie, technologisch onderzoek, industrieel potentieel en duurzame ontwikkeling, vervolgt de minister. We hebben in Vlaanderen heel wat kennis in huis op het gebied van milieu, alternatieve energie en energiebezuiniging. De brandstofcelbus van Van Hool bewijst dit.

In het voorjaar richtte minister Moerman samen met minister Peeters het Milieu-Innovatie-Platform op met als opdracht: samen zoeken naar ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. De komende drie jaar wordt er zeven miljoen euro voorzien om haar besturen, de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse industrie nieuwe energie- en milieutechnologieën te laten ontwikkelen en te commercialiseren.

Energieverbruik in Vlaanderen in 2004 met 1,9 procent gestegen

Bron: Belga

Het totale energieverbruik in 2004 in Vlaanderen is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dat staat in de definitieve 'Energiebalans Vlaanderen 2004' van VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek. In vergelijking met de eerste onderzoeken in 1990 is het energieverbruik in Vlaanderen met 45,8 procent gestegen.
Het verbruik van de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen, cokesfabrieken) in 2004 daalde met 5,4 procent ten opzichte van 2003. Daardoor bleef het totaal bruto binnenlands energieverbruik ten opzichte van 2003 bijna nagenoeg constant (+0,1 procent). Vergeleken met de eerste metingen van 1990 is het totale binnenlandse energieverbruik met 35 procent gestegen.
Het eindverbruik is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dit is voornamelijk te wijten aan een sterke stijging van het niet-energetisch verbruik.

"70 bussen verbruiken volledig Vlaams koolzaadareaal"

08/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht

Sinds 3 april is koolzaadolie vrijgesteld van accijnzen. Bij De Lijn hebben ze geen problemen met het ombouwen van bussen, maar wordt wel gewezen op het geringe aanbod aan biobrandstoffen. "Met onze zeventig bussen die op pure plantenolie (ppo) rijden, gebruiken wij het hele Vlaamse koolzaadareaal", luidde het maandag op een studiedag van de Coördinatiecel Milieuzorg van de Vlaamse overheid in Hoboken.

Na lezingen van deskundigen en workshops volgde een afsluitend paneldebat met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van de automobielsector. Volgens Jean-Pierre De Leener (VAC) leeft er bij de landbouwers nog te veel onzekerheid over de toekomst van biobrandstoffen en ppo. "Dat is de reden waarom zij niet mee op de kar van de biobrandstoffen springen. Bovendien krijgen boeren alleen accijnsvrijstelling voor de olie die zij zelf geproduceerd hebben. Wanneer ze ook koolzaad aankopen om te persen, moeten zij wel accijnzen betalen".

De Leener vraagt zich af waarom er zoveel aandacht gaat naar biodiesel, terwijl de productie van ppo stiefmoederlijk behandeld zou worden. Vlaams SP.A-parlementslid Bart Martens gaat niet akkoord met deze stelling, maar geeft wel toe dat een norm ontbreekt voor de kwaliteit van ppo. Luc Pelkmans van het VITO merkt dan weer op dat de bijmenging van 10 procent biodiesel bij de bestaande brandstoffen onvoldoende is om de Europese doelstellingen tegen 2010 te realiseren. "Een deel van het wagenpark zal volledig moeten overschakelen naar biobrandstof en daar is een rol weggelegd voor ppo", aldus Pelkmans.

Alle panelleden benadrukten het belang van onderzoek voor de toekomstige ontwikkeling van biobrandstoffen. De overheid moet voor een stabiel kader zorgen waarbinnen de producenten van biobrandstof en de constructeurs van voertuigen kunnen werken. Bovendien moeten er ook financiële stimuli komen voor wie omschakelt naar biobrandstof en een takssysteem op basis van objectieve metingen of ecoscores, aldus het panel.

10 mei 2006

Uitstoot CO2 wereldwijd met 15% gestegen

Bron: Het Laatste Nieuws

De uitstoot van koolstofdioxide is wereldwijd met 15% toegenomen tussen 1992 en 2002, zo meldt de Wereldbank in haar jaarlijkse Groene Milieuboekje. China, nu al de op een na grootste vervuiler, ziet zijn uitstoot met 33% stijgen, India over dezelfde periode met 57%. Deze stijging heeft plaatsgevonden ondanks verbeteringen op het gebied van efficiënt energiegebruik in China over de laatste tien jaar. De grootste vervuilers blijven de rijke landen: de VS zijn goed voor 24% van de totale uitstoot en de landen van de eurozone nemen 10% voor hun rekening.

04 mei 2006

Kamercommissie keurt wetsontwerp biobrandstoffen goed

Bron: Metro/VILT-nieuwsoverzicht

De kamercommissie financiën heeft het wetsontwerp over biobrandstoffen goedgekeurd. Het wetsvoorstel regelt onder meer de manier waarop vergunningen verleend zullen worden aan de bedrijven die de biodiesel zullen produceren. In de commissie bestond nog onenigheid over de verdeling van de productie.

Voor biodiesel zullen minstens twee en hoogstens vier producenten nodig zijn. Bovendien mag een producent niet meer dan drie kwart van de totale brandstof produceren. Minister van financiën Didier Reynders beklemtoonde dat de grootste hoeveelheid best wordt toegekend aan de goedkoopste producent. Dat moet een stijging van de prijs aan de pomp verhinderen.

Petitie tegen biogasinstallatie in Nijlen

Bronnen: Gazet van Antwerpen/Het Laatste Nieuws/VILT-nieuwsoverzicht

Buurtbewoners protesteren tegen de komst van een biogasinstallatie in de Antwerpse gemeente Nijlen. Ze voeren een campagne met brieven en een petitie omdat ze vrezen voor geurhinder, verkeersoverlast en lawaai. Landbouwer Kris De Bruyn reageert met ongeloof. "We willen ook niet in de stank wonen. Om de twee dagen zal er één vrachtwagen met een gesloten container mest aanvoeren om in een gesloten circuit te verwerken".

Het aantal biogasinstallaties op boerderijniveau is in Vlaanderen op één hand te tellen. Wel staan her en der projecten op stapel. Net zoals het geval is bij mestverwerking, krijgen ook nogal wat nieuwe projecten voor vergistingsinstallaties af te rekenen met buurtprotest. De voorbije maanden rees er protest in Herselt en Herk-de-Stad, nu dus ook in Nijlen.

Volgens de buurtbewoners is er in de milieuvergunningsaanvraag sprake van de vergisting van 14.000 ton organisch biologisch afval. Meer specifiek gaat het om 2.800 ton mest waarvan 1.800 ton van het eigen bedrijf. Verder zouden nog 5.600 ton energiegewassen en 5.600 ton biologisch afval vergist worden. Vooral het biologischa afval wekt onrust omdat het volgens de omwonenden ook kan gaan om dierlijke bijproducten zoals slachtafval en visolie.

Kris De Bruyn: "Het is jammer dat enkelingen een hetze tegen ons opzetten. Ons bedrijf heeft 50 melkkoeien en ik wil het moderniseren om de toekomst veilig te stellen. Als we onze milieuvergunning krijgen, hoop ik van het opgevangen gas groene stroom voor 700 gezinnen te produceren. Spijtig dat we niet op begrip van de buurt kunnen rekenen".

Het Nijlense schepencollege heeft eerder de provincie geadviseerd over het toekennen van een milieuvergunning. "Er zou een uitzondering nodig zijn, want deze installatie mag normaal enkel in een industriegebied worden geplaatst. Als de deputatie zou beslissen om de vergunning toe te kennen, hebben we gevraagd om erop te letten dat er geen grote geur- en geluidshinder zal zijn voor de omwonenden", laat schepen van Leefmilieu Luc Van Looy (CD&V) weten.

Productie van biodiesel groeit met 65 procent in EU

Bron: Agrarisch Dagblad

Volgens cijfers van de Europese Biodieselraad ( EBB) groeide de productie van biodiesel in 2005 met 65 procent ten opzichte van 2004. De Europese lidstaten produceerden samen 3,2 miljoen ton biodiesel. In 2004 produceerden 11 lidstaten biodiesel. In 2005 breidde dat uit naar 20 landen.

Duitsland is de grootste producent van biodiesel. Met een aandeel van ongeveer 50 procent in de Europese productie laat Duitsland Frankrijk – goed voor 15 procent van de Europese biodieselproductie – ver achter zich. Italië produceert 12 procent van de Europese hoeveelheid biodiesel. Bij de nieuwe lidstaten zijn Tsjechië en Polen de grootste producenten. Tsjechië produceert 133.000 ton biodiesel en Polen 100.000 ton.

De EBB verwacht dat de productiecapaciteit van biodiesel in Europa sterk zal stijgen. In 2005 groeide de capaciteit naar 4,2 miljoen ton. In 2006 gaat die capaciteit groeien naar 6 miljoen ton. Europa is wereldleider op het vlak van de biodieselproductie. De tweede producent is de VS met 250.000 ton. In Europa is 80 procent van de biotransportstoffenproductie biodiesel. De rest is grotendeels bio- ethanol.

EU-lidstaten behouden stilzwijgen over cijfers CO2-uitstoot

Bron: Belga

De Europese Commissie heeft de Europese lidstaten opgeroepen geen gegevens over de uitstoot van CO2 in 2005 meer bekend te maken. Cijfers van vijf lidstaten en Wallonië hebben de voorbije dagen en weken voor een fikse prijsdaling van de CO2-uitstootrechten gezorgd. De Commissie hoopt de markt te kalmeren in afwachting van een volledig overzicht.
Grote bedrijven en energieproducten kregen in 2005 voor het eerst een quotum toegekend voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. Die quota kunnen verhandeld worden via zogenaamde uitstootrechten, waarbij één recht gelijk is aan de uitstoot van één ton CO2.
De prijsdaling van de uitstootrechten is het gevolg van een veel lager dan verwachte uitstoot in die landen waarvan de gegevens al bekend zijn. Het aanbod aan uitstootrechten is dus veel hoger, wat de prijs doet dalen. Voor Vlaanderen zijn nog geen cijfers bekend en dat blijft zo tot 15 mei.

03 mei 2006

Uitstoot Nederlandse bedrijven in 2005 bijna 8% lager dan toewijzing

Bron: Energeia, 2006

In 2005 hebben de Nederlandse bedrijven, die meedoen met het Europese CO2-emissiehandelsysteem, gezamenlijk 80,4 Mton CO2 uitgestoten. Die uitstoot is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. Dat blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA), die verantwoordelijk is voor toezicht op de emissiehandel.

Voor de tweede handelsperiode 2008-2012 zal de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zijn met de hoeveelheid van de eerste handelsperiode. Verwacht wordt dat het voor bedrijven in de komende handelsperiode moeilijker wordt om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt immers de productie, en daarmee ook de CO2-uitstoot.

Het verschil tussen de werkelijke uitstoot in 2005 en de toegewezen hoeveelheid CO2-rechten komt volgens het ministerie van Vrom niet onverwachts. Al voordat de emissiehandel startte, was bekend dat de Nederlandse industrie energie-efficiënt produceert en dat betekent minder uitstoot van CO2. "In de eerste handelsperiode (2005-2007), voorafgaand aan de Kioto-periode, is er gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen", aldus Vrom in een verklaring.

28 april 2006

Nucleaire sites zonder bewaking

Bronnen: BELGA, La Libre Belgique

België zal geen gevolg geven aan de vraag van de VS om gewapende wachten te plaatsen bij de Belgische nucleaire sites. Dat schrijft La Libre Belgique vrijdag. Voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell schreef in 2004 naar onze regering met de aanbeveling gewapende wachten te plaatsen bij de nucleaire sites. Na een overleg in januari met alle betrokkenen voor de nucleaire veiligheid besliste de regering geen gevolg te geven aan die vraag

24 april 2006

Finland: Helft van alle bussen in Helsinki op tweede generatie biodiesel

Bron: GaVE-mail

In Helsinki vindt volgend jaar een praktijkexperiment plaats waarbij 700 van de in het totaal 1400 bussen gaan rijden op tweede generatie biodiesel van de Finse olieraffinaderij Neste Oil. Tijdens het drie jaar durende experiment zal onderzocht worden of de uitstoot van de bussen tot een derde kan worden geruduceerd.
De nieuwe biobrandstof (NExBTL) combineert de voordelen van biodiesel en fischer tropsch diesel uit biomassa. De biodiesel wordt met een nieuw procédé gemaakt uit plantaardige oliën en dierlijke vetten en bezit volgens Neste een constante productkwaliteit. Eind vorig jaar startte de bouw van een tweede generatie biodieselfabriek in het Finse Porvoo. De jaarlijkse capaciteit van deze fabriek zal rond de 170.000 ton komen te liggen. Neste Oil investeert daarvoor 100 miljoen Euro. Een vergelijkbare fabriek is gepland in Oostenrijk. De jaarlijkse capaciteit van die fabriek zal rond de 200.000 ton komen te liggen.

VW verkoopt alleen nog flex-fuel auto s in Brazilie

Bron: GaVE-mail

Volkswagen heeft aangekondigd te stoppen met de productie van benzine auto's voor de Braziliaanse markt. Het bedrijf produceert dit jaar alleen nog flex-fuel auto's die rijden op een willekeurig mengsel van benzine en ethanol.
Volkswagen was het eerste bedrijf dat in Brazilië de flex-fuel motor introduceerde. Ford en General Motors volgden spoedig en momenteel wordt de Braziliaanse markt gedomineerd door dit type auto. In februari was 77 procent van alle nieuw verkochte auto's van het type Flex-fuel, vorig jaar was dat nog 30 procent.
Fiat heeft plannen om eind dit jaar in Brazilië de Tetra-fuel Siena te lanceren. Dit is een auto die kan rijden op gas, ethanol of benzine.

22 maart 2006

Hernieuwbare energie levert Duitsland 300.000 banen op tegen 2020

22-03-2006 | Bron: AFP

De ontwikkeling van hernieuwbare energie kan de komende jaren in Duitsland tot 130.000 banen scheppen. Het aantal jobs in deze sector zou daarmee op 300.000 komen, zo heeft de sociaal-democratische minister van Milieu, Sigmar Gabriel, woensdag gezegd.

Volgens Gabriel, die in Berlijn een studie over het onderwerp toelichtte, stelde de sector die windenergie, zonne-energie, biobrandstoffen en elektriciteit uit waterkracht omvat, 170.000 mensen tewerk in 2005 en kan dit cijfer tegen 2020 tot 300.000 klimmen. Vooral in weinig geïndustrialiseerde streken zou de sector werkgelegenheid creëren.

Onder impuls van de Groenen had de regering van Gerhard Schröder een beleid gevoerd dat hernieuwbare energie ondersteunt, met onder meer gulle subsidies voor groene stroom. Ongeveer tien procent van de Duitse elektriciteitsproductie kwam in 2005 uit hernieuwbare energiebronnen.

17 maart 2006

Amerikaanse verzekeraars bezorgd om klimaatverandering

17-03-2006 | bron: IPS

In de VS wordt een werkgroep opgericht die de mogelijke impact van de klimaatverandering op de verzekeringsindustrie en haar klanten moet bestuderen. Dit heeft de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) besloten, een vereniging van verzekeringscommissarissen die ieder in hun eigen staat toezicht houden op alle verzekeringsmaatschappijen.

De oprichting valt in dezelfde week dat ’s werelds grootste verzekeringsmakelaar Marsh & McLennan zijn klanten informeerde over de potentiële impact van de opwarming van de aarde op hun bedrijven. Driekwart van de klanten van Marsh staat op de Fortune 500-lijst van grootste bedrijven ter wereld.

Andrew Logan, directeur van het verzekeringsprogramma van Ceres, een nationale coalitie van milieuorganisaties, andere burgerorganisaties en investeringsfondsen met een totale portefeuille van 2.500 miljard euro:
"Zowel de verzekeringscommissarissen als Marsh hebben de bedrijven de boodschap meegegeven dat ze de klimaatverandering een stuk ernstiger zullen moeten nemen. De verzekeringswereld neemt een cruciale positie in en kan bijdragen aan de oplossing voor klimaatsverandering. Acties zoals deze dwingen bedrijfsleiders om het probleem aan te pakken."

Die gevolgen voor het verzekeringswezen beperken zich zeker niet alleen tot de grote natuurrampen, voegt Nancy Skinner van de Climate Group, een coalitie van multinationale bedrijven, overheden en activisten eraan toe.
"Ook veranderende weerpatronen zoals intensere regenval of hagelstormen zullen hun effect hebben op bedrijven en huiseigenaars. En ook andere verzekeringsvormen zijn kwetsbaar. Verzekeringen in de gezondheidssector kunnen zich blauw betalen aan ademhalingsaandoeningen die met hittegolven samenhangen, of ziektes die veroorzaakt worden door muskieten."

Commissaris Mike Kreidler van de deelstaat Washington: "In Washington viel vorig jaar extreem weinig neerslag. Als die klimaattrend zich doorzet, kan dat een impact hebben op de verzekeringsmogelijkheden en de kostprijs ervan."

Meer info:
:: The Climate Group
:: National Association of Insurance Commissioners

22 februari 2006

Volvo Truck herleidt CO2-uitstoot tot nul

Bron: BELGA

Vrachtwagenbouwer Volvo Europa Truck in Oostakker wil de eerste industriële site in België worden zonder CO2-uitstoot. Vandaag produceert de site zo'n 11.000 ton koolstofdioxide per jaar.

Door de ombouw van de verwarmingsinstallaties, energiebesparende maatregelen, de bouw van drie windturbines op de site en de aankoop van uitsluitend groene energie bij Electrabel, wil het bedrijf tegen eind 2007 de uitstoot van broeikasgassen tot nul herleiden.

Vandaag verwarmt Volvo Europa Truck met aardgas. In 2005 werd 4.020 ton CO2 uitgestoten door de verwarming van de site. De nieuwe (omgebouwde) verwarmingsinstallaties zullen gestookt worden op houtkorrels en bio-olie. Het bedrijf koopt vandaag ook energie aan bij Electrabel, wat nogmaals voor zo'n 6.900 ton uitstoot zorgt. Tegen 2007 wil Volvo de helft van haar energie onttrekken aan de drie windmolens, de andere helft komt van groene energie die het zal aankopen bij Electrabel.

Hansen Transmissions werft duizendste werknemer aan

Bron: Belga

De producent van tandwielkasten Hansen Transmissions heeft zopas zijn duizendste werknemer in dienst genomen. Op minder dan vijf jaar tijd groeide het personeelsbestand in de Belgische vestigingen van de groep van 500 naar duizend medewerkers, zo laat de directie van Hansen Transmissions woensdag in een mededeling weten. Hansen Transmissions heeft in België vestigingen in Edegem en in Lommel.
De personeelsgroei van het bedrijf vertaalt zich volgens de directie ook in de omzet van het bedrijf. De groep realiseerde in het boekjaar 2004-2005 een recordomzet van 200 miljoen euro, aldus nog de directie.

In de fabriek in Edegem werken vandaag 623 mensen. In Edegem worden voornamelijk tandwielkasten voor industriële toepassingen geproduceerd. Bij de opstart van de fabriek in Lommel in 2003 werden er 377 mensen in dienst genomen. In de Lommelse vestiging worden tandwielkasten voor windturbines gemaakt.

Hansen Transmissions heeft daarnaast filialen in vrijwel alle werelddelen. Het bedrijf kreeg er recent nog een verkoopskantoor in Shanghai bij. De groep telt vandaag in totaal 1.196 medewerkers.

Vlaamse meerderheidspartijen blijven verdeeld over kernuitstap

Bron: BELGA

CD&V, VLD en het Vlaams Belang vinden de uitstap uit kernenergie tegen 2015, zoals beslist door de vorige paars-groene federale regering, niet haalbaar. Sp.a-spirit en Groen! blijven achter de kernuitstap staan. Dat bleek woensdag nog maar eens tijdens een debat in het Vlaams parlement over energievoorziening in Vlaanderen.

Alle fracties zijn het er over eens dat rationeel energieverbruik en hernieuwbare energie verder gestimuleerd moeten worden. Minister van Energie Kris Peeters liet dinsdag al weten dat hij tegen 2015 het aandeel van groene energie wil optrekken tot 12 procent.
Over de plaats van kerncentrales in het toekomstige energielandschap zijn de meerderheidspartijen het niet eens. Bart Martens (sp.a) meent dat er tegen 2015, wanneer de eerste centrales dichtgaan, voldoende andere energiebronnen zijn om die sluiting op te vangen.
CD&V en VLD zijn het daar niet mee eens. Carl Decaluwe (CD&V) meent dat het voor een kernuitstap te vroeg is en dat een mix van energiebronnen en -leveranciers nodig is om de energiebevoorrading te verzekeren en de prijs betaalbaar te houden. Marc Van den Abeelen (VLD) deelt die mening. "2015 is veel te kort dag", zei hij. Pieter Huybrechts (Vlaams Belang) noemde het a priori uitsluiten van kernenergie onverantwoord.

Ondanks het meningsverschil hebben de meerderheidspartijen een gezamenlijk resolutievoorstel ingediend. Daarin vragen ze de Vlaamse regering, naast maatregelen rond rationeel energiegebruik en hernieuwbare energie, om er bij de federale regering op aan te dringen om de gevolgen van de kernuitstap in kaart te brengen. Dat moet dienen om eventueel maatregelen te kunnen nemen die de zekerheid, veiligheid en betaalbaarheid kunnen garanderen. Federaal energieminister Marc Verwilghen heeft trouwens een studie over de kwestie besteld.

Voor Groen! zei Eloi Glorieux dat de meningsverschillen binnen de meerderheid leiden tot een non-beleid inzake energie en noemt de meerderheidsresolutie "wollig" en zonder gebrek aan visie. Hij heeft zelf een voorstel ingediend, waarin sprake is van een inhaalbeweging rond hernieuwbare energiebronnen en de kernuitstap een noodzakelijke maatregel wordt genoemd. Hij hoopt dat sp.a-spirit zijn resolutie mee steunt.

Minister Kris Peeters zei dat hij een beleid met realistische doelstellingen wil voeren. Wel moet een volgende staatshervorming meer de energiebevoegdheden coherenter maken, aldus Peeters. Nu zijn die verdeeld over het federale en regionale niveau. De resolutie van de meerderheid vraagt om de regionalisering van de regulering en tarifering van de energiedistributie op de politieke agenda te houden.
Het Vlaams parlement stemt woensdagnamiddag over de resoluties van de meerderheid en van Groen!.

Volges Peeters zorgt Klimaatconferentie voor sterke vermindering Kyotokloof

Bron: Belga

Het verscherpt klimaatbeleid en de verwerking van de resultaten van de Vlaamse Klimaatconferentie in acht genomen, leiden tot een aanzienlijke vermindering van de Kyotokloof. Dat stelt Vlaams minister van Leefmilieu Kris Peeters woensdag. Ze realiseren een daling tot -1,5 procent van de CO2-uitstoot ten opzichte van 1990.

In het kader van het Kyoto-akkoord moet Vlaanderen tegen 2012 de uitstoot van CO2 met 5,2 procent terugdringen ten opzichte van het niveau van 1990. Minister Peeters werkt aan een nieuw klimaatbeleidsplan voor de periode 2006-2012. Dat moet het traject uittekenen om de Kyoto-doelstellingen te halen.

De CD²V-bewindsman richtte vorig jaar een klimaatconferentie op. Doel was in samenspraak met het middenveld een reeks maatregelen uit te werken om in het toekomstig plan op te nemen. Woensdag kwam de conferentie voor de derde keer samen. Peeters stelde er dat het voorlopig resultaat van de klimaatconferentie, aangevuld met een aanscherping van het bestaande Vlaams klimaatbeleid, leidt tot een daling van de emissies tot -1,5 procent ten opzichte van het niveau van 1990.

De minister heeft het in een mededeling over het dichten van de Kyotokloof met ruim tachtig procent. Hij komt aan dat cijfer door een vergelijking met de toestand in 2012 zonder een specifiek beleid. Dan zou de teller in 2012 op een toename van de emissies tot +15 procent tegenover 1990 staan, luidt het.

Om de laatste kloof te dichten (3,7 procent), kijkt Peeters naar binnenlandse maatregelen. Hij ziet mogelijkheden op het vlak van sociale woningbouw, een verhoging van de doelstelling van de openbaredienstverplichting en het opvoeren van het beleid rond de productie van groene stroom. Gisteren/dinsdag maakte de minister bekend te willen komen tot twaalf procent groene stroom in 2015.

Een deel van de resterende tekorten zal echter moeten worden gedicht door de aankoop van buitenlandse emissierechten. Volgens Peeters bestaat daarvoor binnen de Vlaamse Klimaatconferentie een breed draagvlak. "Ik laat nu bekijken hoe dit verder kan ingevuld worden", luidt het.

MIP moet innovatie stimuleren voor milieu en energie

De Vlaamse ministers Fientje Moerman (Wetenschap en Innovatie) en Kris Peeters (Leefmilieu en Energie) hebben maandag in het Vlaams Parlement het startschot gegeven van het Milieu- en energietechnologie Innovatieplatform (MIP). De Vlaamse Regering heeft hiervoor 7 miljoen euro voorzien voor 2006-2009.

Ondanks het feit dat Vlaanderen een toonaangevende rol speelt in diverse domeinen van milieu- en energietechnologie, scoort Vlaanderen op het vlak van valorisatie niet optimaal. De Vlaamse Regering wil daar verandering in brengen en met de oprichting van het MIP het aanwezige potentieel ten volle inzetten en verder ontwikkelen. Milieu en energietechnologie zullen immers in de toekomst een belangrijke motor zijn voor de economische ontwikkeling in Europa, maar ook wereldwijd.

Het MIP is gebaseerd op samenwerking tussen de beleidsdomeinen Innovatie, Leefmilieu en Energie. Netwerking dient de valorisatie van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe kennis en technologie in de milieu- en energiesector in Vlaanderen te ondersteunen en te versterken. Om dit te realiseren brengt de Vlaamse overheid alle relevante spelers uit het bedrijfsleven, de onderzoekswereld, onderwijs en de overheidsorganisaties samen in het MIP. In dit platform zoekt men naar de ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. Het MIP is een eerste concrete uitwerking van het Vlaams innovatiebeleidsplan dat eind 2005 door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd.

Het doel van het MIP is bij te dragen tot een gecoördineerd en coherent milieu-, energie- en innovatiebeleid. Een Vlaams Actieplan Milieu en Innovatie wordt verwacht in de tweede helft van 2006 en zal de strategische doelstellingen voor milieu-innovatie vastleggen en prioritaire beleidsthema’s en marktsegmenten bepalen die fungeren als speerpunten voor het milieu-innovatiebeleid.

Het MIP wordt aangestuurd en begeleid vanuit een stuurgroep, die wordt ondersteund door een klankbordgroep, waarin alle maatschappelijke actoren betrokken zijn. De sturing van de beleidsgerichte aanpak, met name de ondersteuning van ‘vraaggerichte innovatie-instrumenten’, gebeurt vooral vanuit ambtelijke werkgroepen. De praktische invulling van valorisatie- en onderzoeksprojecten wordt ondersteund vanuit de competentiepool MIP. De implementatie tenslotte wordt begeleid door thematische gebruikersgroepen. Momenteel zijn er 9 thematische gebruikersgroepen gedefinieerd (bodemsanering, bagger- en ruimingsspecie, Water: kringloopsluiting, afvalwaterverwerking en waterwinning, afvalverwerking: hergebruik en recyclage, meet- en monitoringtechnieken, energiezuinige technieken, hernieuwbare energie – biobrandstoffen, industriële biotechnologie en brendstofcellen en waterstofproductie. Belangrijkste doelstelling is de noden van de betrokken economische actoren te detecteren en te vertalen naar de onderzoekswereld voor de ontwikkeling van nieuwe technieken, alsook de valorisatie bevorderen en technologieën versneld overdragen door netwerking. Indien u interesse hebt om deel te nemen aan 1 van deze groepen kan u het laten weten via info@mipvlaanderen.be.

Doelstellingen MIP
Op korte termijn ligt de focus van het MIP op het verbeteren van de eco-efficiëntie van bestaande processen en producten en het gebruik ervan. 5 valorisatieprojecten werden reeds goedgekeurd op 2 februari van dit jaar. Het gaat om 3 bodemsaneringsprojecten: sanering van diffuus verontreinigde bodems, gekoppeld aan de productie van biobrandstoffen (Cadmiumvervuiling op landbouwgronden: energiegewassen zorgen voor een nieuwe bestemming van de landbouwgronden zonder dat zware metalen in de voedselketen komen, en de gewassen nemen de Cadmium op, zodat er tegelijkertijd ook een soort van sanering gebeurt), beheersing van grondwatervervuiling via een multibarrière en in situ sanering van VOCL-verontreinigingskernen door injectie van nano-ijzer. Daarnaast werden ook volgende projecten gekozen: combinatie van ultracapaciteiten met batterijen voor stationaire en niet-stationaire toepassingen en effectgerichte meet- en monitoringstechnieken voor afval.

Op middellange termijn zal het onderzoek zich richten op fundamentele verbeteringen en ontwikkeling van milieuvriendelijke technieken.

Op lange termijn dienen zowel de technologie als de maatschappelijke structuren en culturen fundamenteel gewijzigd en aangepast te worden aan de noden van de toekomstige generaties met respect voor het milieu. Vanaf dan spreken we van transities, waarbij innovatie het middel is om dat doel te bereiken.


Vraaggerichte innovatie-instrumenten
In het algemeen is het succes van innovatie niet alleen het gevolg van nieuwe technologieontwikkelingen, maar meer nog van factoren die de markt- en vraagzijde bepalen.

Volgens minister Peeters wordt het milieu vandaag nog te vaak gezien als probleem, terwijl het ook als motor voor innovatie kan fungeren.

Peeters onderzoekt binnen de huidige regelgeving of er hinderpalen voor innovatie zijn. Die moeten verwijderd worden en er moet gezocht worden naar positieve stimuli om innovatie meer kansen te geven? In het najaar zullen al een heel aantal voorstellen gedaan worden op het Innovatiecongres. Milieuregels zullen in de toekomst gehanteerd worden als hefboom voor innovatie. Zo kunnen te behalen milieunormen, die een grote uitdaging vormen voor ondernemingen, ook een positieve meerwaarde hebben op de economische prestaties van deze ondernemingen zelf en van andere, milieutechnologische bedrijven.

Daarnaast zijn verschillende beleidsdomeinen verantwoordelijk voor belangrijke aanbestedingen. Die kunnen verlopen volgens bestekken met reeds bekende technologische paden of kunnen eventueel kansen geven aan nieuwe oplossingen.

De ministers Moerman en Peeters willen daarom het Innovatief Aanbesteden op punt stellen. Bij innovatief aanbesteden van overheidsopdrachten, wordt ruimte gemaakt voor offertes die wel de te bereiken milieuresultaten vooropstellen, maar met technologische oplossingen die nog gedeeltelijk moeten ontwikkeld worden.

Link: www.mipvlaanderen.be

21 februari 2006

Kyoto: gelobby van industrie tegen emissiequota voor periode 2008-2012 bereikt hoogtepunt

Bron: Alter Business News

De Europese Commissie (EC) publiceerde op 9 januari jongstleden de richtsnoeren voor de toewijzing van nationale CO2-emissiequota voor de periode 2008-2012. De Lid-Staten hebben nu 6 maanden de tijd om hun nationale toewijzingsplannen uit te werken. Grote ondernemingen zijn bevreesd voor deze veel striktere emissiequota en beginnen reeds koortsachtig te lobbyen bij hun respectieve regeringen.

De EC heeft lessen getrokken uit de eerste toewijzingsperiode van 2005-2007 om de nieuwe richtsnoeren vast te leggen. De verschillende Lid-Staten werd toen te veel vrijheid gelaten bij het vastleggen van de emissiequota. Op basis van de voorziene productietoename die de industrie zelf leverde werden te lage quota bepaald. Omwille van de geringe doeltreffendheid op milieuvlak heeft de EC het systeem opnieuw op de agenda geplaatst.

De EC eist meer transparantie in de informatie die de Lid-Staten doorgeven: emissievooruitzichten, hypotheses rond brandstofprijzen en de verwachte CO2-emissiereducties. De Commissie biedt ook een coherente methode aan voor de bepaling van emissieplafonds. Volgens specialisten op het vlak van emissiequota gaat het om erg gedetailleerde richtsnoeren die voor meer transparantie zullen zorgen. Dat verklaart deels de reactie van de grote energieconsumerende industrieën in Europa. In de Financial Times van 10 januari jongstleden stond te lezen dat die grote ondernemingen hun respectieve regeringen onder druk zetten om geen al te verregaande verbintenissen aan te gaan inzake CO2-emissie. Onze eigen bronnen bevestigen dit.

De nationale toewijzingsplannen dienen ten laatste ingediend te zijn op 30 juni 2006. Op die dag moet de EC aan de Raad en het Parlement haar evaluatierapport over het gehele systeem voorleggen samen met concrete verbeteringsvoorstellen. Het gaat onder meer over de uitbreiding van het systeem naar andere sectoren (luchtvaart en transport over zee) en over andere broeikasgassen.
We wijzen er nog op dat de markt van emissiequota betrekking heeft op 11.500 installaties verspreid over 25 Lid-Staten, goed voor 45% van de totale CO2-emissie in de EU en 30% op wereldniveau.