07/06/2006 | Bron: VILT- nieuwsoverzicht
Südzucker, het Duitse moederbedrijf van de Tiense Suikerraffinaderij, spendeert 245 miljoen euro aan de bouw van een bio-ethanolfabriek op de oever van de Maas in Wanze nabij Hoei. Eind 2007 kan de productie starten en dat komt de Belgische bietenboeren goed uit, zegt woordvoerder Johan De Rycker in Het Nieuwsblad. De bio-ethanol compenseert in grote mate het verlies dat boeren gingen lijden door het hervormde suikerbeleid, klinkt het.
Niet alleen de bietenteelt, maar ook de graanboeren varen wel met de nieuwe fabriek in Wanze. Bio-ethanol wordt niet alleen geproduceerd uit dik bietensap, maar ook uit tarwe en later misschien ook uit maïs. Voorlopig komt alleen laagwaardige tarwe in aanmerking voor bio-ethanol.
Twintig burgerlijke ingenieurs van de Tiense suikerraffinaderij werkten meer dan een jaar aan de plannen van de fabriek en aan de technische installaties. Ze blijven nog minstens twee jaar aan de slag aan de Maas om het project, BioWanze genoemd, te verfijnen. De fabriek zal continu het jaar rond draaien. De Rycker verwacht een toename van vooral het administratieve werk in Tienen, wat zich vertaalt in meer jobs.
Aan de levering van bieten aan de fabriek in Tienen verandert er niets. De campagne vindt zoals elk jaar plaats van begin september tot einde december. Bieten voor bio-ethanol gaan per vrachtwagen of trein naar Wanze. Dat gebeurt ook vanuit de fabriek in Brugelette. Buitenlands graan wordt per boot op de Maas aangevoerd.
08 juni 2006
Europa maakt laatste maal brandstof van wijnoverschot
07/06/2006 | Bron: Belga
Franse en Italiaanse wijnboeren mogen de komende weken in totaal 5,6 miljoen hectoliter wijn distilleren tot bio-ethanol. Dit hebben de Europese Commissie en de lidstaten woensdagmorgen beslist. Europa trekt 131 miljoen euro uit voor de operatie. Eurocommissaris voor Landbouw Mariann Fischer Boel komt later deze maand wel met voorstellen om een einde te maken aan de overschotten.
Het schema waarvan Frankrijk en Italië -en binnenkort misschien Griekenland en Spanje- gebruik kunnen maken, heet crisisdistillatie. Het is bedoeld om eenmalige overschotten weg te werken om zo de markt in evenwicht te houden. In de praktijk echter is de markt helemaal niet in evenwicht en is de crisisdistillatie meer regel dan uitzondering. De toestemming die nu is gegeven, geldt voor 1,5 miljoen hectoliter Franse kwaliteitswijn, en evenveel Franse tafelwijn, en voor 2,5 miljoen liter Italiaanse tafelwijn en 100.000 hectoliter Italiaanse kwaliteitswijn.
Voor Fischer Boel is het duidelijk dat Europa veel te veel wijn produceert, waardoor prijzen laag zijn en de wijnplassen groot. Op 22 juni zal ze voorstellen doen om de Europese organisatie en subsidiëring van de sector grondig bij te sturen. Minder maar betere wijn, die minder subsidies nodig heeft, is het einddoel. De bestemming van het huidige wijnoverschot, na distillatie, is brandstof, vermits de markt voor drinkbare alcohol ook al meer dan voldoende bevoorraad is.
Franse en Italiaanse wijnboeren mogen de komende weken in totaal 5,6 miljoen hectoliter wijn distilleren tot bio-ethanol. Dit hebben de Europese Commissie en de lidstaten woensdagmorgen beslist. Europa trekt 131 miljoen euro uit voor de operatie. Eurocommissaris voor Landbouw Mariann Fischer Boel komt later deze maand wel met voorstellen om een einde te maken aan de overschotten.
Het schema waarvan Frankrijk en Italië -en binnenkort misschien Griekenland en Spanje- gebruik kunnen maken, heet crisisdistillatie. Het is bedoeld om eenmalige overschotten weg te werken om zo de markt in evenwicht te houden. In de praktijk echter is de markt helemaal niet in evenwicht en is de crisisdistillatie meer regel dan uitzondering. De toestemming die nu is gegeven, geldt voor 1,5 miljoen hectoliter Franse kwaliteitswijn, en evenveel Franse tafelwijn, en voor 2,5 miljoen liter Italiaanse tafelwijn en 100.000 hectoliter Italiaanse kwaliteitswijn.
Voor Fischer Boel is het duidelijk dat Europa veel te veel wijn produceert, waardoor prijzen laag zijn en de wijnplassen groot. Op 22 juni zal ze voorstellen doen om de Europese organisatie en subsidiëring van de sector grondig bij te sturen. Minder maar betere wijn, die minder subsidies nodig heeft, is het einddoel. De bestemming van het huidige wijnoverschot, na distillatie, is brandstof, vermits de markt voor drinkbare alcohol ook al meer dan voldoende bevoorraad is.
Biofuels for Transportation: Global Potential and Implications for Sustainable Agriculture and Energy in the 21st Century
7/06/2006 | Bron: Worldwatch Institute
Biofuels such as ethanol and biodiesel can significantly reduce global dependence on oil, according to a new report by the Worldwatch Institute, released in collaboration with the German Agencies for Technical Cooperation (GTZ) and Renewable Resources (FNR). Biofuels for Transportation: Global Potential and Implications for Sustainable Agriculture and Energy in the 21st Century, sponsored by the German Federal Ministry of Food, Agriculture and Consumer Protection (BMELV), is a comprehensive assessment of the opportunities and risks associated with the large-scale international development of biofuels.
Last year, world biofuel production surpassed 670,000 barrels per day, the equivalent of about 1 percent of the global transport fuel market. Although oil still accounts for more than 96 percent of transport fuel use, biofuel production has doubled since 2001 and is poised for even stronger growth as the industry responds to higher fuel prices and supportive government policies. “Coordinated action to expand biofuel markets and advance new technologies could relieve pressure on oil prices while strengthening agricultural economies and reducing climate-altering emissions,” says Worldwatch Institute President Christopher Flavin.
For more on the report, read the complete press release, view selected trends and facts from the report, and register (free) or log in to our site to download PDF files of the short and extended summaries. The full report will be available later in the year.
:: lees het volledige persbericht
Last year, world biofuel production surpassed 670,000 barrels per day, the equivalent of about 1 percent of the global transport fuel market. Although oil still accounts for more than 96 percent of transport fuel use, biofuel production has doubled since 2001 and is poised for even stronger growth as the industry responds to higher fuel prices and supportive government policies. “Coordinated action to expand biofuel markets and advance new technologies could relieve pressure on oil prices while strengthening agricultural economies and reducing climate-altering emissions,” says Worldwatch Institute President Christopher Flavin.
For more on the report, read the complete press release, view selected trends and facts from the report, and register (free) or log in to our site to download PDF files of the short and extended summaries. The full report will be available later in the year.
:: lees het volledige persbericht
07 juni 2006
Greenpeace: kernuitstap én CO2-reductie haalbaar tegen 2050
07/06/2006 | Bron: BELGA
België kan zonder meer uit kernenergie stappen en tegelijk zijn CO2-uitstoot reduceren. Dat blijkt uit een studie van het Duitse Zentrum für Luft- und Raumfahrt (LRD) in opdracht van Greenpeace. De regeringen van ons land moeten dan wel resoluut kiezen voor meer energie-effeciëntie en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.
Volgens de onderzoekers kunnen hernieuwbare energiebronnen (windenergie, biomassa...) in België tegen 2050 instaan voor 65 procent van de elektriciteitsproductie. Bovendien kunnen we tegen die tijd ook de totale vraag naar energie verminderen, zonder aan comfort in te boeten, zo blijkt uit de studie.
"Een duurzaam energiescenario heeft niet alleen ecologische, maar ook economische en sociale voordelen", meent Stefan Kronshage van het LRD. "De kostprijs van fossiele brandstoffen zal immers almaar toenemen, terwijl de kostprijs van hernieuwbare energie zal dalen. Bovendien kunnen in de sector van hernieuwbare energie heel wat jobs gecreëerd worden".
Greenpeace zal het rapport, getiteld "De Belgische Energierevolutie", met daarin het energiescenario van het LRD, overmaken aan alle verantwoordelijke Belgische politici.
België kan zonder meer uit kernenergie stappen en tegelijk zijn CO2-uitstoot reduceren. Dat blijkt uit een studie van het Duitse Zentrum für Luft- und Raumfahrt (LRD) in opdracht van Greenpeace. De regeringen van ons land moeten dan wel resoluut kiezen voor meer energie-effeciëntie en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.
Volgens de onderzoekers kunnen hernieuwbare energiebronnen (windenergie, biomassa...) in België tegen 2050 instaan voor 65 procent van de elektriciteitsproductie. Bovendien kunnen we tegen die tijd ook de totale vraag naar energie verminderen, zonder aan comfort in te boeten, zo blijkt uit de studie.
"Een duurzaam energiescenario heeft niet alleen ecologische, maar ook economische en sociale voordelen", meent Stefan Kronshage van het LRD. "De kostprijs van fossiele brandstoffen zal immers almaar toenemen, terwijl de kostprijs van hernieuwbare energie zal dalen. Bovendien kunnen in de sector van hernieuwbare energie heel wat jobs gecreëerd worden".
Greenpeace zal het rapport, getiteld "De Belgische Energierevolutie", met daarin het energiescenario van het LRD, overmaken aan alle verantwoordelijke Belgische politici.
Parliament urges EU nations to act on energy savings
If existing legislation was fully implemented in the member states, the EU would already be half way to meeting its 20% energy-saving target by 2020, the Parliament says.
:: meer lezen
:: meer lezen
KNMI: Nederland warmer en natter door klimaatverandering
31/05/2006 | Bron: KNMI
Het KNMI schetst in vier nieuwe klimaatscenario’s in welke mate de klimaatverandering in Nederland kan leiden tot hogere temperaturen, heviger neerslag en zeespiegelstijging in 2050. De laatste berekeningen bevestigen dat de winters gemiddeld natter worden en dat ook de extreme neerslaghoeveelheden toenemen. In de zomer worden de buien intensiever, maar de verandering in de gemiddelde neerslag is onzeker. Volgens de nieuwe scenario’s horen zowel een lichte toename van de zomerneerslag als een forse afname tot de mogelijkheden. Bij een forse afname gaan droge zomers, zoals die van 1976 en 2003, veel vaker voorkomen. De berekeningen geven verder aan dat de veranderingen in het windklimaat klein zijn ten opzichte van de natuurlijke grilligheid.
De nieuwe klimaatscenario’s zijn aangeboden aan staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Volgens Prof. Gerbrand Komen, onder wiens verantwoordelijkheid de scenario’s zijn ontwikkeld, zijn ze bedoeld voor studies naar de effecten van klimaatverandering bijvoorbeeld voor waterbeheer, ruimtelijke ordening, energievoorziening, landbouw en luchtkwaliteit. “Klimaatscenario’s zijn consistente en plausibele beelden van een mogelijk toekomstig klimaat en bieden de mogelijkheid om het beleid hierop af te stemmen. De klimaatverandering zou ook nog anders en extremer kunnen verlopen, maar daarvoor zijn de aanwijzingen uiterst onzeker.”
Hoewel klimaatschommelingen van alle tijden zijn, hebben wetenschappers vastgesteld dat de mens bijdraagt aan de huidige opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen. In ons land hangen temperatuur en neerslag nauw samen met de windrichting. Onduidelijk is nog of de luchtstromingen en dus de windrichting boven West-Europa door het versterkte broeikaseffect gaan veranderen. In de nieuwe KNMI klimaatscenario’s wordt daar voor het eerst rekening mee gehouden: twee scenario’s gaan uit van onveranderde luchtstroming en twee andere scenario’s laten zien hoe temperatuur en neerslag in ons land veranderen als ook de luchtstroming verandert. Om dit in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de nieuwste computerberekeningen die ook de basis vormen voor het eerstvolgende rapport van het IPCC, het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat in 2007 zal verschijnen.
Het KNMI schetst in vier nieuwe klimaatscenario’s in welke mate de klimaatverandering in Nederland kan leiden tot hogere temperaturen, heviger neerslag en zeespiegelstijging in 2050. De laatste berekeningen bevestigen dat de winters gemiddeld natter worden en dat ook de extreme neerslaghoeveelheden toenemen. In de zomer worden de buien intensiever, maar de verandering in de gemiddelde neerslag is onzeker. Volgens de nieuwe scenario’s horen zowel een lichte toename van de zomerneerslag als een forse afname tot de mogelijkheden. Bij een forse afname gaan droge zomers, zoals die van 1976 en 2003, veel vaker voorkomen. De berekeningen geven verder aan dat de veranderingen in het windklimaat klein zijn ten opzichte van de natuurlijke grilligheid.
De nieuwe klimaatscenario’s zijn aangeboden aan staatssecretaris Melanie Schultz van Haegen van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Volgens Prof. Gerbrand Komen, onder wiens verantwoordelijkheid de scenario’s zijn ontwikkeld, zijn ze bedoeld voor studies naar de effecten van klimaatverandering bijvoorbeeld voor waterbeheer, ruimtelijke ordening, energievoorziening, landbouw en luchtkwaliteit. “Klimaatscenario’s zijn consistente en plausibele beelden van een mogelijk toekomstig klimaat en bieden de mogelijkheid om het beleid hierop af te stemmen. De klimaatverandering zou ook nog anders en extremer kunnen verlopen, maar daarvoor zijn de aanwijzingen uiterst onzeker.”
Hoewel klimaatschommelingen van alle tijden zijn, hebben wetenschappers vastgesteld dat de mens bijdraagt aan de huidige opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen. In ons land hangen temperatuur en neerslag nauw samen met de windrichting. Onduidelijk is nog of de luchtstromingen en dus de windrichting boven West-Europa door het versterkte broeikaseffect gaan veranderen. In de nieuwe KNMI klimaatscenario’s wordt daar voor het eerst rekening mee gehouden: twee scenario’s gaan uit van onveranderde luchtstroming en twee andere scenario’s laten zien hoe temperatuur en neerslag in ons land veranderen als ook de luchtstroming verandert. Om dit in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de nieuwste computerberekeningen die ook de basis vormen voor het eerstvolgende rapport van het IPCC, het Intergouvernementeel klimaatpanel van de Verenigde Naties, dat in 2007 zal verschijnen.
Energiebedrijven willen groen licht om CO2 onder de zee te pompen
31/05/2006 | Bron: Energieportal
Vanaf het dak van Scottish and Southern Energy's (SSE) elektriciteitscentrale net buiten Peterhead aan de Schotse kust is het moeilijk om voor te stellen dat hier een milieurevolutie zou kunnen plaatsvinden. In de zee, achter de horizon, ligt het Miller gasveld dat nu bijna leeg is en slechts af en toe de elektriciteitscentrale van brandstof kan voorzien. Dit veld, eigendom van BP, kan in de toekomst miljoenen tonnen koolstofdioxide (CO2) gaan bevatten van een nieuw te bouwen elektriciteitscentrale aan de Schotse kust.
SSE bespreekt momenteel de plannen om 's werelds eerste commerciële project te starten waarin CO2 van een elektriciteitscentrale onder de zeebodem wordt gepompt, in plaats van het gas in de atmosfeer uit te stoten en bij te dragen aan het broeikaseffect. Een recent rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change schat dat 45 procent van de jaarlijkse CO2 emissies (37 miljard ton) in 2050 op deze manier kan worden opgevangen. Momenteel moet de technologie zich commercieel nog bewijzen.
Ian Marchant, bestuursvoorzitter van SSE, zegt dat het demonstratieproject van 750 miljoen pond steun van de overheid nodig heeft om door te kunnen gaan. "Iedereen weet dat het mogelijk is, maar nog nooit op grote schaal uitgevoerd". De Britse overheid heeft de technologie enthousiast ontvangen, maar concrete en substantiële subsidies zijn nog onzekere.
Het Peterhead project bestaat uit het bouwen van een nieuwe centrale, naast de bestaande, met een vermogen van 475 megawatt. Dit is genoeg om ongeveer 500,000 mensen van stroom te voorzien. De centrale zal het aardgas dat als grondstof wordt aangevoerd splitsen in CO2 en waterstof. Dit laatste wordt verbrand om elektriciteit op te wekken. De CO2 wordt vervolgens ongeveer 250 kilometer uit de kust in het Miller aardgasveld gepompt, meer dan 3 kilometer onder de zeebodem.
Vanaf het dak van Scottish and Southern Energy's (SSE) elektriciteitscentrale net buiten Peterhead aan de Schotse kust is het moeilijk om voor te stellen dat hier een milieurevolutie zou kunnen plaatsvinden. In de zee, achter de horizon, ligt het Miller gasveld dat nu bijna leeg is en slechts af en toe de elektriciteitscentrale van brandstof kan voorzien. Dit veld, eigendom van BP, kan in de toekomst miljoenen tonnen koolstofdioxide (CO2) gaan bevatten van een nieuw te bouwen elektriciteitscentrale aan de Schotse kust.
SSE bespreekt momenteel de plannen om 's werelds eerste commerciële project te starten waarin CO2 van een elektriciteitscentrale onder de zeebodem wordt gepompt, in plaats van het gas in de atmosfeer uit te stoten en bij te dragen aan het broeikaseffect. Een recent rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change schat dat 45 procent van de jaarlijkse CO2 emissies (37 miljard ton) in 2050 op deze manier kan worden opgevangen. Momenteel moet de technologie zich commercieel nog bewijzen.
Ian Marchant, bestuursvoorzitter van SSE, zegt dat het demonstratieproject van 750 miljoen pond steun van de overheid nodig heeft om door te kunnen gaan. "Iedereen weet dat het mogelijk is, maar nog nooit op grote schaal uitgevoerd". De Britse overheid heeft de technologie enthousiast ontvangen, maar concrete en substantiële subsidies zijn nog onzekere.
Het Peterhead project bestaat uit het bouwen van een nieuwe centrale, naast de bestaande, met een vermogen van 475 megawatt. Dit is genoeg om ongeveer 500,000 mensen van stroom te voorzien. De centrale zal het aardgas dat als grondstof wordt aangevoerd splitsen in CO2 en waterstof. Dit laatste wordt verbrand om elektriciteit op te wekken. De CO2 wordt vervolgens ongeveer 250 kilometer uit de kust in het Miller aardgasveld gepompt, meer dan 3 kilometer onder de zeebodem.
Chemie zonder rook kan
31/05/2006 | Bron: AD
De chemische industrie moet de middeleeuwen achter zich laten, zegt prof.dr.ir. A. Stankiewicz, bijzonder hoogleraar aan de TU Delft.
Koolzaad, suikerriet en koren hebben de toekomst. Hoe het Rijnmondgebied er over een jaar of vijftig zal uitzien? Het woud aan schoorstenen zal uitgedund zijn, de glimmende kolommen en pijpen 'verpakt' in fraaie bedrijfsgebouwen.
Of olie nog steeds de voornaamste grondstof voor de (petro-)chemie zal zijn, wordt betwijfeld, zegt prof.dr.ir. A. Stankiewicz, de in augustus 2005 benoemde hoogleraar procesintensificatie aan de TU Delft.
Alle cijfers wijzen erop dat oliebronnen schaarser worden; ook de voorraad gas en kolen is niet onbeperkt. Biobrandstoffen als koolzaad, suikerriet of koren zijn de meest voor de hand liggende alternatieven, voorspelt Stankiewicz.
"Chemie speelt een dermate belangrijke rol in ons leven dat ik me afvraag of we genoeg landbouwareaal hebben om ons, naast de toekomstige voedselvoorziening, tevens voldoende te voorzien in biogrondstoffen," luidt zijn bezorgde boodschap.
Daarom blijft het zaak, vervolgt de hoogleraar, om nu te werken aan een duurzame toekomst voor de chemie: "De chemie moet sommige sinds de middeleeuwen gebruikte technieken vernieuwen." Hierbij kan gedacht worden aan toepassing van microgolven ('In de keuken hebben we een magnetron staan, waarom moet de chemicus nog in een grote pan roeren?'), licht en ultrageluid. Groot voordeel van die technologieën is dat er nog efficiënter wordt geproduceerd. Stankiewicz: "Van alle grondstoffen gaat nu gemiddeld driekwart verloren. Met een andere aanpak komt die verhouding andersom te liggen."
In diversen sectoren van de chemie wordt 'het nieuwe tijdperk' inmiddels concreet vorm gegeven. In de offshore industrie, bijvoorbeeld, is een zuiveringsinstallatie verkleind tot circa een derde. In de chemische industrie is een fabriek met 28 apparaten teruggebracht tot een fabriekje met 3 apparaten. Zowel in de chemische als farmaceutische industrie worden zogenaamde microreactoren toegepast.
Volgens de hoogleraar biedt deze ontwikkeling richting kleinschaligheid ook veel voordelen vanuit de optiek van duurzaamheid. Hij hoopt dat de overheid en de industrie onderzoek naar concrete nieuwe mogelijkheden op het gebied van procestechnologie krachtig zullen ondersteunen.
"We hebben het dan over baanbrekend onderzoek dat tijd en geld vergt en waarvan je van tevoren niet weet of je resultaat boekt. De primaire verantwoordelijkheid van ons, technologen-onderzoekers, naar de maatschappij toe, ligt niet in lange publicatielijsten en rapporten, maar in toepasbare doorbraken die haar perspectieven merkbaar zouden verbeteren."
De chemische industrie moet de middeleeuwen achter zich laten, zegt prof.dr.ir. A. Stankiewicz, bijzonder hoogleraar aan de TU Delft.
Koolzaad, suikerriet en koren hebben de toekomst. Hoe het Rijnmondgebied er over een jaar of vijftig zal uitzien? Het woud aan schoorstenen zal uitgedund zijn, de glimmende kolommen en pijpen 'verpakt' in fraaie bedrijfsgebouwen.
Of olie nog steeds de voornaamste grondstof voor de (petro-)chemie zal zijn, wordt betwijfeld, zegt prof.dr.ir. A. Stankiewicz, de in augustus 2005 benoemde hoogleraar procesintensificatie aan de TU Delft.
Alle cijfers wijzen erop dat oliebronnen schaarser worden; ook de voorraad gas en kolen is niet onbeperkt. Biobrandstoffen als koolzaad, suikerriet of koren zijn de meest voor de hand liggende alternatieven, voorspelt Stankiewicz.
"Chemie speelt een dermate belangrijke rol in ons leven dat ik me afvraag of we genoeg landbouwareaal hebben om ons, naast de toekomstige voedselvoorziening, tevens voldoende te voorzien in biogrondstoffen," luidt zijn bezorgde boodschap.
Daarom blijft het zaak, vervolgt de hoogleraar, om nu te werken aan een duurzame toekomst voor de chemie: "De chemie moet sommige sinds de middeleeuwen gebruikte technieken vernieuwen." Hierbij kan gedacht worden aan toepassing van microgolven ('In de keuken hebben we een magnetron staan, waarom moet de chemicus nog in een grote pan roeren?'), licht en ultrageluid. Groot voordeel van die technologieën is dat er nog efficiënter wordt geproduceerd. Stankiewicz: "Van alle grondstoffen gaat nu gemiddeld driekwart verloren. Met een andere aanpak komt die verhouding andersom te liggen."
In diversen sectoren van de chemie wordt 'het nieuwe tijdperk' inmiddels concreet vorm gegeven. In de offshore industrie, bijvoorbeeld, is een zuiveringsinstallatie verkleind tot circa een derde. In de chemische industrie is een fabriek met 28 apparaten teruggebracht tot een fabriekje met 3 apparaten. Zowel in de chemische als farmaceutische industrie worden zogenaamde microreactoren toegepast.
Volgens de hoogleraar biedt deze ontwikkeling richting kleinschaligheid ook veel voordelen vanuit de optiek van duurzaamheid. Hij hoopt dat de overheid en de industrie onderzoek naar concrete nieuwe mogelijkheden op het gebied van procestechnologie krachtig zullen ondersteunen.
"We hebben het dan over baanbrekend onderzoek dat tijd en geld vergt en waarvan je van tevoren niet weet of je resultaat boekt. De primaire verantwoordelijkheid van ons, technologen-onderzoekers, naar de maatschappij toe, ligt niet in lange publicatielijsten en rapporten, maar in toepasbare doorbraken die haar perspectieven merkbaar zouden verbeteren."
Ad van Wijk (Econcern): over 20 jaar is iedereen aan de duurzame energie
05/06/2006 | Bron: Energeia
De missie van Econcern is duurzame energie voor iedereen. En binnen twintig jaar kan dat streven bereikt zijn. "Dat gelooft u waarschijnlijk toch niet, maar het is echt zo", hield Econcern-topman Ad van Wijk de aanwezigen van de rondetafelconferentie over duurzame energie van Faasen & Parters in Amsterdam voor. Om vervolgens uiteen te zetten hoe hij denkt dat dat bereikt kan worden.
"De aarde bestaat voor 70% uit water en voor 30% uit land. Waarom wordt dan al onze elektriciteit op land geproduceerd?", vroeg Van Wijk. Hij ziet veel meer in energievoorziening vanaf zee, en nog duurzaam ook. "Een traditionele elektriciteitscentrale kun je bouwen op een platform boven een bijna leeg olieveld. De CO2 die wordt uitgestoten, pomp je dan in dat veld."
Is het veld vol, dan schakelt de centrale over op biomassa. En ook die kan op zee worden geproduceerd. "Bijvoorbeeld uit algen." Dat de bouw van een centrale op zee twee keer zo duur is als eenzelfde centrale op land, is volgens Van Wijk geen beletsel. "Op land is nergens plek. En bovendien heb je extra inkomsten uit de olie of gas die je uit dat veld oppompt. Dat compenseert de extra kosten ruimschoots."
Windmolenparken op zee zijn volgens Van Wijk een andere belangrijke optie. "Maar elke keer een kabel naar land maakt het duur. Bovendien is het nu al moeilijk om een plek te vinden waar we de kabel aan land kunnen laten komen, dwars door de duinen heen." Je kunt dan beter een soort ringleiding op zee aanleggen, volgens Van Wijk. "Zoals je die nu ook op land hebt. Dan heb je twee keer zo weinig kabel nodig."
Het idee lijkt op dat van het Ierse Airtricity. Dat ontvouwde vorige maand plannen voor een "Europese Supergrid". Inderdaad een vergelijkbaar plan, bevestigt Van Wijk, maar in zijn ogen veel te ambitieus. "Airtricity wil dat door heel Europa aanleggen. Wij alleen in de Noordzee." Bovendien kan het stap voor stap worden gerealiseerd, zegt Van Wijk, tegelijkertijd met bijvoorbeeld de bouw van windparken op zee.
Andere opties die Van Wijk ziet, zijn bijvoorbeeld getijde-energie en osmose. Dat is het winnen van energie op plaatsen waar zoet en zout water bij elkaar komen. Kema noemt ditzelfde principe 'blue energy'. Volgens Van Wijk is dit principe wel degelijk serieus te nemen. "Op de plek waar de Rijn in de Noordzee uitmondt kun je met osmose evenveel elektriciteit opwekken als in een waterkrachtcentrale waar het water 240 meter naar beneden stort."
Volgens berekeningen van Econcern is het mogelijk om de totale energievoorziening van alle landen rondom de Noordzee (Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk) op zee te produceren. "Dan heb je 7% van het totale oppervlakte van de Noordzee nodig. Of eigenlijk nog minder, want in een windmolenpark is niet het totale oppervlakte bezet."
Duurzame energie is een van de snelst groeiende businesses van de wereld, zegt Van Wijk, wiens Econcern binnen enkele jaren EUR 1 mrd omzet hoopt te maken (in 2005 was dit EUR 200 mln). "Er is qua duurzame energie in potentie meer dan 100.000 keer het huidige energiegebruik voor handen", is de stelling van Van Wijk. "Bijvoorbeeld een project als de gesloten kas in de tuinbouw. Tegen 2009 doet 90% van alle tuinders daaraan mee. Dat is net zo goed duurzame energie." In de kern van de zaak is het zo dat het in de zomer te warm is en in de winter te koud. "Dat is geen energieprobleem, maar een opslagprobleem", aldus Van Wijk.
De missie van Econcern is duurzame energie voor iedereen. En binnen twintig jaar kan dat streven bereikt zijn. "Dat gelooft u waarschijnlijk toch niet, maar het is echt zo", hield Econcern-topman Ad van Wijk de aanwezigen van de rondetafelconferentie over duurzame energie van Faasen & Parters in Amsterdam voor. Om vervolgens uiteen te zetten hoe hij denkt dat dat bereikt kan worden.
"De aarde bestaat voor 70% uit water en voor 30% uit land. Waarom wordt dan al onze elektriciteit op land geproduceerd?", vroeg Van Wijk. Hij ziet veel meer in energievoorziening vanaf zee, en nog duurzaam ook. "Een traditionele elektriciteitscentrale kun je bouwen op een platform boven een bijna leeg olieveld. De CO2 die wordt uitgestoten, pomp je dan in dat veld."
Is het veld vol, dan schakelt de centrale over op biomassa. En ook die kan op zee worden geproduceerd. "Bijvoorbeeld uit algen." Dat de bouw van een centrale op zee twee keer zo duur is als eenzelfde centrale op land, is volgens Van Wijk geen beletsel. "Op land is nergens plek. En bovendien heb je extra inkomsten uit de olie of gas die je uit dat veld oppompt. Dat compenseert de extra kosten ruimschoots."
Windmolenparken op zee zijn volgens Van Wijk een andere belangrijke optie. "Maar elke keer een kabel naar land maakt het duur. Bovendien is het nu al moeilijk om een plek te vinden waar we de kabel aan land kunnen laten komen, dwars door de duinen heen." Je kunt dan beter een soort ringleiding op zee aanleggen, volgens Van Wijk. "Zoals je die nu ook op land hebt. Dan heb je twee keer zo weinig kabel nodig."
Het idee lijkt op dat van het Ierse Airtricity. Dat ontvouwde vorige maand plannen voor een "Europese Supergrid". Inderdaad een vergelijkbaar plan, bevestigt Van Wijk, maar in zijn ogen veel te ambitieus. "Airtricity wil dat door heel Europa aanleggen. Wij alleen in de Noordzee." Bovendien kan het stap voor stap worden gerealiseerd, zegt Van Wijk, tegelijkertijd met bijvoorbeeld de bouw van windparken op zee.
Andere opties die Van Wijk ziet, zijn bijvoorbeeld getijde-energie en osmose. Dat is het winnen van energie op plaatsen waar zoet en zout water bij elkaar komen. Kema noemt ditzelfde principe 'blue energy'. Volgens Van Wijk is dit principe wel degelijk serieus te nemen. "Op de plek waar de Rijn in de Noordzee uitmondt kun je met osmose evenveel elektriciteit opwekken als in een waterkrachtcentrale waar het water 240 meter naar beneden stort."
Volgens berekeningen van Econcern is het mogelijk om de totale energievoorziening van alle landen rondom de Noordzee (Groot-Brittannië, Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Nederland, België en Frankrijk) op zee te produceren. "Dan heb je 7% van het totale oppervlakte van de Noordzee nodig. Of eigenlijk nog minder, want in een windmolenpark is niet het totale oppervlakte bezet."
Duurzame energie is een van de snelst groeiende businesses van de wereld, zegt Van Wijk, wiens Econcern binnen enkele jaren EUR 1 mrd omzet hoopt te maken (in 2005 was dit EUR 200 mln). "Er is qua duurzame energie in potentie meer dan 100.000 keer het huidige energiegebruik voor handen", is de stelling van Van Wijk. "Bijvoorbeeld een project als de gesloten kas in de tuinbouw. Tegen 2009 doet 90% van alle tuinders daaraan mee. Dat is net zo goed duurzame energie." In de kern van de zaak is het zo dat het in de zomer te warm is en in de winter te koud. "Dat is geen energieprobleem, maar een opslagprobleem", aldus Van Wijk.
Kinderkamer verbruikt jaarlijks voor 54 euro elektriciteit
06/06/2006 | Bron: BELGA
De elektrische toestellen in een kinderkamer verbruiken jaarlijks gemiddeld 54 euro aan elektriciteit. Zo heeft de helft van de kinderen tussen 6 en 12 jaar een televisie op zijn kamer die gemiddeld 28 euro verbruikt, blijkt uit een onderzoek van Nuon Nederland naar het energiebewustzijn van kinderen. Nuon België maakte de resultaten van het onderzoek dinsdag bekend naar aanleiding van de voorstelling van het lessenpakket "Natuurlijk Energie". Dat wil kinderen aanzetten duurzamer met energie om te springen door hen bijvoorbeeld te leren alle elektrische toestellen in hun kamer volledig uit te zetten.
De stroomleverancier lanceert het educatieve en multimediale project volgend schooljaar voor kinderen tussen 4 en 12 jaar. Alle Vlaamse kleuter- en basisscholen kunnen één van de duizend pakketten aanvragen via de website van Nuon of de themabundel van het MOS (Milieuzorg op School). Voor wie thuis wil werken rond het thema is er de website www.natuurlijkenergie.be. Natuurlijk Energie, dat steun krijgt van de Vlaamse regering, maakt net als de energiedoos van het WWF en de Lesbrief Energie van Green Belgium deel uit van de leermiddelen voor het thema energie. Vlaams minister van Energie Kris Peeters lanceerde het pakket dinsdag in de basis- en kleuterschool De Leertuin in Meise.
Nuon peilde vorig jaar bij 422 Nederlandse kinderen tussen 6 en 12 jaar naar hun energiebewustzijn. Uit de resultaten blijkt dat kinderkamers multimediaal zijn. Zes op de tien hebben een radio, de helft heeft een tv en 38 procent een pc en/of een spelcomputer. Op een vijfde van de kamers staat een dvd-speler. Samen verbruiken ze 54 euro. Jongens hebben iets meer elektronica dan meisjes en het aantal toestellen neemt toe met de leeftijd.
Volgens het onderzoek zijn kinderen wel energiebewust, maar houden ze daar in hun gedrag niet noodzakelijk rekening mee. Zo zet de helft slechts af en toe of nooit de elektrische toestellen helemaal uit. Vier op de tien ondervraagde kinderen vragen om de verwarming hoger te zetten als ze koud hebben, terwijl hetzelfde aantal een trui aantrekt.
Nuon besluit dat kinderen vooral op school leren over hoe duurzaam om te springen met energie, maar dat hun gedrag sterk samenhangt met dat van de ouders.
De elektrische toestellen in een kinderkamer verbruiken jaarlijks gemiddeld 54 euro aan elektriciteit. Zo heeft de helft van de kinderen tussen 6 en 12 jaar een televisie op zijn kamer die gemiddeld 28 euro verbruikt, blijkt uit een onderzoek van Nuon Nederland naar het energiebewustzijn van kinderen. Nuon België maakte de resultaten van het onderzoek dinsdag bekend naar aanleiding van de voorstelling van het lessenpakket "Natuurlijk Energie". Dat wil kinderen aanzetten duurzamer met energie om te springen door hen bijvoorbeeld te leren alle elektrische toestellen in hun kamer volledig uit te zetten.
De stroomleverancier lanceert het educatieve en multimediale project volgend schooljaar voor kinderen tussen 4 en 12 jaar. Alle Vlaamse kleuter- en basisscholen kunnen één van de duizend pakketten aanvragen via de website van Nuon of de themabundel van het MOS (Milieuzorg op School). Voor wie thuis wil werken rond het thema is er de website www.natuurlijkenergie.be. Natuurlijk Energie, dat steun krijgt van de Vlaamse regering, maakt net als de energiedoos van het WWF en de Lesbrief Energie van Green Belgium deel uit van de leermiddelen voor het thema energie. Vlaams minister van Energie Kris Peeters lanceerde het pakket dinsdag in de basis- en kleuterschool De Leertuin in Meise.
Nuon peilde vorig jaar bij 422 Nederlandse kinderen tussen 6 en 12 jaar naar hun energiebewustzijn. Uit de resultaten blijkt dat kinderkamers multimediaal zijn. Zes op de tien hebben een radio, de helft heeft een tv en 38 procent een pc en/of een spelcomputer. Op een vijfde van de kamers staat een dvd-speler. Samen verbruiken ze 54 euro. Jongens hebben iets meer elektronica dan meisjes en het aantal toestellen neemt toe met de leeftijd.
Volgens het onderzoek zijn kinderen wel energiebewust, maar houden ze daar in hun gedrag niet noodzakelijk rekening mee. Zo zet de helft slechts af en toe of nooit de elektrische toestellen helemaal uit. Vier op de tien ondervraagde kinderen vragen om de verwarming hoger te zetten als ze koud hebben, terwijl hetzelfde aantal een trui aantrekt.
Nuon besluit dat kinderen vooral op school leren over hoe duurzaam om te springen met energie, maar dat hun gedrag sterk samenhangt met dat van de ouders.
Grote ontwikkelingslanden morsen met energie
Stephen Leahy | Bron: IPS
China, India en Brazilië zouden een kwart minder vervuilen als ze efficiënte energietechnologie gingen gebruiken
BROOKLIN, 31 mei (IPS) - China, India en Brazilië kunnen hun energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen met een kwart verminderen als ze overschakelen op efficiëntere energietechnologie. Dat zeggen de Wereldbank en Milieuprogramma van de VN (UNEP).
De drie groeilanden zijn goed op weg om 's werelds grootste vervuilers te worden. De economische groei die in China oploopt tot tien procent per jaar en de vooral in Brazilië en India nog fors toenemende bevolking doet de uitstoot van broeikasgassen er razend snel stijgen.
"We bevinden ons in een uitzonderlijke situatie. In een generatie tijd zal het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen verdubbelen in die drie landen", zegt Robert Taylor, energiespecialist van de Wereldbank. Volgens een internationaal rapport van de Wereldbank en het UNEP zal China tegen 2020 al meer broeikasgassen produceren dan de VS.
Maar volgens experts is het nog niet te laat. Investeren in hernieuwbare energiebronnen is één oplossing. De drie landen hebben daar al een begin mee gemaakt. China en India geven onder de ontwikkelingslanden de toon aan op het vlak van windenergie; Brazilië haalt veel energie uit waterkracht en is ook een voorloper voor wat biobrandstoffen betreft.
Gelijkaardige investeringen zijn dringend nodig om de energie-efficiëntie te bevorderen, zegt Jeremy Levin van de Wereldbank. "Duurzaam energiegebruik is de goedkoopste en makkelijkste manier om veel energieproblemen op te lossen. Je gaat er ook de klimaatverandering mee tegen en moedigt economische investeringen aan", vindt zijn collega Taylor.
De overheid en de privé-bedrijven in de drie landen kunnen onder meer investeren in spaarlampen of systemen die warmte recycleren. Lokale banken zijn het best geplaatst om voor de nodige leningen zorgen. Hier wringt echter het schoentje. "De banken in de drie landen zijn zeer conservatief ingesteld en staan zeer weigerachtig tegenover investeringen in nieuwe sectoren", zegt Mark Radka, hoofd van de energieafdeling van het UNEP. "Nochtans betalen energie-efficiënte maatregelen zichzelf vrij snel terug, de 'return on investment' ligt gemiddeld tussen de twintig en veertig procent", zegt Radka.
In 2001 lanceerde de Wereldbank in samenwerking met het UNEP het 'Drie Landen Energie Efficiëntie Project', met workshops en pilootprojecten om energie-efficiëntie in China, Brazilië en India te promoten. In het kader van het programma zijn al meer dan driehonderd concrete projecten opgestart, die samen een investering vertegenwoordigen van tweehonderd miljoen dollar.
In China zorgden die projecten neer op een daling van de CO2-uitstoot met zeven miljoen ton. In India heeft het project tot hiertoe veel minder uitgehaald. De openbare infrastructuur in India behoort tot de meest inefficiënte ter wereld. Daarom wordt nu vooral gefocust op het verbeteren van de energie-efficiëntie in scholen en ziekenhuizen.
Ook Brazilië is geen succesverhaal. De hyperinflatie die Brazilië lang teisterde, heeft de meeste banken zeer voorzichtig gemaakt. Investeren in duurzame en efficiënte energie is niet aan hen besteed. De Braziliaanse Ontwikkelingsbank heeft onlangs wel een project goedgekeurd om bedrijven te ondersteunen die energie-efficiënte maatregelen ontwikkelen en promoten.
China, India en Brazilië zouden een kwart minder vervuilen als ze efficiënte energietechnologie gingen gebruiken
BROOKLIN, 31 mei (IPS) - China, India en Brazilië kunnen hun energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen met een kwart verminderen als ze overschakelen op efficiëntere energietechnologie. Dat zeggen de Wereldbank en Milieuprogramma van de VN (UNEP).
De drie groeilanden zijn goed op weg om 's werelds grootste vervuilers te worden. De economische groei die in China oploopt tot tien procent per jaar en de vooral in Brazilië en India nog fors toenemende bevolking doet de uitstoot van broeikasgassen er razend snel stijgen.
"We bevinden ons in een uitzonderlijke situatie. In een generatie tijd zal het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen verdubbelen in die drie landen", zegt Robert Taylor, energiespecialist van de Wereldbank. Volgens een internationaal rapport van de Wereldbank en het UNEP zal China tegen 2020 al meer broeikasgassen produceren dan de VS.
Maar volgens experts is het nog niet te laat. Investeren in hernieuwbare energiebronnen is één oplossing. De drie landen hebben daar al een begin mee gemaakt. China en India geven onder de ontwikkelingslanden de toon aan op het vlak van windenergie; Brazilië haalt veel energie uit waterkracht en is ook een voorloper voor wat biobrandstoffen betreft.
Gelijkaardige investeringen zijn dringend nodig om de energie-efficiëntie te bevorderen, zegt Jeremy Levin van de Wereldbank. "Duurzaam energiegebruik is de goedkoopste en makkelijkste manier om veel energieproblemen op te lossen. Je gaat er ook de klimaatverandering mee tegen en moedigt economische investeringen aan", vindt zijn collega Taylor.
De overheid en de privé-bedrijven in de drie landen kunnen onder meer investeren in spaarlampen of systemen die warmte recycleren. Lokale banken zijn het best geplaatst om voor de nodige leningen zorgen. Hier wringt echter het schoentje. "De banken in de drie landen zijn zeer conservatief ingesteld en staan zeer weigerachtig tegenover investeringen in nieuwe sectoren", zegt Mark Radka, hoofd van de energieafdeling van het UNEP. "Nochtans betalen energie-efficiënte maatregelen zichzelf vrij snel terug, de 'return on investment' ligt gemiddeld tussen de twintig en veertig procent", zegt Radka.
In 2001 lanceerde de Wereldbank in samenwerking met het UNEP het 'Drie Landen Energie Efficiëntie Project', met workshops en pilootprojecten om energie-efficiëntie in China, Brazilië en India te promoten. In het kader van het programma zijn al meer dan driehonderd concrete projecten opgestart, die samen een investering vertegenwoordigen van tweehonderd miljoen dollar.
In China zorgden die projecten neer op een daling van de CO2-uitstoot met zeven miljoen ton. In India heeft het project tot hiertoe veel minder uitgehaald. De openbare infrastructuur in India behoort tot de meest inefficiënte ter wereld. Daarom wordt nu vooral gefocust op het verbeteren van de energie-efficiëntie in scholen en ziekenhuizen.
Ook Brazilië is geen succesverhaal. De hyperinflatie die Brazilië lang teisterde, heeft de meeste banken zeer voorzichtig gemaakt. Investeren in duurzame en efficiënte energie is niet aan hen besteed. De Braziliaanse Ontwikkelingsbank heeft onlangs wel een project goedgekeurd om bedrijven te ondersteunen die energie-efficiënte maatregelen ontwikkelen en promoten.
Pilootproject energiewinning in Surice
02/06/2006 | Bron: BELGA
In Surice is vrijdagmorgen de eerste Belgische installatie die biomethanisatie combineert met co-generatie, ingehuldigd in aanwezigheid van Waals minister van Transport, André Antoine. Het project is gericht op het winnen van elektrische energie (via biomethanisatie) en warmte (via co-generatie) aan de hand van afvalwater uit de veeteelt.
Het project, in handen van de vzw La Surizée, heeft een totaal kostenplaatje van 750.000 euro. Het Waalse gewest en de EU nemen een groot deel van de financiering voor hun rekening in het kader van de Europese structuurfondsen Objectief II.
Het afvalwater van de veeteelt stroomt van vier plaatselijke landbouwexploitaties naar de installatie en wordt opgevangen in hermetisch gesloten vaten. Volgens het principe van de biomethanisatie vindt een transformatie plaats van water in
elektrische energie, die nadien ingezet wordt in het distributienetwerk.
Tegelijkertijd recupereert de installatie via co-generatie de resterende warmte-energie om zo zestien plaatselijke woningen te verwarmen. Juist dat aspect is innoverend aan het project. De installatie zou over enkele dagen op volle toeren moeten draaien.
In Surice is vrijdagmorgen de eerste Belgische installatie die biomethanisatie combineert met co-generatie, ingehuldigd in aanwezigheid van Waals minister van Transport, André Antoine. Het project is gericht op het winnen van elektrische energie (via biomethanisatie) en warmte (via co-generatie) aan de hand van afvalwater uit de veeteelt.
Het project, in handen van de vzw La Surizée, heeft een totaal kostenplaatje van 750.000 euro. Het Waalse gewest en de EU nemen een groot deel van de financiering voor hun rekening in het kader van de Europese structuurfondsen Objectief II.
Het afvalwater van de veeteelt stroomt van vier plaatselijke landbouwexploitaties naar de installatie en wordt opgevangen in hermetisch gesloten vaten. Volgens het principe van de biomethanisatie vindt een transformatie plaats van water in
elektrische energie, die nadien ingezet wordt in het distributienetwerk.
Tegelijkertijd recupereert de installatie via co-generatie de resterende warmte-energie om zo zestien plaatselijke woningen te verwarmen. Juist dat aspect is innoverend aan het project. De installatie zou over enkele dagen op volle toeren moeten draaien.
FP7: MEPs show support for energy R&D
The Parliament's industry committee's report on FP7 reshuffles the programmes internal budget allocation. MEPs give priority to R&D on nuclear and other energy sectors, while cutting support for regional clusters and SMEs by 48%.
:: meer lezen
:: meer lezen
Hernieuwbare energie: de Europese Commissie schuldig aan inconsequentie!
01/06/2006 | Bron: Alter Business New
De goede voornemens die de Commissie tijdens de Strategie van Lissabon aankondigde, blijken niet door concrete acties te worden ondersteund.
Het Europese budget voor onderzoek naar hernieuwbare energie is sedert 2002 gedaald van 275 naar 215 miljoen euro.
EUREC en EREC roepen de Commissie op om de daad bij het woord te voegen.
:: meer lezen
De goede voornemens die de Commissie tijdens de Strategie van Lissabon aankondigde, blijken niet door concrete acties te worden ondersteund.
Het Europese budget voor onderzoek naar hernieuwbare energie is sedert 2002 gedaald van 275 naar 215 miljoen euro.
EUREC en EREC roepen de Commissie op om de daad bij het woord te voegen.
:: meer lezen
The power sector is the biggest climate polluter. A strong European ETS could reduce CO2 emissions significantly
07/06/2006 | Bron: WWF-persbericht
The European Emission Trading Scheme (EU ETS) will not be responsible for major job losses or for a reduction of EU competitiveness, says a new report commissioned by WWF. Compared to other policy instruments to achieve Kyoto compliance, the EU ETS – Europe’s key instrument to tackle climate change – is the cheapest option and can have positive effects on competitiveness.
:: meer lezen
The European Emission Trading Scheme (EU ETS) will not be responsible for major job losses or for a reduction of EU competitiveness, says a new report commissioned by WWF. Compared to other policy instruments to achieve Kyoto compliance, the EU ETS – Europe’s key instrument to tackle climate change – is the cheapest option and can have positive effects on competitiveness.
:: meer lezen
EU urged to face up to foreign energy policy challenge
The Commission and Javier Solana have issued a joint paper proposing immediate actions that would allow EU nations to handle the growing dependence on foreign energy suppliers such as Russia.
:: meer lezen
:: meer lezen
Report spells out investors' needs for EU energy policy
A new report by Ernst & Young identifies corporate requirements to carry out the large-scale infrastructure programmes needed to diversify Europe's energy mix and bring forward alternatives to gas.
:: meer lezen
:: meer lezen
01 juni 2006
VREG: 18 m. euro boetes wegens geen groenestroom- en WKK-certificaten
23/05/2006 | Bron: BELGA
De Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteit- en Gasmarkt (VREG) heeft voor 18 miljoen euro boetes uitgeschreven voor het niet behalen vorig jaar van certificaten voor groene stroom en warmtekracht. Dat is gezegd naar aanleiding van het jaarverslag 2005 van de VREG.
Energieleveranciers moeten een minimum aan groene stroom aankopen. Ze kunnen dit doen door zelf elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te produceren, of door de aankoop van groenestroomcertificaten van producenten die dit doen. Doen ze dat niet, dan krijgen ze boetes. Jaarlijks is ook een doelstelling vooropgesteld. Vorig jaar was het de bedoeling groenestroomcertificaten in te leveren goed voor 2,5 pct van de elektriciteitsleveringen.
In 2005 ging het aantal uitgereikte groenestroomcertificaten in stijgende lijn. Met andere woorden: er werd meer groene stroom geproduceerd. De doelstelling van 2005 werd zo goed als bereikt (97 pct). Er waren zelfs meer certificaten op de markt dan moest ingeleverd worden. Toch werden nog een aantal boetes uitgeschreven, voor zowat 4 miljoen euro. Het jaar daarvoor was dat zo'n 25 miljoen euro.
In 2005 kwam daar het systeem van warmtekrachtcertificaten bij.
Het systeem is hetzelfde als bij groene stroom, maar geldt voor warmtekrachtinstallaties (gezamenlijke productie van elektriciteit en warmte). Hier werd de doelstelling voor 43 pct bereikt. Eén nieuwe installatie kan echter al volstaan om de situatie te keren.
Er werden voor zowat 14 miljoen euro boetes uitgeschreven. In totaal gaat het dus om circa 18 miljoen euro aan boetes.
Uit het jaarverslag blijkt nog -zoals eerder door de VREG gemeld- dat er een stagnatie is op de markt wat betreft het aantal vrijgemaakte klanten. Het marktaandeel van de nieuwe leveranciers is zo'n 12 pct. Tachtig pct van de huishoudelijke afnemers sloot een contract. het marktaandeel van de standaardleveranciers is zo'n 85 pct.
Ook blijkt dat de liberalisering drukt op de prijs. Zonder de liberalisering zou de Vlaamse consument zo'n 15 pct meer betalen. Alhoewel op de aardgadsmarkt de prijzen forser stegen, blijft er in Vlaanderen een prijsvoordeel.
Wat de bedrijven betreft, deden de grotere bedrijven sinds de liberalisering serieuze winsten op hun energiefactuur. Diezelfde bedrijven zien wel de factuur sneller stijgen bij internationale prijsstijgingen.
De Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteit- en Gasmarkt (VREG) heeft voor 18 miljoen euro boetes uitgeschreven voor het niet behalen vorig jaar van certificaten voor groene stroom en warmtekracht. Dat is gezegd naar aanleiding van het jaarverslag 2005 van de VREG.
Energieleveranciers moeten een minimum aan groene stroom aankopen. Ze kunnen dit doen door zelf elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen te produceren, of door de aankoop van groenestroomcertificaten van producenten die dit doen. Doen ze dat niet, dan krijgen ze boetes. Jaarlijks is ook een doelstelling vooropgesteld. Vorig jaar was het de bedoeling groenestroomcertificaten in te leveren goed voor 2,5 pct van de elektriciteitsleveringen.
In 2005 ging het aantal uitgereikte groenestroomcertificaten in stijgende lijn. Met andere woorden: er werd meer groene stroom geproduceerd. De doelstelling van 2005 werd zo goed als bereikt (97 pct). Er waren zelfs meer certificaten op de markt dan moest ingeleverd worden. Toch werden nog een aantal boetes uitgeschreven, voor zowat 4 miljoen euro. Het jaar daarvoor was dat zo'n 25 miljoen euro.
In 2005 kwam daar het systeem van warmtekrachtcertificaten bij.
Het systeem is hetzelfde als bij groene stroom, maar geldt voor warmtekrachtinstallaties (gezamenlijke productie van elektriciteit en warmte). Hier werd de doelstelling voor 43 pct bereikt. Eén nieuwe installatie kan echter al volstaan om de situatie te keren.
Er werden voor zowat 14 miljoen euro boetes uitgeschreven. In totaal gaat het dus om circa 18 miljoen euro aan boetes.
Uit het jaarverslag blijkt nog -zoals eerder door de VREG gemeld- dat er een stagnatie is op de markt wat betreft het aantal vrijgemaakte klanten. Het marktaandeel van de nieuwe leveranciers is zo'n 12 pct. Tachtig pct van de huishoudelijke afnemers sloot een contract. het marktaandeel van de standaardleveranciers is zo'n 85 pct.
Ook blijkt dat de liberalisering drukt op de prijs. Zonder de liberalisering zou de Vlaamse consument zo'n 15 pct meer betalen. Alhoewel op de aardgadsmarkt de prijzen forser stegen, blijft er in Vlaanderen een prijsvoordeel.
Wat de bedrijven betreft, deden de grotere bedrijven sinds de liberalisering serieuze winsten op hun energiefactuur. Diezelfde bedrijven zien wel de factuur sneller stijgen bij internationale prijsstijgingen.
Kwart Vlaamse scholen heeft al energieboekhouding aangevraagd
01/06/2006 | Bron: BELGA
Al 1.170 Vlaamse scholen, of zowat één school op vier, hebben aan hun energieleverancier gevraagd om een energieboekhouding op te starten, deelt onderwijsminister Frank Vandenbroucke mee. Scholen die hun aanvraag voor 30 september indienen, moeten daarvoor niets betalen. Daarna moeten ze zelf ongeveer 500 euro opstartkosten dragen. De latere opvolging door de netbeheerder blijft gratis.
De gratis energieboekhouding maakt deel uit van de campagne voor rationeel energiegebruik (REG) in de scholen die Vandenbroucke begin dit jaar lanceerde. In het kader van de campagne hebben zich intussen ook al 400 scholen aangemeld voor een energie-audit en hebben 156 scholen een subsidie voor de installatie van een stookolieteller aangevraagd.
Om directies, technische diensten, gebouwverantwoordelijken, leerkrachten en leerlingen te helpen bij het besparen van energie, heeft minister Vandenbroucke de scholen opgeroepen om vanaf dit jaar minstens maandelijks alle meterstanden van elektriciteit, aardgas, stookolie en water te registreren. Met deze gegevens zullen scholen via een softwarepakket hun energieverbruik kunnen spiegelen aan dat van andere scholen van ongeveer dezelfde omvang. Dit jaar is ook 10 miljoen euro extra voorzien om energievriendelijke investeringen van scholen te ondersteunen.
Al 1.170 Vlaamse scholen, of zowat één school op vier, hebben aan hun energieleverancier gevraagd om een energieboekhouding op te starten, deelt onderwijsminister Frank Vandenbroucke mee. Scholen die hun aanvraag voor 30 september indienen, moeten daarvoor niets betalen. Daarna moeten ze zelf ongeveer 500 euro opstartkosten dragen. De latere opvolging door de netbeheerder blijft gratis.
De gratis energieboekhouding maakt deel uit van de campagne voor rationeel energiegebruik (REG) in de scholen die Vandenbroucke begin dit jaar lanceerde. In het kader van de campagne hebben zich intussen ook al 400 scholen aangemeld voor een energie-audit en hebben 156 scholen een subsidie voor de installatie van een stookolieteller aangevraagd.
Om directies, technische diensten, gebouwverantwoordelijken, leerkrachten en leerlingen te helpen bij het besparen van energie, heeft minister Vandenbroucke de scholen opgeroepen om vanaf dit jaar minstens maandelijks alle meterstanden van elektriciteit, aardgas, stookolie en water te registreren. Met deze gegevens zullen scholen via een softwarepakket hun energieverbruik kunnen spiegelen aan dat van andere scholen van ongeveer dezelfde omvang. Dit jaar is ook 10 miljoen euro extra voorzien om energievriendelijke investeringen van scholen te ondersteunen.
Tiense suikerfabriek ontvouwt bio-ethanolplannen
31/05/2006 | Bron: Belga
De Tiense Suikerraffinaderij en moedermaatschappij Südzucker gaan in Wanze bij Hoei een bio-ethanolfabriek bouwen. "BioWanze" zal per jaar 300.000 m3 ethanol produceren uit tarwe en suikerbieten. Dat heeft topman Thomas Hubbuch woensdag aangekondigd op een persconferentie.
De nieuwe fabriek kost 245 miljoen euro en komt naast de bestaande suikerraffinaderij in Wanze. Jaarlijks zal de fabriek meer dan een miljoen ton suikerbieten en tarwe verwerken tot ethanol. De suikerbieten worden volledig door Belgische boeren geleverd, de tarwe wordt gedeeltelijk geïmporteerd uit de buurlanden.
"De site in Wanze is ideaal voor de productie van ethanol omdat ze zich in het hart van de Belgische tarwe- en bietenteelt bevindt.", zegt Thomas Hubbuch. "Bovendien kunnen we gebruik maken van de nabijgelegen Maas en de spoorlijn voor het transport." Uniek aan de fabriek is dat het overschot van het graan wordt verbrand in een eigen elektrische centrale. Op die manier kan BioWanze een groot deel van zijn elektriciteit en verwarming zelf opwekken.
Tegen eind 2007 moet de fabriek operationeel zijn. Ze zorgt voor minimum honderd nieuwe banen bij Tienen zelf en een veelvoud aan indirecte jobs in de landbouw en bij transportfirma's. Voorwaarde is wel dat BioWanze een voldoende jaarlijks volume krijgt toegekend binnen de nationale aanbesteding van bio-ethanol. De productie van biologische brandstoffen wordt door de overheid toegewezen aan de producenten. Om rendabel te zijn moet BioWanze minimum 125.000m3 bio-ethanol per jaar produceren. Dat zou, volgens de nieuwe overheidsquota, geen probleem meer mogen opleveren. De rest van de productie in Wanze wordt geëxporteerd.
Binnenkort moeten in ons land alle fossiele brandstoffen worden gemengd met biobrandstoffen. Dat is ofwel biodiesel ofwel bio-ethanol. De regering nam die beslissing om de schadelijke uitstoot te verminderen en om de energie-afhankelijkheid van ons land te verminderen. De invoering van biobrandstoffen is een belangrijke stap om de Kyoto-norm te halen.
De Tiense Suikerraffinaderij en moedermaatschappij Südzucker gaan in Wanze bij Hoei een bio-ethanolfabriek bouwen. "BioWanze" zal per jaar 300.000 m3 ethanol produceren uit tarwe en suikerbieten. Dat heeft topman Thomas Hubbuch woensdag aangekondigd op een persconferentie.
De nieuwe fabriek kost 245 miljoen euro en komt naast de bestaande suikerraffinaderij in Wanze. Jaarlijks zal de fabriek meer dan een miljoen ton suikerbieten en tarwe verwerken tot ethanol. De suikerbieten worden volledig door Belgische boeren geleverd, de tarwe wordt gedeeltelijk geïmporteerd uit de buurlanden.
"De site in Wanze is ideaal voor de productie van ethanol omdat ze zich in het hart van de Belgische tarwe- en bietenteelt bevindt.", zegt Thomas Hubbuch. "Bovendien kunnen we gebruik maken van de nabijgelegen Maas en de spoorlijn voor het transport." Uniek aan de fabriek is dat het overschot van het graan wordt verbrand in een eigen elektrische centrale. Op die manier kan BioWanze een groot deel van zijn elektriciteit en verwarming zelf opwekken.
Tegen eind 2007 moet de fabriek operationeel zijn. Ze zorgt voor minimum honderd nieuwe banen bij Tienen zelf en een veelvoud aan indirecte jobs in de landbouw en bij transportfirma's. Voorwaarde is wel dat BioWanze een voldoende jaarlijks volume krijgt toegekend binnen de nationale aanbesteding van bio-ethanol. De productie van biologische brandstoffen wordt door de overheid toegewezen aan de producenten. Om rendabel te zijn moet BioWanze minimum 125.000m3 bio-ethanol per jaar produceren. Dat zou, volgens de nieuwe overheidsquota, geen probleem meer mogen opleveren. De rest van de productie in Wanze wordt geëxporteerd.
Binnenkort moeten in ons land alle fossiele brandstoffen worden gemengd met biobrandstoffen. Dat is ofwel biodiesel ofwel bio-ethanol. De regering nam die beslissing om de schadelijke uitstoot te verminderen en om de energie-afhankelijkheid van ons land te verminderen. De invoering van biobrandstoffen is een belangrijke stap om de Kyoto-norm te halen.
"Brazilië lonkt niet naar wereldmarkt bio-ethanol"
31/05/2006 | Bron: Agrarisch Dagblad
Brazilië kan en wil de wereldmarkt niet overspoelen met bio-ethanol. Het product is eerst en vooral nodig voor de eigen Braziliaanse behoefte aan autobrandstof. Dat zei economisch adviseur Carlos Cozendey uit naam van de Braziliaanse overheid tijdens een hoorzitting van het Europees Parlement over de onderhandelingen in verband met een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse landen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.
Een belangrijk laatste struikelblok in de onderhandelingen is de verdere vrijmaking van de agrarische handel. De Zuid-Amerikaanse landen verwijten Europa daarbij niet genoeg toegevingen te willen doen op landbouwgebied. In dat licht waren de uitlatingen van Cozendey een opmerkelijk geluid. Europa wil bepaalde producten, zoals suiker, voorlopig wel blijven beschermen tegen goedkope import. Dit omdat de suikersector net in een belangrijke hervormingsfase zit.
"We hebben echter wel een royaal aanbod aan Brazilië gedaan voor markttoegang voor bio-ethanol", zei ambtenaar Anna Jonsson van het Europees directoraat-generaal voor de landbouw. Brazilië heeft hier echter niet veel behoefte aan, zo liet Cozendey weten. Hij stelde dat het belangrijk is dat de EU zijn eigen bio-ethanolindustrie opzet, zoveel mogelijk in de eigen behoefte voorziet en ook zijn eigen markt beschermt.
Brazilië kan en wil de wereldmarkt niet overspoelen met bio-ethanol. Het product is eerst en vooral nodig voor de eigen Braziliaanse behoefte aan autobrandstof. Dat zei economisch adviseur Carlos Cozendey uit naam van de Braziliaanse overheid tijdens een hoorzitting van het Europees Parlement over de onderhandelingen in verband met een vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse landen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay.
Een belangrijk laatste struikelblok in de onderhandelingen is de verdere vrijmaking van de agrarische handel. De Zuid-Amerikaanse landen verwijten Europa daarbij niet genoeg toegevingen te willen doen op landbouwgebied. In dat licht waren de uitlatingen van Cozendey een opmerkelijk geluid. Europa wil bepaalde producten, zoals suiker, voorlopig wel blijven beschermen tegen goedkope import. Dit omdat de suikersector net in een belangrijke hervormingsfase zit.
"We hebben echter wel een royaal aanbod aan Brazilië gedaan voor markttoegang voor bio-ethanol", zei ambtenaar Anna Jonsson van het Europees directoraat-generaal voor de landbouw. Brazilië heeft hier echter niet veel behoefte aan, zo liet Cozendey weten. Hij stelde dat het belangrijk is dat de EU zijn eigen bio-ethanolindustrie opzet, zoveel mogelijk in de eigen behoefte voorziet en ook zijn eigen markt beschermt.
Zapatero confirms the commitment to phase out nuclear energy in Spain
31 mei 2006 | Bron: persmededeling Greenpeace
In the annual Debate in the Spanish Parliament about the State of the Nation
The nuclear industry is the great defeated: the Government has not echoed any of his absurd proposals
Greenpeace celebrates that the president of Government, José Luis Rodríguez Zapatero, has confirmed in the Debate of State of the Nation that the Government maintains his commitment, gathered in the electoral program of the PSOE and in the speech of investiture, to leave the nuclear energy in Spain and its announcement to make specific it so before this legislature finalizes, as environmental NGOs called for.
In fact, on the past 20 of May, the practical totality of the antinuclear groups of the Spanish State met in Madrid to write up a manifesto by means of which they asked to President Zapatero and the PSOE to fulfill the commitment to leave the nuclear energy in Spain starting, in this same legislature, the engaged plan for closing all the nuclear power stations. This plan has to start with the nuclear station of Santa María de Garoña (Burgos, Spain), the only power station in Spain still remaining of the so called “first generation” that is in a burden state of security.
Greenepace also celebrates the enormous setback suffered by the lobby of the nuclear industry in this Debate of the State of the Nation: the Government has not made preopposed echo of its absurd proposals. It's important to remember that the Forum of the Spanish Nuclear Industry, the organization who groups and defends the interests of the companies of the nuclear sector, raised the necessity to construct 10 new power stations in Spain and to prolong several decades the life of the 8 existing power stations, in spite of its problems of security.
“The debate about the benefit of betting or not on the nuclear energy ended with the overwhelming victory of the truely clean energies: renewable energies and the energy efficiency. The nuclear industry has left clearly defeated, in spite of all the pressure that has made in these last months” declared Juan López de Uralde, Greenpeace Spain Executve Director.
“We congratulated President Zapatero to have assumed that clean energies must be the base of the power model that demands our society and that they are the keys of a sustainable and competitive economy”, stated Carlos Bravo, Nuclear energy campainer at Greenpeace Spain.
Another important aspect that Greenepace emphasizes about the intervention of Zapatero in Debate of the State of the Nation is that he recognizes that will not be possible to solve the problem of the management of the radioactive waste generated by the nuclear stations without a wide social consensus that must incorporate the environmental NGOs.
It is possible to leave the nuclear energy in Spain in a progressive but urgent way, from a power and economic point of view. More over it is desirable from the point of view of the security and the environmental and health protection. It is mainly a question of political will.
President Zapatero has declared to have that will. In effect, the PSOE and its General Secretary, José Luis Rodríguez Zapatero, gained the general elections of the 14 of March of 2004 thanks - between other elements - to a series of promises as the one to close the nuclear power stations in a progressive way and to replace its power contribution by “cleaner, safer and less expensive energies”, as says its electoral program to General Elections 2004 and as it is reflexed in the Programmatic Agreement between PSOE and the Green party.
This electoral commitment is, in addition, a Government commitment because the same President Zapatero reaffirmed it in his speech of investiture in the presence of the Congress of the Deputies and in the speech at the Presidency of Government on 16 February 2005 to celebrate the coming into force of the Kyoto Protocol, as well as in the Debate of State of the Nation of May 2005.
“The announcement of President Zapatero in the Debate of the State of the Nation has been coherent with the things previously expressed by him. Now he musts pass to the facts without no more delay”, added Bravo.
In the annual Debate in the Spanish Parliament about the State of the Nation
The nuclear industry is the great defeated: the Government has not echoed any of his absurd proposals
Greenpeace celebrates that the president of Government, José Luis Rodríguez Zapatero, has confirmed in the Debate of State of the Nation that the Government maintains his commitment, gathered in the electoral program of the PSOE and in the speech of investiture, to leave the nuclear energy in Spain and its announcement to make specific it so before this legislature finalizes, as environmental NGOs called for.
In fact, on the past 20 of May, the practical totality of the antinuclear groups of the Spanish State met in Madrid to write up a manifesto by means of which they asked to President Zapatero and the PSOE to fulfill the commitment to leave the nuclear energy in Spain starting, in this same legislature, the engaged plan for closing all the nuclear power stations. This plan has to start with the nuclear station of Santa María de Garoña (Burgos, Spain), the only power station in Spain still remaining of the so called “first generation” that is in a burden state of security.
Greenepace also celebrates the enormous setback suffered by the lobby of the nuclear industry in this Debate of the State of the Nation: the Government has not made preopposed echo of its absurd proposals. It's important to remember that the Forum of the Spanish Nuclear Industry, the organization who groups and defends the interests of the companies of the nuclear sector, raised the necessity to construct 10 new power stations in Spain and to prolong several decades the life of the 8 existing power stations, in spite of its problems of security.
“The debate about the benefit of betting or not on the nuclear energy ended with the overwhelming victory of the truely clean energies: renewable energies and the energy efficiency. The nuclear industry has left clearly defeated, in spite of all the pressure that has made in these last months” declared Juan López de Uralde, Greenpeace Spain Executve Director.
“We congratulated President Zapatero to have assumed that clean energies must be the base of the power model that demands our society and that they are the keys of a sustainable and competitive economy”, stated Carlos Bravo, Nuclear energy campainer at Greenpeace Spain.
Another important aspect that Greenepace emphasizes about the intervention of Zapatero in Debate of the State of the Nation is that he recognizes that will not be possible to solve the problem of the management of the radioactive waste generated by the nuclear stations without a wide social consensus that must incorporate the environmental NGOs.
It is possible to leave the nuclear energy in Spain in a progressive but urgent way, from a power and economic point of view. More over it is desirable from the point of view of the security and the environmental and health protection. It is mainly a question of political will.
President Zapatero has declared to have that will. In effect, the PSOE and its General Secretary, José Luis Rodríguez Zapatero, gained the general elections of the 14 of March of 2004 thanks - between other elements - to a series of promises as the one to close the nuclear power stations in a progressive way and to replace its power contribution by “cleaner, safer and less expensive energies”, as says its electoral program to General Elections 2004 and as it is reflexed in the Programmatic Agreement between PSOE and the Green party.
This electoral commitment is, in addition, a Government commitment because the same President Zapatero reaffirmed it in his speech of investiture in the presence of the Congress of the Deputies and in the speech at the Presidency of Government on 16 February 2005 to celebrate the coming into force of the Kyoto Protocol, as well as in the Debate of State of the Nation of May 2005.
“The announcement of President Zapatero in the Debate of the State of the Nation has been coherent with the things previously expressed by him. Now he musts pass to the facts without no more delay”, added Bravo.
30 mei 2006
Belg verbruikt 32 procent elektriciteit te veel
Bron: De Standaard
De Belgische gezinnen behoren tot de grootste energieverbruikers van Europa. Door enkele kleine aanpassingen kan gemiddeld 32 procent worden bespaard op de elektriciteitsrekening. Dat blijkt uit een onderzoek van de Université Catholique de Louvain (UCL) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).
Enkel in Spanje, Portugal en Italië is de isolatie van woningen nog slechter dan in België. De inwoners van ons land zijn bovendien niet bezorgd om de impact van hun energieverbruik op het milieu. Volgens de onderzoekers van de UCL en de VITO moet de overheid dringend op een andere manier over energiebesparing communiceren en zelf het goede voorbeeld geven.
De Belgische gezinnen behoren tot de grootste energieverbruikers van Europa. Door enkele kleine aanpassingen kan gemiddeld 32 procent worden bespaard op de elektriciteitsrekening. Dat blijkt uit een onderzoek van de Université Catholique de Louvain (UCL) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).
Enkel in Spanje, Portugal en Italië is de isolatie van woningen nog slechter dan in België. De inwoners van ons land zijn bovendien niet bezorgd om de impact van hun energieverbruik op het milieu. Volgens de onderzoekers van de UCL en de VITO moet de overheid dringend op een andere manier over energiebesparing communiceren en zelf het goede voorbeeld geven.
29 mei 2006
85 procent meer zonnepanelen verkocht in 2005
29/05/2006 | Bron: BELGA
In 2005 werden in ons land 85 procent meer zonnepanelen verkocht dan in het jaar daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van Belsolar, de beroepsorganisatie voor zonne-energie.
In 2005 werden in België zonnecollectoren geplaatst met een totale oppervlakte van 27.500 vierkante meter. De gestegen vraag naar verwarming op zonne-energie is volgens Belsolar vooral te verklaren door de subsidies en het zuiniger energieverbruik. Met de milieuvriendelijkheid van de toestellen houdt de consument
minder rekening.
Marktleider Vaillant merkt al langer dat de interesse voor zonne-energie toeneemt in België. "Een verwarmingsketel met zonnecollectoren bespaart jaarlijks 50 tot 60 procent in het verbruik voor de warmwaterproductie", zegt Marc Tanghe. "Na tien jaar kan de meerkost van de installatie terugverdiend zijn."
In 2005 werden in ons land 85 procent meer zonnepanelen verkocht dan in het jaar daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van Belsolar, de beroepsorganisatie voor zonne-energie.
In 2005 werden in België zonnecollectoren geplaatst met een totale oppervlakte van 27.500 vierkante meter. De gestegen vraag naar verwarming op zonne-energie is volgens Belsolar vooral te verklaren door de subsidies en het zuiniger energieverbruik. Met de milieuvriendelijkheid van de toestellen houdt de consument
minder rekening.
Marktleider Vaillant merkt al langer dat de interesse voor zonne-energie toeneemt in België. "Een verwarmingsketel met zonnecollectoren bespaart jaarlijks 50 tot 60 procent in het verbruik voor de warmwaterproductie", zegt Marc Tanghe. "Na tien jaar kan de meerkost van de installatie terugverdiend zijn."
Construction of contested fusion reactor to start in 2007
The EU and its 6 partner countries have given a formal go ahead for the construction of the world's biggest experimental nuclear fusion reactor, ITER. Environmental NGOs fear the mammoth project will swallow financing from renewables R&D.
:: verder lezen
:: verder lezen
UK report: European plants and animals threatened by climate change
Climate change is an increasing threat for wild plants and animals in Europe, according to a new report published by UK Environment Secretary David Miliband on 24 May.
The report raised questions over the EU's commitment to "halt the decline of biodiversity by 2010", one of the objectives of the EU's Sustainable Development Strategy adopted in 2001. It comes one week before the Commission's annual Green Week, which this year focuses on the biodiversity issue.
The UK study confirms another recent report by the World Conservation Union (IUCN). In its Red List 2006, the conservation organisation stated that "biodiversity loss is increasing, not slowing down".
On 22 May, the Commission presented a new Action Plan on biodiversity (the fifth since 2001) with the aim of accelerating implementation of the 2001 objective of halting biodiversity loss by 2010.
:: meer lezen
The report raised questions over the EU's commitment to "halt the decline of biodiversity by 2010", one of the objectives of the EU's Sustainable Development Strategy adopted in 2001. It comes one week before the Commission's annual Green Week, which this year focuses on the biodiversity issue.
The UK study confirms another recent report by the World Conservation Union (IUCN). In its Red List 2006, the conservation organisation stated that "biodiversity loss is increasing, not slowing down".
On 22 May, the Commission presented a new Action Plan on biodiversity (the fifth since 2001) with the aim of accelerating implementation of the 2001 objective of halting biodiversity loss by 2010.
:: meer lezen
"Bouw nieuwe stegs in gevaar als Duitsland allocatieplan niet wijzigt"
Bron: Energeia/Montel Powernews
Investeringen van meer dan EUR 10 mrd in nieuwe gasgestookte elektriciteitscentrales in Duitsland komen in gevaar, wanneer het Duitse allocatieplan voor de tweede fase van het emissiehandelsstelsel niet gewijzigd wordt. Dat is te lezen in een gezamenlijke verklaring van de vier Duitse bedrijven Concord Power Lubnin, Statkraft Markets, Mark E en Trianel European Energy.
Volgens de bedrijven stelt het Duitse nationale allocatieplan (NAP) gasgestookte centrales achter bij kolencentrales, door ze minder emissierechten te verstrekken. In het huidige NAP voor de tweede fase krijgt een Duitse kolengestookte centrale 750 kg CO2 voor iedere opgewekte MWh, terwijl een gasgestookte centrale slechts 365 kg ontvangt.
"Dit ondanks de hogere efficiëntie en lage-emissietechnologie van moderne steg-centrales", aldus de vier bedrijven. Bovendien zal de verdeling van emissierechten worden gebaseerd op standaard load-profielen. Dat is in het nadeel van gasgestookte centrales, omdat zij momenteel niet worden gebruikt voor baseload-opwekking in Duitsland.
Als de manier waarop de CO2-rechten worden verdeeld, niet wordt gewijzigd, dan "is er een echte bedreiging voor een opwekkingsoligopolie op lange termijn, met hogere prijzen voor alle spelers tot gevolg". Dat zegt Christian Appel, projectmanager bij Concord Power. Helge-Jürgen Beil, managing director bij Statkraft Markets, zegt dat zijn bedrijf "erg verrast is door de maatregelen in het tweede allocatieplan."
Investeringen van meer dan EUR 10 mrd in nieuwe gasgestookte elektriciteitscentrales in Duitsland komen in gevaar, wanneer het Duitse allocatieplan voor de tweede fase van het emissiehandelsstelsel niet gewijzigd wordt. Dat is te lezen in een gezamenlijke verklaring van de vier Duitse bedrijven Concord Power Lubnin, Statkraft Markets, Mark E en Trianel European Energy.
Volgens de bedrijven stelt het Duitse nationale allocatieplan (NAP) gasgestookte centrales achter bij kolencentrales, door ze minder emissierechten te verstrekken. In het huidige NAP voor de tweede fase krijgt een Duitse kolengestookte centrale 750 kg CO2 voor iedere opgewekte MWh, terwijl een gasgestookte centrale slechts 365 kg ontvangt.
"Dit ondanks de hogere efficiëntie en lage-emissietechnologie van moderne steg-centrales", aldus de vier bedrijven. Bovendien zal de verdeling van emissierechten worden gebaseerd op standaard load-profielen. Dat is in het nadeel van gasgestookte centrales, omdat zij momenteel niet worden gebruikt voor baseload-opwekking in Duitsland.
Als de manier waarop de CO2-rechten worden verdeeld, niet wordt gewijzigd, dan "is er een echte bedreiging voor een opwekkingsoligopolie op lange termijn, met hogere prijzen voor alle spelers tot gevolg". Dat zegt Christian Appel, projectmanager bij Concord Power. Helge-Jürgen Beil, managing director bij Statkraft Markets, zegt dat zijn bedrijf "erg verrast is door de maatregelen in het tweede allocatieplan."
Poetin wenst toegang tot gasmarkt EU in ruil voor openen grens
26 mei 2006 |Bron: NRC Handelsblad
Als Europese bedrijven gas- en olievelden willen exploiteren in Rusland dan zal de Europese Unie háár energiemarkt moeten openstellen voor Russische bedrijven.
Dat zei de Russische president Poetin gisteren na afloop van een eendaagse Rusland-EU-top in Sotsji, een badplaats aan de Zwarte Zee. "Als onze partners iets exclusiefs willen, zoals toegang tot onze productie- en transportmiddelen, dan willen we iets terugvragen", zei Poetin. "Zij moeten dan één of andere compensatie bedenken."
:: lees verder
Als Europese bedrijven gas- en olievelden willen exploiteren in Rusland dan zal de Europese Unie háár energiemarkt moeten openstellen voor Russische bedrijven.
Dat zei de Russische president Poetin gisteren na afloop van een eendaagse Rusland-EU-top in Sotsji, een badplaats aan de Zwarte Zee. "Als onze partners iets exclusiefs willen, zoals toegang tot onze productie- en transportmiddelen, dan willen we iets terugvragen", zei Poetin. "Zij moeten dan één of andere compensatie bedenken."
:: lees verder
Kassen gebruiken geen aardgas meer in 2020
26/05/2006 | Bron: Financieele Dagblad
De glastuinbouw streeft ernaar om in 2020 geen fossiele brandstoffen (gas en olie) meer te gebruiken. Alle nieuw te bouwen kassen moeten dan 'energieneutraal' zijn.
Dit kondigde Frans Hoogervorst, voorzitter van de ondernemersorganisatie Glaskracht, woensdag aan bij de opening van 's werelds eerste 'energieproducerende' kas. De experimentele kas van kwekerij Stef Huisman in het Gelderse Bemmel produceert meer energie dan hij gebruikt. Dit is mogelijk doordat overtollige warmte in de zomer ondergronds wordt opgeslagen en in de winter wordt opgepompt om de kas te verwarmen. Netto moet de kas zelfs warmte overhouden.
Hoogervorst verwacht dat glastuinders de komende jaren massaal zullen overstappen op soortgelijke 'gesloten' kassen. Volgens Hoogervorst kan de glastuinbouw alleen voortbestaan als de afhankelijkheid van aardgas sterk wordt teruggedrongen. De sector, die direct en indirect werk biedt aan honderdduizend mensen, gebruikt ongeveer 4 mrd m3 aardgas per jaar, 10% van het binnenlandse verbruik. De gasprijs is in twee jaar tijd verdubbeld naar euro 0,22 per m3. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft becijferd dat bij de huidige gasprijzen het gemiddelde tuindersbedrijf verlies lijdt.
Het Productschap Tuinbouw verwacht dat de sector de komende drie jaar euro 800 mln zal investeren in energiemaatregelen, zoals gesloten kassen. Daarbovenop vraagt de sector van de regering eenmalig euro 210 mln subsidie voor energieprojecten. Dat is volgens het productschap evenveel als de overheid in één jaar extra aan aardgasbaten incasseert van de glastuinbouw dankzij de verdubbeling van de gasprijzen.
Het kabinet neemt binnenkort een beslissing over het plan, dat wordt gesteund door VVD, PvdA en CDA in de Tweede Kamer.
De glastuinbouw streeft ernaar om in 2020 geen fossiele brandstoffen (gas en olie) meer te gebruiken. Alle nieuw te bouwen kassen moeten dan 'energieneutraal' zijn.
Dit kondigde Frans Hoogervorst, voorzitter van de ondernemersorganisatie Glaskracht, woensdag aan bij de opening van 's werelds eerste 'energieproducerende' kas. De experimentele kas van kwekerij Stef Huisman in het Gelderse Bemmel produceert meer energie dan hij gebruikt. Dit is mogelijk doordat overtollige warmte in de zomer ondergronds wordt opgeslagen en in de winter wordt opgepompt om de kas te verwarmen. Netto moet de kas zelfs warmte overhouden.
Hoogervorst verwacht dat glastuinders de komende jaren massaal zullen overstappen op soortgelijke 'gesloten' kassen. Volgens Hoogervorst kan de glastuinbouw alleen voortbestaan als de afhankelijkheid van aardgas sterk wordt teruggedrongen. De sector, die direct en indirect werk biedt aan honderdduizend mensen, gebruikt ongeveer 4 mrd m3 aardgas per jaar, 10% van het binnenlandse verbruik. De gasprijs is in twee jaar tijd verdubbeld naar euro 0,22 per m3. Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft becijferd dat bij de huidige gasprijzen het gemiddelde tuindersbedrijf verlies lijdt.
Het Productschap Tuinbouw verwacht dat de sector de komende drie jaar euro 800 mln zal investeren in energiemaatregelen, zoals gesloten kassen. Daarbovenop vraagt de sector van de regering eenmalig euro 210 mln subsidie voor energieprojecten. Dat is volgens het productschap evenveel als de overheid in één jaar extra aan aardgasbaten incasseert van de glastuinbouw dankzij de verdubbeling van de gasprijzen.
Het kabinet neemt binnenkort een beslissing over het plan, dat wordt gesteund door VVD, PvdA en CDA in de Tweede Kamer.
24 mei 2006
Voorspellingen over broeikaseffect onderschat, zeggen wetenschappers
23/05/2006 | Bron: The Guardian
Volgens wetenschappers hebben de klimaatmodellen geweldig onderschat hoe globale opwarming de temperatuur zal doen stijgen.
Dit wil zeggen dat de huidige voorspellingen over temperatuurstijging niet accuraat zijn, en dat ze zullen moeten worden herzien tot 2°C, wat suggereert dat de wereld wel eens zou kunnen te maken rkijgen met een stijging tot 7,7°C op het eind van de 21ste eeuw.
:: lees het volledige artikel op Guardian Unlimited (Engels)
Volgens wetenschappers hebben de klimaatmodellen geweldig onderschat hoe globale opwarming de temperatuur zal doen stijgen.
Dit wil zeggen dat de huidige voorspellingen over temperatuurstijging niet accuraat zijn, en dat ze zullen moeten worden herzien tot 2°C, wat suggereert dat de wereld wel eens zou kunnen te maken rkijgen met een stijging tot 7,7°C op het eind van de 21ste eeuw.
:: lees het volledige artikel op Guardian Unlimited (Engels)
23 mei 2006
Energiepersectieven voor 2050 voor Zwitserland
Verkehrsclub Schweiz (een ngo die werkt rond transport), Energie- Stiftung (een nog die werkt rond energie), WWF Zwitzerland en Greenpeace Switzerland bestelden een studie over de energieperspectieven voor 2050 voor Zwitzerland. De studie werd begin mei 2006 gepubliceerd.
Ook in Zwitserland steekt het debat over nucleaire energie de kop op. Drie oude nucleaire installaties zouden worden vervangen door een nieuwe in 2020. Hiervoor werken Zwiterse elektriciteitsproducenten en politici energiescenario's uit die zouden moeten aantonen dat elektriciteitsbevoorrading onmogelijk wordt zonder de bouw van nieuwe nucleaire reactoren.
De studie van WWF, Greenpeace en de andere ngo's toont echter aan dat maar liefst 40% van de primaire energie kan worden bespaard als enkel de best beschikbare energie van 2004 overal zou worden geïnstalleerd.
De studie toont verder aan dat er voldoende potentieel zit in efficiëntiewinsten en in huishoudelijke hernieuwbare bronnen, zodanig dat in 2050 slechts 500 watt fossiele energie en 1500 watt hernieuwbare energie per capita voldoende is om in alle energiebehoeften te voorzien.
:: lees de originele studie (Duits)
Ook in Zwitserland steekt het debat over nucleaire energie de kop op. Drie oude nucleaire installaties zouden worden vervangen door een nieuwe in 2020. Hiervoor werken Zwiterse elektriciteitsproducenten en politici energiescenario's uit die zouden moeten aantonen dat elektriciteitsbevoorrading onmogelijk wordt zonder de bouw van nieuwe nucleaire reactoren.
De studie van WWF, Greenpeace en de andere ngo's toont echter aan dat maar liefst 40% van de primaire energie kan worden bespaard als enkel de best beschikbare energie van 2004 overal zou worden geïnstalleerd.
De studie toont verder aan dat er voldoende potentieel zit in efficiëntiewinsten en in huishoudelijke hernieuwbare bronnen, zodanig dat in 2050 slechts 500 watt fossiele energie en 1500 watt hernieuwbare energie per capita voldoende is om in alle energiebehoeften te voorzien.
:: lees de originele studie (Duits)
22 mei 2006
Energie: topambtenaar bepleit gemeenschappelijk VS-EU-optreden
22/05/2006 | Bron: BELGA
De nationale staten kunnen de nieuwe energieproblemen niet langer alleen oplossen. Daarvoor is een internationale aanpak vereist. Dat verklaarde de Amerikaanse topambtenaar Anthony Wayne tijdens een debat in het European Policy Centre (EPC) te Brussel.
Wayne, die zich "assistant Secretary of State" mag noemen, wees op de noodzaak dat de Verenigde Staten in energiezaken gemeenschappelijk optreden met hun geallieerden, vooral de Europese Unie. Ondermeer inzake de bescherming van pijplijnen tegen terroristische aanvallen.
Wayne is in Brussel om er de EU-VS-top van 21 juni in Wenen voor te bereiden. Energie wordt daar één van de belangrijke agendapunten en Wayne hoopte dat er dan concrete afspraken gemaakt kunnen worden. "Intentieverklaringen alleen volstaan niet," aldus Wayne.
De Amerikaanse topambtenaar wees op de absolute noodzaak om de energiebronnen te diversifiëren. Daarom moet er volgens hem in vloeibaar aardgas (LNG), kernenergie en nieuwe technologieën geïnvesteerd worden. Tegelijkertijd moet er naar nieuwe olie-en gasbronnen gezocht worden. "Dat is momenteel problematisch", aldus Wayne, "omdat de meeste nieuwe bronnen in landen liggen waar de markteconomie in het defensief is of nauwelijks bestaat". Bijgevolg zijn er maatregelen gewenst die het investeringsklimaat kunnen verbeteren.
Naast de diversificatie zijn grotere energie-efficiëntie en een prijssysteem dat op de markt gebaseerd is, de andere prioriteiten van het Amerikaans energiebeleid. In tegenstelling tot de Amerikaanse vice-president Dick Cheney op 4 mei te Vilnius haalde Wayne niet naar de Russen uit. Op geen enkel moment waarschuwde hij voor Russische chantage, wel sprak hij de hoop uit dat de Russen zich verder in de globale markt zullen integreren en de eigen energiemarkt voor andere, internationale bedrijven zal openen. "We moeten er ons ook van bewust zijn", aldus Wayne, "dat de EU ondanks alle diversificatie, voor vele jaren zeer afhankelijk van de Russische energie zal blijven".
De nationale staten kunnen de nieuwe energieproblemen niet langer alleen oplossen. Daarvoor is een internationale aanpak vereist. Dat verklaarde de Amerikaanse topambtenaar Anthony Wayne tijdens een debat in het European Policy Centre (EPC) te Brussel.
Wayne, die zich "assistant Secretary of State" mag noemen, wees op de noodzaak dat de Verenigde Staten in energiezaken gemeenschappelijk optreden met hun geallieerden, vooral de Europese Unie. Ondermeer inzake de bescherming van pijplijnen tegen terroristische aanvallen.
Wayne is in Brussel om er de EU-VS-top van 21 juni in Wenen voor te bereiden. Energie wordt daar één van de belangrijke agendapunten en Wayne hoopte dat er dan concrete afspraken gemaakt kunnen worden. "Intentieverklaringen alleen volstaan niet," aldus Wayne.
De Amerikaanse topambtenaar wees op de absolute noodzaak om de energiebronnen te diversifiëren. Daarom moet er volgens hem in vloeibaar aardgas (LNG), kernenergie en nieuwe technologieën geïnvesteerd worden. Tegelijkertijd moet er naar nieuwe olie-en gasbronnen gezocht worden. "Dat is momenteel problematisch", aldus Wayne, "omdat de meeste nieuwe bronnen in landen liggen waar de markteconomie in het defensief is of nauwelijks bestaat". Bijgevolg zijn er maatregelen gewenst die het investeringsklimaat kunnen verbeteren.
Naast de diversificatie zijn grotere energie-efficiëntie en een prijssysteem dat op de markt gebaseerd is, de andere prioriteiten van het Amerikaans energiebeleid. In tegenstelling tot de Amerikaanse vice-president Dick Cheney op 4 mei te Vilnius haalde Wayne niet naar de Russen uit. Op geen enkel moment waarschuwde hij voor Russische chantage, wel sprak hij de hoop uit dat de Russen zich verder in de globale markt zullen integreren en de eigen energiemarkt voor andere, internationale bedrijven zal openen. "We moeten er ons ook van bewust zijn", aldus Wayne, "dat de EU ondanks alle diversificatie, voor vele jaren zeer afhankelijk van de Russische energie zal blijven".
Keerzijde van biobrandstoffen blijft onbesproken
21/05/2006 | Bronnen: VILT-nieuwsoverzicht, De Tijd
Wat hebben supermarkten en benzinestations gemeen? Beide zijn steeds meer geïnteresseerd in hetzelfde product: landbouwgewassen. De supermarkten om er voedsel van te maken, de benzinestations om ze tot biobrandstof te verwerken. In De Tijd staat journalist Carl Pansaerts even stil bij de productie van biodiesel en bio-ethanol nu in de Kamer het wetsontwerp voor biobrandstoffen is goedgekeurd.
"We krijgen alleen maar het positieve verhaal van de biobrandstoffen te horen", stelt Pansaerts vast. Ze zorgen voor een verminderde CO2-uitstoot en zijn dus belangrijk in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Zij verminderen onze afhankelijkheid van de peperdure olie uit het woelige Midden-Oosten. Zij creëren binnenlandse banen en kunnen het inkomen van de boeren gevoelig opkrikken.
Maar de medaille heeft ook een keerzijde. De boeren hebben nu al problemen om de wereldbevolking te voeden. Dat wordt nog moeilijker als een steeds groter deel van de oogst naar de productie van biobrandstoffen gaat, aldus Pansaerts. De VS verwerkten in 2004 circa 32 miljoen ton maïs tot ethanol, een biobrandstof. Die hoeveelheid kan 100 miljoen mensen een jaar lang voeden. In 2004 gebruikte Brazilië nog slechts de helft van zijn suikerriet voor de productie van suiker. De andere helft diende voor de aanmaak van ethanol.
Op termijn dreigt een strijd om landbouwgewassen los te barsten tussen voedsel- en brandstoffenproducenten. Maïs die op eender welke dag op de wereldmarkt wordt aangeboden, kan eindigen op de rekken in supermarkten, maar evengoed in de brandstoftank van een auto. Dat geldt ook voor tal van andere gewassen. Er dreigt volgens Pansaerts concurrentie tussen het rijke, autorijdende Westen en de arme voedselconsumenten voor dezelfde landbouwproducten.
Naarmate de prijs van fossiele brandstoffen stijgt, wordt het bovendien aantrekkelijker gewassen voor de productie van biobrandstoffen te produceren. Dat kan de druk op het milieu doen toenemen, wat een bedreiging vormt voor de biodiversiteit. De honger naar biobrandstoffen bedreigt de tropische wouden van Brazilië en Zuidoost-Azië. De eerste tekenen zijn al zichtbaar. Stukken Amazonewoud maken plaats voor de aanplanting van suikerriet voor de productie van ethanol, weet Pansaerts.
Wat hebben supermarkten en benzinestations gemeen? Beide zijn steeds meer geïnteresseerd in hetzelfde product: landbouwgewassen. De supermarkten om er voedsel van te maken, de benzinestations om ze tot biobrandstof te verwerken. In De Tijd staat journalist Carl Pansaerts even stil bij de productie van biodiesel en bio-ethanol nu in de Kamer het wetsontwerp voor biobrandstoffen is goedgekeurd.
"We krijgen alleen maar het positieve verhaal van de biobrandstoffen te horen", stelt Pansaerts vast. Ze zorgen voor een verminderde CO2-uitstoot en zijn dus belangrijk in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Zij verminderen onze afhankelijkheid van de peperdure olie uit het woelige Midden-Oosten. Zij creëren binnenlandse banen en kunnen het inkomen van de boeren gevoelig opkrikken.
Maar de medaille heeft ook een keerzijde. De boeren hebben nu al problemen om de wereldbevolking te voeden. Dat wordt nog moeilijker als een steeds groter deel van de oogst naar de productie van biobrandstoffen gaat, aldus Pansaerts. De VS verwerkten in 2004 circa 32 miljoen ton maïs tot ethanol, een biobrandstof. Die hoeveelheid kan 100 miljoen mensen een jaar lang voeden. In 2004 gebruikte Brazilië nog slechts de helft van zijn suikerriet voor de productie van suiker. De andere helft diende voor de aanmaak van ethanol.
Op termijn dreigt een strijd om landbouwgewassen los te barsten tussen voedsel- en brandstoffenproducenten. Maïs die op eender welke dag op de wereldmarkt wordt aangeboden, kan eindigen op de rekken in supermarkten, maar evengoed in de brandstoftank van een auto. Dat geldt ook voor tal van andere gewassen. Er dreigt volgens Pansaerts concurrentie tussen het rijke, autorijdende Westen en de arme voedselconsumenten voor dezelfde landbouwproducten.
Naarmate de prijs van fossiele brandstoffen stijgt, wordt het bovendien aantrekkelijker gewassen voor de productie van biobrandstoffen te produceren. Dat kan de druk op het milieu doen toenemen, wat een bedreiging vormt voor de biodiversiteit. De honger naar biobrandstoffen bedreigt de tropische wouden van Brazilië en Zuidoost-Azië. De eerste tekenen zijn al zichtbaar. Stukken Amazonewoud maken plaats voor de aanplanting van suikerriet voor de productie van ethanol, weet Pansaerts.
Onderzoek: Aarde warmt zichzelf op
22/05/2006 | Bron: Belga, ANP
De Aarde werkt mee aan haar eigen broeikasprobleem. Volgens klimaatonderzoekers uit Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië versnelt de opwarming van de Aarde door broeikasgassen mede zelf dit opwarmingsproces.
"Broeikasgassen veroorzaken opwarming van de Aarde, maar die opwarming leidt zelf weer tot een toename van de broeikasgasconcentraties, en dus tot nog meer opwarming", stelde onderzoeker Marten Scheffer van de Wageningen Universiteit maandag.
Deze week publiceert hij samen met Duitse en Britse collega's de resultaten van hun klimaatonderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters.
Voor de studie heeft het team oud poolijs en groeiringen van bomen onderzocht. Met gegevens hieruit hebben zij veranderingen in het klimaat uit het verleden gereconstrueerd. De onderzoekers vonden dat in eerdere perioden tussen twee ijstijden de hoeveelheid koolstofdioxiden (CO2) in de atmosfeer net als nu hoger was dan tijdens de koudere eeuwen. De mens had toen echter door bijvoorbeeld de uitstoot van deze broeikasgassen nog geen noemenswaardige invloed op de Aarde. De warmere Aarde zorgde er bijvoorbeeld voor dat algen, die CO2 opnemen, minder voeding hebben. Zodoende blijft er meer van dit gas in de lucht hangen.
Andersom werkt het proces ook. "Tijdens de 'Kleine IJstijd' (globaal van 1550 tot 1850), bekend van de vele klassieke Hollandse ijspretschilderijen, was de Aarde kouder (waarschijnlijk voornamelijk ten gevolge van een verminderde onneactiviteit), en daalde het CO2-gehalte van de atmosfeer", schrijft het onderzoeksteam.
Scheffer en zijn collega's vinden dat de scenario's voor de opwarming van de Aarde aangepast moeten worden. Zij schatten dat de verwachtingen over de opwarming met ongeveer 50 procent naar boven dienen bijgesteld.
De Aarde werkt mee aan haar eigen broeikasprobleem. Volgens klimaatonderzoekers uit Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië versnelt de opwarming van de Aarde door broeikasgassen mede zelf dit opwarmingsproces.
"Broeikasgassen veroorzaken opwarming van de Aarde, maar die opwarming leidt zelf weer tot een toename van de broeikasgasconcentraties, en dus tot nog meer opwarming", stelde onderzoeker Marten Scheffer van de Wageningen Universiteit maandag.
Deze week publiceert hij samen met Duitse en Britse collega's de resultaten van hun klimaatonderzoek in het wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters.
Voor de studie heeft het team oud poolijs en groeiringen van bomen onderzocht. Met gegevens hieruit hebben zij veranderingen in het klimaat uit het verleden gereconstrueerd. De onderzoekers vonden dat in eerdere perioden tussen twee ijstijden de hoeveelheid koolstofdioxiden (CO2) in de atmosfeer net als nu hoger was dan tijdens de koudere eeuwen. De mens had toen echter door bijvoorbeeld de uitstoot van deze broeikasgassen nog geen noemenswaardige invloed op de Aarde. De warmere Aarde zorgde er bijvoorbeeld voor dat algen, die CO2 opnemen, minder voeding hebben. Zodoende blijft er meer van dit gas in de lucht hangen.
Andersom werkt het proces ook. "Tijdens de 'Kleine IJstijd' (globaal van 1550 tot 1850), bekend van de vele klassieke Hollandse ijspretschilderijen, was de Aarde kouder (waarschijnlijk voornamelijk ten gevolge van een verminderde onneactiviteit), en daalde het CO2-gehalte van de atmosfeer", schrijft het onderzoeksteam.
Scheffer en zijn collega's vinden dat de scenario's voor de opwarming van de Aarde aangepast moeten worden. Zij schatten dat de verwachtingen over de opwarming met ongeveer 50 procent naar boven dienen bijgesteld.
Europese windenergie groeide spectaculair sinds 2000
22/05/2006 | Bron: BELGA
Op nauwelijks vier jaar tijd is de productie van windenergie in de Europese Unie met 150 procent gestegen. Ze levert nu bijna vijf procent van de Europese elektriciteit op. In 2004 bedroeg de totale Europese productiecapaciteit van elektriciteit 704 GW (gigawatt). Dat is 6 procent meer dan het jaar voordien. Deze cijfers werden vandaag/maandag door Eurostat, het Europees statistisch bureau, vrijgegeven.
Ondanks de spectaculaire groei van de windenergie blijft haar aandeel in de totale Europese elektriciteitsproductie marginaal, nauwelijks 5 procent. De klassieke thermische centrales nemen met 58 procent nog steeds het grootste aandeel voor hun rekening. De nucleaire centrales halen 19 procent, de waterkrachtcentrales 18 procent.
Zowat de helft van de Europese windenergie wordt in Duitsland gegenereerd. Spanje komt met circa 25 procent op de tweede plaats en Denemarken met 10 procent op de derde. Opmerkelijk is dat 23 procent van de Deense elektriciteit uit windenergie komt. Daarmee staat het afgetekend aan de Europese top. In Duitsland is het 13 procent en in Spanje 12 procent. Frankrijk blijft daarentegen de nucleaire koploper.
Zowat de helft van het Europees nucleair vermogen komt uit Frankrijk.
In 2004 telde de Europese Unie 460 bedrijven die elektriciteit produceerden. Daarnaast waren er 2.900 bedrijven die zich met de distributie bezighielden. Daarvan waren er 940 in Duitsland actief.
Op nauwelijks vier jaar tijd is de productie van windenergie in de Europese Unie met 150 procent gestegen. Ze levert nu bijna vijf procent van de Europese elektriciteit op. In 2004 bedroeg de totale Europese productiecapaciteit van elektriciteit 704 GW (gigawatt). Dat is 6 procent meer dan het jaar voordien. Deze cijfers werden vandaag/maandag door Eurostat, het Europees statistisch bureau, vrijgegeven.
Ondanks de spectaculaire groei van de windenergie blijft haar aandeel in de totale Europese elektriciteitsproductie marginaal, nauwelijks 5 procent. De klassieke thermische centrales nemen met 58 procent nog steeds het grootste aandeel voor hun rekening. De nucleaire centrales halen 19 procent, de waterkrachtcentrales 18 procent.
Zowat de helft van de Europese windenergie wordt in Duitsland gegenereerd. Spanje komt met circa 25 procent op de tweede plaats en Denemarken met 10 procent op de derde. Opmerkelijk is dat 23 procent van de Deense elektriciteit uit windenergie komt. Daarmee staat het afgetekend aan de Europese top. In Duitsland is het 13 procent en in Spanje 12 procent. Frankrijk blijft daarentegen de nucleaire koploper.
Zowat de helft van het Europees nucleair vermogen komt uit Frankrijk.
In 2004 telde de Europese Unie 460 bedrijven die elektriciteit produceerden. Daarnaast waren er 2.900 bedrijven die zich met de distributie bezighielden. Daarvan waren er 940 in Duitsland actief.
19 mei 2006
Colruyt koopt nu al milieuvriendelijke vrachtwagens
19/05/2006 | Bron: BELGA
Distributeur Colruyt heeft een eerste vrachtwagen aangekocht die qua uitstoot beantwoordt aan de Euro 5-norm. Tegen de zomer komen er nog 12 bij. De Euro 5-norm is
nochtans pas vanaf 2009 verplicht. Vanaf september geldt Euro 4.
"De keuze voor Euro 5 betekent een hogere investering, maar past perfect in ons Green Line-engagement voor een beter leefmilieu", aldus het bedrijf in een mededeling.
Distributeur Colruyt heeft een eerste vrachtwagen aangekocht die qua uitstoot beantwoordt aan de Euro 5-norm. Tegen de zomer komen er nog 12 bij. De Euro 5-norm is
nochtans pas vanaf 2009 verplicht. Vanaf september geldt Euro 4.
"De keuze voor Euro 5 betekent een hogere investering, maar past perfect in ons Green Line-engagement voor een beter leefmilieu", aldus het bedrijf in een mededeling.
Blair's long term energy choices spark controversy
19/05/2006 | Bron: Euractiv.com
Nuclear power, renewable energies and energy efficiency policies are "back on the agenda with a vengeance," the British Prime Minister said, sparking a controversy around the choice of nuclear as part of the country's long term energy mix.
:: verder lezen
Nuclear power, renewable energies and energy efficiency policies are "back on the agenda with a vengeance," the British Prime Minister said, sparking a controversy around the choice of nuclear as part of the country's long term energy mix.
:: verder lezen
What next? Carbon markets and clean development
19/05/2006 | Bron: SciDev.Net
Solar power in Brazil: The CDM funds clean energy projects in the South
Catherine Brahic
The European Union announced last week that in 2005 it had emitted about 60 million tonnes of greenhouse gases — or 3.3 per cent — less than projected.
Although this may seem positive, it is potentially bad news for the Kyoto Protocol's Clean Development Mechanism (CDM), which has helped to fund hundreds of 'green' projects in the South.
:: lees het volledige artikel op SciDev.Net
Solar power in Brazil: The CDM funds clean energy projects in the South
Catherine Brahic
The European Union announced last week that in 2005 it had emitted about 60 million tonnes of greenhouse gases — or 3.3 per cent — less than projected.
Although this may seem positive, it is potentially bad news for the Kyoto Protocol's Clean Development Mechanism (CDM), which has helped to fund hundreds of 'green' projects in the South.
:: lees het volledige artikel op SciDev.Net
Directie EDF keurt bouw kerncentrale goed
19/05/2006 | Bron: Energeia
De directie van het Franse energiebedrijf EDF heeft goedkeuring verleend aan de bouw van een nieuwe kerncentrale in Normandië. De reactor, van het type EPR, zal een capaciteit hebben van 1.600 MW.
De centrale komt te staan in Flamanville, waar al twee centrales van ieder 1.330 MW in bedrijf zijn. De totale kosten van de nieuwe eenheid, die in 2012 klaar moet zijn, worden geschat op EUR 3,3 mrd. Dat is EUR 46 per MWh.
De reactor is ontwikkeld door Framatome, een jointventure van Areva (66%) en Siemens (34%). De eerste van deze zogenaamde vierde generatie kernreactoren verrijst nu aan de Oostkust van Finland. Het Italiaanse Enel wil een belang van 12,5% nemen in het project.
De nieuwe reactor is onderdeel van het plan van EDF om de capaciteit te vergroten, zo zegt bestuursvoorzitter Pierre Gadonneix. Ook is het een goed voorbeeld van een technologisch hoogwaardig product van EDF en zijn partners. EDF heeft 58 reactoren met een capaciteit van 63.000 MW. Het is daarmee de tweede-grootste kernenergieproducent; na de Verenigde Staten.
De directie van het Franse energiebedrijf EDF heeft goedkeuring verleend aan de bouw van een nieuwe kerncentrale in Normandië. De reactor, van het type EPR, zal een capaciteit hebben van 1.600 MW.
De centrale komt te staan in Flamanville, waar al twee centrales van ieder 1.330 MW in bedrijf zijn. De totale kosten van de nieuwe eenheid, die in 2012 klaar moet zijn, worden geschat op EUR 3,3 mrd. Dat is EUR 46 per MWh.
De reactor is ontwikkeld door Framatome, een jointventure van Areva (66%) en Siemens (34%). De eerste van deze zogenaamde vierde generatie kernreactoren verrijst nu aan de Oostkust van Finland. Het Italiaanse Enel wil een belang van 12,5% nemen in het project.
De nieuwe reactor is onderdeel van het plan van EDF om de capaciteit te vergroten, zo zegt bestuursvoorzitter Pierre Gadonneix. Ook is het een goed voorbeeld van een technologisch hoogwaardig product van EDF en zijn partners. EDF heeft 58 reactoren met een capaciteit van 63.000 MW. Het is daarmee de tweede-grootste kernenergieproducent; na de Verenigde Staten.
Alco Finance wil productie bio-ethanol snel opstarten
17/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht
De kandidaat-producenten van biobrandstoffen in Vlaanderen zijn verheugd dat de regering het quotum voor bio-ethanol heeft opgedreven van 192 tot 250 miljoen liter per jaar, maar ze willen vooral dat de regering haast maakt met het toekennen ervan. Dat schrijft De Tijd.
Charles Peers, voorzitter van Alco Finance, staat al bijna een jaar klaar met een project om in de Gentse kanaalzone een fabriek op te starten voor de productie van 300 miljoen liter ethanol. Alco Finance is een Brusselse holding die wereldwijd investeert in ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de productie en distributie van ethanol. Alco Finance wil in Gent samenwerken met de veevoederfabrikant Vanden Avenne en Walagri, de Waalse dochter van het Vlaamse veevoederconcern Aveve.
Naast Alco Finance dingt ook het Duitse Südzucker - met een project in Wanze - mee naar de aanbestedingscontracten voor de productie van bio-ethanol. 'De Europese Commissie overweegt het aandeel bio-ethanol bij benzine te verhogen van maximaal 5 naar 10 procent. In dat geval is de verhoging tot 250 miljoen liter in België wel verantwoord', zegt Peers.
Hij hoopt dat de regering snel een aanbesteding uitschrijft zodat de kandidaten hun dossiers kunnen indienen. Pas als ze een quotum toegekend krijgen, zullen ze hun investeringen opstarten. Als alles snel gaat, kan het project in Gent nog in oktober van start gaan, zodat de eerste bio-ethanol eind 2007 klaar is. Het project in Gent kost 130 miljoen euro voor 300 miljoen liter en 70 miljoen voor één productielijn van 150 miljoen liter per jaar. De investering in Gent schept 50 tot 80 rechtstreekse jobs.
De kandidaat-producenten van biobrandstoffen in Vlaanderen zijn verheugd dat de regering het quotum voor bio-ethanol heeft opgedreven van 192 tot 250 miljoen liter per jaar, maar ze willen vooral dat de regering haast maakt met het toekennen ervan. Dat schrijft De Tijd.
Charles Peers, voorzitter van Alco Finance, staat al bijna een jaar klaar met een project om in de Gentse kanaalzone een fabriek op te starten voor de productie van 300 miljoen liter ethanol. Alco Finance is een Brusselse holding die wereldwijd investeert in ondernemingen die gespecialiseerd zijn in de productie en distributie van ethanol. Alco Finance wil in Gent samenwerken met de veevoederfabrikant Vanden Avenne en Walagri, de Waalse dochter van het Vlaamse veevoederconcern Aveve.
Naast Alco Finance dingt ook het Duitse Südzucker - met een project in Wanze - mee naar de aanbestedingscontracten voor de productie van bio-ethanol. 'De Europese Commissie overweegt het aandeel bio-ethanol bij benzine te verhogen van maximaal 5 naar 10 procent. In dat geval is de verhoging tot 250 miljoen liter in België wel verantwoord', zegt Peers.
Hij hoopt dat de regering snel een aanbesteding uitschrijft zodat de kandidaten hun dossiers kunnen indienen. Pas als ze een quotum toegekend krijgen, zullen ze hun investeringen opstarten. Als alles snel gaat, kan het project in Gent nog in oktober van start gaan, zodat de eerste bio-ethanol eind 2007 klaar is. Het project in Gent kost 130 miljoen euro voor 300 miljoen liter en 70 miljoen voor één productielijn van 150 miljoen liter per jaar. De investering in Gent schept 50 tot 80 rechtstreekse jobs.
18 mei 2006
Kamer keurt wetsontwerp inzake biobrandstoffen goed
18/5/2006 | Bron: VILT
De Kamer heeft donderdag unaniem het licht op groen gezet voor het wetsontwerp inzake biobrandstoffen. Ons land moet binnenkort een bepaald percentage van de fossiele brandstoffen mengen met biodiesel en bio-ethanol. Het ontwerp verlaagt de accijnzen op de biobrandstoffen en bepaalt hoe de productie van de biobrandstoffen kan worden toegewezen aan geïnteresseerde bedrijven. Daarvoor moeten offertes worden uitgeschreven op Europees niveau.
De Kamer heeft donderdag unaniem het licht op groen gezet voor het wetsontwerp inzake biobrandstoffen. Ons land moet binnenkort een bepaald percentage van de fossiele brandstoffen mengen met biodiesel en bio-ethanol. Het ontwerp verlaagt de accijnzen op de biobrandstoffen en bepaalt hoe de productie van de biobrandstoffen kan worden toegewezen aan geïnteresseerde bedrijven. Daarvoor moeten offertes worden uitgeschreven op Europees niveau.
17 mei 2006
Biodiesel destroys rain forests
17/05/2006 | Bron: Umwelt Magazin
The ecological charity Save the Rainforests (RdR) is demanding that the federal government prohibit the use of tropical food plants such as palm oil or soya for energy production. The cultivation of tropical plants for producing biofuels is destroying huge areas of precious rainforest. Instead of simply replacing oil with biofuels, we need a fundamental change in policy on energy and transport,” says Reinhard Behrend, the president of RdR. “To do this, we need radical energy-saving measures, as well as directed development of renewable energy.”
The supposedly neutral balance of energy production from palm oil, for example, is a pipedream which does not take into account the way that the raw materials are produced. “The virgin forests and swamps of Sumatra and Borneo play a considerable role in reducing CO². Yet it is precisely these rainforests that are cleared by burning in order to produce palm oil,” explains Behrend. “So it's not just important ecosystems are disappearing, but also the advantage gained by using biofuels since their production destroys this contribution to CO². reduction.
In principle, the use of plant fuels is governed by strict environmental criteria. Currently Germany's first palm oil refinery is being planned at Emden, and from 2007 it is expected to process about 430,000 tonnes of palm oil from Indonesia into biodiesel. “This is not renewable energy, it's deforestation diesel,” comments Behrend. “Anyone who approves the financing of this on a national scale is responsible for the destruction of rainforests.” Biofuel from rainforests inflicts deep wounds on this fragile ecosystem, where smallholders and inhabitants of the forest are systematically “sold” to the palm oil industry. “Children and day labourers work in the plantations for a pathetic wage, and that's the only reason we have such cheap palm oil.”
Het artikel in het Duits
Info: www.regenwald.org
The ecological charity Save the Rainforests (RdR) is demanding that the federal government prohibit the use of tropical food plants such as palm oil or soya for energy production. The cultivation of tropical plants for producing biofuels is destroying huge areas of precious rainforest. Instead of simply replacing oil with biofuels, we need a fundamental change in policy on energy and transport,” says Reinhard Behrend, the president of RdR. “To do this, we need radical energy-saving measures, as well as directed development of renewable energy.”
The supposedly neutral balance of energy production from palm oil, for example, is a pipedream which does not take into account the way that the raw materials are produced. “The virgin forests and swamps of Sumatra and Borneo play a considerable role in reducing CO². Yet it is precisely these rainforests that are cleared by burning in order to produce palm oil,” explains Behrend. “So it's not just important ecosystems are disappearing, but also the advantage gained by using biofuels since their production destroys this contribution to CO². reduction.
In principle, the use of plant fuels is governed by strict environmental criteria. Currently Germany's first palm oil refinery is being planned at Emden, and from 2007 it is expected to process about 430,000 tonnes of palm oil from Indonesia into biodiesel. “This is not renewable energy, it's deforestation diesel,” comments Behrend. “Anyone who approves the financing of this on a national scale is responsible for the destruction of rainforests.” Biofuel from rainforests inflicts deep wounds on this fragile ecosystem, where smallholders and inhabitants of the forest are systematically “sold” to the palm oil industry. “Children and day labourers work in the plantations for a pathetic wage, and that's the only reason we have such cheap palm oil.”
Het artikel in het Duits
Info: www.regenwald.org
Productiequota bio-ethanol verhoogd
17/5 /2006 | Bron: De Tijd
De federale regering laat toe dat biobrandstofproducenten hun bio-ethanolproductie opdrijven van 192 naar 250 miljoen liter, zo maakte minister van Financiën Didier Reynders gisteren bekend. Bruno Tobback, zijn collega van Leefmilieu, zwakte dat wat af door te zeggen dat de haalbaarheid van het voorstel nog wordt bekeken. Tegen 2010 moet 5,75 procent van de brandstof van biologische origine zijn. Bio-ethanol wordt geproduceerd op basis van suiker en granen.
De federale regering laat toe dat biobrandstofproducenten hun bio-ethanolproductie opdrijven van 192 naar 250 miljoen liter, zo maakte minister van Financiën Didier Reynders gisteren bekend. Bruno Tobback, zijn collega van Leefmilieu, zwakte dat wat af door te zeggen dat de haalbaarheid van het voorstel nog wordt bekeken. Tegen 2010 moet 5,75 procent van de brandstof van biologische origine zijn. Bio-ethanol wordt geproduceerd op basis van suiker en granen.
16 mei 2006
"Pure plantenolie behandelen als andere biobrandstof"
16/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht
In verscheidene Europese landen becijferen beleidsmakers de fiscale gevolgen van accijnsvrijstellingen voor pure plantenolie (ppo). In Nederland gaat het om drie projecten die zorgen voor een gezamenlijke productie van 7 miljoen liter per jaar. Er liggen bovendien aanvragen voor nieuwe ppo-projecten klaar voor een volume van in totaal 85 miljoen liter. Dat zou jaarlijks een extra gat in de schatkist slaan van 31 miljoen euro. Staatssecretaris van Geel is echter niet van plan om ppo veel privileges te gunnen.
Vanuit duurzaamheidsoverwegingen is er voor de Nederlandse regering geen reden om ppo anders te behandelen dan andere biobrandstoffen, zo luidt het in een brief aan de Tweede Kamer. In het nieuwe biobrandstoffenbeleid zal ppo dan ook geen aparte positie bekleden. Van Geel is echter niet pessimistisch over de toekomstkansen van ppo. Op 1 januari 2007 zal de verplichte bijmenging van biobrandstoffen in werking treden waardoor een extra afzetmarkt ontstaat voor de producenten, aldus de staatssecretaris.
De Nederlandse regering heeft bij zijn beleidskeuze ook de aanpak in andere landen bestudeerd. Duitsland heeft onlangs besloten om de algehele accijnsvrijstelling af te schaffen. Voor ppo komt er een taks van 15 eurocent. In ruil wordt begin 2007 een verplichtstelling voor biobrandstoffen ingevoerd. België, Frankrijk, Ierland en Zweden hebben voor ppo accijnsverlagingen onder voorwaarden ingevoerd. Zo gaat het in ons land enkel om door de landbouwer geproduceerde en zonder tussenpersoon aan de verbruiker verkochte ppo. In Groot-Britannië is er gewoon geen steun.
In verscheidene Europese landen becijferen beleidsmakers de fiscale gevolgen van accijnsvrijstellingen voor pure plantenolie (ppo). In Nederland gaat het om drie projecten die zorgen voor een gezamenlijke productie van 7 miljoen liter per jaar. Er liggen bovendien aanvragen voor nieuwe ppo-projecten klaar voor een volume van in totaal 85 miljoen liter. Dat zou jaarlijks een extra gat in de schatkist slaan van 31 miljoen euro. Staatssecretaris van Geel is echter niet van plan om ppo veel privileges te gunnen.
Vanuit duurzaamheidsoverwegingen is er voor de Nederlandse regering geen reden om ppo anders te behandelen dan andere biobrandstoffen, zo luidt het in een brief aan de Tweede Kamer. In het nieuwe biobrandstoffenbeleid zal ppo dan ook geen aparte positie bekleden. Van Geel is echter niet pessimistisch over de toekomstkansen van ppo. Op 1 januari 2007 zal de verplichte bijmenging van biobrandstoffen in werking treden waardoor een extra afzetmarkt ontstaat voor de producenten, aldus de staatssecretaris.
De Nederlandse regering heeft bij zijn beleidskeuze ook de aanpak in andere landen bestudeerd. Duitsland heeft onlangs besloten om de algehele accijnsvrijstelling af te schaffen. Voor ppo komt er een taks van 15 eurocent. In ruil wordt begin 2007 een verplichtstelling voor biobrandstoffen ingevoerd. België, Frankrijk, Ierland en Zweden hebben voor ppo accijnsverlagingen onder voorwaarden ingevoerd. Zo gaat het in ons land enkel om door de landbouwer geproduceerde en zonder tussenpersoon aan de verbruiker verkochte ppo. In Groot-Britannië is er gewoon geen steun.
"Armsten lijden meest onder klimaatsverandering"
16/05/2006 | Bron: De Tijd/De Morgen
Bangladesh wordt een van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde. Meer overstromingen en een stijgende zeespiegel kunnen Bangladesh 20 procent van zijn grondgebied kosten. Miljoenen mensen zullen have en goed moeten verlaten op zoek naar onderdak, voedsel en water. De Britse niet-gouvernementele organisatie Christian Aid publiceerde maandag een onheilspellend rapport over de gevolgen van de opwarming van de aarde.
"De armsten van deze wereld zullen het meest lijden onder de gevolgen van de opwarming". De klimaatsverandering kan een groot deel van de inspanningen om honger en armoede terug te dringen ongedaan maken of zelfs terugdraaien, besluit Christian Aid. Neem nu Bangladesh. Meer dan de helft van het land ligt minder dan 10 meter boven de zeespiegel en 17 van de 140 miljoen inwoners woont op land dat amper één meter boven de zeespiegel uitstijgt.
De VN zien de zeespiegel in de 21ste eeuw met 15 tot 95 procent stijgen door de afsmelting van het pool- en gletsjerijs. Een stijging van het zeeniveau met één meter zet een vijfde van Bangladesh of zo'n 25.000 vierkante kilometer permanent onder water en zorgt voor 35 miljoen ontheemde kustbewoners. Door de stijging van de zeespiegel wordt vruchtbaar land regelmatig door zout water overspoeld, waardoor het onbruikbaar wordt voor de landbouw.
Bangladesh krijgt niet alleen af te rekenen met een stijging van de zeespiegel, maar ook met steeds meer overstromingen door de afsmelting van de gletsjers en de sneeuwlaag in het Himalayagebergte. Grote overstromingen kwamen in het verleden slechts om de twintig jaar voor. Door de opwarming is de frequentie opgelopen tot eens om de vijf tot zeven jaar. Door de opwarming zal de regenval tussen nu en 2030 met 15 procent toenemen, waardoor het gebied dat regelmatig blank komt te staan met 20 tot 40 procent zal toenemen.
Christian Aid voorspelt in de 21ste eeuw de dood van 182 miljoen inwoners van zwart Afrika door de opwarming van de aarde. De opwarming leidt onder meer tot droogte en dus hongersnood en het opduiken van onder meer malaria in gebieden waar de ziekte nog niet aanwezig was. Christian Aid houdt het Westen verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van broeikasgassen. De organisatie roept de westerse landen daarom op hun verbruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. Daarnaast moeten ze armere landen helpen over te schakelen op alternatieve energiebronnen, als wind en water.
Bangladesh wordt een van de grootste slachtoffers van de opwarming van de aarde. Meer overstromingen en een stijgende zeespiegel kunnen Bangladesh 20 procent van zijn grondgebied kosten. Miljoenen mensen zullen have en goed moeten verlaten op zoek naar onderdak, voedsel en water. De Britse niet-gouvernementele organisatie Christian Aid publiceerde maandag een onheilspellend rapport over de gevolgen van de opwarming van de aarde.
"De armsten van deze wereld zullen het meest lijden onder de gevolgen van de opwarming". De klimaatsverandering kan een groot deel van de inspanningen om honger en armoede terug te dringen ongedaan maken of zelfs terugdraaien, besluit Christian Aid. Neem nu Bangladesh. Meer dan de helft van het land ligt minder dan 10 meter boven de zeespiegel en 17 van de 140 miljoen inwoners woont op land dat amper één meter boven de zeespiegel uitstijgt.
De VN zien de zeespiegel in de 21ste eeuw met 15 tot 95 procent stijgen door de afsmelting van het pool- en gletsjerijs. Een stijging van het zeeniveau met één meter zet een vijfde van Bangladesh of zo'n 25.000 vierkante kilometer permanent onder water en zorgt voor 35 miljoen ontheemde kustbewoners. Door de stijging van de zeespiegel wordt vruchtbaar land regelmatig door zout water overspoeld, waardoor het onbruikbaar wordt voor de landbouw.
Bangladesh krijgt niet alleen af te rekenen met een stijging van de zeespiegel, maar ook met steeds meer overstromingen door de afsmelting van de gletsjers en de sneeuwlaag in het Himalayagebergte. Grote overstromingen kwamen in het verleden slechts om de twintig jaar voor. Door de opwarming is de frequentie opgelopen tot eens om de vijf tot zeven jaar. Door de opwarming zal de regenval tussen nu en 2030 met 15 procent toenemen, waardoor het gebied dat regelmatig blank komt te staan met 20 tot 40 procent zal toenemen.
Christian Aid voorspelt in de 21ste eeuw de dood van 182 miljoen inwoners van zwart Afrika door de opwarming van de aarde. De opwarming leidt onder meer tot droogte en dus hongersnood en het opduiken van onder meer malaria in gebieden waar de ziekte nog niet aanwezig was. Christian Aid houdt het Westen verantwoordelijk voor het grootste deel van de uitstoot van broeikasgassen. De organisatie roept de westerse landen daarom op hun verbruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen. Daarnaast moeten ze armere landen helpen over te schakelen op alternatieve energiebronnen, als wind en water.
Biobrandstoffen gedeblokkeerd door verhoging quota
16/05/2006 | Bron: Belga, VILT-nieuwsoverzicht
De meerderheid is het eens geraakt over het wetsontwerp inzake de biobrandstoffen. De regering zal donderdag in de Kamer voorstellen om de tekst - die al groen licht kreeg in commissie - te amenderen en de hoeveelheid op te drijven van biodiesel en bio-ethanol die fiscaal voordeliger wordt. De productie van bio-ethanol wordt verhoogd van 192 miljoen liter tot 250 miljoen liter per jaar. Dat heeft minister van Financiën Didier Reynders dinsdag bevestigd.
Het wetsontwerp verlaagt de accijnzen op biodiesel en bio-ethanol en bepaalt de manier waarop de productie wordt toegekend aan kandidaat-producenten. De tekst vermeldt ook hoeveel mag geproduceerd worden. Er worden twee Europese aanbestedingen voorzien, een voor bio-ethanol en een voor biodiesel. Voor elk van de producten kunnen mininum twee en maximum vier producenten worden weerhouden. Er mag niet meer dan 75 pct aan één producent worden toegekend.
"Ik bevestig die interpretatie van de tekst", aldus Reynders. Om tegemoet te komen aan ieders bekommernissen, werd een akkoord bereikt over de verhoging van de productiehoeveelheden. Sommige Franstalige partijen hadden de voorbije weken kritiek geuit op de manier waarop de productie zou worden toegekend. Door de productie nu op te drijven, komen meer ondernemingen in aanmerking om bepaalde quota aan toe te kennen. De Franstaligen verdedigden het project van de Duitse firma Südzucker, die beloofde in Wanze een fabriek te bouwen.
Daarnaast zou ook in het Waalse Féluy een project worden ontwikkeld. In Vlaanderen zou naast Gent ook in Antwerpen een project kunnen ontwikkeld worden, verklaarde Reynders. Het akkoord dat nu onstond, bepaalt volgens Reynders dat de productie voor bio-ethanol zou worden verhoogd van 192 miljoen tot 250 miljoen liter per jaar. Met dit akkoord kan volgens Reynders de communautaire wending die het debat had genomen, overstegen worden.
De verhoging van de productiehoeveelheden stemt iedereen tevreden. Het laat toe om aan de gewesten de garanties te geven voor de ontwikkeling van de projecten op hun grondgebied en om meer afzetkansen voor de landbouw te creëren. Reynders benadrukte nog dat alle milieuvoorwaarden die aan de producenten worden opgelegd, behouden blijven. Het is nu aan de eventuele producenten om concurrentiële dossiers in te dienen die aan de criteria voldoen, besloot de MR-minister.
De meerderheid is het eens geraakt over het wetsontwerp inzake de biobrandstoffen. De regering zal donderdag in de Kamer voorstellen om de tekst - die al groen licht kreeg in commissie - te amenderen en de hoeveelheid op te drijven van biodiesel en bio-ethanol die fiscaal voordeliger wordt. De productie van bio-ethanol wordt verhoogd van 192 miljoen liter tot 250 miljoen liter per jaar. Dat heeft minister van Financiën Didier Reynders dinsdag bevestigd.
Het wetsontwerp verlaagt de accijnzen op biodiesel en bio-ethanol en bepaalt de manier waarop de productie wordt toegekend aan kandidaat-producenten. De tekst vermeldt ook hoeveel mag geproduceerd worden. Er worden twee Europese aanbestedingen voorzien, een voor bio-ethanol en een voor biodiesel. Voor elk van de producten kunnen mininum twee en maximum vier producenten worden weerhouden. Er mag niet meer dan 75 pct aan één producent worden toegekend.
"Ik bevestig die interpretatie van de tekst", aldus Reynders. Om tegemoet te komen aan ieders bekommernissen, werd een akkoord bereikt over de verhoging van de productiehoeveelheden. Sommige Franstalige partijen hadden de voorbije weken kritiek geuit op de manier waarop de productie zou worden toegekend. Door de productie nu op te drijven, komen meer ondernemingen in aanmerking om bepaalde quota aan toe te kennen. De Franstaligen verdedigden het project van de Duitse firma Südzucker, die beloofde in Wanze een fabriek te bouwen.
Daarnaast zou ook in het Waalse Féluy een project worden ontwikkeld. In Vlaanderen zou naast Gent ook in Antwerpen een project kunnen ontwikkeld worden, verklaarde Reynders. Het akkoord dat nu onstond, bepaalt volgens Reynders dat de productie voor bio-ethanol zou worden verhoogd van 192 miljoen tot 250 miljoen liter per jaar. Met dit akkoord kan volgens Reynders de communautaire wending die het debat had genomen, overstegen worden.
De verhoging van de productiehoeveelheden stemt iedereen tevreden. Het laat toe om aan de gewesten de garanties te geven voor de ontwikkeling van de projecten op hun grondgebied en om meer afzetkansen voor de landbouw te creëren. Reynders benadrukte nog dat alle milieuvoorwaarden die aan de producenten worden opgelegd, behouden blijven. Het is nu aan de eventuele producenten om concurrentiële dossiers in te dienen die aan de criteria voldoen, besloot de MR-minister.
15 mei 2006
EU en C02-uitstootrechten: goed nieuws voor milieu of bedrijven?
15/05/2006 | Bron: Belga
Is de Europese industrie erin geslaagd de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) in te perken? Of zijn de lidstaten te gul geweest bij de bedeling van uitstootrechten aan het bedrijfsleven, zoals de milieuorganisaties beweren? De Europese Commissie, die maandag de eerste resultaten van de Europese uitstoothandel publiceerde, laat de vraag voorlopig onbeantwoord.
In januari vorig jaar kregen ruim 9.400 energieverslindende industriële vestigingen in de Europese Unie een welbepaald aantal CO2-uitstootrechten toebedeeld. Vestigingen die meer CO2 in de atmosfeer stuurden, moesten extra rechten aankopen op de markt.
Vestigingen die erin slaagden minder CO2 uit te stoten, konden hun overtollige rechten dan weer verkopen en de winst opstrijken. Het systeem vormt een hoeksteen van de Europese strijd tegen klimaatverandering.
Uit de eerste resultaten die de Europese Commissie maandagochtend bekend maakte, blijkt dat de vestigingen vorig jaar minder CO2 hebben uitgestoten dan toegelaten. Ze stootten in totaal 1.785 miljoen ton uit, terwijl de lidstaten voor 1.829 miljoen ton rechten hadden uitgedeeld. Bovenop die rechten komt nog een vrije reserve van 73 miljoen ton.
"Dit is in principe goed nieuws", reageerde een expert van de Europese Commissie maandag. "Het zou kunnen dat de bedrijven erin geslaagd zijn hun uitstoot te verminderen. Het zou ook te maken kunnen hebben met de hoge energieprijzen en een verminderde consumptie, of met het feit dat de winter niet bijzonder hard was. Dat zal een grondige analyse van vestiging per vestiging moeten uitwijzen".
De milieuorganisaties opperen echter al sinds de start van het systeem dat de lidstaten hun industrie teveel uitstootrechten hebben toegekend en dat de Commissie onvoldoende streng is geweest bij de beoordeling van de nationale plannen. "De Europese regeringen hebben de doelstellingen van de uitstoothandel flagrant genegeerd en hebben, onder druk van hun vervuilende industrieën, het systeem misbruikt",foetert Matthias Duwe van Climate Action Network (CAN).
Hij verwijst naar Duitsland, met voorsprong de belangrijkste markt. Daar hebben de betrokken vestigingen in 2005 473 miljoen ton uitgestoten, ofwel ruim 21 miljoen minder dan de regering in Berlijn had toegestaan. In totaal is er in 15 lidstaten minder uitgestoten dan toegestaan. Ook België had niet alle uitstootrechten nodig. Van de 59,8 miljoen ton (plus een reserve van 2,5 miljoen ton) is slechts 55,3 miljoen opgebruikt. Slechts in zes lidstaten (Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Ierland, Oostenrijk en Slovenië) werd er duidelijk uitgestoten dan toegestaan.
"Het zou kunnen dat er teveel rechten zijn uitgedeeld, maar dat moet vestiging per vestiging bekeken worden", zei de expert van de Commissie. Het dagelijks bestuur van de Unie gaat samen met de lidstaten de cijfers bestuderen. Tegen eind juni moeten de regeringen hun plannen voor de periode 2008-2012 indienen.
Begin dit jaar stelde de Commissie nog dat het totale aantal uitstootrechten in de periode vanaf 2008 met ongeveer zes procent moet dalen in vergelijking met de huidige periode. Zoniet dreigde de Unie haar doelstellingen in het kader van het protocol van Kyoto mis te lopen. In het kader van Kyoto moet de EU haar totale uitstoot van CO2 tegen 2012 met acht procent terugdringen in vergelijking met 1990.
"Bij de beoordeling van die plannen zal zeker rekening worden gehouden met de cijfers van 2005 en met de inspanningen die de lidstaten nog moeten leveren om hun Kyoto-doelstelling te halen", verzekerde de ambtenaar.
Feit is dat de prijs van een ton CO2 is gekelderd sinds de eerste berichten over een overschot aan rechten de markt bereikten. Niet zo lang geleden betaalde men nog 30 euro voor een ton CO2. Nu kost een ton amper 9 euro. "Het is normaal dat de markten reageren op nieuwe informatie. Het is eerder een bewijs dat de markt functioneert. We geloven dat we een geloofwaardig systeem hebben", maakte de expert zich sterk. Wel erkende hij dat het systeem nog niet volledig op punt staat. "De eerste fase, van 2005 tot 2007, is natuurlijk ook een leerperiode".
Het is de eerste keer dat de Commissie cijfers over de uitstoot van CO2 vrijgeeft. Toch zijn de maandag gepubliceerde gegevens allesbehalve volledig. Cyprus, Luxemburg, Malta en Polen hebben nog geen informatie doorgestuurd omdat hun registratiesysteem nog niet op punt staat. Eveneens omwille van registratieproblemen zijn de cijfers voor Frankrijk, Spanje, Tsjechië en Slovakije niet volledig betrouwbaar.
Is de Europese industrie erin geslaagd de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) in te perken? Of zijn de lidstaten te gul geweest bij de bedeling van uitstootrechten aan het bedrijfsleven, zoals de milieuorganisaties beweren? De Europese Commissie, die maandag de eerste resultaten van de Europese uitstoothandel publiceerde, laat de vraag voorlopig onbeantwoord.
In januari vorig jaar kregen ruim 9.400 energieverslindende industriële vestigingen in de Europese Unie een welbepaald aantal CO2-uitstootrechten toebedeeld. Vestigingen die meer CO2 in de atmosfeer stuurden, moesten extra rechten aankopen op de markt.
Vestigingen die erin slaagden minder CO2 uit te stoten, konden hun overtollige rechten dan weer verkopen en de winst opstrijken. Het systeem vormt een hoeksteen van de Europese strijd tegen klimaatverandering.
Uit de eerste resultaten die de Europese Commissie maandagochtend bekend maakte, blijkt dat de vestigingen vorig jaar minder CO2 hebben uitgestoten dan toegelaten. Ze stootten in totaal 1.785 miljoen ton uit, terwijl de lidstaten voor 1.829 miljoen ton rechten hadden uitgedeeld. Bovenop die rechten komt nog een vrije reserve van 73 miljoen ton.
"Dit is in principe goed nieuws", reageerde een expert van de Europese Commissie maandag. "Het zou kunnen dat de bedrijven erin geslaagd zijn hun uitstoot te verminderen. Het zou ook te maken kunnen hebben met de hoge energieprijzen en een verminderde consumptie, of met het feit dat de winter niet bijzonder hard was. Dat zal een grondige analyse van vestiging per vestiging moeten uitwijzen".
De milieuorganisaties opperen echter al sinds de start van het systeem dat de lidstaten hun industrie teveel uitstootrechten hebben toegekend en dat de Commissie onvoldoende streng is geweest bij de beoordeling van de nationale plannen. "De Europese regeringen hebben de doelstellingen van de uitstoothandel flagrant genegeerd en hebben, onder druk van hun vervuilende industrieën, het systeem misbruikt",foetert Matthias Duwe van Climate Action Network (CAN).
Hij verwijst naar Duitsland, met voorsprong de belangrijkste markt. Daar hebben de betrokken vestigingen in 2005 473 miljoen ton uitgestoten, ofwel ruim 21 miljoen minder dan de regering in Berlijn had toegestaan. In totaal is er in 15 lidstaten minder uitgestoten dan toegestaan. Ook België had niet alle uitstootrechten nodig. Van de 59,8 miljoen ton (plus een reserve van 2,5 miljoen ton) is slechts 55,3 miljoen opgebruikt. Slechts in zes lidstaten (Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Ierland, Oostenrijk en Slovenië) werd er duidelijk uitgestoten dan toegestaan.
"Het zou kunnen dat er teveel rechten zijn uitgedeeld, maar dat moet vestiging per vestiging bekeken worden", zei de expert van de Commissie. Het dagelijks bestuur van de Unie gaat samen met de lidstaten de cijfers bestuderen. Tegen eind juni moeten de regeringen hun plannen voor de periode 2008-2012 indienen.
Begin dit jaar stelde de Commissie nog dat het totale aantal uitstootrechten in de periode vanaf 2008 met ongeveer zes procent moet dalen in vergelijking met de huidige periode. Zoniet dreigde de Unie haar doelstellingen in het kader van het protocol van Kyoto mis te lopen. In het kader van Kyoto moet de EU haar totale uitstoot van CO2 tegen 2012 met acht procent terugdringen in vergelijking met 1990.
"Bij de beoordeling van die plannen zal zeker rekening worden gehouden met de cijfers van 2005 en met de inspanningen die de lidstaten nog moeten leveren om hun Kyoto-doelstelling te halen", verzekerde de ambtenaar.
Feit is dat de prijs van een ton CO2 is gekelderd sinds de eerste berichten over een overschot aan rechten de markt bereikten. Niet zo lang geleden betaalde men nog 30 euro voor een ton CO2. Nu kost een ton amper 9 euro. "Het is normaal dat de markten reageren op nieuwe informatie. Het is eerder een bewijs dat de markt functioneert. We geloven dat we een geloofwaardig systeem hebben", maakte de expert zich sterk. Wel erkende hij dat het systeem nog niet volledig op punt staat. "De eerste fase, van 2005 tot 2007, is natuurlijk ook een leerperiode".
Het is de eerste keer dat de Commissie cijfers over de uitstoot van CO2 vrijgeeft. Toch zijn de maandag gepubliceerde gegevens allesbehalve volledig. Cyprus, Luxemburg, Malta en Polen hebben nog geen informatie doorgestuurd omdat hun registratiesysteem nog niet op punt staat. Eveneens omwille van registratieproblemen zijn de cijfers voor Frankrijk, Spanje, Tsjechië en Slovakije niet volledig betrouwbaar.
CO2-handel: overallocatie leidt tot prijzencrash
15/05/2006 | Bron: BBL beleidsbabbel
Tot nader order blijft de emissiehandel in CO2 tussen bedrijven, het vlaggenschip van het Europese klimaatbeleid. Die inschatting kreeg afgelopen week een fikse knauw. ENDS Daily publiceerde voorlopige cijfers uit een aantal belangrijke lidstaten, die toonden dat alvast in het eerste jaar de bedrijven een ruim overschot hadden aan rechten. De lidstaten waren blijkbaar te gul geweest. Dit zorgde voor een vrije val van de prijs van emissierechten. Waar die vorige week nog 29 euro per ton CO2 kostten, staat de koers nu op 13 euro!
Maandag 15 mei publiceert de Europese Commissie haar cijfers. We kijken ernaar uit. Te gulle toewijzing van emissierechten betekent immers dat de Kyotodoelstellingen weer wat verder af liggen.
De timing van de Commissie is overigens wel zeer goed. Onder andere Vlaanderen verwerkt op dit moment de opmerkingen op het tweede toewijzingsplan, voor de periode 2008 – 2012. Het zal er nu op aan komen om niet dezelfde fouten te maken als in de eerste ronde. In onze inbreng in de Minaraad en ons eigen advies, drukken we er in ieder geval op dat we zowel de allocatie aan de industrie als aan de elektriciteitproducenten in vraag stellen. Zo houden de investeringen die bedrijven moeten doen, geen rekening met de hogere energieprijzen, die extra energiebesparingsmaatregelen rendabeler maken. En bij de allocatie aan de elektriciteitsector rekent men met conservatieve aannames voor de groei van hernieuwbare energie en energiebesparing bij de huishoudens. De elektriciteitsector mag ook een kwart van zijn uitstoot invullen met kredieten uit het Zuiden.
Koers emissierechten
Advies van de MiNa-Raad
Tot nader order blijft de emissiehandel in CO2 tussen bedrijven, het vlaggenschip van het Europese klimaatbeleid. Die inschatting kreeg afgelopen week een fikse knauw. ENDS Daily publiceerde voorlopige cijfers uit een aantal belangrijke lidstaten, die toonden dat alvast in het eerste jaar de bedrijven een ruim overschot hadden aan rechten. De lidstaten waren blijkbaar te gul geweest. Dit zorgde voor een vrije val van de prijs van emissierechten. Waar die vorige week nog 29 euro per ton CO2 kostten, staat de koers nu op 13 euro!
Maandag 15 mei publiceert de Europese Commissie haar cijfers. We kijken ernaar uit. Te gulle toewijzing van emissierechten betekent immers dat de Kyotodoelstellingen weer wat verder af liggen.
De timing van de Commissie is overigens wel zeer goed. Onder andere Vlaanderen verwerkt op dit moment de opmerkingen op het tweede toewijzingsplan, voor de periode 2008 – 2012. Het zal er nu op aan komen om niet dezelfde fouten te maken als in de eerste ronde. In onze inbreng in de Minaraad en ons eigen advies, drukken we er in ieder geval op dat we zowel de allocatie aan de industrie als aan de elektriciteitproducenten in vraag stellen. Zo houden de investeringen die bedrijven moeten doen, geen rekening met de hogere energieprijzen, die extra energiebesparingsmaatregelen rendabeler maken. En bij de allocatie aan de elektriciteitsector rekent men met conservatieve aannames voor de groei van hernieuwbare energie en energiebesparing bij de huishoudens. De elektriciteitsector mag ook een kwart van zijn uitstoot invullen met kredieten uit het Zuiden.
Koers emissierechten
Advies van de MiNa-Raad
Geld voor hernieuwbare energie naar aankoop emissierechten?
15/05/2006 | Bron: BBL
De Vlaamse regering lijkt van plan om geld dat oorspronkelijk bestemd was voor hernieuwbare energie en energiebesparing, te gebruiken om CO2-rechten in het buitenland te kopen. Momenteel bestaan twee fondsen naast elkaar: een Fonds Hernieuwbare energie en een Energiefonds. De bedoeling van het eerste is – uiteraard – hernieuwbare energie in Vlaanderen ondersteunen. Het Energiefonds is gericht op energiebesparende investeringen in Vlaanderen.
De regering wil de middelen van het Fonds Hernieuwbare energie nu overhevelen naar het Energiefonds, en er bovendien ook een “ruimere” toepassing aan geven. Want minister Peeters is intensief op zoek naar geld voor de emissierechten die de kloof naar onze Kyotodoelstelling moeten dichten. Vorige week vroeg de Minaraad in haar advies over het Programmadecreet dat de regering garanties zou geven dat er niet minder middelen naar binnenlandse investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparing zouden gaan. Wij vinden dat alle investeringen die minstens alle investeringen die goedkoper in het binnenland kunnen, ook moeten gebeuren, en die zijn zeker nog niet uitgeput.
Sinds woensdag 10 mei zijn de documenten van de begrotingscontrole beschikbaar op de website van het Vlaams Parlement. De teksten lijken onze vrees alvast te bevestigen. De algemene tekst laat weinig ruimte voor twijfel: de middelen in het nieuwe fonds gaan naar “het aankopen van emissierechten in het kader van Kyoto”. Iets hoopgevender is de toelichting die er bij hoort, die stelt dat alvast 1,8 miljoen euro naar projecten voor hernieuwbare energie gaat. In het fonds Hernieuwbare energie zit nu 3 miljoen euro, en in het Energiefonds 12 miljoen euro. Waar de rest van de middelen zullen naartoe gaan, is “nog niet beslist”. Aan het parlement om hier krachtige eisen te stellen!
Vlaams Parlement
Advies MiNa-Raad
De Vlaamse regering lijkt van plan om geld dat oorspronkelijk bestemd was voor hernieuwbare energie en energiebesparing, te gebruiken om CO2-rechten in het buitenland te kopen. Momenteel bestaan twee fondsen naast elkaar: een Fonds Hernieuwbare energie en een Energiefonds. De bedoeling van het eerste is – uiteraard – hernieuwbare energie in Vlaanderen ondersteunen. Het Energiefonds is gericht op energiebesparende investeringen in Vlaanderen.
De regering wil de middelen van het Fonds Hernieuwbare energie nu overhevelen naar het Energiefonds, en er bovendien ook een “ruimere” toepassing aan geven. Want minister Peeters is intensief op zoek naar geld voor de emissierechten die de kloof naar onze Kyotodoelstelling moeten dichten. Vorige week vroeg de Minaraad in haar advies over het Programmadecreet dat de regering garanties zou geven dat er niet minder middelen naar binnenlandse investeringen in hernieuwbare energie en energiebesparing zouden gaan. Wij vinden dat alle investeringen die minstens alle investeringen die goedkoper in het binnenland kunnen, ook moeten gebeuren, en die zijn zeker nog niet uitgeput.
Sinds woensdag 10 mei zijn de documenten van de begrotingscontrole beschikbaar op de website van het Vlaams Parlement. De teksten lijken onze vrees alvast te bevestigen. De algemene tekst laat weinig ruimte voor twijfel: de middelen in het nieuwe fonds gaan naar “het aankopen van emissierechten in het kader van Kyoto”. Iets hoopgevender is de toelichting die er bij hoort, die stelt dat alvast 1,8 miljoen euro naar projecten voor hernieuwbare energie gaat. In het fonds Hernieuwbare energie zit nu 3 miljoen euro, en in het Energiefonds 12 miljoen euro. Waar de rest van de middelen zullen naartoe gaan, is “nog niet beslist”. Aan het parlement om hier krachtige eisen te stellen!
Vlaams Parlement
Advies MiNa-Raad
Vlaams klimaatbeleidsplan: “Meer gaten dan kaas”
15/5/2006 | Bron: persbericht BBL
Het klimaatplan dat de Vlaams regering deze morgen principieel heeft goedgekeurd, vertoont meer gaten dan kaas. Dat zegt Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse koepel van milieuverenigingen in een eerste reactie.
“Het klimaatplan bevat goede voorstellen, maar is verre van voldragen.” zegt Bram Claeys, adviseur klimaatbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. Bovendien ondergraaft de Vlaamse regering haar eigen klimaatplan door te blijven inzetten op de bouw van nieuwe wegen. Het klimaatplan zal reducties realiseren door meer openbaar vervoer of milieuvriendelijker rijden. BBL ondersteunt die inspanningen. Maar deze goede bedoelingen zullen hun effect zien verdwijnen, door het extra wegverkeer dat zal ontstaan door nieuwe wegen, en door een onvoldoende integratie met ruimtelijke ordening. Door bijvoorbeeld kantorenzones in te planten bij afritten van autosnelwegen die niet bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of de fiets, wordt de werknemer verplicht met de auto te komen.
De voorbereiding van het Vlaams Klimaatbeleidsplan was nochtans veelbelovend...
Lees het volledige persbericht.
Het klimaatplan dat de Vlaams regering deze morgen principieel heeft goedgekeurd, vertoont meer gaten dan kaas. Dat zegt Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse koepel van milieuverenigingen in een eerste reactie.
“Het klimaatplan bevat goede voorstellen, maar is verre van voldragen.” zegt Bram Claeys, adviseur klimaatbeleid bij Bond Beter Leefmilieu. Bovendien ondergraaft de Vlaamse regering haar eigen klimaatplan door te blijven inzetten op de bouw van nieuwe wegen. Het klimaatplan zal reducties realiseren door meer openbaar vervoer of milieuvriendelijker rijden. BBL ondersteunt die inspanningen. Maar deze goede bedoelingen zullen hun effect zien verdwijnen, door het extra wegverkeer dat zal ontstaan door nieuwe wegen, en door een onvoldoende integratie met ruimtelijke ordening. Door bijvoorbeeld kantorenzones in te planten bij afritten van autosnelwegen die niet bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of de fiets, wordt de werknemer verplicht met de auto te komen.
De voorbereiding van het Vlaams Klimaatbeleidsplan was nochtans veelbelovend...
Lees het volledige persbericht.
Grote verschillen in energiegebruik van televisies
Bron: Natuur en Milieu
Er zijn grote verschillen in het energiegebruik tussen televisies. Consumenten die kiezen voor zuinige toestellen kunnen tot 300 euro uitsparen op hun stroomrekening. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu en Ecofys. Als heel Nederland overschakelt op zuinige tv's, dan wordt daarmee een hoeveelheid stroom bespaard vergelijkbaar met het gebruik van een stad als Tilburg of Apeldoorn.
Aan de vooravond van het WK-voetbal heeft Natuur en Milieu Ecofys de 40 meest verkochte televisies laten onderzoeken op energieverbruik. De Samsung LW20M21 is de allerzuinigste kleine tv met een verbruik van 67 kWh per jaar. De Panasonic TX-26LX60 scoorde met 112 kWh het beste bij de middelgrote toestellen. Bij de grootste modellen tv's is de Sony KLV-S32A10 de zuinigste met een energieverbruik van 151 kWh. De onzuinigste tv's gebruiken respectievelijk 125 (kleine tv's), 200 (middelgroot) en 300 (grote toestellen).
Het onderzoek naar tv's is onderdeel van de TOP10-website die sinds vandaag in de lucht is. Op die site wordt de komende twee jaar het energiegebruik vergeleken van onder andere auto's, koelkasten, dvd-spelers, computers en wasmachines. 'Er is weinig goede consumenteninformatie over het energiegebruik van huishoudelijke apparaten', stelt Mirjam de Rijk, algemeen directeur van Natuur en Milieu. 'Wij helpen mensen door een TOP10 van meest zuinige modellen aan te wijzen. Consumenten krijgen een concreet alternatief om iets te doen tegen de klimaatverandering door een zuinig type te kiezen.'
Voor veel apparaten bestaat er nog steeds geen energielabel. Als deze er wel zijn, zijn ze niet geactualiseerd. Zo hebben bijna alle koelkasten tegenwoordig een A-label, terwijl er grote verschillen zijn in energieverbruik. Ook winkels informeren niet over energiezuinige apparaten. Uit ruim 80 winkelbezoeken van vrijwilligers van Natuur en Milieu blijkt dat consumenten die energiezuinige televisies willen kopen niet goed geïnformeerd worden. Verkopers geven zeer verschillende infor-matie en spreken elkaar tegen. Volgens meer dan de helft van de verkopers is er geen verschil in het energiegebruik van tv's.
De elektronicaconcerns BCC en IT's gaan de TOP10 gebruiken om hun klanten beter te informeren over het energiegebruik. Om energiezuinige modellen herkenbaar te maken, worden deze binnen-kort voorzien van groene stickers met de tekst Hier staat een energiezuinige TOP10TV. Ook
vergelijk.nl en kieskeurig.nl maken op hun websites TOP10 tv's herkenbaar.
De TOP10 van energiezuinige tv's treft u aan in de bijlage én op www.hier.nu
TOP10 is onderdeel van de veel grotere HIER-campagne waarin bijna 40 organisaties zoals Natuurmonumenten, het Rode Kruis en de NOVIB zich samen sterk maken tegen klimaat-verandering. Ecofys BV is een gespecialiseerd bedrijf op het gebied van duurzame energie en energiebe-sparing. Zie voor meer informatie www.ecofys.nl
Er zijn grote verschillen in het energiegebruik tussen televisies. Consumenten die kiezen voor zuinige toestellen kunnen tot 300 euro uitsparen op hun stroomrekening. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Natuur en Milieu en Ecofys. Als heel Nederland overschakelt op zuinige tv's, dan wordt daarmee een hoeveelheid stroom bespaard vergelijkbaar met het gebruik van een stad als Tilburg of Apeldoorn.
Aan de vooravond van het WK-voetbal heeft Natuur en Milieu Ecofys de 40 meest verkochte televisies laten onderzoeken op energieverbruik. De Samsung LW20M21 is de allerzuinigste kleine tv met een verbruik van 67 kWh per jaar. De Panasonic TX-26LX60 scoorde met 112 kWh het beste bij de middelgrote toestellen. Bij de grootste modellen tv's is de Sony KLV-S32A10 de zuinigste met een energieverbruik van 151 kWh. De onzuinigste tv's gebruiken respectievelijk 125 (kleine tv's), 200 (middelgroot) en 300 (grote toestellen).
Het onderzoek naar tv's is onderdeel van de TOP10-website die sinds vandaag in de lucht is. Op die site wordt de komende twee jaar het energiegebruik vergeleken van onder andere auto's, koelkasten, dvd-spelers, computers en wasmachines. 'Er is weinig goede consumenteninformatie over het energiegebruik van huishoudelijke apparaten', stelt Mirjam de Rijk, algemeen directeur van Natuur en Milieu. 'Wij helpen mensen door een TOP10 van meest zuinige modellen aan te wijzen. Consumenten krijgen een concreet alternatief om iets te doen tegen de klimaatverandering door een zuinig type te kiezen.'
Voor veel apparaten bestaat er nog steeds geen energielabel. Als deze er wel zijn, zijn ze niet geactualiseerd. Zo hebben bijna alle koelkasten tegenwoordig een A-label, terwijl er grote verschillen zijn in energieverbruik. Ook winkels informeren niet over energiezuinige apparaten. Uit ruim 80 winkelbezoeken van vrijwilligers van Natuur en Milieu blijkt dat consumenten die energiezuinige televisies willen kopen niet goed geïnformeerd worden. Verkopers geven zeer verschillende infor-matie en spreken elkaar tegen. Volgens meer dan de helft van de verkopers is er geen verschil in het energiegebruik van tv's.
De elektronicaconcerns BCC en IT's gaan de TOP10 gebruiken om hun klanten beter te informeren over het energiegebruik. Om energiezuinige modellen herkenbaar te maken, worden deze binnen-kort voorzien van groene stickers met de tekst Hier staat een energiezuinige TOP10TV. Ook
vergelijk.nl en kieskeurig.nl maken op hun websites TOP10 tv's herkenbaar.
De TOP10 van energiezuinige tv's treft u aan in de bijlage én op www.hier.nu
TOP10 is onderdeel van de veel grotere HIER-campagne waarin bijna 40 organisaties zoals Natuurmonumenten, het Rode Kruis en de NOVIB zich samen sterk maken tegen klimaat-verandering. Ecofys BV is een gespecialiseerd bedrijf op het gebied van duurzame energie en energiebe-sparing. Zie voor meer informatie www.ecofys.nl
12 mei 2006
Opleiding brandstofcelbus Van Hool krijgt steun
Bron: Persmededeling van Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Op voorstel van Vlaams minister van Economie MOERMAN heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist om aan het familiebedrijf Van Hool NV uit Koningshooikt bij Lier opleidingssteun toe te kennen voor een totaal bedrag van 945.063 euro. In de onderneming loopt een innovatieproject rond de bouw van een brandstofcelbus. Het concept is uniek, omdat het over een hybride technologie gaat met zero
CO2-emissie tot gevolg.
Kennis is en blijft de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, aldus de minister. Om die kennis op peil te houden moeten we investeren in vorming en in bedrijven die werken aan de vorming van het personeel.
Van Hool is één van 's werelds grootste onafhankelijke constructeurs van autobussen en bedrijfsvoertuigen met een jaarproductie van 1.800 bussen en 5.000 opleggers en onderstellen, waarvan 80% voor de buitenlandse markt. De onderneming stelt 4.500 VTE tewerk.
Het project van Van Hool past ook in de doelstellingen van de Vlaamse Regering qua innovatie, technologisch onderzoek, industrieel potentieel en duurzame ontwikkeling, vervolgt de minister. We hebben in Vlaanderen heel wat kennis in huis op het gebied van milieu, alternatieve energie en energiebezuiniging. De brandstofcelbus van Van Hool bewijst dit.
In het voorjaar richtte minister Moerman samen met minister Peeters het Milieu-Innovatie-Platform op met als opdracht: samen zoeken naar ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. De komende drie jaar wordt er zeven miljoen euro voorzien om haar besturen, de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse industrie nieuwe energie- en milieutechnologieën te laten ontwikkelen en te commercialiseren.
Op voorstel van Vlaams minister van Economie MOERMAN heeft de Vlaamse Regering vandaag beslist om aan het familiebedrijf Van Hool NV uit Koningshooikt bij Lier opleidingssteun toe te kennen voor een totaal bedrag van 945.063 euro. In de onderneming loopt een innovatieproject rond de bouw van een brandstofcelbus. Het concept is uniek, omdat het over een hybride technologie gaat met zero
CO2-emissie tot gevolg.
Kennis is en blijft de belangrijkste grondstof van Vlaanderen, aldus de minister. Om die kennis op peil te houden moeten we investeren in vorming en in bedrijven die werken aan de vorming van het personeel.
Van Hool is één van 's werelds grootste onafhankelijke constructeurs van autobussen en bedrijfsvoertuigen met een jaarproductie van 1.800 bussen en 5.000 opleggers en onderstellen, waarvan 80% voor de buitenlandse markt. De onderneming stelt 4.500 VTE tewerk.
Het project van Van Hool past ook in de doelstellingen van de Vlaamse Regering qua innovatie, technologisch onderzoek, industrieel potentieel en duurzame ontwikkeling, vervolgt de minister. We hebben in Vlaanderen heel wat kennis in huis op het gebied van milieu, alternatieve energie en energiebezuiniging. De brandstofcelbus van Van Hool bewijst dit.
In het voorjaar richtte minister Moerman samen met minister Peeters het Milieu-Innovatie-Platform op met als opdracht: samen zoeken naar ontwikkeling, toepassing en commercialisering van nieuwe milieu- en energietechnologieën. De komende drie jaar wordt er zeven miljoen euro voorzien om haar besturen, de Vlaamse universiteiten en de Vlaamse industrie nieuwe energie- en milieutechnologieën te laten ontwikkelen en te commercialiseren.
Energieverbruik in Vlaanderen in 2004 met 1,9 procent gestegen
Bron: Belga
Het totale energieverbruik in 2004 in Vlaanderen is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dat staat in de definitieve 'Energiebalans Vlaanderen 2004' van VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek. In vergelijking met de eerste onderzoeken in 1990 is het energieverbruik in Vlaanderen met 45,8 procent gestegen.
Het verbruik van de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen, cokesfabrieken) in 2004 daalde met 5,4 procent ten opzichte van 2003. Daardoor bleef het totaal bruto binnenlands energieverbruik ten opzichte van 2003 bijna nagenoeg constant (+0,1 procent). Vergeleken met de eerste metingen van 1990 is het totale binnenlandse energieverbruik met 35 procent gestegen.
Het eindverbruik is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dit is voornamelijk te wijten aan een sterke stijging van het niet-energetisch verbruik.
Het totale energieverbruik in 2004 in Vlaanderen is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dat staat in de definitieve 'Energiebalans Vlaanderen 2004' van VITO, de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek. In vergelijking met de eerste onderzoeken in 1990 is het energieverbruik in Vlaanderen met 45,8 procent gestegen.
Het verbruik van de transformatiesector (elektriciteitscentrales, raffinaderijen, cokesfabrieken) in 2004 daalde met 5,4 procent ten opzichte van 2003. Daardoor bleef het totaal bruto binnenlands energieverbruik ten opzichte van 2003 bijna nagenoeg constant (+0,1 procent). Vergeleken met de eerste metingen van 1990 is het totale binnenlandse energieverbruik met 35 procent gestegen.
Het eindverbruik is met 1,9 procent gestegen ten opzichte van 2003. Dit is voornamelijk te wijten aan een sterke stijging van het niet-energetisch verbruik.
"70 bussen verbruiken volledig Vlaams koolzaadareaal"
08/05/2006 | Bron: VILT-nieuwsoverzicht
Sinds 3 april is koolzaadolie vrijgesteld van accijnzen. Bij De Lijn hebben ze geen problemen met het ombouwen van bussen, maar wordt wel gewezen op het geringe aanbod aan biobrandstoffen. "Met onze zeventig bussen die op pure plantenolie (ppo) rijden, gebruiken wij het hele Vlaamse koolzaadareaal", luidde het maandag op een studiedag van de Coördinatiecel Milieuzorg van de Vlaamse overheid in Hoboken.
Na lezingen van deskundigen en workshops volgde een afsluitend paneldebat met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van de automobielsector. Volgens Jean-Pierre De Leener (VAC) leeft er bij de landbouwers nog te veel onzekerheid over de toekomst van biobrandstoffen en ppo. "Dat is de reden waarom zij niet mee op de kar van de biobrandstoffen springen. Bovendien krijgen boeren alleen accijnsvrijstelling voor de olie die zij zelf geproduceerd hebben. Wanneer ze ook koolzaad aankopen om te persen, moeten zij wel accijnzen betalen".
De Leener vraagt zich af waarom er zoveel aandacht gaat naar biodiesel, terwijl de productie van ppo stiefmoederlijk behandeld zou worden. Vlaams SP.A-parlementslid Bart Martens gaat niet akkoord met deze stelling, maar geeft wel toe dat een norm ontbreekt voor de kwaliteit van ppo. Luc Pelkmans van het VITO merkt dan weer op dat de bijmenging van 10 procent biodiesel bij de bestaande brandstoffen onvoldoende is om de Europese doelstellingen tegen 2010 te realiseren. "Een deel van het wagenpark zal volledig moeten overschakelen naar biobrandstof en daar is een rol weggelegd voor ppo", aldus Pelkmans.
Alle panelleden benadrukten het belang van onderzoek voor de toekomstige ontwikkeling van biobrandstoffen. De overheid moet voor een stabiel kader zorgen waarbinnen de producenten van biobrandstof en de constructeurs van voertuigen kunnen werken. Bovendien moeten er ook financiële stimuli komen voor wie omschakelt naar biobrandstof en een takssysteem op basis van objectieve metingen of ecoscores, aldus het panel.
Sinds 3 april is koolzaadolie vrijgesteld van accijnzen. Bij De Lijn hebben ze geen problemen met het ombouwen van bussen, maar wordt wel gewezen op het geringe aanbod aan biobrandstoffen. "Met onze zeventig bussen die op pure plantenolie (ppo) rijden, gebruiken wij het hele Vlaamse koolzaadareaal", luidde het maandag op een studiedag van de Coördinatiecel Milieuzorg van de Vlaamse overheid in Hoboken.
Na lezingen van deskundigen en workshops volgde een afsluitend paneldebat met beleidsmakers, ervaringsdeskundigen en vertegenwoordigers van de automobielsector. Volgens Jean-Pierre De Leener (VAC) leeft er bij de landbouwers nog te veel onzekerheid over de toekomst van biobrandstoffen en ppo. "Dat is de reden waarom zij niet mee op de kar van de biobrandstoffen springen. Bovendien krijgen boeren alleen accijnsvrijstelling voor de olie die zij zelf geproduceerd hebben. Wanneer ze ook koolzaad aankopen om te persen, moeten zij wel accijnzen betalen".
De Leener vraagt zich af waarom er zoveel aandacht gaat naar biodiesel, terwijl de productie van ppo stiefmoederlijk behandeld zou worden. Vlaams SP.A-parlementslid Bart Martens gaat niet akkoord met deze stelling, maar geeft wel toe dat een norm ontbreekt voor de kwaliteit van ppo. Luc Pelkmans van het VITO merkt dan weer op dat de bijmenging van 10 procent biodiesel bij de bestaande brandstoffen onvoldoende is om de Europese doelstellingen tegen 2010 te realiseren. "Een deel van het wagenpark zal volledig moeten overschakelen naar biobrandstof en daar is een rol weggelegd voor ppo", aldus Pelkmans.
Alle panelleden benadrukten het belang van onderzoek voor de toekomstige ontwikkeling van biobrandstoffen. De overheid moet voor een stabiel kader zorgen waarbinnen de producenten van biobrandstof en de constructeurs van voertuigen kunnen werken. Bovendien moeten er ook financiële stimuli komen voor wie omschakelt naar biobrandstof en een takssysteem op basis van objectieve metingen of ecoscores, aldus het panel.
10 mei 2006
Uitstoot CO2 wereldwijd met 15% gestegen
Bron: Het Laatste Nieuws
De uitstoot van koolstofdioxide is wereldwijd met 15% toegenomen tussen 1992 en 2002, zo meldt de Wereldbank in haar jaarlijkse Groene Milieuboekje. China, nu al de op een na grootste vervuiler, ziet zijn uitstoot met 33% stijgen, India over dezelfde periode met 57%. Deze stijging heeft plaatsgevonden ondanks verbeteringen op het gebied van efficiënt energiegebruik in China over de laatste tien jaar. De grootste vervuilers blijven de rijke landen: de VS zijn goed voor 24% van de totale uitstoot en de landen van de eurozone nemen 10% voor hun rekening.
De uitstoot van koolstofdioxide is wereldwijd met 15% toegenomen tussen 1992 en 2002, zo meldt de Wereldbank in haar jaarlijkse Groene Milieuboekje. China, nu al de op een na grootste vervuiler, ziet zijn uitstoot met 33% stijgen, India over dezelfde periode met 57%. Deze stijging heeft plaatsgevonden ondanks verbeteringen op het gebied van efficiënt energiegebruik in China over de laatste tien jaar. De grootste vervuilers blijven de rijke landen: de VS zijn goed voor 24% van de totale uitstoot en de landen van de eurozone nemen 10% voor hun rekening.
04 mei 2006
Kamercommissie keurt wetsontwerp biobrandstoffen goed
Bron: Metro/VILT-nieuwsoverzicht
De kamercommissie financiën heeft het wetsontwerp over biobrandstoffen goedgekeurd. Het wetsvoorstel regelt onder meer de manier waarop vergunningen verleend zullen worden aan de bedrijven die de biodiesel zullen produceren. In de commissie bestond nog onenigheid over de verdeling van de productie.
Voor biodiesel zullen minstens twee en hoogstens vier producenten nodig zijn. Bovendien mag een producent niet meer dan drie kwart van de totale brandstof produceren. Minister van financiën Didier Reynders beklemtoonde dat de grootste hoeveelheid best wordt toegekend aan de goedkoopste producent. Dat moet een stijging van de prijs aan de pomp verhinderen.
De kamercommissie financiën heeft het wetsontwerp over biobrandstoffen goedgekeurd. Het wetsvoorstel regelt onder meer de manier waarop vergunningen verleend zullen worden aan de bedrijven die de biodiesel zullen produceren. In de commissie bestond nog onenigheid over de verdeling van de productie.
Voor biodiesel zullen minstens twee en hoogstens vier producenten nodig zijn. Bovendien mag een producent niet meer dan drie kwart van de totale brandstof produceren. Minister van financiën Didier Reynders beklemtoonde dat de grootste hoeveelheid best wordt toegekend aan de goedkoopste producent. Dat moet een stijging van de prijs aan de pomp verhinderen.
Petitie tegen biogasinstallatie in Nijlen
Bronnen: Gazet van Antwerpen/Het Laatste Nieuws/VILT-nieuwsoverzicht
Buurtbewoners protesteren tegen de komst van een biogasinstallatie in de Antwerpse gemeente Nijlen. Ze voeren een campagne met brieven en een petitie omdat ze vrezen voor geurhinder, verkeersoverlast en lawaai. Landbouwer Kris De Bruyn reageert met ongeloof. "We willen ook niet in de stank wonen. Om de twee dagen zal er één vrachtwagen met een gesloten container mest aanvoeren om in een gesloten circuit te verwerken".
Het aantal biogasinstallaties op boerderijniveau is in Vlaanderen op één hand te tellen. Wel staan her en der projecten op stapel. Net zoals het geval is bij mestverwerking, krijgen ook nogal wat nieuwe projecten voor vergistingsinstallaties af te rekenen met buurtprotest. De voorbije maanden rees er protest in Herselt en Herk-de-Stad, nu dus ook in Nijlen.
Volgens de buurtbewoners is er in de milieuvergunningsaanvraag sprake van de vergisting van 14.000 ton organisch biologisch afval. Meer specifiek gaat het om 2.800 ton mest waarvan 1.800 ton van het eigen bedrijf. Verder zouden nog 5.600 ton energiegewassen en 5.600 ton biologisch afval vergist worden. Vooral het biologischa afval wekt onrust omdat het volgens de omwonenden ook kan gaan om dierlijke bijproducten zoals slachtafval en visolie.
Kris De Bruyn: "Het is jammer dat enkelingen een hetze tegen ons opzetten. Ons bedrijf heeft 50 melkkoeien en ik wil het moderniseren om de toekomst veilig te stellen. Als we onze milieuvergunning krijgen, hoop ik van het opgevangen gas groene stroom voor 700 gezinnen te produceren. Spijtig dat we niet op begrip van de buurt kunnen rekenen".
Het Nijlense schepencollege heeft eerder de provincie geadviseerd over het toekennen van een milieuvergunning. "Er zou een uitzondering nodig zijn, want deze installatie mag normaal enkel in een industriegebied worden geplaatst. Als de deputatie zou beslissen om de vergunning toe te kennen, hebben we gevraagd om erop te letten dat er geen grote geur- en geluidshinder zal zijn voor de omwonenden", laat schepen van Leefmilieu Luc Van Looy (CD&V) weten.
Buurtbewoners protesteren tegen de komst van een biogasinstallatie in de Antwerpse gemeente Nijlen. Ze voeren een campagne met brieven en een petitie omdat ze vrezen voor geurhinder, verkeersoverlast en lawaai. Landbouwer Kris De Bruyn reageert met ongeloof. "We willen ook niet in de stank wonen. Om de twee dagen zal er één vrachtwagen met een gesloten container mest aanvoeren om in een gesloten circuit te verwerken".
Het aantal biogasinstallaties op boerderijniveau is in Vlaanderen op één hand te tellen. Wel staan her en der projecten op stapel. Net zoals het geval is bij mestverwerking, krijgen ook nogal wat nieuwe projecten voor vergistingsinstallaties af te rekenen met buurtprotest. De voorbije maanden rees er protest in Herselt en Herk-de-Stad, nu dus ook in Nijlen.
Volgens de buurtbewoners is er in de milieuvergunningsaanvraag sprake van de vergisting van 14.000 ton organisch biologisch afval. Meer specifiek gaat het om 2.800 ton mest waarvan 1.800 ton van het eigen bedrijf. Verder zouden nog 5.600 ton energiegewassen en 5.600 ton biologisch afval vergist worden. Vooral het biologischa afval wekt onrust omdat het volgens de omwonenden ook kan gaan om dierlijke bijproducten zoals slachtafval en visolie.
Kris De Bruyn: "Het is jammer dat enkelingen een hetze tegen ons opzetten. Ons bedrijf heeft 50 melkkoeien en ik wil het moderniseren om de toekomst veilig te stellen. Als we onze milieuvergunning krijgen, hoop ik van het opgevangen gas groene stroom voor 700 gezinnen te produceren. Spijtig dat we niet op begrip van de buurt kunnen rekenen".
Het Nijlense schepencollege heeft eerder de provincie geadviseerd over het toekennen van een milieuvergunning. "Er zou een uitzondering nodig zijn, want deze installatie mag normaal enkel in een industriegebied worden geplaatst. Als de deputatie zou beslissen om de vergunning toe te kennen, hebben we gevraagd om erop te letten dat er geen grote geur- en geluidshinder zal zijn voor de omwonenden", laat schepen van Leefmilieu Luc Van Looy (CD&V) weten.
Productie van biodiesel groeit met 65 procent in EU
Bron: Agrarisch Dagblad
Volgens cijfers van de Europese Biodieselraad ( EBB) groeide de productie van biodiesel in 2005 met 65 procent ten opzichte van 2004. De Europese lidstaten produceerden samen 3,2 miljoen ton biodiesel. In 2004 produceerden 11 lidstaten biodiesel. In 2005 breidde dat uit naar 20 landen.
Duitsland is de grootste producent van biodiesel. Met een aandeel van ongeveer 50 procent in de Europese productie laat Duitsland Frankrijk – goed voor 15 procent van de Europese biodieselproductie – ver achter zich. Italië produceert 12 procent van de Europese hoeveelheid biodiesel. Bij de nieuwe lidstaten zijn Tsjechië en Polen de grootste producenten. Tsjechië produceert 133.000 ton biodiesel en Polen 100.000 ton.
De EBB verwacht dat de productiecapaciteit van biodiesel in Europa sterk zal stijgen. In 2005 groeide de capaciteit naar 4,2 miljoen ton. In 2006 gaat die capaciteit groeien naar 6 miljoen ton. Europa is wereldleider op het vlak van de biodieselproductie. De tweede producent is de VS met 250.000 ton. In Europa is 80 procent van de biotransportstoffenproductie biodiesel. De rest is grotendeels bio- ethanol.
Volgens cijfers van de Europese Biodieselraad ( EBB) groeide de productie van biodiesel in 2005 met 65 procent ten opzichte van 2004. De Europese lidstaten produceerden samen 3,2 miljoen ton biodiesel. In 2004 produceerden 11 lidstaten biodiesel. In 2005 breidde dat uit naar 20 landen.
Duitsland is de grootste producent van biodiesel. Met een aandeel van ongeveer 50 procent in de Europese productie laat Duitsland Frankrijk – goed voor 15 procent van de Europese biodieselproductie – ver achter zich. Italië produceert 12 procent van de Europese hoeveelheid biodiesel. Bij de nieuwe lidstaten zijn Tsjechië en Polen de grootste producenten. Tsjechië produceert 133.000 ton biodiesel en Polen 100.000 ton.
De EBB verwacht dat de productiecapaciteit van biodiesel in Europa sterk zal stijgen. In 2005 groeide de capaciteit naar 4,2 miljoen ton. In 2006 gaat die capaciteit groeien naar 6 miljoen ton. Europa is wereldleider op het vlak van de biodieselproductie. De tweede producent is de VS met 250.000 ton. In Europa is 80 procent van de biotransportstoffenproductie biodiesel. De rest is grotendeels bio- ethanol.
EU-lidstaten behouden stilzwijgen over cijfers CO2-uitstoot
Bron: Belga
De Europese Commissie heeft de Europese lidstaten opgeroepen geen gegevens over de uitstoot van CO2 in 2005 meer bekend te maken. Cijfers van vijf lidstaten en Wallonië hebben de voorbije dagen en weken voor een fikse prijsdaling van de CO2-uitstootrechten gezorgd. De Commissie hoopt de markt te kalmeren in afwachting van een volledig overzicht.
Grote bedrijven en energieproducten kregen in 2005 voor het eerst een quotum toegekend voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. Die quota kunnen verhandeld worden via zogenaamde uitstootrechten, waarbij één recht gelijk is aan de uitstoot van één ton CO2.
De prijsdaling van de uitstootrechten is het gevolg van een veel lager dan verwachte uitstoot in die landen waarvan de gegevens al bekend zijn. Het aanbod aan uitstootrechten is dus veel hoger, wat de prijs doet dalen. Voor Vlaanderen zijn nog geen cijfers bekend en dat blijft zo tot 15 mei.
De Europese Commissie heeft de Europese lidstaten opgeroepen geen gegevens over de uitstoot van CO2 in 2005 meer bekend te maken. Cijfers van vijf lidstaten en Wallonië hebben de voorbije dagen en weken voor een fikse prijsdaling van de CO2-uitstootrechten gezorgd. De Commissie hoopt de markt te kalmeren in afwachting van een volledig overzicht.
Grote bedrijven en energieproducten kregen in 2005 voor het eerst een quotum toegekend voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. Die quota kunnen verhandeld worden via zogenaamde uitstootrechten, waarbij één recht gelijk is aan de uitstoot van één ton CO2.
De prijsdaling van de uitstootrechten is het gevolg van een veel lager dan verwachte uitstoot in die landen waarvan de gegevens al bekend zijn. Het aanbod aan uitstootrechten is dus veel hoger, wat de prijs doet dalen. Voor Vlaanderen zijn nog geen cijfers bekend en dat blijft zo tot 15 mei.
03 mei 2006
Uitstoot Nederlandse bedrijven in 2005 bijna 8% lager dan toewijzing
Bron: Energeia, 2006
In 2005 hebben de Nederlandse bedrijven, die meedoen met het Europese CO2-emissiehandelsysteem, gezamenlijk 80,4 Mton CO2 uitgestoten. Die uitstoot is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. Dat blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA), die verantwoordelijk is voor toezicht op de emissiehandel.
Voor de tweede handelsperiode 2008-2012 zal de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zijn met de hoeveelheid van de eerste handelsperiode. Verwacht wordt dat het voor bedrijven in de komende handelsperiode moeilijker wordt om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt immers de productie, en daarmee ook de CO2-uitstoot.
Het verschil tussen de werkelijke uitstoot in 2005 en de toegewezen hoeveelheid CO2-rechten komt volgens het ministerie van Vrom niet onverwachts. Al voordat de emissiehandel startte, was bekend dat de Nederlandse industrie energie-efficiënt produceert en dat betekent minder uitstoot van CO2. "In de eerste handelsperiode (2005-2007), voorafgaand aan de Kioto-periode, is er gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen", aldus Vrom in een verklaring.
In 2005 hebben de Nederlandse bedrijven, die meedoen met het Europese CO2-emissiehandelsysteem, gezamenlijk 80,4 Mton CO2 uitgestoten. Die uitstoot is bijna 8% lager dan de totale hoeveelheid CO2-rechten die de bedrijven voor het jaar 2005 hebben gekregen. Dat blijkt uit emissiecijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA), die verantwoordelijk is voor toezicht op de emissiehandel.
Voor de tweede handelsperiode 2008-2012 zal de totale hoeveelheid CO2-rechten vergelijkbaar zijn met de hoeveelheid van de eerste handelsperiode. Verwacht wordt dat het voor bedrijven in de komende handelsperiode moeilijker wordt om binnen het toegewezen CO2-plafond te blijven. Door de aantrekkende economie stijgt immers de productie, en daarmee ook de CO2-uitstoot.
Het verschil tussen de werkelijke uitstoot in 2005 en de toegewezen hoeveelheid CO2-rechten komt volgens het ministerie van Vrom niet onverwachts. Al voordat de emissiehandel startte, was bekend dat de Nederlandse industrie energie-efficiënt produceert en dat betekent minder uitstoot van CO2. "In de eerste handelsperiode (2005-2007), voorafgaand aan de Kioto-periode, is er gekozen om de energie-efficiënte industrie in Nederland niet te bestraffen door heel strikt emissierechten toe te wijzen", aldus Vrom in een verklaring.
28 april 2006
Nucleaire sites zonder bewaking
Bronnen: BELGA, La Libre Belgique
België zal geen gevolg geven aan de vraag van de VS om gewapende wachten te plaatsen bij de Belgische nucleaire sites. Dat schrijft La Libre Belgique vrijdag. Voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell schreef in 2004 naar onze regering met de aanbeveling gewapende wachten te plaatsen bij de nucleaire sites. Na een overleg in januari met alle betrokkenen voor de nucleaire veiligheid besliste de regering geen gevolg te geven aan die vraag
België zal geen gevolg geven aan de vraag van de VS om gewapende wachten te plaatsen bij de Belgische nucleaire sites. Dat schrijft La Libre Belgique vrijdag. Voormalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell schreef in 2004 naar onze regering met de aanbeveling gewapende wachten te plaatsen bij de nucleaire sites. Na een overleg in januari met alle betrokkenen voor de nucleaire veiligheid besliste de regering geen gevolg te geven aan die vraag
24 april 2006
Finland: Helft van alle bussen in Helsinki op tweede generatie biodiesel
Bron: GaVE-mail
In Helsinki vindt volgend jaar een praktijkexperiment plaats waarbij 700 van de in het totaal 1400 bussen gaan rijden op tweede generatie biodiesel van de Finse olieraffinaderij Neste Oil. Tijdens het drie jaar durende experiment zal onderzocht worden of de uitstoot van de bussen tot een derde kan worden geruduceerd.
De nieuwe biobrandstof (NExBTL) combineert de voordelen van biodiesel en fischer tropsch diesel uit biomassa. De biodiesel wordt met een nieuw procédé gemaakt uit plantaardige oliën en dierlijke vetten en bezit volgens Neste een constante productkwaliteit. Eind vorig jaar startte de bouw van een tweede generatie biodieselfabriek in het Finse Porvoo. De jaarlijkse capaciteit van deze fabriek zal rond de 170.000 ton komen te liggen. Neste Oil investeert daarvoor 100 miljoen Euro. Een vergelijkbare fabriek is gepland in Oostenrijk. De jaarlijkse capaciteit van die fabriek zal rond de 200.000 ton komen te liggen.
In Helsinki vindt volgend jaar een praktijkexperiment plaats waarbij 700 van de in het totaal 1400 bussen gaan rijden op tweede generatie biodiesel van de Finse olieraffinaderij Neste Oil. Tijdens het drie jaar durende experiment zal onderzocht worden of de uitstoot van de bussen tot een derde kan worden geruduceerd.
De nieuwe biobrandstof (NExBTL) combineert de voordelen van biodiesel en fischer tropsch diesel uit biomassa. De biodiesel wordt met een nieuw procédé gemaakt uit plantaardige oliën en dierlijke vetten en bezit volgens Neste een constante productkwaliteit. Eind vorig jaar startte de bouw van een tweede generatie biodieselfabriek in het Finse Porvoo. De jaarlijkse capaciteit van deze fabriek zal rond de 170.000 ton komen te liggen. Neste Oil investeert daarvoor 100 miljoen Euro. Een vergelijkbare fabriek is gepland in Oostenrijk. De jaarlijkse capaciteit van die fabriek zal rond de 200.000 ton komen te liggen.
VW verkoopt alleen nog flex-fuel auto s in Brazilie
Bron: GaVE-mail
Volkswagen heeft aangekondigd te stoppen met de productie van benzine auto's voor de Braziliaanse markt. Het bedrijf produceert dit jaar alleen nog flex-fuel auto's die rijden op een willekeurig mengsel van benzine en ethanol.
Volkswagen was het eerste bedrijf dat in Brazilië de flex-fuel motor introduceerde. Ford en General Motors volgden spoedig en momenteel wordt de Braziliaanse markt gedomineerd door dit type auto. In februari was 77 procent van alle nieuw verkochte auto's van het type Flex-fuel, vorig jaar was dat nog 30 procent.
Fiat heeft plannen om eind dit jaar in Brazilië de Tetra-fuel Siena te lanceren. Dit is een auto die kan rijden op gas, ethanol of benzine.
Volkswagen heeft aangekondigd te stoppen met de productie van benzine auto's voor de Braziliaanse markt. Het bedrijf produceert dit jaar alleen nog flex-fuel auto's die rijden op een willekeurig mengsel van benzine en ethanol.
Volkswagen was het eerste bedrijf dat in Brazilië de flex-fuel motor introduceerde. Ford en General Motors volgden spoedig en momenteel wordt de Braziliaanse markt gedomineerd door dit type auto. In februari was 77 procent van alle nieuw verkochte auto's van het type Flex-fuel, vorig jaar was dat nog 30 procent.
Fiat heeft plannen om eind dit jaar in Brazilië de Tetra-fuel Siena te lanceren. Dit is een auto die kan rijden op gas, ethanol of benzine.
22 maart 2006
Hernieuwbare energie levert Duitsland 300.000 banen op tegen 2020
22-03-2006 | Bron: AFP
De ontwikkeling van hernieuwbare energie kan de komende jaren in Duitsland tot 130.000 banen scheppen. Het aantal jobs in deze sector zou daarmee op 300.000 komen, zo heeft de sociaal-democratische minister van Milieu, Sigmar Gabriel, woensdag gezegd.
Volgens Gabriel, die in Berlijn een studie over het onderwerp toelichtte, stelde de sector die windenergie, zonne-energie, biobrandstoffen en elektriciteit uit waterkracht omvat, 170.000 mensen tewerk in 2005 en kan dit cijfer tegen 2020 tot 300.000 klimmen. Vooral in weinig geïndustrialiseerde streken zou de sector werkgelegenheid creëren.
Onder impuls van de Groenen had de regering van Gerhard Schröder een beleid gevoerd dat hernieuwbare energie ondersteunt, met onder meer gulle subsidies voor groene stroom. Ongeveer tien procent van de Duitse elektriciteitsproductie kwam in 2005 uit hernieuwbare energiebronnen.
De ontwikkeling van hernieuwbare energie kan de komende jaren in Duitsland tot 130.000 banen scheppen. Het aantal jobs in deze sector zou daarmee op 300.000 komen, zo heeft de sociaal-democratische minister van Milieu, Sigmar Gabriel, woensdag gezegd.
Volgens Gabriel, die in Berlijn een studie over het onderwerp toelichtte, stelde de sector die windenergie, zonne-energie, biobrandstoffen en elektriciteit uit waterkracht omvat, 170.000 mensen tewerk in 2005 en kan dit cijfer tegen 2020 tot 300.000 klimmen. Vooral in weinig geïndustrialiseerde streken zou de sector werkgelegenheid creëren.
Onder impuls van de Groenen had de regering van Gerhard Schröder een beleid gevoerd dat hernieuwbare energie ondersteunt, met onder meer gulle subsidies voor groene stroom. Ongeveer tien procent van de Duitse elektriciteitsproductie kwam in 2005 uit hernieuwbare energiebronnen.
17 maart 2006
Amerikaanse verzekeraars bezorgd om klimaatverandering
17-03-2006 | bron: IPS
In de VS wordt een werkgroep opgericht die de mogelijke impact van de klimaatverandering op de verzekeringsindustrie en haar klanten moet bestuderen. Dit heeft de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) besloten, een vereniging van verzekeringscommissarissen die ieder in hun eigen staat toezicht houden op alle verzekeringsmaatschappijen.
De oprichting valt in dezelfde week dat ’s werelds grootste verzekeringsmakelaar Marsh & McLennan zijn klanten informeerde over de potentiële impact van de opwarming van de aarde op hun bedrijven. Driekwart van de klanten van Marsh staat op de Fortune 500-lijst van grootste bedrijven ter wereld.
Andrew Logan, directeur van het verzekeringsprogramma van Ceres, een nationale coalitie van milieuorganisaties, andere burgerorganisaties en investeringsfondsen met een totale portefeuille van 2.500 miljard euro:
"Zowel de verzekeringscommissarissen als Marsh hebben de bedrijven de boodschap meegegeven dat ze de klimaatverandering een stuk ernstiger zullen moeten nemen. De verzekeringswereld neemt een cruciale positie in en kan bijdragen aan de oplossing voor klimaatsverandering. Acties zoals deze dwingen bedrijfsleiders om het probleem aan te pakken."
Die gevolgen voor het verzekeringswezen beperken zich zeker niet alleen tot de grote natuurrampen, voegt Nancy Skinner van de Climate Group, een coalitie van multinationale bedrijven, overheden en activisten eraan toe.
"Ook veranderende weerpatronen zoals intensere regenval of hagelstormen zullen hun effect hebben op bedrijven en huiseigenaars. En ook andere verzekeringsvormen zijn kwetsbaar. Verzekeringen in de gezondheidssector kunnen zich blauw betalen aan ademhalingsaandoeningen die met hittegolven samenhangen, of ziektes die veroorzaakt worden door muskieten."
Commissaris Mike Kreidler van de deelstaat Washington: "In Washington viel vorig jaar extreem weinig neerslag. Als die klimaattrend zich doorzet, kan dat een impact hebben op de verzekeringsmogelijkheden en de kostprijs ervan."
Meer info:
:: The Climate Group
:: National Association of Insurance Commissioners
In de VS wordt een werkgroep opgericht die de mogelijke impact van de klimaatverandering op de verzekeringsindustrie en haar klanten moet bestuderen. Dit heeft de National Association of Insurance Commissioners (NAIC) besloten, een vereniging van verzekeringscommissarissen die ieder in hun eigen staat toezicht houden op alle verzekeringsmaatschappijen.
De oprichting valt in dezelfde week dat ’s werelds grootste verzekeringsmakelaar Marsh & McLennan zijn klanten informeerde over de potentiële impact van de opwarming van de aarde op hun bedrijven. Driekwart van de klanten van Marsh staat op de Fortune 500-lijst van grootste bedrijven ter wereld.
Andrew Logan, directeur van het verzekeringsprogramma van Ceres, een nationale coalitie van milieuorganisaties, andere burgerorganisaties en investeringsfondsen met een totale portefeuille van 2.500 miljard euro:
"Zowel de verzekeringscommissarissen als Marsh hebben de bedrijven de boodschap meegegeven dat ze de klimaatverandering een stuk ernstiger zullen moeten nemen. De verzekeringswereld neemt een cruciale positie in en kan bijdragen aan de oplossing voor klimaatsverandering. Acties zoals deze dwingen bedrijfsleiders om het probleem aan te pakken."
Die gevolgen voor het verzekeringswezen beperken zich zeker niet alleen tot de grote natuurrampen, voegt Nancy Skinner van de Climate Group, een coalitie van multinationale bedrijven, overheden en activisten eraan toe.
"Ook veranderende weerpatronen zoals intensere regenval of hagelstormen zullen hun effect hebben op bedrijven en huiseigenaars. En ook andere verzekeringsvormen zijn kwetsbaar. Verzekeringen in de gezondheidssector kunnen zich blauw betalen aan ademhalingsaandoeningen die met hittegolven samenhangen, of ziektes die veroorzaakt worden door muskieten."
Commissaris Mike Kreidler van de deelstaat Washington: "In Washington viel vorig jaar extreem weinig neerslag. Als die klimaattrend zich doorzet, kan dat een impact hebben op de verzekeringsmogelijkheden en de kostprijs ervan."
Meer info:
:: The Climate Group
:: National Association of Insurance Commissioners
Abonneren op:
Posts (Atom)